VLIZ
VLAAMS INSTITUUT VOOR DE ZEE
MARIEN EN KUSTGEBONDEN ONDERZOEK & BELEID IN VLAANDEREN
   
© M.Decleer © M.Decleer © M.Decleer © VLIZ ©
 
 
  English  Sitemap  Print
U bent hier: VLIZ > Infoloket > Pers
menu1 Over het VLIZ menu2 Infoloket menu3 Zeebibliotheek menu4 Cijfers&Beleid menu5 Faciliteiten menu6 Datacentrum
   
Infoloket

Persbericht

Kleine mantelmeeuwen vliegen dagelijks naar Moeskroen

Oostende, 18 juni 2013

Uit dit voorjaar opgestart onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) blijkt dat er heel veel variatie zit in het gedrag van 5 zilvermeeuwen en 22 kleine mantelmeeuwen die met een GPS-zender werden uitgerust. De zilvermeeuwen zoeken en vinden hun voedsel op zee, maar ook in akkers en weilanden. Van de kleine mantelmeeuwen vliegen er 7 dagelijks via Boudewijnkanaal en Leopoldsvaart naar Moeskroen, een afstand van maar liefst 65 kilometer. Dit terwijl de idee leeft dat deze soort vooral op zee foerageert.


Het is nog te vroeg om verregaande conclusies te trekken omdat nog maar een beperkt aantal vogels is gezenderd, en omdat hun gedrag kan veranderen eens ze jongen hebben. Toch zijn deze eerste resultaten al zeer interessant. Belangrijke vragen kunnen in de toekomst beantwoord worden: waar halen de meeuwen hun voedsel vandaan en in hoeverre maken ze gebruik van de stedelijke omgeving? Lopen ze gevaar om tegen de windmolens op de Thorntonbank te vliegen en wat is daarvan dan de impact op populatieniveau? Wat is het potentiële effect van het nakende verbod op het overboord zetten van visserijafval op de grote meeuwenpopulatie?

Sinds 1999 verricht het INBO onderzoek naar grote meeuwen. Jarenlang werden de aantalsveranderingen, hun voedingsgewoontes en hun trekgedrag nauwlettend opgevolgd. Met behulp van financiering uit LifeWatch en in samenwerking met het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) kan die kennis nu nog verder worden uitgediept. Het LifeWatch project is een Europees initiatief dat innovatieve observatoria, databanken, webservices en modelleerpakketten voor fauna, flora en ecosystemen samenbrengt en uitbouwt om deze gericht te kunnen opvolgen in de tijd. Het VLIZ en het INBO verzorgen de Vlaamse input binnen dit Europese initiatief. Het VLIZ richt zich daarbij op mariene gebieden, en bouwt de taxonomische ruggengraat voor het ganse systeem. Het INBO neemt het terrestrische en zoetwaterdeel voor zijn rekening.

Daarnaast doet het INBO samen met de Universiteit Gent (Onderzoeksgroep Terrestrische Ecologie) onderzoek naar het trekgedrag van meeuwen. Sommige kleine mantelmeeuwen vliegen helemaal naar Marokko om te overwinteren, terwijl andere veel dichter bij huis blijven. Via de GPS-technologie willen we nagaan hoe hun trek- en voedingsgewoontes samenhangen met hun succes als broedvogel.

EERSTE ONDERZOEKSRESULTATEN

De hoeveelheid aan data is enorm en het zal nog enige tijd duren voordat daaruit de detailinformatie kan worden gedistilleerd die nodig is om gedegen conclusies te trekken.

Toch tekenen zich al de eerste patronen af, en die beantwoorden niet altijd aan onze verwachtingen. De vijf zilvermeeuwen die op het dak van de Oostendse vismijn werden gezenderd hebben duidelijk alle vijf een ander karakter. Jurgen, bijvoorbeeld, het mannetje dat als eerste werd gezenderd, is verzot op zeevoedsel. Hij is dagelijks op zee te vinden. Daarnaast foerageert hij geregeld op akkers en weilanden in de omgeving van Zedelgem. De stad Oostende laat hij letterlijk links liggen. Anne daarentegen lust blijkbaar liever schelpdieren en foerageert vooral op de strandhoofden te Oostende.

Foerageertochten van de zilvermeeuwen Jurgen (gele bollen) en Anne (blauw) in de periode 9-13 juni.

Ook bij de kleine mantelmeeuw zien we individuele verschillen bij de 22 gezenderde vogels. Zo gaat Hans vrijwel dagelijks even naar de Spaanse loskaai in Brugge, terwijl Billie zich liever in de omgeving van Oostkamp en Beernem ophoudt. Daar waar oorspronkelijk gedacht werd dat kleine mantelmeeuwen vooral veel op zee zouden vertoeven, blijkt nu dat deze soort ook veelvuldig foerageert in agrarisch gebied. Heel opvallend is dat veel kleine mantelmeeuwen gebruik maken van de kanalen in de omgeving van Zeebrugge om zich naar het binnenland te verplaatsen. Het Boudewijnkanaal en de Leopoldsvaart fungeren als een soort highways. Ook erg opvallend is dat het eindpunt van 7 van de 22 kleine mantelmeeuwen in Moeskroen ligt en wel precies naast een grote chipsfabriek.

Spaghetti-plot van de foerageerroutes van de gezenderde kleine mantelmeeuwen (Zeebrugge) van de voorbije 10 dagen.

TOEKOMSTIGE ANALYSES

In het najaar zullen de gegevens nader geanalyseerd worden. Het habitatgebruik van de meeuwen zal in detail worden bekeken en er zal onder andere worden berekend in welke mate gebruik wordt gemaakt van agrarisch gebied, van de stedelijke omgeving en van het mariene ecosysteem. Naast de verzamelde GPS-posities en de vliegsnelheden zullen de gegevens van de snelheidsmeters bijkomende informatie leveren over het specifieke gedrag van de meeuwen (rusten, foerageren, vliegen). Daarna is het wachten tot ongeveer maart volgend jaar voor de eerste wintergegevens zullen binnenkomen – de gegevens worden wel opgeslagen in de winter, maar omdat de vogels zich te ver weg bevinden, niet meer doorgegeven. Vooral de trekroutes en de overwinteringsgebieden van de kleine mantelmeeuwen zijn interessant, want die soort trekt helemaal tot in West-Afrika om te overwinteren.

INNOVATIEVE TECHNOLOGIE

Er werd gekozen om de innovatieve GPS-loggers van het type UvaBits (ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam www.uva-bits.nl) te gebruiken. Deze loggers hebben als voordeel dat ze licht genoeg zijn om gebruikt te worden voor grote meeuwen, een lange levensduur hebben (ze leveren gegevens tot 3 jaar) en vanop afstand geprogrammeerd kunnen worden. De posities worden opgeslagen op een interne chip (8 MB) die vanop afstand kan worden uitgelezen via Bluetooth. Daarvoor moet de gezenderde vogel in de buurt komen van een grondstation of een antenne. Dat is geen probleem tijdens het broedseizoen wanneer de meeuwen meerdere keren per dag in de buurt van hun nest komen, maar betekent wel dat er tijdens de winter geen gegevens kunnen worden uitgelezen. De opgeslagen winterposities kunnen echter wel in het daaropvolgende broedseizoen worden uitgelezen als de vogel terugkeert uit het overwinteringsgebied. De zenders zijn voorzien van een zonnepaneel zodat de batterij niet uitgeput raakt. Ze meten naast de GPS-positie ook de omgevingstemperatuur. Op basis van de gemeten vlieghoogte en vliegsnelheid (gemeten met behulp van een accelerometer) kunnen bepaalde gedragingen van de vogel in kaart worden gebracht.

ZELF MEEVOLGEN

Wie de vluchtroutes van de zilver- en kleine mantelmeeuwen wil meevolgen, kan dat. Via de webpagina www.lifewatch.be/vogels krijg je toegang tot het vlieggedrag van elk van de 27 gezenderde meeuwen. Via deze pagina kun je ook in real time de meeuwen op hun nest in actie zien, via de daar geplaatste webcams.


Perscontacten

Jan Seys (VLIZ)
mobiel: + 32 (0)478 37 64 13
email: jan.seys@vliz.be

Koen Van Muylem (INBO)
mobiel: + 32 (0)473 81 49 28
email: koen.vanmuylem@inbo.be


Archief vorige persberichten

2013 2012 2011 2010 2009 2008
 

Blikvanger

De Grote Rede 34 is uit!
Met bijdragen over: de 'Ostendaise', prentbrief-
kaarten en grondwater in het kustgebied. [Lees meer]
Dagelijkse of wekelijkse updates VLIZINE-berichten in je mailbox?
Zo blijf je tussentijds op de hoogte van vacatures, evenementen, projectcalls en andere deadlines uit de wereld van het mariene onderzoek. Schrijf je hier in.
 
 

 

Vlaams Instituut voor de Zee
InnovOcean site
Wandelaarkaai 7
B-8400 OOSTENDE, België
Tel: +32 [0]59/34 21 30
Fax: +32 [0]59/34 21 31
Email: info@vliz.be
   

 

Vlaamse Gemeenschap Provincie West-Vlaanderen