VLIZINE
jrg. 3, nr. 9-10 (september-oktober 2002)

Hét e-zine met praktische informatie over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers. 
Deze gratis on line uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle geïnteresseerden.

V.U.: Jan Mees 
Redactie: Jan Seys 
Reacties naar jan.seys@vliz.be

Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te schrijven, stuur een e-mail naar info@vliz.be met in de subjectline: “unsubscribe VLIZINE”. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding: “subscribe VLIZINE”. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.

INHOUD
1. Kalender
    1.1. Zandwinning op zee in de kijker
    1.2. Het Colour of Ocean Data symposium op naar de eindmeet... maar waar blijven de Belgen?
    1.3. Jonge mariene wetenschappers herenigen zich opnieuw op 28 februari 2003
    1.4. VITO organiseert studiedag over windenergie
    1.5. Twee dagen zappend door de wetenschappen: het Wetenschapsfeest 2002
    1.6. Dumpsites van oorlogsmunitie op zee: het recht op informatie
    1.7. Conferentie over informatietechnologie en waterbeheer
    1.8. Maritieme veiligheid belicht op AMRIE conferentie
    1.9. De blauwe planeet op handen gedragen

2. Publicaties
    2.1. Ocean Challenge en de European Federation of Marine Science and Technology Societies (EFMS)
    2.2. Troep op het strand en in volle zee: een wereldwijd probleem
    2.3. LarvalBase, een informatiesysteem over vislarven
    2.4. Waarom insecten het niet op de zeeën begrepen hebben
    2.5. Perspectieven voor een verantwoorde aquacultuur in het nieuwe millennium

3. Vacatures/beurzen/fondsen
    3.1. BMM werft universitair aan voor ontwikkeling en exploitatie van operationele mariene modellen
    3.2. Met het Scheldefonds naar een duurzame ontwikkeling van het Schelde-estuarium: voelt u zich geroepen om hierin een voortrekkersrol te spelen?
    3.3. Oproep projectvoorstellen wetenschapsinformatie 2002
    3.4. Postdoc positie voor ecoloog aan het NIOZ Texel

4. Varia
    4.1. Tweede fase windparkplannen in Belgische zeewateren
    4.2. Belgische kust beter beschermd tegen olie
    4.3. Kusten lage landen ontvangen hoogste uitstoten van zwavel, stikstof, koolwaterstoffen en fijn stof ten gevolge van de zeescheepvaart
    4.4. Doctoraatsverdedigingen e.a.

5. Vraagbaak de ‘Zeeloods’
 

1.1. ZANDWINNING OP ZEE IN DE KIJKER

De vraag naar mariene aggregaten (zand, grind) neemt toe, naarmate winning aan land steeds moeizamer verloopt. Als huidig en toekomstig gebruiker van de Noordzee is de zandwinningssector dan ook een belangrijke gesprekspartner en betrokkene bij het ontwikkelen van een duurzaam beleid. Vanuit deze bezorgdheid organiseert het Bestuur Kwaliteit en Veiligheid van het Ministerie van Economische Zaken op 7 november a.s. een studiedag met als titel: ‘Ontginning van marien zand en grind in het kader van de duurzame ontwikkeling’. Het gebeuren vindt plaats in het Paleis voor Congressen (Brussel). Inschrijven kan door het terugsturen van de antwoordkaart (gehecht aan de folder, die is te verkrijgen via Ulrike.Vanhessche@mineco.fgov.be) en storting van 150 EUR op rekeningnummer 679-2005875-12 van het Bestuur Kwaliteit en Veiligheid-Fonds voor Zandwinning met vermelding “Studiedag”.

Aansluitend hierop organiseert ZEEGRA, de producentenvereniging voor winning van mariene aggregaten, op 8 november voor een beperkt publiek een plaatsbezoek (zandwinningsschip en –depot) te Oostende. Wie interesse heeft om hieraan deel te nemen, dient contact op te nemen met René Desaever (Tel.: 058/22 29 40; rene.desaever@nhm.be).

Wilt u ook meer weten over de internationale context van zand- en grindwinning op zee, dan is het symposium ‘European marine sand and gravel - shaping the future’ een aanrader. Op 20 en 21 februari 2003 is het Aula Congrescentrum van de Technische Universiteit Delft het decor voor deze internationale conferentie, gestroomlijnd door EMSAGG (European Marine Sand and Gravel Group). Een goedgevuld programma met voordrachten uit diverse Europese landen op 20 februari, wordt gevolgd door een plaatsbezoek bij Hanson Aggregates Nederland op 21 februari. Meer info over dit evenement vindt u op: http://www.ciria.org.uk/conferences_emsagg.htm
 

1.2. HET COLOUR OF OCEAN DATA SYMPOSIUM OP NAAR DE EINDMEET... MAAR WAAR BLIJVEN DE BELGEN?

Het ‘Colour of Ocean Data’ symposium, gezamenlijk georganiseerd door VLIZ, DWTC, IOC-UNESCO en OBIS/CoML van 23 tot 27 november te Brussel, nadert met rasse schreden. Het definitieve programma en alle mogelijke nuttige informatie vindt u op de website http://www.vliz.be/En/Activ/Cod/finaanno.htm  Terwijl in totaal reeds 150 inschrijvingen te noteren vallen en nagenoeg alle grote ‘koppen’ van het internationaal oceanografisch databeheer hebben toegezegd van de partij te zullen zijn, is men zich in België kennelijk nog niet ten volle bewust van de unieke kans die dit symposium biedt. Daarom deze laatste oproep met een mogelijkheid tot registreren tot uiterlijk 31 oktober! (registratieformulier cf. attachment)
 

1.3. JONGE MARIENE WETENSCHAPPERS HERENIGEN ZICH OPNIEUW OP 28 FEBRUARI 2003

Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil de onderlinge contacten tussen mariene wetenschappers zoveel mogelijk helpen stimuleren, over de grenzen van instellingen en disciplines heen. Vermits jonge mariene wetenschappers er alle belang bij hebben voeling te krijgen met wat in andere disciplines gebeurt en waar mogelijk contacten te leggen, organiseert VLIZ jaarlijks een Jongerencontactdag. Ook in 2003 is dat niet anders en doen we ons uiterste best om het succes van de vorige edities – met invited speakers, posterwedstrijd, demonstraties databeheer, prijzen mariene wetenschappen en veel mogelijkheden tot contacten – minstens te evenaren. Hou dus alvast vrijdag 28 februari vrij voor de Jongerencontactdag 2003! Alle suggesties voor gewenste activiteiten, input van onderzoekers e.d. zijn steeds welkom. De plaats van het gebeuren is het Provinciehuis Boeverbos te St-Andries Brugge. Het volledige programma volgt later.
 

1.4. VITO ORGANISEERT STUDIEDAG OVER WINDENERGIE

De doorbraak van de windturbine in Vlaanderen lijkt niet van een leien dakje te lopen. Vooral de discussies rond het plaatsen van windmolens voor de kust laaien momenteel hoog op. Op de vraag of windenergie nu al dan niet de wind in de zeilen heeft en verdient te hebben, wordt een antwoord gezocht op een studiedag georganiseerd door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). De studiedag gaat door op donderdag 24 oktober 2002 in het VITO Club House, Boeretang 200, te Mol. De toegangsprijs bedraagt 242 EUR (121 EUR voor niet-gouvernementele organisaties, ODE-leden en studenten). De studiedag is open voor alle geïnteresseerden. Meer info op: http://www.vito.be/vitoevenement/documents\groenestroom.PDF

Ook niet vergeten dat Blankenberge van 7 tot en met 9 november het toneel is voor een Conferentie van de milieuwerkgroep van de Noordzee commissie, met als thema: ‘Wind energy, how and where?’. Meer info vindt u op de website van de North Sea Commission (http://www.northsea.org). Inschrijven kan nog tot uiterlijk (!) 31 oktober.
 

1.5. TWEE DAGEN ZAPPEND DOOR DE WETENSCHAPPEN: HET WETENSCHAPSFEEST

Van 19 tot en met 27 oktober 2002 vindt voor de vijfde maal de Vlaamse Wetenschapsweek plaats. Overal in Vlaanderen worden tal van activiteiten rond wetenschap en technologie georganiseerd, zowel voor schoolgaande jongeren als voor het grote publiek. Het is een initiatief van de afdeling Wetenschappen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, praktisch georganiseerd door het wetenschapsdoecentrum Technopolis.

Het Wetenschapsfeest, dat op zaterdag 19 en zondag 20 oktober plaatsgreep in Flanders Expo te Gent, was het gesmaakte startsein voor deze boeiende week. Het werd een bruisende familiehappening met tal van interactieve experimenten en spectaculaire demonstraties, allerhande animatie, wetenschapstheater, wetenschappelijke doe-hoekjes, wetenschapsquiz en nog veel meer. Meer dan 20.000 bezoekers konden gedurende anderhalve dag proeven van wat wetenschap en technologie zoal te bieden heeft. Tal van universitaire teams en onderzoeksinstellingen zegden hun medewerking toe aan dit initiatief en ook VLIZ was er opnieuw van de partij met een heuse ‘zeestand’ in samenwerking met diverse laboratoria.

En dat het uitdragen van wetenschap en technologie naar een groot publiek ook voor Europa een prioriteit is, moge blijken uit de organisatie van een Europese Wetenschaps- en Technologieweek van 4 tot 10 november 2002. De Europese Commissie nodigt iedereen gedurende die week uit om deel te nemen aan lezingen, workshops, wedstrijden in diverse Europese landen. Voor meer informatie over de activiteiten, surf naar http://www.cordis.lu/scienceweek/ of e-mail naar Directoraat-generaal Onderzoek: improving@cec.eu.int
 

1.6. DUMPSITES VAN OORLOGSMUNITIE OP ZEE: HET RECHT OP INFORMATIE

Het is lang een publiek geheim geweest. Alle Europese landen worstelen met historische dumpsites van oorlogsmunitie in hun kustgebieden. Na zowel Wereldoorlog I als II werden immers grote hoeveelheden obussen in zee gedumpt, om het reële risico van ongevallen met achtergelaten munitie op land de kop in te drukken. Ook België dumpte na Wereldoorlog I naar schatting 35.000 ton munitie ter hoogte van de zandbank Paardenmarkt vóór de kust van Heist. Op het eerste zicht lijken we opgezadeld met een gigantische tijdbom op nauwelijks enkele kilometers van onze stranden. Maar is dit wel zo? En hoe kan dit probleem op de veiligste en meest realistische wijze het hoofd worden geboden? Op deze vragen brachten onderzoekers van het Renard Centre of Marine Geology (RCMG) van de universiteit Gent een antwoord in het zomernummer van het VLIZ infoblad ‘De Grote Rede’ (http://www.vliz.be/Nl/Activ/Publicat/grotrede.htm). Wij vinden immers dat ook over netelige kwesties degelijke wetenschappelijke onderbouwing en informering van alle lagen van de bevolking de beste strategieën zijn voor een succesvolle afhandeling. In het verlengde hiervan verscheen tevens een infobrochure kaderend in het onderzoeksprogramma ‘Duurzaam beheer van de Noordzee’ van de federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele aangelegenheden (DWTC) en werd een persconferentie georganiseerd door het Ministerie van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. De brochure en het persbericht zijn beide opvraagbaar via de BMM website (http://www.mumm.ac.be).

We geven u ook graag nog mee dat KIMO, een internationale organisatie die het probleem van mariene munitiedumpsites ter harte neemt, op 27 november een studiedag organiseert met als titel ‘Time Bombs from the Past: The Legacy of Chemical Weapons and Munitions Dumps in the Marine Environment’, en dit in het Ramada Jarvis Hotel, Ayr, Schotland. Meer info op: http://www.zetnet.co.uk/coms/kimo
 

1.7. CONFERENTIE OVER INFORMATIETECHNOLOGIE EN WATERBEHEER

Er is een groeiende nood aan informatietechnologie om het hoofd te bieden aan de uitdagingen van een verantwoord en duurzaam beheer van waterrijke gebieden. Hierbij is het belangrijk dat de nodige instrumenten groeien vanuit een intense samenwerking tussen databeheerders, beleidsvoerders, informatietechnologen en onderzoekers. Vanuit die bekommernis wordt op 25-27 november o.a. het ‘Colour of Ocean Data’ symposium georganiseerd te Brussel (zie hoger en op http://www.vliz.be/En/Activ/Cod/finaanno.htm).

Maar ook in zoetwater- en riviersystemen is het noodzakelijk dat samen wordt gewerkt aan databanken, modellen, data- en informatievisualisering, beleidsondersteunende systemen, enz. Daarom organiseert AECO (de Aquatic Ecology onderzoeksgroep van de Universiteit Gent) op 6 en 7 november e.k. in het Pand te Gent een conferentie over ‘Ecological Informatics Appications in Water Management’. Het volledige programma en praktische modaliteiten zijn terug te vinden op: http://allserv.rug.ac.be/~plgoetha/.
 

1.8. MARITIEME VEILIGHEID BELICHT OP AMRIE CONFERENTIE

De ‘Alliance of Maritime Regional Interests in Europe’ of kortweg AMRIE is in 1993 opgericht als een initiatief van enkele Europese parlementsleden, met als doel de maritieme regionale belangengroepen in Europa een forum te bieden (zie http://www.amrie.org). Onder de ca. vijftig institutionele leden (regionale en lokale overheden, havens, consultants, universiteiten, industrieën, e.d.) vinden we ook de administratie Waterwegen en Zeewezen (AWZ) terug.

Met als thema ‘Maritieme Veiligheid en hieraan gekoppelde Kustbeheerproblemen’ organiseert AMRIE op 7 en 8 november te Lissabon het elfde ‘High Level Conference of Maritime Regional Interests in Europe’. Meer info vindt u op de hoger vermelde AMRIE website.
 

1.9.  DE BLAUWE PLANEET OP HANDEN GEDRAGEN

Wereldwijd krijgen aquaria, wetenschapscentra en dierentuinen jaarlijks miljoenen bezoekers over de vloer. Hierdoor spelen ze een niet te onderschatten rol in het bewust maken van het grote publiek voor de zorgplicht die ieder van ons heeft ten aanzien van onze ‘blauwe planeet’ en de oceanen. Dit besef zette Nausicaa, het bekende Noord-Franse zeeaquarium en –doecentrum, ertoe aan om in 1999 samen met de Intergovernmental Oceanographic Commission (IOC-UNESCO) een meeting te organiseren. In 2002, na de wereldtop van Johannesburg over duurzame ontwikkeling, is het meer dan ooit belangrijk de contacten verder aan te halen. Daarom worden NGO’s, onderzoeksinstellingen, internationale organisaties, de media e.a. geïnteresseerden van 17 tot 20 november 2002 te Boulogne-sur-mer opnieuw rond de tafel gebracht om er te praten met vertegenwoordigers van de belangrijkste musea, aquaria en dierentuinen. Doel is na te gaan hoe de resultaten van de top van Johannesburg kunnen worden vertaald naar bewustmakingsacties via de grote bezoekerscentra. De belangrijkste topics (oceanen en klimaatswijziging, koraalriffen, visserijbeheer, pollutie, kustzonebeheer, e.a.) zullen tevens in de vorm van workshops in de diepte worden behandeld. Meer info via: http://www.nausicaa.fr/RencontreInternationale/GB/RI-IndexGB.htm
 

2.1. OCEAN CHALLENGE EN DE EUROPEAN FEDERATION OF MARINE SCIENCE AND TECHNOLOGY SOCIETIES (EFMS)

Ocean Challenge is het gesmaakte tijdschrift van de Challenger Society for Marine Science (http://www.challenger-society.org.uk). Deze organisatie slaagt erin a.d.h.v. meetings en publicaties het marien wetenschappelijk onderzoek in het Verenigd Koninkrijk en in Europa meer uitstraling te geven. Recent verscheen van Ocean Challenge een speciaal Europees nummer, gepubliceerd in samenwerking met de European Federation of Marine Science and Technology Societies (EFMS). Deze laatste in 1998 in Parijs opgerichte instantie bestaat uit Europese niet-gouvernementele wetenschappelijke instellingen die zich specialiseren in onderzoek en educatie van het mariene milieu (http://www.efmsts.org). Doel van EFMS is om bij te dragen aan de vooruitgang van het Europees marien wetenschappelijk en technologisch onderzoek en verzamelde informatie zo goed mogelijk te verspreiden. In het gezamenlijke nummer van Ocean Challenge komt een breed gamma aan onderwerpen aan bod, zoals: een doorlichting van de European Environment Agency, de nieuwe satelliet Envisat, fish-farming op zee, bodemdieren als indicatoren voor klimaatsveranderingen, oceanen als opslagtanks voor CO2, e.a.

Ook VLIZ verzorgde een bijdrage voor deze joint-issue van Ocean Challenge. Onder de titel ‘Blowing in the wind: the future of wind turbines at sea’ geeft Jan Seys enkele kanttekeningen bij de ontwikkeling van offshore windenergie vanuit een internationale context. Interesse? Stuur dan een e-mail naar jan.haspeslagh@vliz.be en we bezorgen u een kopie van de bijdrage.
 

2.2. TROEP OP HET STRAND EN IN VOLLE ZEE: EEN WERELDWIJD PROBLEEM

Wie nog niet overtuigd is van de ernst van het ‘zwerfvuil’ probleem in oceanen, zeeën en op stranden, moet dringend een kijkje nemen op de ‘Global Marine Litter Information Gateway’. Deze website (http://www.marine-litter.gpa.unep.org), gegroeid uit een samenwerking tussen drie organisaties (het UNEP Global Programme of Action for the Protection of the Marine Environment for Land-based Activities - UNEP GPA, de Zweedse Environmental Protection Agency, de Internationale Maritieme Organisatie - IMO), is dé poort naar een indrukwekkende hoeveelheid informatie over dit wereldwijde fenomeen. En als je de tijd neemt om doorheen de site te surfen kom je te weten waar en wat er zoal ronddrijft, vanwaar de troep afkomstig is, welke schade het kan aanrichten, wat je eraan kunt doen en wat eraan gedaan wordt. Ook vind je er alle nuttige initiatieven wereldwijd, coördinaten van betrokken instanties, een uitgebreide fotodatabank, tal van waardevolle documenten en nog veel meer.

Een greep uit het aanbod als aperitief? Naar schatting 70% van alle zwerfvuil op zee belandt op de zeebodem, de rest drijft of spoelt aan op het strand. Op de Nederlandse zeebodem alleen al zou 8600 ton afval opgehoopt liggen. Doorgetrokken naar de volledige Noordzee goed voor een volume van 600.000 m3! Maar ook ver van stranden en ondiepe kusten heeft de mens zijn afval verspreid: bij een studie uit 1977 in de Middellandse Zee tussen Frankrijk en Corsica werden op 2500 meter diepte niet minder dan 300 miljoen stukken afval aangetroffen. Veel kans dat die er nu nog liggen...
Naar schatting 100.000 zeezoogdieren en zeeschildpadden en 700.000-1.000.000 zeevogels worden jaarlijks wereldwijd slachtoffer (door verstrikking, inslikken van plastics, toxiciteit, ...) van de effecten van zeeafval. En ook het economisch kostenplaatje is gigantisch: geblokkeerde schroeven, schade aan koelwaterinstallaties, ruimingskosten op stranden, kwetsuren bij strandtoeristen, enz.
 

2.3.  LARVALBASE, EEN INFORMATIESYSTEEM OVER VISLARVEN

Het LarvalBase project werd opgestart in 1998, in nauwe samenwerking met het bekende FishBase informatiesysteem (http://www.fishbase.org/search.cfm). Hoewel FishBase een indrukwekkende hoeveelheid informatie bevat over vissen, werd al snel de nood aangevoeld om voor het zogeheten ‘ichthyoplankton’, zeg maar de jongste stadia van deze vissen, een gelijkaardige databank op te bouwen. ICLARM (het International Center for Living Aquatic Resources Management, Manila) en het Institute for Marine Research in Kiel namen het initiatief. BMZ, het Duitse ministerie voor economische samenwerking en ontwikkeling, nam de financiering voor zijn rekening. Wat het resultaat vandaag is, kunt u zelf bewonderen op: http://www.larvalbase.org/frame_oben.htm
 

2.4. WAAROM INSECTEN HET NIET OP DE ZEEËN BEGREPEN HEBBEN

Het is een mysterie. Op land maken de insecten meer dan 75% uit van alle gekende soorten en zijn daarmee veruit de meest talrijke en soortenrijkste groep organismen. Maar van zodra er maar een vleugje ‘zout en zee’ aan te pas komt, laten deze zespotige kriebelbeestjes het massaal afweten. Op volle zee zijn het letterlijk een handvol (5) soorten schaatsenrijders van het genus Halobates die weerwerk weten te bieden aan dit habitat. Waarom wisten slechts uitzonderingen onder de insecten de oceanen – ca. 70% van het aardoppervlak – als leefgebied te veroveren? Bezoek de Marine Insects homepage: http://entomology.unl.edu/marine_insects/marinehome.html en u komt het te weten.
 

2.5. PERSPECTIEVEN  VOOR EEN VERANTWOORDE AQUACULTUUR IN HET NIEUWE MILLENNIUM

De European Aquaculture Society (EAS) is sinds 1976 internationaal actief in het informeren over aquacultuuractiviteiten in Europa (http://www.easonline.org/home/en/default.asp). Daartoe organiseert EAS jaarlijks tal van symposia en studiedagen en verzorgt het heel wat publicaties over dit onderwerp. Zo verschenen recent nog de proceedings van de AQUA 2000 meeting van Nice, getiteld: ‘Perspectives on Responsible Aquaculture for the New Millenium’. Ook kunt u via de website http://www.easonline.org/publications/en/Spcatalogue1.asp de volledige publicatielijst consulteren en desgewenst bepaalde uitgaves bestellen.
 

3.1. BMM WERFT UNIVERSITAIR AAN VOOR ONTWIKKELING EN EXPLOITATIE VAN OPERATIONELE MARIENE MODELLEN

De Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM) is op zoek naar een enthousiast universitair die zich wil toeleggen op de ontwikkeling en exploitatie van operationele mariene modellen. Van de kandidaat wordt een grondige basis in de exacte wetenschappen (fysica, vloeistofmechanica) en een praktische kennis van informatica en Engels gevraagd. Ervaring met modelisatie is uiteraard een pluspunt. Kandidaturen dienen vóór 31 oktober, vergezeld van een cv, te worden geadresseerd aan dr. G.Pichot, BMM, Gulledelle 100, B-1200 Brussel. Bijkomende info kan worden gevonden op http://www.mumm.ac.be of via jobs@mumm.ac.be
 

3.2. MET HET SCHELDEFONDS NAAR EEN DUURZAME ONTWIKKELING VAN HET SCHELDE-ESTUARIUM: VOELT U ZICH GEROEPEN OM HIERIN EEN VOORTREKKERSROL TE SPELEN?

Bent u een enthousiast iemand met goede communicatieve vaardigheden en zoekt u een uitdagende pioniersjob? Houdt u van de Schelde? Dan is onderstaande vacature u op het lijf geschreven. Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) zoekt een deeltijdse (50%) medewerker (m/v) voor het Scheldefonds. De v.z.w. Scheldefonds is een unieke samenwerking tussen de overheid, het bedrijfsleven en de milieuorganisaties in Vlaanderen en Nederland. Onder het motto ‘Samen sterk voor een duurzame ontwikkeling van de rivier’ wil het fonds de economische en ecologische belangen van het Schelde-estuarium aan elkaar koppelen. Dit gebeurt door projecten op het vlak van natuurontwikkeling, natuur- en milieueducatie en voorlichting te ondersteunen. Het Scheldefonds stelt zich ten doel de relatie van bewoners/ondernemingen met hun rivier te versterken en het grote publiek in contact te brengen met de rivier.

Hebt u een academisch werk- en denkniveau en kunt u zelfstandig en creatief werken, dan komt u in aanmerking voor deze functie. U krijgt de verantwoordelijkheid om het Scheldefonds uit de startblokken te krijgen, de dagelijkse leiding ervan waar te nemen, de netwerking en fondsenwerving te verzorgen, de nodige communicatiekanalen op te starten en projecten en activiteiten van het fonds uit te werken. Ons tegenaanbod is een uitdagende job met belangrijke verantwoordelijkheden, baremaschalen van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen en een huisvesting en logistieke ondersteuning op het VLIZ te Oostende (definitieve huisvesting nog te bepalen, waarschijnlijk dichter bij rivier). De initiële duur van de betrekking bedraagt één jaar. Verlenging is mogelijk, evenals snelle doorgroei naar een 100% tewerkstelling.

Interesse? Stuur dan je sollicitatiebrief en cv vóór 15 november 2002 naar Jan Mees, directeur VLIZ, Vismijn Pakhuizen 45-52, B-8400 Oostende of naar info@vliz.be met vermelding ‘Scheldefonds’.
 

3.3. OPROEP PROJECTVOORSTELLEN WETENSCHAPSINFORMATIE 2002

Jaarlijks lanceert de Vlaamse regering een nieuwe oproep tot het indienen van projectvoorstellen wetenschapsinformatie, dit als onderdeel van het jaarlijks actieplan Wetenschapsinformatie en Innovatie. De oproep richt zich tot alle verenigingen, instellingen, hogescholen en universiteiten in Vlaanderen en Brussel en loopt van 15 september tot en met 15 november 2002. Elk initiatief dat kan bijdragen tot het vergroten van de interesse van jongeren of van een andere specifieke doelgroep in wetenschappen en/of technologie kan meedingen naar een financiële ondersteuning. Voor de oproep 2002 is een totaal budget van 744.000 EUR voorzien. Meer informatie, voorbeelden van projecten die in het verleden werden gehonoreerd of de deelnemingsformulieren vindt u op de website: http://www.innovatie.vlaanderen.be/knap/oproep2002. Bijkomende informatie kan telefonisch worden opgevraagd bij liliane.moeremans@wim.vlaanderen.be
 

3.4. POSTDOC POSITIE VOOR ECOLOOG AAN HET NIOZ TEXEL

Het Departement Mariene Ecologie van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) zoekt voor zijn vestiging in Texel, een postdoc voor een termijn van 3 jaar. De kandidaat dient een doctoraat te kunnen voorleggen m.b.t. de fysiologie van mariene ongewervelden. Het betreffende project is getiteld: ‘Dynamic energy budgets of marine invertebrate organisms in relation to the geographical distribution of their populations: a comparative, phylogenetic approach’. Meer info kan verkregen worden via het departementshoofd dr. Jaap van der Meer (meer@nioz.nl; Tel: +31/(0)222-369 357).
 

4.1. TWEEDE FASE WINDPARKPLANNEN IN BELGISCHE ZEEWATEREN

Het lijkt windstil te zijn geworden in de dossiers rond de ontwikkeling van windmolenparken op zee. Maar schijn bedriegt. Van de vier in 2001 ingediende projectvoorstellen (zie http://www.vliz.be/Docs/Groterede/p02_07.pdf) is finaal slechts één weerhouden. Voor dit project van de groep Seanergy (Electrabel nv en Ondernemingen Jan De Nul) van 50 turbines van elk 2 MW op de Vlakte van de Raan verleende minister Aelvoet in juni 2002 een milieuvergunning. Desondanks is bouwen nog niet direct aan de orde, mede door het feit dat diverse lokale besturen, de provincie Zeeland en de visserijsector bij de Raad van State beroep hebben aangetekend tegen het geplande windpark.

De tegenkantingen vanuit de toeristische hoek, de visserijsector, de scheepvaart en de ecologie om te bouwen dicht onder de kust lijken inmiddels te leiden tot nieuwe initiatieven verder op zee. Zo is de Thorntonbank – na suggesties vanuit diverse hoeken om daar te bouwen in plaats van op de Vlakte van de Raan – nu het toneel voor twee nieuwe aanvragen (één vanwege SPE/Shell, één door C-Power) en diende Fina Eolia (een filiaal van de oliegroep TotalFinaElf) na eerdere weigering een nieuw voorstel in voor een windpark ten noorden van de Vlakte van de Raan. Hoe die voorstellen binnen de geijkte procedure (http://www.mumm.ac.be/Downloads/procedure_nl.pdf) zullen worden beoordeeld, zal in de toekomst blijken.
 

4.2. BELGISCHE KUST BETER BESCHERMD TEGEN OLIE

De Belgische kust ligt aan één van de allerdruktste vaarroutes ter wereld. Hierdoor bestaat er niet alleen een voortdurend risico op accidentele olieverontreiniging, maar zijn ook operationele kleinere, illegale lozingen steeds weer aan de orde van de dag. Het Bonn-Akkoord (http://www.bonnagreement.org/) regelt de wederzijdse hulpverlening bij oliebestrijding tussen de ondertekenende landen (België, Denemarken, Europese Gemeenschap, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Noorwegen, Zweden, Verenigd Koninkrijk). Volgens dit akkoord dient elke kuststaat over eigen oliebestrijdingsmiddelen te beschikken. Daar waar België reeds sinds juni 2001 over aanzienlijke middelen (vlottende dammen, scrapers, opslagtanks) beschikte om vervuiling op zee te bestrijden, werd vorige maand een nieuwe aankoop van ca. 2,1 miljoen EUR aan mechanische en chemische oliebestrijdingsmiddelen gerealiseerd. Hierdoor kan België tot 1.000 ton olie in zee onschadelijk maken, maar ook operaties in het strandwater uitvoeren. Het zwaardere materiaal is ondergebracht in de haven van Oostende en zal worden ingezet via de afdeling Vloot van de Vlaamse Gemeenschap en de marine-component van Defensie. Het lichtere materieel ligt opgeslagen in het depot van de Civiele Bescherming te Jabbeke.

Op 7 september werd een geslaagde oefening gehouden met het nieuwe materieel. Deze vloeide voort uit de intense samenwerking tussen de diensten van de federale minister van Leefmilieu, BMM, Landsverdediging, de Civiele Bescherming, afdeling Vloot van de Vlaamse Gemeenschap, de provincie West-Vlaanderen en het Oostends Havenbedrijf, dit alles gecoördineerd door het federale ministerie van Leefmilieu. Bij een ramp op zee wordt het Rampenplan Noordzee, geleid door de Gouverneur van West-Vlaanderen, in werking gesteld. Het operationele commandocenter van de Marine (COMOPSNAV) in Zeebrugge is het internationaal contactpunt voor het Bonn-Akkoord. De BMM speelt in deze hoofdzakelijk een rol als wetenschappelijk adviseur voor milieukwesties en verleent bijstand zowel vanuit de lucht als vanop het water (http://www.mumm.ac.be/NL/Management/Emergencies).
 

4.3. KUSTEN LAGE LANDEN ONTVANGEN HOOGSTE UITSTOTEN VAN ZWAVEL, STIKSTOF, KOOLWATERSTOFFEN EN FIJN STOF TEN GEVOLGE VAN DE ZEESCHEEPVAART

Dit blijkt alvast uit een rapport (‘Quantification of emissions from ships’) dat in opdracht van de Europese Commissie door de Britse consultant ENTEC werd gemaakt en o.a. via de ZEEMAIL van Stichting De Noordzee wereldkundig werd. Niet alleen volgt hieruit dat zonder maatregelen zeeschepen in 2010 ruim de helft van alle zwavel (68%) en stikstof (55%) luchtvervuiling op het land voor hun rekening nemen. Ook tonen de kaarten in het rapport dat de hoogste uitstoten van zwavel, stikstof, koolwaterstoffen en fijn stof vóór de kusten van België en Nederland te vinden zijn. Zowel het bewuste rapport als meer info over het onderwerp luchtverontreiniging door zeeschepen zijn te vinden op http://www.noordzee.nl/scheepvaart/.
 

4.4. DOCTORAATSVERDEDIGINGEN e.a.

We zouden het erg op prijs stellen als alle onderzoekers die de datum van hun verdediging reeds kennen, of postuum het resultaat van de verdediging willen kenbaar maken, dit zouden laten weten aan jan.seys@vliz.be

We willen graag beide kersverse doctors feliciteren met de geleverde prestaties!
 

5. VRAAGBAAK DE  ‘ZEELOODS’

Via deze rubriek kan iedereen oproepen lanceren voor samenwerking, gezamenlijk gebruik van materiaal, vraag naar levende en andere monsters, enz. De informatie dient gestuurd te worden naar Jan Seys. We nemen het bericht op in de vraagbaak van één van de volgende VLIZINES.

_________

DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ.  Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt.
Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden.

COPYRIGHT
Copyright © 2001 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd naar derden.

LID WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website (http://www.vliz.be)
 
 
 

--
VLIZ
Vlaams Instituut voor de Zee vzw
Flanders Marine Institute
Vismijn
Pakhuizen 45-52
B-8400 Oostende
Tel. +32-(0)59-34 21 30
Fax +32-(0)59-34 21 31
http://www.vliz.be

The Colour of Ocean Data
Brussels, Belgium, November 25-27, 2002
http://www.vliz.be/cod