VLIZINE
jrg. 5, nr. 1-2 (januari-februari 2004)
HÚt e-zine met praktische informatie over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers. 
Deze gratis on line uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle ge´nteresseerden.
V.U.: Jan Mees 
Redactie: Jan Seys 
Reacties naar jan.seys@vliz.be


Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te schrijven, stuur een e-mail naar info@vliz.be met in de subjectline: ‘unsubscribe VLIZINE’. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding: ‘subscribe VLIZINE’. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.


INHOUD

1. Kalender
1.1. Jongerencontactdag mariene wetenschappen een groot succes!
1.2. Grote lenteopkuis van alle Vlaamse stranden op 27 maart
1.3. Gezonde zeelucht? De gelauwerde professor Van Grieken licht toe
1.4. Nog ÚÚn keer alle Tricolor-ellende op een rijtje gezet

1.5. Voor academici die zich willen bijschaven in estuariene ecologie en taxonomie
1.6. Zee- en kustaanbod in kalender van Gents Natuurwetenschappelijk Genootschap

2. Publicaties
2.1. Zeezoogdieren in Westerschelde en in NW-Europa: twee sublieme documenten
2.2. Grootste Belgische brakwatergebied tien jaar gemonitored
2.3. Spectaculaire koudwaterkoralen aan Noorse kusten
2.4. Wat is economische waarde van waterrijke natuurgebieden?

3. Vacatures/beurzen/fondsen
3.1. Departement voor Zeevisserij hengelt naar statisticus
3.2. Projectleider gezocht bij consultant Ecolas
3.3. Goede website voor jobs in oceanografie en mariene wetenschappen
3.4. Natuurhistorisch museum Leiden stelt positie voor curator ongewervelden vacant
3.5. Zomercursus kreeftachtigen op Vancouver Island
3.6. Faciliteiten marien station op IJsland ter beschikking gesteld
3.7. Post-doc gezocht voor onderzoeksnetwerk EUMARSAND
3.8. In extremis nog vijf vacatures AZTIMAR

4. Varia
4.1. Stinkende Potvis en ander zeezoogdierennieuws
4.2. Over zeevogels, hun problemen en het Belgisch/Vlaams beleid terzake

4.3. Vlaamse kust krijgt nieuwe slufter
4.4. Windmolenparken in Europese zeeŰn: er zit schot in
4.5. Doctoraatsverdedigingen e.a.

5. Vraagbaak de ‘Zeeloods’


1.1.
JONGERENCONTACTDAG MARIENE WETENSCHAPPEN EEN GROOT SUCCES!

Vrijdag 5 maart was het weer zover. Voor de vierde keer op rij zakten vele jonge wetenschappers, actief in de kuststreek of op zee, af naar het provinciehuis Boeverbos te Brugge voor de jaarlijkse VLIZ Jongerencontactdag. En nooit tevoren waren ze zo talrijk: niet minder dan 175 onderzoekers schreven zich in en het aantal te jureren posters was quasi dubbel zo groot als vorig jaar! Nog leuker is dat ook een uitgebreide delegatie onderzoekers uit het buitenland en uit het zuiden van BelgiŰ aanwezig waren.
Met dit evenement wil VLIZ met name ‘jonge’ (pre-doctoraat) vorsers een jaarlijkse mariene happening aanbieden waarop ze hun onderzoek kunnen voorstellen, met elkaar in contact kunnen komen en ideeŰn en ervaring kunnen uitwisselen met wetenschappers die al wat langer meedraaien in het circuit. Het werd opnieuw een boeiende dag met een mix aan voordrachten, tal van demonstraties van data-management tools en zeeboeken, spreekbeurten van laureaten en de uitreiking van de aanmoedigingsprijzen en Annual VLIZ North Sea Award. Blikvangers waren de wel heel bijzondere voordracht van prof. Carlo Heip getiteld ‘Why there are no famous Belgians?’ – waarin de directeur van het Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie het publiek onderhield vanuit zijn rijke carriŔre en onderzoekservaring – alsook de toelichting door Peter Pissierssens (IOC/UNESCO) over oceanografisch data- en informatiebeheer in een internationale context. Het volledige programma is overigens nog steeds te vinden op:
http://www.vliz.be/Nl/intro.htm


1.2. GROTE LENTEOPKUIS VAN ALLE VLAAMSE STRANDEN OP 27 MAART

Op zaterdag 27 maart, net vˇˇr de Paasvakantie, bundelen diverse verenigingen, besturen en instellingen de krachten om de Vlaamse stranden een nooit geziene voorjaarsopsmuk te geven. Alle kustgemeenten, Vlaamse, federale en provinciale overheden, Horizon Educatief, Pacha Mama, het Marien Ecologisch Centrum, Gentse onderzoekers en het VLIZ werken mee, onder het toeziend oog van het Co÷rdinatiepunt Ge´ntegreerd Beheer van Kustgebieden. Bedoeling is niet alleen zoveel mogelijk zwerfvuil van onnatuurlijke oorsprong van de stranden te verwijderen. De organisatoren willen ook heel wat nuttige informatie verzamelen over de aard en de hoeveelheid aan aangespoeld afval en tevens een lans breken voor een duurzaam onderhoud van de stranden. Afvalpreventie op het strand en op zee, gekoppeld aan een selectieve verzameling van de strandrommel zijn daarin essentieel. Daarom ook zal de actie volledig handmatig gebeuren. Zo kan het ongewenste kunstmatige afval verwijderd worden, terwijl de natuurlijke aanspoelsels als schelpen, zeewier en andere boeiende zaken rustig kunnen blijven liggen. Wil u meer weten over deze actie, of over de talrijke randactiviteiten, surf dan naar de activiteitenkalender van http://www.kustbeheer.be.


1.3. GEZONDE ZEELUCHT? DE GELAUWERDE PROFESSOR VAN GRIEKEN LICHT TOE

Op 24 maart e.k. zal voor de tweede keer de Prijs dr. E. Delcroix uitgereikt worden. Deze internationale tweejaarlijkse wetenschappelijke prijs is gewijd aan de gezondheid in relatie tot het mariene milieu en werd ingesteld ter ere van dr. Edouard Delcroix (1891-1973), Belgisch orthopedisch chirurg en pionier in de thalossotherapie. Het Vlaams Instituut voor de Zee organiseert deze prijs samen met de vzw HYDRO.
Na rijp beraad kende de jury, bestaande uit leden van de organiserende vzw’s, de prijs ter waarde van 12.500 EUR toe aan professor dr. RenÚ Van Grieken, gewoon hoogleraar aan het Departement Chemie van de Universiteit Antwerpen voor zijn werk getiteld: ‘Quality of marine air: an overview of 30 years of research’. Het werk van professor Van Grieken geeft een overzicht van 30 jaar wetenschappelijk onderzoek over mariene aerosolen en vooral over de atmosferische zware metalen want, zo schrijft professor Van Grieken: ‘Zware metalen worden voor ca. 1/3 ingeademd en hun depositie vanuit de lucht in de zee be´nvloedt in belangrijke mate de zeeorganismen.’
De Prijs dr. E. Delcroix zal tijdens een plechtige zitting in het Belgisch Zeeinstituut voor Orthopedie (Oostende) overhandigd worden. De laureaat zal bij deze gelegenheid zijn werk nader toelichten.
Wie hierover meer wil weten kan contact opnemen met het VLIZ via e-mail (info@vliz.be).


1.4. NOG 1 KEER ALLE TRICOLOR-ELLENDE OP EEN RIJTJE GEZET

Een jaar geleden kon het schokkende bilan van de olieramp met de Tricolor worden opgemaakt: naast heel wat olie-ongemak op de stranden en ter hoogte van waardevolle natuurgebieden, werden meer dan 9000 vogels van in totaal 32 soorten het slachtoffer van de uit het autovrachtschip lekkende olie. Slechts een fractie van deze vogels kon alsnog, dankzij de tomeloze inzet van tweeduizend vrijwilligers en een schare professionelen, worden gered.
Speciaal voor die mensen wordt op zaterdag 3 april een studiedag georganiseerd in de conferentiezaal van het Oostendse stadhuis. Acht sprekers zullen o.a. ingaan op de aantallen vogelslachtoffers hier en in Noord-Frankrijk, de pathologie en de oorsprong van de olievogels, de vogelopvang en wat we daaruit geleerd hebben, en er zal ook aandacht worden besteed aan de bouwplannen voor een nieuw en professioneel, educatief opvangcentrum aan onze kust. De minister van de Noordzee, Johan Vande Lanotte is uitgenodigd om de dag af te sluiten met een toespraak over zijn plannen met de Noordzee. Om 21 uur volgt dan een heuse ‘oliepietenfuif’ in zaal Icarus te Oostende. Voor ge´nteresseerde medewerkers is op zondag 4 april nog een basisvorming ‘verzorging olievogels’ voorzien. Het programma is gratis (broodjes Ó 5 EUR), mede dankzij de steun van stad Oostende. Om organisatorische redenen vraagt de roerganger van het gebeuren Claude Velter om ten laatste op 31 maart in te schrijven. Het volledige programma en een inschrijvingsformulier zijn te vinden op: http://webdev/Nl/Activ/Events/Tricolor/tricolor.htm


1.5. VOOR ACADEMICI DIE ZICH WILLEN BIJSCHAVEN IN ESTUARIENE ECOLOGIE EN TAXONOMIE

Voor academici die zich verdiepen in het ecologisch functioneren van estuaria is dit meer dan een aanrader. Van 10 tot en met 15 mei 2004 organiseert het internationaal gereputeerde Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie van het NIOO een vijfdagencursus ‘Estuariene ecologie’. Wie het NIOO-CEMO kent, weet dat alle thema’s (belangrijkste dier- en plantengroepen en ecologische processen) tot in de diepte zullen worden uitgespit. Er is ook tijd uitgetrokken voor veldtrips in het Westerscheldegebied, chemische metingen aan boord van het onderzoeksschip Luctor, en modellering van estuariene voedselwebben. Menselijke ingrepen op het systeem krijgen bijzondere aandacht. 
De deelname kost 400 EUR en omvat ook het logement, de maaltijden en de syllabus. Registratie kan per telefoon, fax, brief of e-mail bij Mrs. E.S. de Bruijn (e.debruijn@nioo.knaw.nl; Tel.: +31-113-57 74 41; Fax: +31-113 –57 36 16).  Snel reageren is de boodschap want het aantal deelnemers is beperkt tot 20. Doctoraatsstudenten krijgen voorrang. Meer info bij Mrs. de Bruijn of dr. Peter Herman (p.herman@nioo.knaw.nl; Tel.: +31-113-57 74 75).
En er is meer: wie zich wil bekwamen in de taxonomie van moeilijker estuariene en mariene littorale organismen kan van 5 tot en met 9 juli 2004 terecht aan het Canterbury Christ Church University College (CCCUC). Gedurende deze workshop zullen experts je helpen bij het identificeren van wieren, Polychaeta en Oligochaeta. Aan het eind van de workshop levert je dit een certificaat van bekwaamheid op. Ook hier is het aantal deelnemers beperkt en is snel zijn de boodschap. Wie interesse heeft kan best contact opnemen met dr.
Jacqueline Trigwell van de Ecology Research Group van CCCUC, The Mount, Stodmarsh Road, Canterbury, Kent, CT3 4AQ, U.K. (Tel.: +44/1227 782670; Fax: +44/1227 786501; e-mail: jat1@canterbury.ac.uk).


1.6. ZEE- EN KUSTAANBOD IN KALENDER VAN GENTS NATUURWETENSCHAPPELIJK GENOOTSCHAP

Het Koninklijk Natuurwetenschappelijk Genootschap ‘Dodonaea’ (http://www.dodonaea.be) van de Gentse Universiteit heeft een lange traditie in het organiseren van lezingen en excursies die verband houden met natuurwetenschappelijk onderzoek. Dat ook de zee en kust hierin niet stiefmoederlijk worden behandeld, blijkt uit het jaarprogramma 2004. Zowat een derde van de geplande activiteiten hebben de kust en zee als studieterrein. Zo brengt de maand maart alleen al drie interessante bijdragen, respectievelijk over ‘Volcanic hazards and the effect of eruptions on the atmosphere and oceans’ (Gerald Ernst: 9 maart), ‘Leven in troebel water: het fytoplankton van het Schelde-estuarium’ (Koenraad Muylaert: 23 maart) en ‘Het mariene bodemleven van BelgiŰ: onopvallend aanwezig, maar ecologisch waardevol’ (Steven Degraer: 30 maart). De voordrachten gaan steeds door in Auditorium 4, K.L. Ledeganckstraat 35, 9000 Gent, en starten om 18.15 uur, tenzij anders vermeld. De toegangsprijs per voordracht bedraagt 2 EUR voor niet-leden, 1 EUR voor studenten niet-leden en is gratis voor Dodonaea-leden.


2.1. ZEEZOOGDIEREN IN WESTERSCHELDE EN IN NW-EUROPA: TWEE SUBLIEME DOCUMENTEN

Er verschijnen heel regelmatig mooie boeken en rapporten over zeezoogdieren. Walvissen, zeehondjes en dolfijnen zijn nu eenmaal aaibaar en geliefd door het grote publiek. Toch gebeurt het niet zo vaak dat inhoudelijk sterke publicaties het daglicht zien die betrekking hebben op de zeezoogdieren van bij ons. We willen dan ook wel even stilstaan bij twee schitterende rapporten die eind 2003 verschenen en beide consulteerbaar zijn in de VLIZ bibliotheek.
Zeezoogdieren in de Westerschelde: knelpunten en kansen’ is een 72 pagina dik rapport van de hand van Peter Meininger e.a. van het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ-Middelburg). Directie Zeeland liet dit rapport opmaken om de eisen van zeezoogdieren, en in het bijzonder van zeehonden en Bruinvissen, t.a.v. het toekomstig beheer van de Westerschelde te documenteren. Zo blijkt dat de Gewone zeehond en Bruinvis beide terug zijn van weggeweest, zij het in nog steeds kleine aantallen. Waar rond 1900 nog een duizendtal zeehonden op de zandbanken van de Westerschelde voorkwamen en het aantal Bruinvissen toen op enkele honderden werd ingeschat, zijn beide populaties daarna sterk achteruitgegaan tot quasi verdwenen in de jaren ’80. Sinds 1991 worden opnieuw kleine aantallen jonge zeehondjes geboren op de Platen van Valkenisse, en mede door het uitzetten van in BelgiŰ gerehabiliteerde exemplaren (40 tussen 1998-2003) is nu een populatie van 40-50 exemplaren aanwezig. De Bruinvis liet iets langer wachten op zijn terugkeer en vooral sinds 2000 is het aantal waarnemingen in het estuarium gevoelig gestegen. Toch besluiten de auteurs dat er nog diverse beperkende factoren zijn die een verdere groei in de weg staan. Meer info bij de eerste auteur Peter Meininger (Tel.: +31-118-67 23 31; p.l.meininger@rikz.rws.minvenw.nl).

Het tweede rapport is getiteld: ‘Atlas of Cetacean distribution in north-west European waters’ en werd gecompileerd door een internationaal team experts o.l.v. de Joint Nature Conservation Committee (http://www.jncc.gov.uk). Op basis van drie immense databanken, die samen 61.000 uur aan observatie en 138.000 waargenomen walvisachtigen omvatten, worden populatieschattingen gepresenteerd van 25 soorten. Ook de kaartjes die de verspreiding in NW-Europese wateren weergeven per soort, zijn zeer verhelderend.


2.2. GROOTSTE BELGISCHE BRAKWATERGEBIED TIEN JAAR GEMONITORED

Het Groot Buitenschoor is met zijn 216 ha het grootste brakwater intergetijdegebied van BelgiŰ. Het is gesitueerd op de rechteroever van de Schelde tegenaan de Nederlandse grens en bestaat voor ca. 150 ha. uit slik, ca. 15 ha is schor en de rest wordt ingenomen door de vloedschaar van de Appelzak. Het gebied is zowel nationaal als internationaal beschermd en wordt in het kader hiervan reeds sinds 1990 intensief gemonitored door het Instituut voor Natuurbehoud. In een recent rapport beschrijven de auteurs hoe bodemfauna, sedimentatie-erosie processen, microverontreinigingen van de bodem en de watervogelstand tijdens deze studieperiode zijn geŰvolueerd. Het 193 pagina’s tellende rapport kan geconsulteerd worden in de VLIZ bibliotheek of worden besteld bij het Instituut voor Natuurbehoud (http://www.instnat.be).  


2.3. SPECTACULAIRE KOUDWATERKORALEN AAN NOORSE KUSTEN

Voor ingewijden is het geen Úcht nieuws. Koralen komen niet alleen voor in tropische en subtropische vakantieoorden. Ze zijn ook talrijk en minstens even mooi in hun ‘koudwaterversie’. De Noorse kusten zijn beroemd omwille van deze koudwaterkoralen (http://www.imr.no/coral). Men vindt er uitgestrekte riffen in de fjorden en op/langs het continentaal plat (http://www.imr.no/coral/distribution_map.php). Ze leven bij voorkeur op 200-1000 m diepte en houden van een temperatuur ergens tussen de 6 en de 8░ Celsius. De hoger geciteerde website van het Noorse Institute of Marine Research bevat naast informatie over onderzoek en voorkomen, ook resultaten van de impact van bodemvisserij op deze koraalriffen. Onderwaterbeelden van deze pareltjes zijn consulteerbaar bij het VLIZ.


2.4. WAT IS DE ECONOMISCHE WAARDE VAN WATERRIJKE NATUURGEBIEDEN?

Waterrijke gebieden zijn ook voor de economie wereldwijd van groot belang, zo blijkt uit een studie van het Wereldnatuurfonds die begin februari werd voorgesteld aan de pers. De financiŰle meerwaarde die ze opleveren voor de omwonenden vertaalt zich o.a. in voedsel, zoet water, bouwmaterialen, maar ook in jobs gerelateerd aan waterzuivering en erosiecontroleprogramma’s. Dat ook wetlands in kustgebieden hoog scoren wordt passend ge´llustreerd door de Nederlandse Waddenzee en de Tanzaniaanse Rufiji Delta. Beide gebieden werden met 374 $ (ca. 300 EUR) per ha per jaar de hoogste economische waarde toebedeeld van alle gebieden behandeld in de 89 opgenomen studies wereldwijd. De volledige studie is te downloaden via: http://www.panda.org/news_facts/publications/freshwater.


3.1. DEPARTEMENT VOOR ZEEVISSERIJ HENGELT NAAR STATISTICUS

Het Departement Zeevisserij (DvZ-CLO) zoekt voor spoedige indiensttreding een statisticus, bij voorkeur met ervaring op het vlak van de biostatistiek. Zijn/haar taak zal bestaan in het statistisch ondersteunen van bemonsteringen op zee, in de vismijn en in het laboratorium, het uitvoeren van simulatiestudies op bemonsteringsprotocols, en de statistische analyse en kwaliteitscontrole van biologische en chemische data verzameld in het kader van nationale en internationale onderzoeksprogramma’s. Gezocht wordt naar een universitair liefst met ervaring in biostatistiek, simulatietechnieken en non-parametrische testmethodes. Na een proefperiode van drie maand kan werkzekerheid worden geboden tot en met 2006. Solliciteren kan schriftelijk aan het adres van dr. Frank Redant, Departement Zeevisserij, Ankerstraat 1, B-8400 Oostende, of via e-mail naar frank.redant@dvz.be


3.2. PROJECTLEIDER GEZOCHT BIJ CONSULTANT ECOLAS

Bij het consultancybureau Ecolas (Environmental Consulting & Assistance: http://www.ecolas.be) is men op zoek naar een projectleider studies natuur, landschap en/of ecohydrologie met minimaal vijf jaar onderzoekservaring. De kandidaat zal leiding moeten geven aan regionale, federale en internationale, beleidsondersteunende projecten i.v.m. impactbepaling en beheersplannen, landschap en/of ecohydrologie. Biologen of andere wetenschappelijk opgeleiden met voldoende biologische kennis komen in aanmerking. Meer info op: http://www.ecolas.be/nl/vacature.html#3 .


3.3. GOEDE WEBSITE VOOR JOBS IN OCEANOGRAFIE EN MARIENE WETENSCHAPPEN

Wilt u toch liever verdere horizonten verkennen dan is deze portaalsite misschien wel iets voor u. Op http://scilib.ucsd.edu/sio/guide/career.html vindt u een verbluffend informatieaanbod m.b.t. jobs in oceanografie en mariene wetenschappen wereldwijd. Je leest er ook hoe je het best aanpakt om deze droomjob te verwerven. Hoewel veel van de sites die worden aangeboden via deze portaal betrekking hebben op Amerikaanse instellingen, zijn ook andere Engelstalige landen vertegenwoordigd. Bovendien vindt u via deze toegang ook verhalen uit het leven van mariene wetenschappers of kunt u vernemen hoe u bv. met zeezoogdieren aan de slag kunt. Kijken kost geen geld, doen dus!


3.4. NATUURHISTORISCH MUSEUM LEIDEN STELT POSITIE VOOR CURATOR ONGEWERVELDEN VACANT

Het Nationaal Natuurhistorisch museum ‘Naturalis’ (http://www.naturalis.nl) in Leiden kondigde recent een vacante positie aan voor een curator ongewervelden. De positie zal beschikbaar zijn vanaf begin april 2004 en gedurende de eerste drie jaar op jaarlijkse basis worden verlengd, met een vooruitzicht op een vaste betrekking nadien. De curator zal samenwerken met collega’s binnen het departement ongewervelden, in het bijzonder voor wat de collecties aan stekelhuidigen, zakpijpen, sponzen, mosdiertjes en Brachiopoda betreft.Van de gezochte academicus wordt verwacht dat hij/zij de collecties beheert, onderzoek uitvoert, wetenschappelijke publicaties produceert en bijdraagt tot het informeren van het publiek. Duik- en veldervaring, alsook een achtergrond in moleculaire technieken zijn een vereiste. Bijkomende informatie kan worden verkregen via het departementshoofd, dr. B.W.Hoeksema (Hoeksema@naturalis.nnm.nl; Tel.: +31-71-568 76 31). Sollicitatiebrieven met bijhorend CV (incl. lijst van publicaties en adressen van twee referentiepersonen) dienen vˇˇr 15 maart te worden gestuurd naar: Department of Personnel & Organization, National Museum of Natural History, Postbus 9517, 2300 RA Leiden, Nederland.


3.5. ZOMERCURSUS KREEFTACHTIGEN OP VANCOUVER ISLAND

Het Bamfield Marine Sciences Centre, gesitueerd langs de prachtige westkust van Vancouver Island (Canada), organiseert van 16 augustus tot 3 september 2004 een drie weken durende zomercursus over kreeftachtigen. Er zal worden ingegaan op de biologie, ecologie en levenscycli van krabben, garnalen en verwanten en de lessen worden aangevuld met laboratoriumwerk, excursies en studentenprojecten. Meer info op: http://www.bms.bc.ca.


3.6. FACILITEITEN MARIEN STATION OP IJSLAND TER BESCHIKKING GESTELD

Ben je een wetenschapper met een bijzondere interesse voor arctische gebieden, dan is dat misschien wel iets voor u. Het Sandgerdi Marine Centre (SMC) is gevestigd aan de ZW-kust van IJsland op ca. 50 km van Reykjavik en biedt naast heel wat faciliteiten twee belangrijke extra troeven voor onderzoekers. Door de beschikbaarheid van een wetlab met aanvoer van zeewater van uitzonderlijk goede kwaliteit, is deze plek uitgelezen voor ecotoxicologisch werk. Daarnaast beschikt het SMC over een unieke verzameling bodemdieren, afkomstig van het internationale BIOICE project dat bodemongewervelden verzamelt in de zeeŰn rond IJsland sinds 1992. De meeste stalen, genomen op dieptes tussen 20 en 3000 m zijn reeds getriŰerd en opgesplitst in 160 hoofdtaxa. Wetenschappers worden uitgenodigd om vˇˇr 15 maart te solliciteren voor een beurs, die hen toelaat om voor 2 Ó 12 weken onderzoek te verrichten vanuit deze speciale locatie. De beurzen zijn gesponsored door de Europese Gemeenschap binnen het ‘Improving the Human Potential Programme’ en dekken reis-, accommodatie- en onderzoekskosten. Meer info op: http://www.hi.is/pub/smc


3.7. POST-DOC GEZOCHT VOOR ONDERZOEKSNETWERK EUMARSAND

EUMARSAND is een Europees opleidingsnetwerk voor onderzoekers in het domein van de mariene zand- en grindontginning (http://www.azti.es/eumarsand/EUMARSAND.htm). Voor de invulling van een vrijgekomen positie bij de Nederlandse partner, de Universiteit van Twente, wordt gezocht naar een post-doc voor de periode 1 mei 2004 tot november 2005. De kandidaat dient een doctoraatstitel en de Europese nationaliteit te hebben, maar mag geen Nederlandse nationaliteit bezitten. Zijn of haar taak zal er uit bestaan de natuurlijke dynamiek van zandbanken en de impact van zand- en grindwinning hierop te onderzoeken en te modelleren. Sollicitaties dienen te worden toegestuurd vˇˇr 15 maart 2004. Meer info: http://www.utwente.nl/vacatures/vacatures_externe_werving/04-016.doc/index.html


3.8. IN EXTREMIS NOG ENKELE VACATURES

Bij het finaliseren van dit VLIZINE ontvingen we op de valreep nog enkele vacatures:

- vijf vacatures voor AZTIMAR [
Sollicitatiedeadline: 10 maart 2004 - http://www.azti.es/ingles/joboffers2.htm  - voor nadere details kan u terecht bij: rrhh@suk.azti.es]
- vacatures Frankrijk en Canada (cf. PDFs in bijlage)


4.1. STINKENDE POTVIS EN ANDER ZEEZOOGDIERENNIEUWS

De stranding van de Potvis ‘Windekind’ op het strand van Oostduinkerke is intussen al oud nieuws. Dat het dier al een hele poos dood was bleek duidelijk uit de ondragelijke stank van het kadaver. Intussen is ook het mysterie van de afgezaagde onderkaak opgehelderd, nu gebleken is dat het dier reeds op 28 januari strandde in het Engelse Thornham (Wash-estuarium, Norfolk, UK). Het dier werd  door onbekende souvenirjagers ontdaan van zijn tanden en verdween rond 15 februari terug in zee, nog vˇˇr het kon geborgen worden (http://www.mumm.ac.be; http://www.glaucus.org.uk/News2004.htm). De kranten waren er overigens snel bij om te melden dat ‘Windekind’ reeds de 21ste aangespoelde walvis is op Belgische stranden in de afgelopen 600 jaar. Dat die lijst zeker niet volledig is, moge blijken uit twee meldingen opgenomen in een publicatie van Slijper uit 1938. Slijper maakte toen een overzicht van de walvisachtigen in de collecties van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en meldt o.a. een jong wijfje Orka aangespoeld in 1848 (skelet eerst opgenomen in privÚ-collectie en later opgekocht door KBIN) en de stranding van een moeder en jonge Griend in 1843-44, telkens in de buurt van Oostende.
Maar er is ook recenter nieuws van levende zeezoogdieren te melden. Zoals het de laatste jaren gebruikelijk is geworden, zijn de wintermaanden en het vroege voorjaar, een periode bij uitstek om Bruinvissen waar te nemen in Belgische en Nederlandse kustwateren. Tellers van het Instituut voor Natuurbehoud ontwaarden op 27 januari in totaal 15 exemplaren in de zone van de Wenduinebank, Gootebank en Hinderbanken en tussen 23 en 28 februari lieten twee exemplaren zich op twee verschillende dagen bewonderen nabij de Buiten Ratel bank, terwijl ook nabij de Oostendebank 1-2 exemplaren werden gemeld. Simultaan was het ook in Nederlandse kustwateren weer alle hens aan dek, met 211 Bruinvissen op nauwelijks vier dagen tijd gesignaleerd vanop onderzoeksschepen (mededeling Kees Camphuysen). Het aantal waarnemingen van deze kleine walvisachtige is sinds 1997 gevoelig toegenomen en de Bruinvis is sindsdien geen zo’n ongewone verschijning meer aan onze kusten.
Ook geven we jullie graag nog twee meldingen van Gewone zeehonden mee, respectievelijk in de haven van Oostende op 28 januari (IN) en in de IJzermonding op 29 februari (Walter Wackenier). Dit laatste exemplaar werd op 7 maart dood aangetroffen.


4.2. OVER ZEEVOGELS, HUN PROBLEMEN EN HET BELGISCH/VLAAMS BELEID TERZAKE

Buitenproportionele sterfte van zeevogels door olieverontreiniging lijkt deze winter uitgebleven. Toch betekent dit geenszins dat er geen kommer en kwel was voor onze gevleugelde zeebonken. Eind februari bleken zelden of nooit geziene aantallen Noordse stormvogels aanwezig in Belgische mariene wateren. Rond ÚÚn schip meldde het Instituut voor Natuurbehoud meer dan 1000 exemplaren, dubbel zoveel dus als in een gemiddelde winter in de ganse regio verblijven. Nochtans zijn onze wateren doorgaans minder geliefd bij deze pelagische zeevogelsoort. Een teken aan de wand dat er iets fout liep, wat bevestigd werd toen kort daarna grote aantallen verhongerde dieren dood aanspoelden op de kusten van de zuidelijke Noordzee. Kennelijk bliezen aanhoudende noordelijke winden grotere aantallen van deze soort tot in het zuidelijk deel van de Noordzee, waar ze verder verzwakten om finaal ter sterven van uitputting. Een klassiek voorbeeld dus van wat de Engelsen met een vakterm een ‘wreck’ noemen. De gevonden kadavers zullen nu verder onderzocht worden om bijvoorbeeld na te gaan of de magen plastiek bevatten. Nog niet zolang geleden kwamen diezelfde stormvogels immers ook al in het nieuws omdat ze verzot blijken op allerlei drijvend plastiek die ze verkeerdelijk aanzien voor voedsel. Pech voor hen, want het plastiek blokkeert het spijsverteringsstelsel en ze sterven van honger… met een volle maag. Nog een zeevogel die wel eens last zou kunnen krijgen van voedselgebrek is de Grote jager of skua. Een internationaal team onderzoekers berichtte onlangs, in een bijdrage voor het gerenommeerde tijdschrift Nature (Vol. 427, 19 februari 2004), dat deze robuuste rover van de zee een moeilijke toekomst tegemoet gaat. Het team o.l.v. de Schotse professor en zeevogelkenner Robert Furness, berekende dat Grote jagers het in de toekomst meer en meer zullen gemunt hebben op andere zeevogels, omdat een gewijzigd zeevisserijbeleid zal leiden tot minder voedsel in de vorm van overboord gegooide ondermaatse en non-target vis. 
Maar er is ook goed nieuws. Zowel de federale als de Vlaamse overheid blijken bereid zich het lot van onze zeevogels aan te trekken. In een persconferentie op 20 februari jl. kondigde de minister voor Noordzeezaken, Johan Vande Lanotte, aan maatregelen ter bescherming van vier zeevogelsoorten (Grote stern, Visdief, Fuut en Dwergmeeuw) te willen nemen o.a. ter invulling van de Europese Vogelrichtlijn. Maar ook aan landzijde beweegt er iets. Half februari gaf Vlaams minister van mobiliteit, Openbare Werken en Economie, Gilbert Bossuyt de symbolische eerste spadesteek voor de uitbreiding van het Sternenschiereiland in de oostelijke voorhaven van Zeebrugge. In eerste instantie is de sternenbroedplaats hersteld en uitgebreid van 5 naar 7 ha. Na het broedseizoen is het de bedoeling de site verder uit te bouwen, ter compensatie van het verlies aan broedbiotoop in de westelijke voorhaven.


4.3. VLAAMSE KUST KRIJGT NIEUWE SLUFTER

En op 22 januari 2004 werd het startschot gegeven voor de ontwikkeling van een heuse slufter (‘een plaats waar zeewater de duinen binnendringt’) ter hoogte van het natuurreservaat De Westhoek (De Panne). Of beter nog: twee slufters. De afdeling Waterwegen Kust (AWZ-WWK) van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap wil met dit initiatief de natuurlijke dynamiek terugbrengen in het Vlaamse kustlandschap, zonder evenwel oog te verliezen voor de veiligheid tegen overstromingen. De overheid hoopt in de zomer 2004 klaar te zijn met dit unieke Vlaamse natuurontwikkelingsproject. Het enige tot nu toe bestaande sluftergebied aan de Vlaamse kust, was het Zwin.


4.4. WINDMOLENS IN EUROPESE ZEE╦N: ER ZIT SCHOT IN

In april 2002 meldden we in het gratis infoblad over de (Belgische) kust en zee, de Grote Rede, (http://www.vliz.be/Docs/Groterede/p02_07.pdf) dat Europa de toon zet voor wat het ontwikkelen van windenergie betreft. Ook vandaag de dag blijft dat zo. Met een ge´nstalleerd vermogen van ca. 28.000 MW eind 2003 kan Europa intussen reeds ca. 2,4% van het elektriciteitsverbruik van de vijftien EU-lidstaten (http://www.ewea.org/documents/WD200309_lead_article.pdf) uit windenergie halen, d.i. 35 miljoen mensen voorzien in hun elektriciteitsbehoeften. Vooral Duitsland (14.600 MW), Spanje (6.200 MW) en Denemarken (3.100 MW) doen hierbij een aardige duit in het zakje. Men verwacht dat tegen 2012 wereldwijd een ge´nstalleerd vermogen van 150.000 MW realistisch is. Ook het aandeel windmolens op zee zal proportioneel toenemen. Bovenop de acht kleinere projecten (61 turbines voor in totaal 77 MW) die begin 2002 reeds gerealiseerd waren in de Noordzee en aangrenzende mariene wateren, zijn intussen nog eens meer dan 400 MW en een 200-tal turbines offshore geoperationaliseerd. De grote blikvangers zijn de twee Deense projecten, Horns Rev (80 x 2 MW) en Nysted Havmollepark bij Rodsand (72 x 2,3 MW), het Britse North Hoyle park (30 x 2 MW) aan de NW-kust van Wales en het Ierse Arklow Sands (7 x 3,6 MW).


4.5. DOCTORAATSVERDEDIGINGEN e.a.

We zouden het erg op prijs stellen als alle onderzoekers die de datum van hun verdediging reeds kennen, of postuum het resultaat van de verdediging willen kenbaar maken, dit zouden laten weten aan jan.seys@vliz.be


* Eric Cosyns (Universiteit Gent, Vakgroep Biologie) liet er geen gras over groeien en verdedigde op woensdag 3 maart om 14.00 uur met verve zijn doctoraatsproefschrift met als onderwerp ‘Zaadverbreiding door hoefdieren: aspecten van endozo÷chorie in een halfnatuurlijk landschap’. Of hoe grazers als ezels en paarden door het opeten van duinplanten en het nadien elders weer droppen van uitwerpselen onbewust meehelpen met de verspreiding van plantenzaden.

* Dirk Maes (Instituut voor Natuurbehoud) kwam op 11 februari reeds aan de beurt en belichtte op een zeer klare wijze ‘Het gebruik van indicatorsoorten in het natuurbeheer en –beleid’. Een onderwerp dat misschien niet rechtstreeks met kust en zee verband lijkt te houden, maar inhoudelijk ook daar heel actueel en relevant is. Promotor van het puike werk is prof. Eckhart Kuijken, co-promotor dr. Hans Van Dyck. De verdediging vond plaats aan de Universiteit Gent. Proficiat Dirk!

*
Dries Bonte (Universiteit Gent, Vakgroep Biologie) zette de kers al op de taart op 6 februari met een gesmaakt doctoraat over de ‘Verspreiding van spinnen in grijze kustduinen: ruimtelijke patronen en evolutionair-ecologisch belang van dispersie’. En hoewel de toekenning van graden in de faculteit Wetenschappen van de Gentse universiteit sinds het najaar van 2001 niet meer in voege is, kon de jury zich niet bedwingen om Dries alsnog bijzondere felicitaties mee te geven!


5. VRAAGBAAK DE  ‘ZEELOODS’

Via deze rubriek kan iedereen oproepen lanceren voor samenwerking, gezamenlijk gebruik van materiaal, vraag naar levende en andere monsters, enz. De informatie dient gestuurd te worden naar Jan Seys. We nemen het bericht op in de vraagbaak van ÚÚn van de volgende VLIZINES.

Wie kan ons helpen bij het zoeken naar een
originele, nieuwe naam voor de westvleugel van de Oostendse Vismijn? We zoeken een naam die kort en krachtig aangeeft dat hier vanaf voorjaar 2005 allemaal zee- en kustgebonden initiatieven zijn gevestigd. Van de 34 pakhuizen zullen dan immers 9 pakhuizen zijn ingenomen door het Vlaams Instituut voor de Zee, 8 door het Project Office oceanografisch databeheer van IOC/UNESCO en 3 pakhuizen door kustgebonden activiteiten van de Provincie West-Vlaanderen. Om het bezoekers gemakkelijker te maken, willen we de ganse gebouwenvleugel bedenken met een originele en in alle talen aansprekende naam die aangeeft dat hier de kust en zee centraal staat. Heb je ideeŰn of suggesties, deze zijn welkom bij Jan Seys (jan.seys@vliz.be).


DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ. Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd ge´nterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt.
Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciŰle doeleinden.


COPYRIGHT
Copyright ę 2003 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd naar derden.


LID WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.


WEBSITE
http://www.vliz.be


VLIZ
Vlaams Instituut voor de Zee vzw
Flanders Marine Institute
Vismijn Pakhuizen 45-52 - B-8400 Oostende, Belgium
Tel.
+32/(0)59 34 21 30
Fax +32/(0)59 34 21 31
http://www.vliz.be