![]() |
VLIZINE jrg. 4, nr. 4-5 (april-mei 2003) Hét e-zine met praktische informatie over
onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene
wetenschappers. V.U.: Jan Mees |
Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit
e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks-
en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden
wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe
projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag
ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht
bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te schrijven, stuur een e-mail
naar info@vliz.be met in de subjectline:
‘unsubscribe VLIZINE’. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding: ‘subscribe
VLIZINE’. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.
1.
Kalender
1.1. Een evenementengolf aan de Vlaamse kust:
‘Oostende voor Anker’ en ‘2003 Beaufort’
1.2. De ‘Week van de
Zee’ gaat de Europese toer op?
1.3. Wrak van
Tricolor wordt verwijderd, de zeevogelnachtmerrie doorgespoeld
1.4. De
gevolgen van klimaatswijzigingen op de Noordzee
1.5. Luchtkwaliteit
over de Vlaams-Franse grenzen heen
1.6. De economische
kosten van de degradatie van zeebiotopen: het MARE DASM
symposium
1.7. De herstelde IJzermonding officieel
ingehuldigd op 2 april
1.8. Succesvolle e-conferentie over mariene
biodiversiteit: ‘MARBENA’
1.9. Teledetectie
brengt evolutie kustzones in kaart
2.
Publicaties
2.1. Over afval en ‘afval’ op het
strand
2.2. Nieuwe fietskaarten van Vlaamse kust en
Schelde
2.3. De verspreiding van zeedieren en de
implicaties hiervan voor de inrichting van marien beschermde
gebieden
2.4. Enkele Nederlandse ‘water-websites’ kort
aan u voorgesteld
3.
Vacatures/beurzen/fondsen
3.1. Op zoek
naar een visserijjob in verre oorden?
4. Varia
4.1.
Belgische offshore windmolens: een stand van zaken
4.2.
Ruimtegebruik in het Belgisch deel van de Noordzee: de projecten ‘GAUFRE’ en
‘BALANS’
4.3. Nieuws van het schepenfront… klein en
groot
4.4. Losse waarnemingen van
zeezoogdieren
4.5. Doctoraatsverdedigingen
e.a.
5. Vraagbaak de
‘Zeeloods’
1.1. EEN EVENEMENTENGOLF AAN DE VLAAMSE KUST: ‘OOSTENDE VOOR ANKER’ EN ‘2003 BEAUFORT’
Met de zomer in aantocht valt er weer heel wat extra te beleven aan onze Vlaamse kust. Na de ‘Week van de Zee’, die van 25 april tot eind mei al voor de zevende keer georganiseerd wordt door het provinciebestuur West-Vlaanderen, is het van 22 tot en met 25 mei tijd voor een vierde editie van ‘Oostende voor Anker’. Dit festival van de Noordzee, de scheepvaart, de visserij, de botenbouw, de yachting en de maritieme tradities en ambachten, staat dit jaar in het teken van de Vikingen. Er zijn muziekoptredens gepland, demonstraties van ambachten en van het dagelijkse Vikingleven, maritieme marktjes en heuse landingen van Vikingen op het Klein Strand. En bovenal zijn er ook dit jaar weer heel wat indrukwekkende schepen (in totaal meer dan 100!) te bezichtigen. Nieuw is dat vele schepen nu ook tochten zullen maken op zee en dat er zeil- en roeiwedstrijden worden georganiseerd. Voor het volledige programma verwijzen we naar http://www.oostendevooranker.be.
En voor wie het nog niet wist, met ‘2003 Beaufort:
kunst aan zee’ waait er dit zomerhalfjaar ook een gunstige artistieke wind over
onze kustlijn. Van 6 april tot 28 september wordt de Vlaamse kust een
internationaal kunstwerk. Uit de hele wereld zijn gerenommeerde kunstenaars met
hun visies en beelden neergestreken in verschillende kustgemeenten. En in het
PMMK, het Museum voor Moderne Kunst te Oostende, wordt een bloemlezing gebracht
van de mooiste zeegezichten uit de 19de en 20ste eeuw (‘Marines in
confrontatie’). Het volledige programma van ‘2003 Beaufort’ is te vinden op http://www.2003beaufort.be
1.2. DE ‘WEEK VAN DE ZEE’ GAAT DE EUROPESE TOER OP?
De zee, het strand en de duinen zijn niet alleen een ideale vakantieomgeving. Je kunt er ook heel veel leerrijks ontdekken. Vanuit die achtergrond ontstond zeven jaar terug in Vlaanderen de ‘Week van de Zee’. Dit jaar organiseert het provinciebestuur West-Vlaanderen dit evenement reeds voor de zevende keer. Het initiatief begon destijds kleinschalig voor basisscholen aan de middenkust maar groeide de jongste jaren uit tot een grootschalig evenement gespreid over een volle maand, met aandacht voor natuur en milieu aan heel de kust. Waar vroeger enkel de schoolgaande jeugd werd aangesproken, zijn nu ook de gezinnen en de toeristisch-recreatieve sector betrokken. Ook het VLIZ draagt opnieuw zijn steentje bij, door gedurende een week klassen mee te nemen aan boord van het onderzoeksschip de Zeeleeuw, voor een educatieve trip. Gezien ook buiten de periode van de Week van de Zee scholen, verenigingen en geïnteresseerden de kustbiotoop wensen te ontdekken, werd de brochure ‘NME aan Zee’ samengesteld: 135 bladzijden boordevol info over wandelingen, fietstochten, workshops, veldwerk, cursussen en vormingen, bezoekerscentra, musea en specifieke projecten. Voor meer informatie kan men steeds terecht bij de Dienst Natuur- en Milieueducatie, Provinciehuis Boeverbos, Koning Leopold III-laan 41, 8200 Sint-Andries, tel. 050 40 33 11, e-mail: nme@west-vlaanderen.be en www.weekvandezee.be
Het fenomeen waarbij zee, strand en duinen in de
schijnwerpers worden geplaatst, is grotendeels overgenomen in Nederland. Daar is
men aan zijn tweede uitgave toe, met als belangrijkste publiekstrekker het
Zoutbus Zeefestival: een oude Engelse dubbeldekker doet zeven plaatsen langs de
Nederlandse kust aan en vormt het middelpunt van heel wat activiteiten. Ook
worden op tal van plaatsen discussies over kustveiligheid in relatie tot wonen,
werken, recreatie en natuur gevoerd onder de titel ‘Zwakke schakels, sterke
toekomst’ (http://www.weekvandezee.nl).
Intussen worden ook in Frankrijk stappen genomen om een Week van de Zee te
lanceren en heeft Engeland eveneens interesse betoond. Het ziet er dus naar uit
dat de Week van de Zee de Europese toer op gaat…
1.3. WRAK VAN TRICOLOR WORDT VERWIJDERD, DE ZEEVOGELNACHTMERRIE DOORGESPOELD
De voorbereidingen voor de verwijdering van het wrak van de Tricolor zijn volop aan de gang. Op 11 april tekenden Wilh. Wilhelmsen (optredend voor de eigenaar van de Tricolor) en ‘Combinatie Berging Tricolor’ (een consortium van bergingsbedrijven) een contract voor de lichting van het wrak en de cargo van het op 14 december 2002 gezonken autocargoschip. Bedoeling is het wrak met een speciaal diamantdraad-snijsysteem in secties te scheiden. Deze onderdelen zullen vervolgens op een ponton worden gehesen en in Zeebrugge aan de wal gezet en ontmanteld. De hele operatie zou idealiter eind augustus moeten zijn afgelopen. Tijdens de operaties wordt een antipollutie schip ter plaatse stand-by gehouden voor in geval olie of andere schadelijke stoffen zouden lekken (http://www.gard.no/).
Intussen zijn de gevolgen van de olieramp met de
Tricolor bekend en binnenkort te lezen in een bijdrage van het infoblad ‘De
Grote Rede’. Hierop vooruitlopend kan gesteld worden dat: (1) de opruiming
van de olie op de stranden een kleine 1 miljoen euro heeft gekost; (2)
niettegenstaande de voorzorgsmaatregelen de olie is binnengedrongen in de
kwetsbare kustnatuurgebieden en (3) naar schatting 35.000 zeevogels door deze
ramp werden getroffen. Van de in België nog levend aangespoelde slachtoffers kon
door de goede zorgen van niet minder dan 2000 vrijwilligers toch nog 10-15%
worden gered. Alle losgemaakte emoties van de januari- en februaridagen kunnen
op 24 mei overigens nog eens met elkaar worden gedeeld ter gelegenheid van een
bedankingsfuif, georganiseerd door Claude Velter en het ‘Oostendse olieteam’. De
fuif gaat door in Duin en Zee en wordt om 20 uur ingezet met een
bedankingsreceptie vanwege Stad Oostende. Vrijwilligers, welkom!
1.4. DE GEVOLGEN VAN KLIMAATSWIJZIGINGEN OP DE NOORDZEE
De vraag of er zich een klimaatswijziging voordoet,
stelt zich niet langer. Wel de vraag hoe deze klimaatswijziging onze veiligheid
en het natuurlijk evenwicht zullen beïnvloeden. Om geïnteresseerden een antwoord
te bieden op deze laatste vraag organiseert de North Sea Commission Environment
Group op 13-14 november 2003 te Leeuwarden een conferentie over het thema.
Topics die zeker aan bod zullen komen zijn: een overzicht van de verwachte
gevolgen van klimaatswijziging, mogelijkheden en bedreigingen uitgaand van
veranderingen in de verscheidenheid van levensvormen en geïntegreerde
ruimtelijke planning en het proces van klimaatswijziging op Noordzeeschaal. Meer
informatie kan verkregen worden via Hans van Meerendonk, Provincie Friesland
(+31 58 292 5402; j.h.vanmeerendonk@fryslan.nl),
bij Per Hörberg, North Sea Commission Environment Group (+46 33 17 48 26; per.horberg@vgregion.se) of via de
website http://www.northsea.org.
1.5. LUCHTKWALITEIT OVER DE VLAAMS-FRANSE GRENZEN HEEN
Voor wetenschappers en ambtenaren betrokken bij de
ruimtelijke ordening, maar ook voor professionelen in de gezondheidssector en de
gewone burger, is het belangrijk te weten hoe het gesteld is met de
luchtkwaliteit aan weerszijden van de Frans-Vlaamse grenzen. Hiertoe werd recent
een Frans-Vlaams Interreg III project ‘EXPER/PF’ gelanceerd, waarin ook het VLIZ
participeert. Bedoeling is op basis van metingen een grensoverschrijdende
databank aan te maken, die vrij kan geconsulteerd worden en die een vergelijking
tussen meetwaarden op diverse plaatsen perfect mogelijk maakt. In het kader van
dit project organiseert APPA-Nord-Pas de Calais op 11 juni e.k. in Rijsel een
colloquium over de luchtkwaliteit in termen van fijne stofdeeltjes en hun
invloed op de volksgezondheid. Alle informatie over het project en het
colloquium vindt u op de website http://www.appanpc-asso.org/experpf/index.htm.
1.6. DE ECONOMISCHE KOSTEN VAN DE DEGRADATIE VAN ZEEBIOTOPEN: HET MARE DASM SYMPOSIUM
Op 12-13 juni e.k. vindt aan de universiteit Gent
een symposium plaats over de economische kosten van mariene degradatie en de
compensatie van deze ecologische schade. Hoe wordt die geregeld, wat zijn de
nationale en internationale juridische beperkingen en wat
heeft de burger ervoor over? Het symposium is getiteld
‘Marine resource damage assessment, liability and compensation’ en zoomt in op
de resultaten van het gelijknamige interdisciplinaire project MARE DASM. Meer
info m.b.t. programma en registratiewijze vindt u op: http://www.law.rug.ac.be/intpub/maritiem_instituut/colloquia_en.html
of via info@semico.be
1.7. DE HERSTELDE IJZERMONDING OFFICIEEL INGEHULDIGD OP 2 APRIL
Op 2 april 2003 was het zover. Een ‘herstelde’ IJzermonding werd officieel ingehuldigd door Vlaams Minister voor Leefmilieu Vera Dua. Met dit tot dusver meest grootschalige natuurherstelplan ooit gerealiseerd in Vlaanderen, komt het Vlaams Gewest tevens tegemoet aan haar internationale verplichtingen inzake natuurbehoud. De ‘IJzermonding’ werd immers aangeduid als Europees Vogelrichtlijngebied en als kandidaat Habitatrichtlijngebied.
De voorgeschiedenis van het gebied was nochtans
minder fraai. De natuurlijke habitats van slikken, schorren en duinen langs het
enige estuarium dat onze kust ‘rijk’ is, kende immers in de loop van de 20ste
eeuw een geschiedenis van voortdurende inkrimping. Rond 1995 was de westelijke
oever nagenoeg volledig ingenomen door bebouwing, terwijl langs de oostelijke
oever nog slechts een smalle strook slik en schor overbleef. Maar het tij keerde
in 1992, toen bekend raakte dat een aantal militaire domeinen – waaronder de
oude marinebasis van Lombardsijde – zou worden vervreemd. Tien jaar later is de
gefaseerde uitvoering van de natuurherstelwerken voltooid, zijn overtollige
(militaire) gebouwen, dokken en kaaien ontmanteld, 300.000 m3 gestorte
grondspecie afgevoerd en het terrein geherprofileerd. Daarenboven wordt
bijzondere aandacht besteed aan het ontsluiten van dit natuurgebied voor
wandelaars en fietsers. Iedereen is dus welkom om van de rust en natuurpracht te
komen meegenieten.
1.8. SUCCESVOLLE E-CONFERENTIE OVER MARIENE BIODIVERSITEIT: ‘MARBENA’
Van 7 tot 20 april 2003 vond de derde MARBENA
e-conferentie plaats. In deze editie werden verschillende onderwerpen i.v.m.
mariene biodiversiteit in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee over het internet
bediscussieerd. Deze sessie was ongemeen populair met 689 deelnemers, uit 57
landen wereldwijd. Christos Arvanitidis en Anastasios Eleftheriou zaten de
conferentie voor, terwijl het VLIZ de website en het forum 'hoste'. Tijdens de
tweede week was er een gezamenlijke conferentie met Bioplatform. De levendige
debatten van in totaal 65 deelnemers resulteerden in 240 boodschappen. Kennelijk
spaarden onderzoekers tijd noch moeite om via dit medium beleidsmensen en het
grote publiek hun ideeën en noden m.b.t. onderzoek naar en behoud van mariene
biodiversiteit kenbaar te maken. De e-conferentie was daarom in alle opzichten
een succes. Zo konden maar liefst 33.700 hits op de MARBENA website worden
opgetekend. De resultaten van deze e-conferentie worden voorgelegd op de
bijeenkomst van het Europees bioplatform voor marien biodiversiteitsbeleid in
Molyvos (onder het Griekse EU voorzitterschap). Voor alle informatie kan je nog
steeds terecht op: http://www.vliz.be/marbena. De
samenvattingen van de discussies en de proceedings vind je op http://www.vliz.be/marbena/summaries.htm.
Ook op deze website zullen zeer binnenkort de volgende drie MARBENA conferenties
aangekondigd worden: in juni 2003 wordt er parallel gediscussieerd over mariene
biodiversiteit in de Baltische Zee, de Zwarte Zee en de Zuidelijke Middellandse
Zee.
1.9. TELEDETECTIE BRENGT EVOLUTIE KUSTZONES IN KAART
Van 2 tot 5 juni vindt in Het Pand (Onderbergen 1, 9000 Gent) het 23ste internationaal symposium plaats van EARSeL, de Europese associatie van onderzoeksgroepen actief in de teledetectie (http://www.earsel.org). Het symposium biedt een platform waar onderzoekers hun recentste onderzoek voorstellen aan collega’s en aan andere spelers uit de markt van de geografische informatiesystemen. De teledetectietechnieken lenen zich voor allerlei wetenschapsdisciplines en laten toe om aspecten als vegetatie, evolutie van zeeën en oceanen, ijs- en sneeuwlagen in kaart te brengen. Al deze toepassingen van de teledetectie, evenals de technische en methodologische aspecten van het onderzoek, worden op het symposium toegelicht door internationale specialisten. Twee onderwerpen worden aansluitend op het symposium dieper uitgewerkt. Tijdens workshops op 6 en 7 juni wordt aandacht besteed aan het gebruik van teledetectie bij het onderzoek naar bosbranden en de evolutie van kustzones. Het symposium wordt georganiseerd door de vakgroep Geografie van de Universiteit Gent en wordt gesponsord door de ESA, de Europese Commissie en de Raad van Europa, de drie organisaties die in 1977 mee aan de basis van EARSeL lagen.
Meer info: Prof. dr. Rudi Goossens, Vice-voorzitter
EARSeL, Vakgroep Geografie, Krijgslaan 281 – S8, Gent, Tel. +32 9 264 47 09;
E-mail: Rudi.Goossens@UGent.be
2.1. OVER AFVAL EN ‘AFVAL’ OP HET STRAND
Wie regelmatig op het strand loopt, weet dat de kustgemeentes hun uiterste best doen om propere stranden aan te bieden aan de strandbezoeker. Daartoe worden steeds vaker speciaal hiervoor ontworpen strandreinigingsmachines ingezet. Op het eerste zicht allemaal prima, zult u zeggen. Toch stellen zich heel wat vragen. Zo kunnen deze machines geen onderscheid maken tussen echt afval (blikjes, plastic, isomo, e.d.) en natuurlijk aanspoelsel (wieren, schelpjes, krabbenschildjes, enz.). Hierdoor komen kinderen op zeeklas – maar ook vele andere speurneuzen – bedrogen uit als ze tevergeefs op zoek gaan naar allerlei strandvondsten. Het strand wordt immers herleid tot zand en niets meer. Maar ook bij de verwerking van dit ‘strangevuulte’ kan niet langer selectief tewerk worden gegaan en verdwijnt een massa natuurlijk materiaal in de verbrandingsovens. Een beetje als zou men de dode bladeren samen met het zwerfvuil uit de bossen halen en samen opstoken... Een evenwichtiger strandreiniging zou er kunnen in bestaan intensieve en aselecte mechanische reiniging nog enkel toe te staan op de meest toeristische stranden in het zomerseizoen. Buiten deze zones en tijdens het winterhalfjaar zou handmatig en selectief verwijderen van het echte (kunstmatige) zwerfvuil moeten kunnen volstaan.
Om dit alles te situeren maakten het
Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer (GBKG) en VLIZ, in opdracht
van de Taakgroep GBKG, een informatieve folder die op 13 mei officieel werd
voorgesteld. Wil je meer vernemen over de aanpak van afvalverwijdering van het
strand, dan kan de folder steeds gedownload worden via de VLIZ website (http://www.vliz.be/Nl/Activ/Publicat/FolderArch.htm).
Voor de geïnteresseerden kunnen we al aankondigen dat dit onderwerp ook nog
verder wordt uitgespit in het juni-juli nummer van de ‘Grote Rede’, het gratis
infoblad over kust en zee.
2.2. NIEUWE FIETSKAARTEN VAN VLAAMSE KUST EN SCHELDE
Wie graag fietst, zal ongetwijfeld interesse tonen
voor een nieuw stel fietskaarten, zopas verschenen en te verkrijgen bij grotere
boekhandels en toeristische diensten. Auteur Pierre Tavernier, een fervent
recreatief fietser en natuurgids uit Gistel, werkte er jaren aan om een groen
fietsroutenetwerk uit te tekenen voor gans West-, Oost-, Zeeuws- en een stuk van
Frans Vlaanderen. Niet minder dan 130 fietstochten zijn terug te vinden op
overzichtelijke en fraai uitgegeven kaarten. Door de grote schaal (1:50.000), de
aanduiding van de belangrijkste straatnamen en veel randinfo (natuur- en
streekinformatiecentra, kinderboerderijen, fietsvriendelijke tavernes, enz…) is
het een aanrader voor elke recreatieve fietser die bijvoorbeeld de kustpolders
of het Scheldeland wil verkennen. Wil je er meer over vernemen, surf dan naar:
http://www.fietskaart.be.
2.3. DE VERSPREIDING VAN ZEEDIEREN EN DE IMPLICATIES HIERVAN VOOR DE INRICHTING VAN MARIEN BESCHERMDE GEBIEDEN
Het aprilnummer van MPA-news, een internationale nieuwsbrief handelend over marien beschermde gebieden (http://www.mpanews.org), zoomde in op de verspreiding van zeedieren en hoe die een invloed kan en zou moeten hebben op de instelling en het beheer van marien beschermde gebieden. Immers, om te komen tot een gedegen bescherming van zeeorganismen is het van belang te weten hoe de jongen of larven (vaak de meest mobiele stadia) zich verplaatsen. Doorgaans gingen wetenschappers ervan uit dat de meeste larven te nietig en te klein zijn om op te kunnen tornen tegen zeestromingen en dus de speelbal zijn van deze laatste. Recent onderzoek o.a. door Palumbi & Warner (Science 299, januari 2003: ‘Why Gobies Are Like Hobbits?’: te consulteren in VLIZ mediatheek) toont echter aan dat nogal wat larven er wel degelijk in slagen in de buurt van hun geboortegronden te blijven en dus te bepalen waar ze verder willen opgroeien.
Dit betekent dat voor deze soorten een lokale
bescherming (in de vorm van ‘gesloten gebieden’, of andere vormen van ‘marien
beschermde gebieden’), hoe klein ook, effect kan hebben op de populatiesterkte
binnen dit gebied. En vanuit deze gebieden kan zo een meeropbrengst ontstaan
voor vissers die in de buurt actief zijn. Voor soorten waarvan de larven veel
mobieler zijn zal lokale bescherming veel minder effect ressorteren en zullen
deels andere strategieën moeten worden uitgewerkt.
2.4. ENKELE NEDERLANDSE ‘WATER-WEBSITES’ KORT AAN U VOORGESTELD
Nederland heeft veel water en navenant ook nogal wat websites die informatie bieden over dit medium. We sprokkelden enkele sites bijeen, die betrekking hebben op zee en kust, allen gegroeid in de schoot van Rijkswaterstaat:
Rijkswaterstaat (RWS: http://www.rijkswaterstaat.nl) werkt
als uitvoeringsorgaan van het ministerie van Verkeer en Waterstaat o.a. aan de
bescherming tegen overstromingen en aan schoon en voldoende water voor alle
gebruikers. Ook staat het in voor een goede doorstroming van het waterverkeer.
Twee van zijn specialistische diensten, namelijk het Rijksinstituut voor Kust en
Zee (RIKZ: http://www.rikz.nl) en het
Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA: http://www.riza.nl), vervullen hierin een
bijzondere rol. RIKZ levert adviezen en gegevens voor een duurzaam gebruik van
riviermondingen, kust en zee, en onderhoudt en verspreidt daartoe de kennis en
gegevens.
Het RIZA onderzoekt en adviseert
op het gebied van integraal (zoet)waterbeheer en
het herstel van watersystemen, en over vergunningen voor
lozingen van afvalwater.
Ten behoeve van de informatiebehoefte bij
beleidsmakers en waterbeheerders worden meetprogramma’s ontwikkeld die de
heersende vragen zo goed mogelijk moeten kunnen beantwoorden. Veel info zit
vervat onder de vlag van het landelijke watermonitoringsprogramma MWTL, dat
sinds de jaren ’70 bouwt aan meetreeksen van fysische, chemische, biologische en
morfologische aspecten van watersystemen. Deze gigantische hoeveelheid aan
basisgegevens (ca. 1 miljard data) is opgeslagen in de centrale databank DONAR
(‘Data Opslag Natte Rijkswaterstaat’). DONAR is consulteerbaar via http://www.watermarkt.nl en http://www.waterbase.nl. Meer specifieke
informatieproducten deels hieruit afgeleid zijn o.a. sites met info over getij
(http://www.getij.nl), golfklimaat (http://www.golfklimaat.nl), kengetallen uit
de RWS-monitoring (http://www.waterstat.nl), real-time
hydrometeo-info (http://www.actuelewaterdata.nl),
stormvloed- waarschuwingsberichten (http://www.svsd.nl) en andere. Enkele interessante
buitenbeentjes zijn de site met heel waardevolle info over ecologisch herstel
van kustwateren (http://www.ecologisch-herstel.nl) en
een website m.b.t. de overstromingsramp van 1953 (http://www.delta2003.nl). Voor een vollediger
overzicht zie http://www.rijkswaterstaat.nl, onder
‘Water’ of http://www.waterland.net
3.1. OP ZOEK NAAR EEN VISSERIJJOB IN VERRE OORDEN?
Voelt u zich aangetrokken tot een ‘exotische’ job
in de sfeer van de visserijwetenschappen, de aquacultuur, de zeevisindustrie of
het visserijbeheer? Dan is http://www.onefish.org misschien wel iets voor
u. Deze portaalsite is een initiatief van SIFAR (Support unit for International
Fisheries and Aquatic Research), een afdeling van FAO. Ze verstrekt naast heel
wat informatie over visserij en aquatisch onderzoek, ook nogal wat
jobaanbiedingen gaande van pure onderzoeksjobs tot verantwoordelijke functies
binnen internationale organisaties. Je klikt gewoon ‘Job Opportunities’ aan en
kiest vervolgens de korte jobomschrijving die je het meest interesseert.
Misschien wil je wel ingaan op de vacature voor een vistaxonoom in Noorwegen of
zint het je wel om stock assessments te gaan uitvoeren op de Falklands?
4.1. BELGISCHE OFFSHORE WINDMOLENS: EEN STAND VAN ZAKEN
De eerste aanvragen voor een domeinconcessie voor
de bouw van windmolenparken in zee dateren intussen al van ruim twee jaar
geleden. Toch lijkt het erop dat windmolens ook in de meest nabije toekomst nog
geen deel zullen uitmaken van het Belgisch deel van de Noordzee. Een stand van
zaken:
4.2. RUIMTEGEBRUIK IN
HET BELGISCH DEEL VAN DE NOORDZEE: DE PROJECTEN ‘GAUFRE’ EN
‘BALANS’
Een toenemende druk op het Noordzeemilieu doet de
roep voor een degelijk ruimtelijk beleid op zee steeds luider klinken. Een
gewogen en gedragen beleid, waarbij de diverse functies (visserij, zandwinning,
windenergie, natuur, toerisme, scheepvaart, e.a.) aan bod komen zonder elkaar al
te veel voor de voeten te lopen, is slechts mogelijk als die ontwikkeld wordt in
overleg tussen functies en sectoren en gestoeld is op goede basisgegevens. Twee
recent opgestarte onderzoeksprojecten in het kader van het federale Plan voor
wetenschappelijke Ondersteuning van een beleid gericht op Duurzame Ontwikkeling
(PODO) willen alvast de (zee)koe bij de figuurlijke hoorns vatten en een
wetenschappelijke basis leggen hiervoor. Binnen het project BALANS (‘Balancing
Impacts of Human Activities in the Belgian Part of the North Sea’: 2002-2006)
wil men tot een concept van evenwichtsmodel komen om de economische, ecologische
en sociale aspecten van activiteiten op zee in te schatten in een context van
duurzaam beheer van de Noordzee. Nadruk ligt hierbij op de zeevisserij en zand-
en grindontginning. Binnen GAUFRE (‘Towards a Spatial Structure Plan for
Sustainable Management of the Sea’: 2003-2004) wordt dan weer gewerkt aan een
ruimtelijke structuurplanning voor het Belgisch deel van de Noordzee.
Coördinator van beide projecten is het Maritiem Instituut van de Gentse
universiteit, die voor beide projecten samenwerkt met een team van onderzoekers
en eindgebruikers uit diverse instellingen en universitaire onderzoeksgroepen.
Wilt u er meer over weten? Surf dan naar: http://www.maritieminstituut.be,
onder ‘Current projects’.
4.3. NIEUWS VAN HET SCHEPENFRONT… KLEIN EN GROOT
Eind maart vertrok de Union Manta, de laatste telg van de in Antwerpen gevestigde Unie van Redding en Sleepdienst nv (URS: http://www.urs.be), voor haar maiden trip. Deze nieuwe ‘ocean anchor handling tug’ (ingezet o.a. om ankers van offshore installaties te plaatsen) is met haar 75 m lengte tevens het grootste schip van de 46 schepen tellende URS-vloot.
Van een veel kleiner formaat is het veerbootje dat
sinds dit voorjaar opnieuw een veerverbinding vormt over de Oostendse havengeul.
Na een periode van afwezigheid kunnen passanten allerhande dus opnieuw deze
korte en leuke trip meemaken mits een kleine vergoeding (1,5 EUR per overvaart,
1,2 EUR voor groepen vanaf 12 personen; 0,5 EUR per fiets). De overzet werkt van
10 tot 18 uur elk weekend, feest- en brugdag tot en met oktober en doorlopend
tijdens de pinksterweek 7-15 juni en de maanden juli-augustus.
4.4. LOSSE WAARNEMINGEN VAN ZEEZOOGDIEREN
Tussen eind maart en begin mei waren de Bruinvissen
weer opvallend goed vertegenwoordigd in onze kustwateren. Op zee waren er tal
van waarnemingen en op 22 maart werden door verschillende personen 3 exemplaren
gedurende een uur zwemmend waargenomen tussen de twee Oostendse havenpieren. Ook
spoelden op 22-23 maart drie dode Bruinvissen aan respectievelijk op de stranden
van Duinkerke, De Panne en De Haan. Minstens van één exemplaar wordt vermoed dat
het gestorven is door verstrikking in een visnet. Daarnaast was er ook de
merkwaardige vondst van een volwassen mannetje Potvis, die op 27 maart nog
levend werd aangetroffen op het strand van Oye-Plage (tussen Duinkerke en
Calais), maar helaas de volgende nacht overleed. Het dier bleek al fel verzwakt,
alvorens vermoedelijk te zijn verrast door de ondiepe zandbanken vóór de Franse
kust. Deze waarnemingen werden ons doorgestuurd door leden van het
interventienetwerk zeevogels en zeezoogdieren ‘MARIN’, meer in het bijzonder
door prof. Claude Joiris, Jan Haelters en dr. Thierry Jauniaux. Met dank
hiervoor.
4.5. DOCTORAATSVERDEDIGINGEN e.a.
We zouden het erg op prijs stellen als alle
onderzoekers die de datum van hun verdediging reeds kennen, of postuum het
resultaat van de verdediging willen kenbaar maken, dit zouden laten weten aan jan.seys@vliz.be
Via deze rubriek kan iedereen oproepen lanceren voor samenwerking, gezamenlijk gebruik van materiaal, vraag naar levende en andere monsters, enz. De informatie dient gestuurd te worden naar Jan Seys. We nemen het bericht op in de vraagbaak van één van de volgende VLIZINES.
________
DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken.
Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk
overeen met die van het VLIZ. Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige
schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd geïnterpreteerde
informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen
wordt.
Uw adres opgenomen in onze e-zine
rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt
niet gebruikt voor commerciële doeleinden.
COPYRIGHT
Copyright © 2001 Vlaams Instituut voor de Zee.
Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar
uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter
kennismaking worden doorgestuurd naar derden.
LID WORDEN VAN HET VLIZ
KAN
Meer info vindt u op onze
website (http://www.vliz.be)
VLIZ
Vlaams
Instituut voor de Zee vzw
Flanders Marine
Institute
Vismijn Pakhuizen 45-52 - B-8400
Oostende, Belgium
Tel. +32/(0)59 34 21
30
Fax +32/(0)59 34 21 31
http://www.vliz.be