VLIZINE
jrg. 3, nr. 5-6 (mei-juni 2002)

Hét e-zine met praktische informatie over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers. 
Deze gratis on line uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle geïnteresseerden.

V.U.: Jan Mees 
Redactie: Jan Seys 
Reacties naar jan.seys@vliz.be

Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te schrijven, stuur een e-mail naar info@vliz.be met in de subjectline: “unsubscribe VLIZINE”. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding: “subscribe VLIZINE”. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.
 

INHOUD

1. Kalender
1.1. Windmolenconferentie te Blankenberge
1.2. ‘Denkdag’ over de toekomst van de Oostendse Spuikom
1.3. Studiedag over Vlaamse stranden een succes
1.4. Duingebieden beheren met grote grazers: kom het met je eigen ogen bekijken

2. Publicaties
2.1. Beschikbare meetgegevens van onze zee nog uitgebreid!
2.2. MIDAS: onderweg op ‘De Zeeleeuw’ zonder zorgen
2.3. Unieke sedimentkaart van de Belgische mariene wateren gratis verkrijgbaar
2.4. De VLIZ Special Publications: reeds een uitgebreide lijst
2.5. DWTC vraagt uw aandacht!
2.6. De vijfde Noordzeeconferentie gedocumenteerd
2.7. Een gebiedsvisie voor de IJzervallei
2.8. Een fotodatabank van oude illustraties uit de mariene sfeer

3. Vacatures/beurzen/fondsen
3.1. Interesse in natuur- en milieueducatie aan de kust?
3.2. Of waarom geen job in Tasmanië?
3.3. Universiteit Aberdeen zoekt statisticus met interesse in zeezoogdieren

4. Varia
4.1. Windmolens op zee: de stilte voor de storm?
4.2. Leuke waarnemingen van zeezoogdieren aan onze kust
4.3. Maar helaas ook slecht nieuws van het zeehondenfront
4.4. Nieuwe toekomst voor grootscheepse oceaanverkenningen?
4.5. Doctoraatsverdedigingen e.a.

5. Vraagbaak de ‘Zeeloods’
 

1.1. WINDMOLENCONFERENTIE TE BLANKENBERGE

Het aanwenden van wind als hernieuwbare energiebron zit wereldwijd in de lift, zo lijkt het. Maar wat denkt de burger over het plaatsen van windmolens op land en ter zee? De beleidsmakers worden met moeilijk te beantwoorden vragen geconfronteerd. Om hieromtrent een discussieforum te creëren organiseert de Euregio Scheldemond, i.s.m. de milieuwerkgroep van de Noordzee Commissie, een tweedaagse conferentie rond dit thema, gericht naar politici, ambtenaren en allen die zich op één of andere manier betrokken voelen bij de planning van dit nieuwe gebeuren. Deze internationale conferentie getiteld: ‘The windmills are coming! But how? And where? On land? Off shore?’ vindt plaats in hotel Floreal te Blankenberge van 7 tot en met 9 november 2002. Simultaanvertaling is voorzien. Naast interessante voordrachten rond thema’s als ‘Ontwikkelingen inzake windenergie in de EU’, ‘Ruimtelijke planning van windmolens’, ‘Betrokkenheid van lokale en regionale besturen bij plannings- en besluitvormingsprocessen’ en ‘Participatie en draagvlak’, worden diverse workshops aangeboden. Wenst u meer informatie? Stuur dan een e-mailberichtje naar kathy.belpaeme@west-vlaanderen.be
 

1.2. ‘DENKDAG’ OVER DE TOEKOMST VAN DE OOSTENDSE SPUIKOM

De aanleg van de huidige Oostendse Spuikom gaat terug tot het begin van de vorige eeuw. Kort na de voltooiing bleek echter al snel dat de 85 ha grote plas geen dienst kon doen voor het doel waarvoor hij was gecreëerd: als waterreservoir dat bij laagtij kon worden geopend en zodoende de haven kon ontdoen van overtollig slib. Daardoor kreeg het gebied tal van andere functies toebedeeld (zoals aquacultuur, waterrecreatie, vogelrustgebied, e.a.). Omdat het huidige beheer van de plas aan een herziening toe was verleende de beheerder/eigenaar afdeling Waterwegen Kust van AWZ na een openbare aanbesteding een opdracht aan Groep Planning om een gebiedsvisie te ontwikkelen. Om ook de locale bewoners hun mening te laten kenbaar maken, organiseert Groep Planning op zaterdag 22 juni 2002 (09.30-12.00 uur) een ‘Denkdag’ rond de toekomst van de Oostendse Spuikom. Het evenement gaat door in de Conferentiezaal op het gelijkvloers van het Stadhuis te Oostende. Meer info kan verkregen worden via de Groep Planning (brugge@groepplanning.be). U bent alvast welkom!
 

1.3. STUDIEDAG OVER VLAAMSE STRANDEN EEN SUCCES

Op vrijdag 14 juni jl. organiseerde het VLIZ in opdracht van AMINAL-Natuur een academische studiedag met als titel: ‘Vijf jaar strand-natuurreservaat De Baai van Heist. De Vlaamse stranden: steriele zandbakken of natuurpatrimonium?’. Het Wereldkampioenschap voetbal met een match van de Belgen in de late voormiddag kon de pret alvast niet bederven. Met 167 inschrijvingen, een geslaagde excursie onder deskundige leiding van de AMINAL-beambten en gesmaakte voordrachten kan deze dag dan ook zonder meer als een succes worden beschouwd. Niet alleen werd aangetoond dat ook stranden een heel bijzondere fauna en flora kunnen herbergen, ook legde menig spreker de nadruk op een aangepast beheer teneinde deze waarden te behouden en te versterken. Krijgen de stranden eindelijk de aandacht die ze verdienen?

Naar aanleiding van deze studiedag verzorgde het VLIZ i.o.v. AMINAL-Natuur tevens de aanmaak van een informatiefolder over ‘De Baai van Heist’. Deze folder ‘Welkom in het natuurreservaat De Baai van Heist’, evenals (een beperkte stock aan) referatenmappen van de studiedag zijn gratis te verkrijgen bij het VLIZ (info@vliz.be; 059/34 21 30) of bij AMINAL-Natuur (050/45 41 83).
 

1.4. DUINGEBIEDEN BEHEREN MET GROTE GRAZERS: KOM HET MET JE EIGEN OGEN BEKIJKEN

Steeds vaker gebruiken natuurbeheerders grote grazers (pony’s, schapen, runderen, paarden) om een gewenst beheer van natuurgebieden vorm te geven. Op zaterdag 22 juni organiseert het Biologisch Genootschap Dodonaea van de Gentse Universiteit een excursie naar de Westhoek en de IJzermonding reservaten, om dit beheer met grazers nader toe te lichten. Eric Cosyns, een expert terzake, is onze gids. Vertrek te Gent is gepland om 8.45 uur in de K.L. Ledeganckstraat, aankomst met de bus aan het station van Adinkerke is voorzien rond 10 uur. De excursie zal rond 17 uur zijn afgelopen. Inschrijven vooraf bij de secretaris van Dodonaea is wenselijk (frederik.leliaert@rug.ac.be of 09/264 85 08).
 

2.1. BESCHIKBARE MEETGEGEVENS VAN ONZE ZEE NOG UITGEBREID!

Voor zij die het nog niet wisten. Op de VLIZ website vindt u onder de rubriek ‘Onze kust’ een resem interessante links en meetgegevens over het weer en de getijden aan onze kust en op zee (http://www.vliz.be/Nl/coast/coast.htm). De metingen behelzen zowel oceanografische (golven, tijhoogtes, e.a.) als meteorologische parameters (luchtdruk, t°, neerslag, e.a.) en worden continu opgenomen ter hoogte van het Meetnet Vlaamse Banken. Dit meetnet is opgezet door de afdeling Waterwegen Kust van de administratie Waterwegen en Zeewezen (AWZ) en wordt beheerd door ir. Guido Dumon. VLIZ werd uitgenodigd om deze gegevens, die vrij opvraagbaar zijn volgens locatie of volgens parameter, ter beschikking te helpen stellen van derden (onderzoekers, leerkrachten, ...). Dankzij deze overeenkomst kunt u van heel wat meetgegevens grafieken op scherm toveren met bijvoorbeeld de getijhoogtes van de laatste 24 uur op meerdere meetpunten vóór onze kust. Nieuw is dat nu ook gegevens kunnen geconsulteerd worden voor de laatste 7 en 30 dagen! Nog niet overtuigd? Neem dan vlug een kijkje op de site en bekijk bijvoorbeeld de getijhoogte van de laatste maand ter hoogte van de Westhinderpaal.
 

2.2. MIDAS: ONDERWEG OP ‘DE ZEELEEUW’ ZONDER ZORGEN

Geen zorgen meer voor zij die staalnames uitvoeren aan boord van het oceanografisch schip ‘De Zeeleeuw’ en nadien thuis van achter hun pc willen weten waar exact werd gevaren, wanneer welke staalnames werden uitgevoerd, etc. Het ‘Marine Information and Data Acquisition System’ (of kortweg MIDAS: http://www.vliz.be/vmdcdata/midas/plan.php), inhuis ontwikkeld door Francisco Hernandez (VLIZ), biedt u een volledig overzicht van het vaarschema van de Zeeleeuw per semester. Voor elke vaardag komt u te weten wie verantwoordelijk was voor het wetenschappelijk programma (met een link naar het informatiesysteem IMIS: http://www.vliz.be/vmdcdata/Imis/index.htm), wat het werkgebied was en welke de doelstellingen waren. Maar er is meer. Sinds kort kunt u nu ook de gevolgde route op kaart bekijken, inklikken op de staalnamepunten en desgewenst alle detailinformatie van dat punt downloaden (in een gemakkelijk inleesbaar TAB delimited formaat). Of hoe het werk van een wetenschapper kan worden vereenvoudigd!
 

2.3. UNIEKE SEDIMENTKAART VAN DE BELGISCHE MARIENE WATEREN GRATIS VERKRIJGBAAR

In het kader van een DWTC project, genaamd BUDGET, produceerden het Renard Centre of Marine Geology (RCMG: Universiteit Gent) en Magelas (Marine Geological Assistance) een overzichtskaart van natuurlijke zandtransporten op het Belgisch Continentaal Plat. Het gaat om een prachtige afdruk op A0-formaat. De kaart geeft informatie over de sedimentologie (mediane korrelgrootte van de zandfractie en sedimentclassificatie), de morfologische kenmerken van de zeebodem (bathymetrie zandbanken), de hoeveelheden en richtingen van het residueel transport en stromingsellipsen. De kaart wordt onder andere verdeeld door het Vlaams Instituut voor de Zee. Geïnteresseerden kunnen een gratis exemplaar afhalen tijdens de kantooruren in de VLIZ mediatheek (bij Jan Haspeslagh).
 

2.4. DE ‘VLIZ SPECIAL PUBLICATIONS’: REEDS EEN UITGEBREIDE LIJST

Naast de reguliere publicaties (http://www.vliz.be/Nl/Activ/Publicat/publicat.htm) (zoals de VLIZ Nieuwsbrief, de Grote Rede, het VLIZINE, de VLIZ Collected Reprints en de VLIZ Aanwinstenlijst) verzorgt VLIZ ook nog een reeks van ‘Special Publications’. In deze reeks van onregelmatig verschijnende publicaties horen o.a. referatenmappen thuis van georganiseerde studiedagen of rapporten van opdrachten uitgevoerd in het kader van kortlopende projecten. Sinds het ontstaan van het VLIZ zijn intussen tien dergelijke ‘gelegenheidspublicaties’ verschenen. Een volledig overzicht ervan kan worden geraadpleegd via: http://www.vliz.be/Nl/Activ/Publicat/specpubl.htm. Eén van de meest recente aanwinsten op deze lijst betreft een kleurrijk verslag van de eind 2000 georganiseerde studiedag over de Oostendse Spuikom. In een 44 pagina’s tellend relaas wordt de Spuikom van binnen en van buiten belicht, doorspekt met tal van beelden al of niet uit de oude doos. Voor wie interesse heeft in één of meerdere van deze publicaties, graag een seintje aan jan.haspeslagh@vliz.be. Indien het volume nog voorhanden is, sturen we u graag een exemplaar toe.
 

2.5. DWTC VRAAGT UW AANDACHT!

De federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele aangelegenheden (DWTC) geven het federale wetenschapsbeleid vorm. Dit gebeurt onder meer via programmapakketten die vorsers de kans bieden binnen welbepaalde domeinen de nodige onderzoeksinspanningen te realiseren en het beleid te verzekeren van de nodige wetenschappelijke onderbouwing. Zo startten recent een belangrijk aantal nieuwe studieprojecten in het kader van het Plan ter Ondersteuning van een beleid gericht op Duurzame Ontwikkeling, fase II (PODO II: 2001-2005). Voor een volledig overzicht van de goedgekeurde, nu reeds lopende projecten, verwijzen we naar de websites van:
(1) DWTC (http://www.belspo.be/belspo/ostc/act_scien/fedra/prog.asp?l=nl&COD=EV)
(2) VLIZ (http://www.vliz.be/Vmdcdata/imis2/Project.php?show=html&proid=1075)

Op de DWTC website wordt ook de aandacht gevraagd voor een evaluatieoefening van alle Antarctica-programma’s die tot op heden zijn uitgevoerd. Een ontwerprapport van deze evaluatie, uitgevoerd door onafhankelijke buitenlandse experten, is nu consulteerbaar op http://www.belspo.be/belspo/ostc/geninfo/publ/index_nl.stm of op http://www.belspo.be/belspo/antar/library_uk.stm. Het omvat zowel een evaluatie van de wetenschappelijke output van de verschillende programma’s en projecten, als een evaluatie van het programmabeheer door de DWTC. Om DWTC in staat te stellen de relevantie en praktische uitvoerbaarheid van de door experts geformuleerde bevindingen in het rapport na te gaan, vragen ze met aandrang uw eventuele commentaren te mailen naar de voorzitter van het evaluatiepanel, dr. ing. Pietro Giuliani (ENEA ANTAR, Rome, Italië). Dit kan gebeuren op het volgende adres: internazio@enea.pnra.it met vermelding van ‘OSTC evaluation report Antarctica’ en dit tot en met 26 juni 2002.
De commentaren zullen door het panel worden bestudeerd en bijdragen tot de finale versie van het evaluatierapport, dat in juli 2002 zal verschijnen.
 

2.6. DE VIJFDE NOORDZEECONFERENTIE GEDOCUMENTEERD

De ministeriële Noordzeeconferenties ontstonden begin de jaren ’80 vanuit een oprechte bezorgdheid ten aanzien van de schade door vervuiling toegebracht aan het Noordzee-ecosysteem. Immers, talloze polluenten werden in grote hoeveelheden aangevoerd via rivieren, directe lozingen en dumpingen op zee en dit bleek niet zonder effect te zijn voor het natuurlijk zeemilieu. Na eerdere bijeenkomsten in Bremen (1984), London (1987), Den Haag (1990) en Esbjerg (1995) werd op 20 en 21 maart 2002 een vijfde Noordzeeconferentie georganiseerd te Bergen (Noorwegen). Ook deze conferentie werd afgesloten met een ministeriële Noordzeeverklaring, die in dit geval geschiedenis zal maken als de ‘Verklaring van Bergen’. De volledige tekst van deze verklaring alsook heel wat bijkomende informatie is terug te vinden op: http://www.northseaconference.no

Daarnaast werden tal van rapporten en publicaties geproduceerd ter voorbereiding van deze conferentie of ter evaluatie van de afspraken gemaakt bij de vorige, vierde Noordzeeconferentie. Zowel het CONSSO (Committee of North Sea Senior Officials) rapport, waarvoor BMM de Belgische bijdrage verzorgde, als de brochure ‘Vierde Noordzeeconferentie’ gemaakt door VMM i.s.m. AMINAL, zijn consulteerbaar in de VLIZ bibliotheek (jan.haspeslagh@vliz.be).
 

2.7. EEN GEBIEDSVISIE VOOR DE IJZERVALLEI

Kaderend binnen een samenwerkingsverband tussen de administratie Waterwegen en Zeewezen (AWZ) en het Instituut voor Natuurbehoud (IN) werd tussen 1997 en 2002 gewerkt aan de opmaak van een ecologische gebiedsvisie voor de IJzervallei. Het rapport met bijhorende kaartenatlas kadert in de opmaak van streefbeelden voor bevaarbare waterlopen door AWZ, waarbij gestreefd wordt naar multifunctionaliteit. Naast de vier pilootprojecten (de IJzer, de Bovenschelde, de Grensmaas en de Durme) zijn ecologische gebiedsvisies voor de Dender, de toeristische Leie, het kanaal Brugge-Gent en het Moervaart-Durmekanaal in opmaak. Het rapport ‘Verkennende ecologische gebiedsvisie voor de IJzervallei’, verzorgd door Ann De Rycke, Koen Devos en Kris Decleer van het IN, geeft alvast de prioriteiten weer voor het natuurbehoud in de IJzerstreek, en tast de mogelijkheden voor natuurontwikkeling af. Via een reeks scenario’s wordt de beleidsmaker wegwijs gemaakt in de mogelijkheden die hier kunnen gecreëerd worden. Tegen een kostprijs van 8 EUR (plus 5 EUR verzendingskosten voor 1-5 exemplaren) kunnen één of meerdere exemplaren besteld worden bij Helen Blow (helen.blow@instnat.be).
 

2.8. EEN FOTODATABANK VAN OUDE ILLUSTRATIES UIT DE MARIENE SFEER

De ‘Freshwater and Marine Image Bank’ is een initiatief van de bibliotheek van de Universiteit van Washington.  Deze digitale collectie illustraties (http://content.lib.washington.edu/fish) is gewijd aan diverse topics van zoet- en zeewaterleven en omvat zowel beelden van vissen, schelpdieren, zeezoogdieren, als van dammen, schepen, poolexpedities, visserijtechnieken, etc.  Alle 2600 beelden hebben gemeen dat ze voortkomen uit 18de en 19de eeuwse publicaties, die vaak moeilijk of niet meer toegankelijk zijn voor het grote publiek. Een aanrader!
 

3.1. INTERESSE IN NATUUR- EN MILIEUEDUCATIE AAN DE KUST?

Heb je interesse voor een job binnen de sector natuur- en milieueducatie en dit liefst niet al te ver weg van de kust, dan ben je bij de dienst Natuur- en Milieueducatie van de Provincie West-Vlaanderen aan het juiste adres. Regelmatig werft de provincie immers contractueel personeel aan voor een NME-streeksteunpunt, voor projecten zoals Milieuzorg Op School (MOS), voor hulp in een bezoekerscentrum, etc. Voorwaarde is dat je beschikt over een diploma universitair of hoger onderwijs, een rijbewijs hebt en beschikt over een wagen en bovenal inzicht en belangstelling hebt in natuur- en milieueducatie.

Wie zijn interesse nu betoont door een brief met CV te sturen naar het Provinciebestuur West-Vlaanderen, personeelsdienst, Kon. Leopold III-laan 41, B-8200 Sint-Andries Brugge, met vermelding “NME-functie”, wordt in de toekomst op de hoogte gebracht als zich een vacature voordoet. Meer info bij Wim Mestdagh, Provinciedienst NME (050/40 32 81).
 

3.2. OF WAAROM GEEN JOB IN TASMANIE?

Verder van huis kan ook. De Commonwealth Scientific & Industrial Research Organisation (CSIRO) gevestigd te Hobart, Tasmanië zoekt immers voor onbepaalde duur een ‘Resource Modeller Research Scientist’. Bedoeling is een onderzoeksgroep te leiden in het ontwikkelen en toepassen van marien ecologische modellen. Vereiste is dat je beschikt over een doctoraat in dit vakgebied en ook postdoctoraal reeds ervaring hebt met modellering van mariene hulpbronnen. Meer info op: http://recruitment.csiro.au/job_details.asp?ref=MRH+02%2F10
 
 

3.3. UNIVERSITEIT ABERDEEN ZOEKT STATISTICUS MET INTERESSE IN ZEEZOOGDIEREN

De Universiteit van Aberdeen zoekt voor de duur van drie jaar een statisticus met ervaring in programmeren, en interesse voor toegepast werk met zeezoogdieren. Idealiter loopt de job, met vestiging te Cromarty (Schotland), van september 2002 tot februari 2003. Bedoeling is mee te draaien in drie case studies, rond (1) interacties van zeehonden met zalmkwekerijen, (2) bestandsopnames van Tuimelaars en (3) verspreiding van zeezoogdieren in functie van verstoringsgevoeligheid t.a.v. menselijke activiteiten. Meer info op: http://www.ocean.us.net/boards/message.jsp?mId=29&bId=6
 

4.1. WINDMOLENS OP ZEE: DE STILTE VOOR DE STORM?

De mogelijke plaatsing van windmolens op zee blijft de gemoederen verhitten. De laatste maanden ging er geen week voorbij of politici, journalisten, onderzoekers of belangengroeperingen gaven hun mening te kennen over waar de best mogelijke locaties zijn voor de uitbouw van windparken op zee. Toch lijkt het dossier zich stilaan in een vastere vorm te plooien met een steeds groter wordende consensus om parken te bouwen via een gefaseerde, goed gemonitorde aanpak op veilige afstand van de kust. Ook de Nederlandse natuur- en milieuorganisaties spraken zich recent in een manifest ‘Frisse Zeewind’ uit voor een gefaseerde plaatsing buiten de 12-mijlszone, in combinatie met ernstige monitoringsprogramma’s en na een breed maatschappelijk debat over de exacte locatie.

Of ook minister Aelvoet deze breed gedragen gedachtengang zal volgen is nog maar de vraag. Immers, nu BMM zich in zijn milieueffectenbeoordeling negatief heeft uitgesproken over het geplande windpark op de Wenduinebank, een positief advies gaf over het Seanergy I project op de Vlakte van de Raan en de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) de uitbreidingsfase van Seanergy en het Fina-Eolia project heeft afgewimpeld (voor een algemene situering zie: http://www.vliz.be/Docs/Groterede/p02_07.pdf) lijkt straks een ontknoping te komen aan maanden van speculaties. Alles wijst erop dat minister Aelvoet haar milieuadministratie BMM, in haar oordeel zal volgen en dus een milieuvergunning zal uitreiken aan Seanergy I.

Blijft de vraag wat het nut is van een proefproject op de Vlakte van de Raan, als alle spelers in het debat het erover eens zijn dat de toekomst van windparken verder op zee ligt. De indieners van een nieuw voorstel om een groot windpark op de Thorntonbank (op 27 km uit de kust) te bouwen, zeggen onomwonden dat het niet nodig is technische expertise op te doen in de kustnabije zone. En om de impact op het milieu te bestuderen, is het op zijn zachtst gezegd dubieus deze te meten in een zone waar geen toekomst is weggelegd voor windenergie en een ander ecosysteem en fauna voorkomt dan verder in zee.

Ook toont de intrede van een nieuwe speler op de ‘zeemarkt’ – de windenergiesector - duidelijk aan dat er nood is aan een breed gedragen ruimtelijk beleid in onze mariene wateren. Nog al te vaak wordt geredeneerd en afgewogen in functie van eigenbelangen van sectoren, wat resulteert in doorschuif- en afschuifoperaties. Als de Thorntonbank door sommigen naar voor wordt geschoven als een goede locatie voor windparken, betekent dit nog niet dat iedereen het daarover eens is. De zandwinning claimt terecht dat zij daar een belangrijke concessiezone beheert, wat niet verzoenbaar lijkt met de bouw van een groot windmolenpark. Wordt het niet hoog tijd dat alle spelers samen rond de tafel gaan zitten en proberen te werken aan een globaalvisie op het gebruik en de waarde van onze zeewateren? Goede locaties aanwijzen voor windenergie kan daar perfect in passen. Wordt vervolgd?
 

4.2. LEUKE WAARNEMINGEN VAN ZEEZOOGDIEREN AAN ONZE KUST

De verrassingen zijn de wereld nog niet uit. Op maandag 3 juni werd voor de kust van Vlissingen, en later opnieuw ter hoogte van Zeebrugge, een levende Potvis gesignaleerd! Enkele foto's van het dier zijn ons toegestuurd door dr. Thierry Jauniaux, veearts-zeezoogdierenkenner van de Universiteit van Luik (een van deze foto's als attachment).

Op 24 maart was het de beurt aan een tiental Witsnuitdolfijnen die op ongeveer 30 zeemijl uit de Belgische kust werden waargenomen door een Nederlandse sportvisser. Dank aan Kees Camphuysen voor het doorseinen van dit bericht!
 

4.3. MAAR HELAAS OOK SLECHT NIEUWS VAN HET ZEEHONDENFRONT

De zeehonden lijken dan weer minder geluk te hebben. In Denemarken trad vanaf eind mei massale sterfte op van Gewone Zeehonden, klaarblijkelijk te wijten aan het morbillivirus. Hetzelfde virus, dat aan de basis ligt van de beruchte ‘zeehondenpest’, veroorzaakte in 1988 zowat een halvering van het West-Europese zeehondenbestand. Intussen blijkt het virus ook reeds te zijn opgedoken op Vlieland (Waddenzee), wat laat vermoeden dat ook de Waddenzee de dans niet zal ontspringen. Wordt vervolgd.
 

4.4. NIEUWE TOEKOMST VOOR GROOTSCHEEPSE OCEAANVERKENNINGEN?

Het bericht komt uit het gerenommeerde vaktijdschrift Science. Als mariene wetenschappers hun zin krijgen, zullen groots opgezette oceaanverkenningen opnieuw de nodige aandacht krijgen. De hoge kosten en de wenselijkheid om langetermijn monitoringsprogramma’s op te zetten en vol te houden, dwongen onderzoekers immers om steeds weer dezelfde plekjes te gaan opzoeken en de ‘ouderwetse’ grootschalige exploraties van zeeën en oceanen te laten voor wat ze waren. Mede hierdoor is tot op vandaag meer dan 90% van de oceanen nog onbekend terrein en hinkt men hopeloos achter op de kennis van het vasteland.

Maar er lijkt verandering op til te zijn. Aanleiding is de ontdekking van een onderzeelandschap duizend kilometer ten noorden van Nieuw-Zeeland, bezaaid met niet minder dan vijftig gigantische vulkanen die tot nu toe onbekend waren voor de wetenschap. Deze spectaculaire vondst zou wel eens een katalysator kunnen zijn om met vereende krachten een nieuw tijdperk van oceaanexploratie in te zetten. Met vooral aandacht voor de Zuidelijke Oceaan? Of met kernactiviteiten in de diepzee? De toekomst zal het uitwijzen.
 

4.5. DOCTORAATSVERDEDIGINGEN e.a.

We zouden het erg op prijs stellen als alle onderzoekers die de datum van hun verdediging reeds kennen, of postuum het resultaat van de verdediging willen kenbaar maken, dit zouden laten weten aan jan.seys@vliz.be
 

Promotoren voor beide thesissen waren Jaak Monbaliu (Faculteit Toegepaste Wetenschappen) en Noël Vandenberghe (Faculteit Wetenschappen). Proficiat aan beide doctors!
 

5. VRAAGBAAK DE  ‘ZEELOODS’

Via deze rubriek kan iedereen oproepen lanceren voor samenwerking, gezamenlijk gebruik van materiaal, vraag naar levende en andere monsters, enz. De informatie dient gestuurd te worden naar Jan Seys. We nemen het bericht op in de vraagbaak van één van de volgende VLIZINES.

_________

DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ.  Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt.
Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden.

COPYRIGHT
Copyright © 2001 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd naar derden.

LID WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website (http://www.vliz.be)
 
 
 

--
New address from February 18, 2002, onwards:
VLIZ
Vlaams Instituut voor de Zee vzw
Flanders Marine Institute
Vismijn
Pakhuizen 45-52
B-8400 Oostende
Tel. +32-(0)59-34 21 30
Fax +32-(0)59-34 21 31
http://www.vliz.be

The Colour of Ocean Data
Brussels, Belgium, November 25-27, 2002
http://www.vliz.be/cod