Een eeuw zeevisserij in België

[Naar soortenlijst]

Diepzwemmende of demersale vissen

Author: VLIZ (Decleer)
De Belgische zeevisserij richtte zich vanaf de jaren '50 hoofdzakelijk op demersale vissen. Dat zijn soorten die je vooral dichtbij of op de bodem aantreft. Het vistuig dat daarvoor ingezet wordt is de boomkor, een sleepnet dat over en zelfs dóór de bodem gaat. De boomkorvisserij is erg gericht op platvissen zoals tong en schol. Eind jaren '60 was een gouden periode voor de demersale visserij, die sindsdien niet meer geëvenaard werd. In 1968 werd een topvangst genoteerd van 57.767 ton bodemvis (waarvan 4.380 ton in vreemde havens werd aangeland). Die 'vette' jaren waren vooral dankzij de toegang tot de rijke visgronden rond IJsland. Vanaf 1972 kwam een eind aan dit sprookje toen IJsland zijn territoriale wateren verder afbakende en de toegang tot deze visgronden geleidelijk afnam. Terwijl de aanvoer van bodemvissen door Belgische vissers in Belgische havens duidelijk daalde, kende de Belgische aanvoer in vreemde havens een lichte stijging. Naast de kustwateren, het zuiden en het midden van de Noordzee, werden ook andere visgronden relatief belangrijker voor onze demersale visserijen.


Statistieken | Kaarten| Uitgebreide informatiefiche



[Naar soortenlijst]