|
|
VLIZINE |
Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine
maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en
beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden
wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe
projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag
ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht
bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te schrijven, stuur een e-mail
naar info@vliz.be met in de subjectline:
‘unsubscribe VLIZINE’. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding:
‘subscribe VLIZINE’. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.
INHOUD
1. Kalender
1.1. De Noordzeedagen: het aftellen is begonnen
1.2. Biodiversiteitsonderzoek in
Middellandse en Zwarte zee: een Europese e-conferentie
1.3. Haalt onze kust het jaar 2044? De Kustdag
1.4. De Schelde van de toekomst
1.5. Vlaams-Nederlands Kustgebonden Zeeonderzoek
in de kijker
1.6. Twintig jaar ‘Belgica’ gevierd met een symposium
1.7. Simulatoren voor de scheepvaart, een internationale
meeting
1.8. De geschiedenis van de navigatie in noordelijke
zeeën
1.9. Optische teledetectie van kust- en
binnenwateren in een workshop
2. Publicaties
2.1. Unieke Vlaams/Belgische
kustatlas komt eraan
2.2. Enkele leuke scheepswrakken-websites
2.3. Levende duinen: een overzicht van de
biodiversiteit aan de Vlaamse kust
2.4. De Oostendse visserij in twee nieuwe publicaties
3.
Vacatures/beurzen/fondsen
3.1. Federaal
Wetenschapsbeleid stimuleert uitwisseling met buitenlandse onderzoeksgroepen
3.2. Gebeten door wetenschapscommunicatie?
3.3. Jobaanbod voor mariene biologen in Europees verband
nu gecentraliseerd
3.4. Uw horizonten verruimen in een Marie Curie
Training site bij het Franse IFREMER
4. Varia
4.1. De Administratie Waterwegen en
Zeewezen in een nieuw kleedje
4.2. Elektrisch vissen als alternatieve
visserijmethode: is het sop de kolen waard?
4.3. Nieuwe experimentele golfgoot in gebruik
aan Gentse universiteit
4.4. Slechtste jaar ooit voor Schotse
zeevogelbroedkolonies, beste voor Belgische
4.5. De scheepvaart en zijn imago van
milieuvriendelijkheid
4.6. Tot in de diepste diepten van de oceanen met
de nieuwe Alvin-duikklok
4.7. Hoe het Nederlandse Deltagebied inrichten? Het
Delta-gezelschapsspel
4.8. Doctoraatsverdedigingen e.a.
5. Vraagbaak de ‘Zeeloods’
1.1. DE NOORDZEEDAGEN:
HET AFTELLEN IS BEGONNEN
Binnen enkele weken is het weer zover. Dan komt een talrijk publiek van
wetenschappers, beheerders, beleidslui en geďnteresseerde burgers bijeen in Den
Haag voor de jaarlijkse editie van de Noordzeedagen. Dit jaar is de titel ‘De
Noordzeeagenda’ en zal het publiek en een team van deskundigen gepolst worden
naar hun mening rond de Noordzee als energiebron, als transportmedium en als
voedselbron. Het wordt ongetwijfeld weer een absolute aanrader voor iedereen
die begaan is met het onderzoek en beheer van onze Noordzee. Bovendien biedt
dit evenement voor Vlaamse onderzoekers een unieke kans om te
verbroederen/verzusteren met collega’s uit het ‘noorden’. Het programma start
op donderdag 7 oktober (9.30-10.30u: registratie en ontvangst) en wordt
afgesloten op vrijdagmiddag 8 oktober na de lunch. De organisatie berust dit
jaar bij het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) en het Rijksinstituut voor
Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Voor meer informatie: http://www.noordzeedagen.nl/.
![]()
1.2. BIODIVERSITEITSONDERZOEK
IN MIDDELLANDSE EN ZWARTE ZEE: EEN EUROPESE E-CONFERENTIE
Om de toekomst van het Europees marien biodiversiteitsonderzoek een goede
omkadering te kunnen geven, coördineert het Centrum voor Estuariene
en Mariene Ecologie van
het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO-CEME: http://www.nioo.knaw.nl/CEME/index.htm)
een reeks elektronische conferenties onder het acronym MARBENA. Europa steunt
dit initiatief en benut de resultaten voor de uitstippeling van zijn beleid.
Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) host de conferentiewebsite (http://www.vliz.be/marbena).
De zevende MARBENA e-conferentie getiteld ‘The
Southern and Eastern Mediterranean Sea and the Black Sea: new challenges for
marine biodiversity research and monitoring’, loopt van 6 tot 24
september en wordt medegeörganiseerd door het International Marine Centre (IMC:
Italië), het National Institute of Biology (NIB: Slovenië) en het Institute of
Oceanology (IO-BAS: Bulgarije). Om een zo breed mogelijk publiek uit zoveel
mogelijk betrokken landen te laten participeren, wordt de conferentie gevoerd
zowel in het Engels (alle sessies), het Frans en Arabisch (sessie Middellandse
Zee + gemeenschappelijke sessie) en het Russisch (sessie Zwarte Zee +
gemeenschappelijke sessie). Alle verdere informatie nodig om te kunnen
deelnemen vindt u terug op de MARBENA-site.
![]()
1.3. HAALT ONZE KUST HET JAAR
2044? DE KUSTDAG
De Vlaamse kust staat voortdurend voor belangrijke keuzes. Welke richting
willen we uit met onze kust? Hoe vermijden we dat het kusttoerisme ten onder
gaat aan zijn eigen succes? Hoe houden we onze kust leefbaar voor plaatselijke
bewoners én toeristen?
Ter gelegenheid van de Kustdag 2004, op 8 oktober e.k. door de Provincie
West-Vlaanderen georganiseerd in het Casino van Blankenberge, wordt in
workshops ingezoomd op vier hoofdthema’s: ‘Mobiliteit’, ‘Natuur’, ‘Ruimtelijke
kwaliteit’ en ‘Integrale kwaliteitszorg in de logiessector’. Daarbij wordt
telkens de vraag gesteld hoe toerisme de duurzame ontwikkeling kan helpen
ondersteunen. Deze actieve informatiesessie is kosteloos en staat open voor
vertegenwoordigers van de toeristische sector, verenigingen en organisaties,
gemeenten en beleidsmakers en andere geďnteresseerden. Wenst u meer info
alvorens u in te schrijven? Surf dan naar http://www.kustbeheer.be
en kijk onder de rubriek ‘Activiteitenkalender’.
![]()
1.4. DE SCHELDE VAN DE
TOEKOMST
Hoe zal de Schelde eruitzien in het jaar 2050? Hoe zullen onze kleinkinderen en
achterkleinkinderen deze imposante economische en ecologische levensader mogen
ervaren? Dit is de vraag die centraal staat in de opzet van de studiedag ‘De Schelde
in 2050’ en nauw aansluit bij recente grensoverschrijdende initiatieven terzake
(Europese Kaderrichtlijn Water, Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium). De
inrichters, het Technologisch Instituut (http://www.ti.kviv.be),
nodigden een tiental topambtenaren en wetenschappelijke experts uit die nauw
betrokken zijn bij het beheer van de Schelde om een blik te werpen in de
toekomst. Het evenement vindt plaats op woensdag 6 oktober in het
Provinciehuis, Koningin Elisabethlei 22, Antwerpen, en is gericht tot allen
betrokken bij het waterbeleid, het beheer en de exploitatie van de Schelde, het
leefmilieu, de havenuitbouw, etc. Voor praktische bijzonderheden, e-mail: christine.mortelmans@ti.kviv.be.
Voor wie de voorkeur geeft aan wat buitenwerk, zijn er van 9 tot 22 oktober (en
opnieuw van 7 maart tot 1 mei 2005) educatieve milieuboottochten op het Vlaamse
deel van het Schelde-estuarium. De organisatie berust bij de vzw De Milieuboot
i.s.m. de Vlaamse administratie AMINAL, cel NME & I. Meer info via info@milieuboot.be of via http://www.milieuboot.be.
![]()
1.5. VLAAMS-NEDERLANDS
KUSTGEBONDEN ZEEONDERZOEK IN DE KIJKER
Het Vlaams-Nederlands Kustgebonden Zeeonderzoek, kortweg VLANEZO, is een
samenwerkingsproject tussen het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek
Vlaanderen (FWO-Vl) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk
Onderzoek (NWO) met als studieobject de ecologie van het Schelde-estuarium.
Deze structurele samenwerking schoot in 2002 uit de startblokken, met een eerste
fase van vier goedgekeurde onderzoeksprojecten voor de periode 2002-2006. Om de
eerste wetenschappelijke resultaten wereldkundig te kunnen maken en te toetsen
aan de huidige problematiek rond de inrichting en het beheer van het
Schelde-estuarium, wordt een studiedag georganiseerd op vrijdag 29 oktober 2004
in het Pand te Gent. Naast een aantal algemener voordrachten, zal ook worden
ingezoomd op de resultaten van de vier projecten, met als respectievelijke
onderwerpen: ‘De rol van het meiobenthos in bodemprocessen’, ‘Evenwicht tussen
autotrofe en heterotrofe processen: is de Schelde een bron of een put voor CO2?’,
‘De rol van zoetwaterschorren in de stikstofcyclus’ en ‘De relatie tussen
biodiversiteit en productiviteit van het estuarien systeem’. Aanmelden voor
deze wetenschappelijke studiedag dient te gebeuren per e-mail vóór 1 oktober
t.a.v. e.debruijn@nioo.knaw.nl.
Gelieve ook op te geven of u ook de lunch wenst te gebruiken.
![]()
1.6. TWINTIG JAAR
‘BELGICA’ GEVIERD MET EEN SYMPOSIUM
In 1984, exact twintig jaar geleden, kwam het Belgisch oceanografisch schip de
‘Belgica’ in de vaart. Sindsdien is de Belgica – bemand door de Belgische
marine en beheerd door de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de
Noordzee (BMM) – jaarlijks meer dan 200 dagen actief geweest op de Noordzee en
de directe omgeving, en kon het een schat aan onderzoeksgegevens verzamelen
over de biologische, chemische, fysische, geologische en hydrodynamische
processen die zich op zee afspelen. Het Federaal Wetenschapsbeleid en de BMM
willen deze verjaardag vieren met een symposium voor wetenschappers, gebruikers
van de zee en andere geďnteresseerden, en dit op maandag 25 oktober 2004 in het
Albert Hall Complex te Brussel. Er zal o.a. worden gepolst naar de noden van de
gebruikers van de zee inzake wetenschappelijk en technologisch onderzoek. Wat
verwacht de privé-sector en de maatschappij van de wetenschappers? Welke
uitdagingen moet de Belgica, als één van de platformen voor
zeewetenschappelijke dienstverlening, in de toekomst aangaan? Op deze en andere
vragen wordt dieper ingegaan tijdens deze feestelijke zitting. Het volledige programma
kunt u raadplegen op: http://www.mumm.ac.be.
![]()
1.7. SIMULATOREN VOOR DE
SCHEEPVAART, EEN INTERNATIONALE MEETING
Mariene simulatoren zijn sinds eind de jaren ’70 een populair
trainingsinstrument geworden voor opleidingen in de scheepvaart. Het
International Marine Simulator Forum (IMSF: http://www.imsf.org) kent vandaag 60 ledenorganisaties uit
15 landen, en probeert via allerlei initiatieven een forum te bieden voor
uitwisseling van informatie aangaande dit onderwerp. Dit jaar zijn de afdeling
Waterbouwkundig Laboratorium en Hydrologisch Onderzoek van AWZ (WLH-AWZ) en de
Hogere Zeevaartschool Antwerpen gastheer voor de 31ste Algemene
vergadering van IMSF. Dit forum gaat door van 13 tot 17 september 2004 in de
Hogere Zeevaartschool. Voor wie zich interesseert in dit onderwerp, ongetwijfeld
een aanrader. Meer info op: http://watlab.lin.vlaanderen.be/imsf/
![]()
1.8. DE GESCHIEDENIS
VAN DE NAVIGATIE IN NOORDELIJKE ZEEËN
Wetenschappelijk onderzoek met de zee als werkterrein kent nauwelijks grenzen,
noch in tijd noch in ruimte. Van 25 tot en met 27 augustus 2005 organiseren de
Association for the History of the Northern Seas (http://www.swgc.mun.ca/ahns/), het Zeeuws Archief (http://www.zeeuwsarchief.nl) en het Zeeuws Maritiem Muzeeum (http://www.muzeeum.nl) een internationale conferentie rond
het thema ‘Navigating the Northern Seas’. Bedoeling is experts in de
geschiedenis van de navigatie en het maken van zeekaarten (en andere historici)
in deze noordelijke wateren samen te brengen en ervaringen uit te wisselen.
Topics zijn o.a.: kaartenaanmaak en –gebruik, nautische exploratie en
ontdekkingsreizen, navigatietechnieken, nautische opleiding en diens invloed op
de navigatie, etc. De conferentie vindt plaats te Middelburg en te Vlissingen.
Dr. Jan Parmentier van de Gentse universiteit kan verdere vragen omtrent dit
gebeuren beantwoorden: Jan.Parmentier@Ugent.be.
![]()
1.9. OPTISCHE
TELEDETECTIE VAN KUST- EN BINNENWATEREN IN EEN WORKSHOP
Kennis van zand en slibtransporten is van cruciaal belang in kustgebieden. Deze
sedimentverplaatsingen bepalen immers niet alleen de toegankelijkheid van
havens, de baggerintensiteit of de ideale locatie van baggerloswallen, maar
zijn ook belangrijk in hun effecten op de troebelheid en de productiviteit van
de waterkolom. D.m.v. teledetectie (bv. via satellietbeelden) kan de
verplaatsing van zwevende deeltjes worden opgevolgd, zoals gedemonstreerd in
het project BELCOLOUR. Het project BELCOLOUR kadert binnen het federale
programma STEREO en wordt uitgevoerd door de BMM, het labo ‘Ecologie des
systčmes aquatiques’ van de Université Libre de Bruxelles en de Vlaamse
Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). Het doel van dit project is het
verbeteren van de theoretische basis en software voor de bepaling van zwevende
deeltjes en chlorofyl via teledetectiegegevens van kustwateren. Op 18 oktober
2004 organiseert dit BELCOLOUR project voor ‘Optische teledetectie van kust- en
binnenwateren’ een ‘Sediment Transport and Remote Sensing’ workshop in de
gebouwen van BMM-Brussel. Inschrijven is gratis en kan door vóór 11 oktober per
e-mail of telefonisch in te schrijven bij Barbara Van Mol (Tel.: 02/773 21 34
of B.Vanmol@mumm.ac.be). ![]()
2.1. UNIEKE
VLAAMS/BELGISCHE KUSTATLAS KOMT ERAAN
Ook in het vorige nummer van VLIZINE kondigden we het reeds aan. Rond eind
oktober verschijnt de eerste Vlaamse Kustatlas, een unieke publicatie van het
Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer (http://www.kustbeheer.be). Deze Kustatlas
zal in ruim 100 pagina’s en vele kaarten een boeiend overzicht brengen van de
typische kenmerken van onze kust, en wordt ongetwijfeld een hebbeding voor elke
rechtgeaarde kustfanaat. De atlas behandelt thema’s als bv. het fysisch milieu,
het gebruik van de zee, toerisme, industrie, visserij, natuur, zeewering en
covert zowel de ondiepe zeegebieden binnen de 12-mijlsgrens als de zeereep en
poldergebieden. Het boek zal worden voorgesteld ter gelegenheid van een
persconferentie op 18 oktober 2004 om 11u te Oostende. Meer info: kathy.belpaeme@kustbeheer.be of op +32-(0)59
34 21 41.
![]()
2.2. ENKELE LEUKE SCHEEPSWRAKKEN-WEBSITES
Scheepswrakken hebben een ontegensprekelijke aantrekkingskracht op de mens. Het
is dan ook niet verwonderlijk dat zowel uit wetenschappelijke hoek als in
duikermilieus energie wordt gestopt in het ontwikkelen van websites terzake. We
bezochten hieronder slechts enkele van de vele interessante sites over
scheepswrakken:
- de Wrakkensite (http://users.pandora.be/tree/wrecksite)
biedt een massa informatie over Noordzeewrakken, waaronder kaarten die de
ligging van meer dan 3900 wrakken weergeven, zoekmachines die je helpen wrakken
op naam, lengte, datum of ligging te zoeken, en meer dan 900 foto’s, 120
verhalen en 77 zeekaarten die het geheel illustreren.
- de site van het Europese MOSS project (2001-2004: ‘Monitoring, Safeguarding
and Visualizing North-European Shipwreck Sites’: http://www.nba.fi/INTERNAT/MoSS/dut/index.html)
geeft o.a. zeer mooi beeldmateriaal en interessante informatie over vier
historische scheepswrakken, respectievelijk in Nederland, Duitsland, Zweden en
Noorwegen.
- de site van de (Nederlandse) Landelijke Vereniging Archeologie Onder Water (http://www.lwaow.nl) biedt dan weer houvast
voor wie zich in Nederland aangetrokken voelt tot het bedrijven van archeologie
onder water.
- voor wie ook de Britse wateren niet schuwt is er de site van de Nautical
Archeological Society (http://www.nasportsmouth.org.uk).
- en recent is ook een site gelanceerd die het onderzoeksproject BEWREMABI
(‘BElgian shipWREcks: hotspots for MArine BIodiversity: http://www.vliz.be/projects/bewremabi/)
belicht: binnen dit federale wetenschappelijke project bestuderen vijf partners
de biodiversiteit op en rond vijf scheepswrakken (Birkenfels, Kilmore, LCTR457,
Bourrasque en Sperrtdecher142), gelegen in Belgische mariene wateren.
Tenslotte maken
we u graag attent op een recent verschenen artikel in New Scientist, met als titel: ‘The doomsday wreck: a secret report into a cargo of
bombs that sank in the Thames 60 years ago says they are anything but safe’.
Dit intrigerende artikel
kan desgewenst opgevraagd of geconsulteerd worden in de VLIZ bibliotheek (jan.haspeslagh@vliz.be).
![]()
2.3. LEVENDE DUINEN:
EEN OVERZICHT VAN DE BIODIVERSITEIT AAN DE VLAAMSE KUST
Een prachtig uitgegeven, mooi geďllustreerd en inhoudelijk sterk boek van niet
minder dan 416 pagina’s. Zo kan deze nieuwe publicatie van het Instituut voor Natuurbehoud
kort worden omschreven. De redacteurs Sam Provoost en Dries Bonte spaarden tijd
noch moeite om een uitgebreide groep experts een beeld te laten brengen van de
rijkdom aan dier- en plantenleven in onze duinen. Een eerste luik neemt de
landschapsecologie van het kustsysteem onder de loep, en wordt gevolgd door de
bespreking van zeventien groepen organismen (in totaal 3600 taxa tellend) in
evenveel hoofdstukken. Bij elke groep hoort een bijzonder nuttige tabel met de
voornaamste aandachtssoorten, hun status, trend in voorkomen in Vlaanderen en
kustspecifieke karakter. Hoeft het nog gezegd? Een aanrader. Het boek kan
besteld worden via: http://www.instnat.be,
en is tevens consulteerbaar op het VLIZ.
![]()
2.4. DE OOSTENDSE
VISSERIJ IN TWEE NIEUWE PUBLICATIES
Oostende ontwikkelde zich tijdens de achttiende eeuw als het voornaamste
economische centrum voor maritieme activiteiten in de Zuidelijke Nederlanden.
Internationale handel, kaapvaart en visserij stimuleerden in belangrijke mate
deze groei. Met het nieuwe boek ‘Het gezicht
van de Oostendse handelaar: studie van de Oostendse kooplieden, reders en
ondernemers actief in de internationale maritieme handel en visserij tijdens de
18de eeuw’ geeft auteur/historicus dr. Jan Parmentier
(Universiteit Gent) nu ook een gezicht aan deze achttiende-eeuwse handelswereld
van Oostende. Niet minder dan 187 kooplieden, reders en ondernemers passeren de
revue en komen zo als het ware weer tot leven. Niet alleen de liefhebbers van
stambomen zullen in deze publicatie heel wat voer vinden. Ook de Oostendenaar
en al wie geďnteresseerd is in het achttiende-eeuwse leven in de Zuidelijke
Nederlanden zal ongetwijfeld geboeid geraken door deze aparte biografieën. Het
464 pagina’s tellende boek is uitgegeven door het Stadsbestuur Oostende en kan
worden aangeschaft tegen de prijs van 25 EUR, door overschrijving van dit
bedrag (+2 EUR verzendingskosten) op rekeningnummer 091-0065420-71 van de
Stadskas, Stadhuis, Vindictivelaan 1, 8400 Oostende met vermelding “104/161/02
– OHP 11” of door contante betaling in het archief, kantoor 100, Stadhuis
Oostende.
En eveneens nieuw is het fotoboek van kleine Oostendse kustvaartuigen,
uitgegeven door de Vriendenkring van het Noordzee Aquarium, getiteld: “De Oostendse kustvissersvaartuigen na wereldoorlog
1940-1945” (André Barbaix en Eddy Eneman). Niet minder dan 208
‘kustscheepjes’ worden geďllustreerd en besproken in dit 217 pagina’s tellende
werk. Inlichtingen i.v.m. aankoop via Tel.: 059/50 08 76 of 059/50 20 95.
Beide boeken zijn consulteerbaar in de VLIZ bibliotheek.
![]()
3.1. FEDERAAL
WETENSCHAPSBELEID STIMULEERT UITWISSELING MET BUITENLANDSE
ONDERZOEKSGROEPEN
Onderzoeksgroepen die op dit ogenblik actief zijn binnen
lopende projecten in het kader van de actie ‘Duurzaam Beheer van de Noordzee’
van het PODO II programma, krijgen voortaan ondersteuning om
samenwerkingsverbanden aan te gaan met onderzoeksgroepen uit naburige
oeverstaten. Binnen de oproep ‘Stimuleringsactie inzake internationale
samenwerking Noordzee’ door Federaal Wetenschapsbeleid, kunnen de betrokkenen
tot 30 april 2006 voorstellen doen ter ondersteuning van het ontvangen van
buitenlandse experts, het uitsturen van eigen experts en de organisatie van
thematische studiedagen, symposia en workshops met internationale participatie.
Meer informatie hierover vindt u op: http://www.belspo.be.
![]()
3.2. GEBETEN DOOR
WETENSCHAPSCOMMUNICATIE?
Dan is deze vacature misschien wel iets voor u. Voor het project ‘Wetenschap en Samenleving
in Interactie’ (http://www.wetenschapensamenleving.be)
zoekt de eenheid Wetenschapscommunicatie van het Departement Wetenschappelijke
en Maatschappelijke Dienstverlening van de Universiteit Antwerpen een tijdelijk
voltijds medewerker (m/v), voor een initiële aanstelling van 10 maanden, met
mogelijkheid tot verlenging. De kandidaat krijgt de verantwoordelijkheid over
de dagdagelijkse opvolging en coördinatie van activiteiten binnen het project
‘Wetenschap en Samenleving in Interactie’, wat o.a. inhoudt: de organisatie van
communicatietrainingen voor wetenschappers, de behartiging van de
‘wetenschapswinkel’ van de Universiteit Antwerpen, het uitwerken van nieuwe
cursussen, etc. Het spreekt voor zich dat goede mondelinge en schriftelijke
communicatieve eigenschappen een absolute must zijn. Een universitair diploma,
bij voorkeur wat onderzoekservaring en een positieve, dynamische ingesteldheid
zijn bijkomende vereisten. Solliciteren kan nog tot uiterlijk 24 september
2004. Meer info bij Ann Van der Auweraert (Tel.: 03/265 34 84; ann.vanderauweraert@ua.ac.be).
![]()
3.3. JOBAANBOD VOOR MARIENE
BIOLOGEN IN EUROPEES VERBAND NU GECENTRALISEERD
MARBEF
is een EU Network of Excellence m.b.t. Mariene Biodiversiteit en het
Functioneren van het mariene Ecosysteem, dat de expertise van meer dan 50
Europese instituten bundelt binnen het zesde Kaderprogramma. Eén van de
tastbare resultaten van deze Europese samenwerking is alvast de vlotte toegang
tot de jobmarkt voor mariene biologen. Op http://www.marbef.org/modules.php?name=Mobility
staan momenteel tal van vacatures, met name voor onderzoekers reeds in het
bezit van een doctoraat. Bent u op zoek naar een uitdagende job in deze branche
en voelt u wel wat voor het werken in Europees verband? Dan is een regelmatig
bezoek aan deze site vast geen overbodige luxe.
![]()
3.4. UW HORIZONTEN
VERRUIMEN IN EEN MARIE CURIE TRAINING SITE BIJ HET FRANSE IFREMER
Ook dat kan!
Voorwaarde is dat u sleutelt aan een doctoraat in het domein van
genetica, fysiologie, pathologie of ecologie van weekdieren en bereid bent gedurende
3-12 maanden in de IFREMER laboratoria in het Franse La Tremblade of Brest
onderzoek te verrichten. Dit initiatief kadert in de ondersteuning die Europa
biedt aan uitwisselingen van onderzoekservaring tussen de lidstaten en
geassocieerde landen, via het Marie Curie programma (http://www.cordis.lu/improving/fellowships/home.htm).
De gastinstelling biedt zijn ervaring aan, naast een beurs van 1200 EUR/maand
en één verplaatsing heen/terug.
Meer info over het concrete initiatief aan het Franse IFREMER kan verkregen
worden via: pludamor@ifremer.fr.
![]()
4.1. DE ADMINISTRATIE WATERWEGEN EN ZEEWEZEN IN
EEN NIEUW KLEEDJE
De diensten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
kenden de jongste jaren al verschillende herstructureringen en
naamsveranderingen. Enkele nieuwe wijzigingen binnen de Administratie
Waterwegen en Zeewezen (AWZ: http://www.awz.be)
wilden we jullie alvast niet onthouden. AWZ bekleedt met zijn meer dan 2000
personeelsleden immers een vooraanstaande plaats inzake het beheer en beleid
van de Vlaamse kust en de bevaarbare waterlopen zoals de Schelde.
- de afdeling Waterwegen Kust (AWZ-WWK) wordt afdeling Kust, gezien de
overdracht van de bevoegdheden aangaande alle bevaarbare waterlopen (kanalen in
het Brugse, rond Oostende en in het IJzerbekken) naar afdeling Bovenschelde;
tevens is sinds 1 september het luik ‘hydrografie’ (dieptepeilingen) m.b.t. het
Zeescheldebekken overgeheveld naar de afdeling Kust, waar ook al de hydrografie
m.b.t. de Noordzee was gecentraliseerd. De afdeling heeft tevens een nieuwe
baseline ontwikkeld, waarin de naam onlosmakelijk verbonden wordt aan de
sloganstempel ‘Samenleven met de zee’ en die zal gebruikt worden op alle
publicaties van afdeling Kust.
- de hydrometrie (het meten van het getij) in het Zeescheldebekken wordt vanaf
1 september overgeheveld naar de afdeling Waterbouwkundig Laboratorium en
Hydrologisch Onderzoek (AWZ-WLH). De contactpersoon blijft ir. Eric Taverniers.
![]()
4.2. ELEKTRISCH VISSEN ALS ALTERNATIEVE
VISSERIJMETHODE: IS HET SOP DE KOLEN WAARD?
Om enerzijds tegemoet te komen aan de groeiende
maatschappelijke zorg over de bodemverstoring van de boomkorvisserij en aan de
hoge brandstofkosten anderzijds worden alternatieve vismethodes uitgetest. Eén
daarvan is de pulskor, een vistuig gebaseerd op de traditionele boomkor,
waarbij in plaats van wekkerkettingen elektrische prikkels worden aangewend om
de vis de bodem uit te jagen. De ontwerpers van deze techniek hoopten niet
alleen de mate van bodembeschadiging te minimaliseren, ook hoopten ze de
ongewenste bijvangst van andere organismen en het brandstofverbruik sterk te
doen dalen. Het tuig wordt momenteel uitgetest op het commercieel vaartuig Urk
153, na eerdere experimenten aan boord van de Nederlandse onderzoeksschepen
Isis en Tridens. En de nieuwste resultaten zijn alvast zeer bemoedigend. De pulskorren, elk met een spanwijdte
van 12 meter, zijn hun kinderziektes ontgroeid (aanvankelijke problemen met de
vereiste vermogens en de slijtage van elektroden door corrosie) en ook de
aanvankelijk tegenvallende vangsten voor Schol lijken te zijn weggewerkt.
Terwijl de vangsten voor Tong nu zelfs iets hoger (+15%) zijn met de pulskor
dan met een vergelijkbare klassieke boomkor, is het vangstverlies bij Schol
teruggebracht tot nauwelijks 5%. Ook de bijvangst van ondermaatse Tong en Schol
is met 20% verminderd, die van krabben en zeesterren met 50% en ingegraven
schelpdieren zijn vijf maal minder talrijk in de pulskornetten. Er zijn geen
aanwijzingen dat platvis of bodemdieren schade ondervinden van de elektrische
stimulering zelf en de kwaliteit van de gevangen vis blijkt beter. Over de
besparing in brandstof en de investeringskosten zijn alsnog geen gegevens
beschikbaar. Medio 2005 wordt een eindrapportage verwacht van het project, en
als Brussel toestemt in de ontheffing op het huidige EU-verbod op het gebruik
van elektrische stimuli voor de vangst van vis in open zee, kan de pulskor
medio 2006 misschien wel als alternatief vistuig voor platvis op de markt
verschijnen.
![]()
4.3. NIEUWE EXPERIMENTELE GOLFGOOT IN GEBRUIK AAN
GENTSE UNIVERSITEIT
Op 3 september jl. werd de nieuwe golfgoot van de afdeling Weg-
en Waterbouwkunde aan de Gentse universiteit officieel ingehuldigd. In het
bijzijn van heel wat prominenten en een talrijk opgekomen publiek lichtte
professor Julien De Rouck deze nieuwste verwezenlijking toe. De golfgoot is
30 meter lang, 1 meter breed en 1,2 meter hoog en is daarmee één
van de grotere in zijn soort. Met deze opstelling kunnen modelproeven worden
uitgevoerd en kan een beter inzicht worden verkregen in het gedrag van golven
en hun interactie met bv. golfbrekers en dijken. Stabiliteitsonderzoek,
onderzoek naar golfoploop en –overtopping, en research naar erosiegevoeligheid
behoren tot de mogelijkheden. Meer
info over de afdeling Weg- en Waterbouwkunde op: http://awww.Ugent.be.
![]()
4.4. SLECHTSTE JAAR
OOIT VOOR SCHOTSE ZEEVOGELBROEDKOLONIES, BESTE VOOR BELGISCHE
Wie ooit het geluk gehad heeft een zeevogelkolonie te mogen bezoeken in volle
broedseizoen, zal zich de kakofonie van door elkaar vliegende en schreeuwende
vogels vermoedelijk nog lang herinneren. Zij die deze zomer hun opwachting
maakten op één van de eilanden van de Schotse Shetlands of Orkneys, in de hoop
er het jaarlijks terugkerend spektakel te kunnen aanschouwen, zullen hun reis
ook nog lang onthouden zij het om een heel andere reden. De eilanden kenden hun
slechtste broedresultaten ooit en dat was te merken. Zo bleef op Fair Isle het
schouwspel van 250.000 drieteenmeeuwen, sternen, zeekoeten, alken en jagers,
volledig achterwege en oogde het eiland dit jaar leeg en verlaten. In de ‘News
of the Week’ rubriek van Science (Vol. 305) laten zeevogelexperts er geen
twijfel over bestaan. De instorting van de populatie Zandspiering, een kleine
zeebodembewonende vissoort die het stapelvoedsel vormt van vele van deze
zeevogels en tevens commercieel bevist wordt, ligt aan de basis van de
problemen. Heel wat wetenschappers wijten de instorting van de Zandspiering aan
verschuivingen in het dierlijk plankton (het voedsel van deze vis) ten gevolge
van de opwarming van de Noordzee. Anderen, waaronder de Schotse zeevogelspecialist
Robert Furness, vermoeden dat de toename van de haringstand wel eens de oorzaak
zou kunnen zijn van de achteruitgang van de Zandspiering.
Aan onze kust, in het uiterste zuiden van de Noordzee, gaat het er intussen
veel beter aan toe, zo lijkt. Het broedseizoen 2004 kende een nooit eerder
gezien aantal broedende sternen op de terreinen van de Zeebrugse Voorhaven. Met
– in grootte-orde - 3500-4000 paar Grote stern, 3000 paar Visdief en 150 paar
Dwergstern is Zeebrugge de belangrijkste Europese broedkolonie van sternen
geworden. De uitbreiding van het sinds 1997 bestaande sternenschiereiland aan
de oostelijke strekdam tot 7 ha heeft daar in niet onbelangrijke mate aan
bijgedragen.
![]()
4.5. DE SCHEEPVAART
EN ZIJN IMAGO VAN MILIEUVRIENDELIJKHEID
Vrachtvervoer over het
water wordt vaak voorgesteld als een milieuvriendelijk alternatief voor het
vastlopende wegtransport. Het energieverbruik per ton vervoerde lading over een
bepaalde afstand is inderdaad veel lager dan bij eender welk ander
transportmiddel. In die zin wordt de binnenvaart en de scheepstraffieken op zee
nog wel eens voorgesteld als een ‘deus ex machina’. Toch is dit niet de
volledige waarheid, zo blijkt. Terwijl de uitstoot van auto’s en vrachtwagens
aan steeds strengere eisen wordt onderworpen, blijft de regulering van uitstoot
door schepen in de kinderschoenen staan. Met een groeiende scheepvaart dreigt
hierdoor een processie van Echternach ingezet. Maar er is verandering op til.
Een ontwerp van de Europese zwavelrichtlijn schrijft voor dat scheepsbrandstof
vanaf 2008 nog slechts 0,5% zwavel mag bevatten, terwijl dat nu nog ca. 2,8% is
(of 3000 keer meer dan in vrachtwagendiesel). En ook voor andere uitstoten
(stikstofoxydes, fijn stof en PAK’s) zijn er Europese voorstellen om paal en
perk te stellen aan de luchtverontreiniging door de scheepvaart (http://www.noordzee.nl/scheepvaart/).
![]()
4.6. TOT IN DE DIEPSTE
DIEPTEN VAN DE OCEANEN MET DE NIEUWE ALVIN-DUIKKLOK
De diepste diepten van ’s werelds oceanen hebben de mens
altijd al beroerd. Een belangrijke bijdrage tot de kennis en beeldvorming rond
die diepzee wordt geleverd door onderzoek met duikklokken en andere
onderzeeërs. Na 40 jaar wetenschappelijke activiteit is de ‘Alvin’ onderzeeër
aan vervanging toe. ‘Alvin’ verleende sinds zijn ingebruikname in 1964
generaties van wetenschappers en het grote publiek toegang tot een voordien
ongekende onderwaterwereld, en droeg o.a. bij tot de ontdekking van nieuwe
levensvormen en theorievorming i.v.m. de platentektoniek. De Amerikaanse
National Science Foundation (NSF) voorziet het leeuwendeel van de vereiste 21,6
miljoen US$ voor de bouw van een nieuwe onderzeeër, die bij ingebruikname in
2008 het krachtigste onderwateronderzoeksmedium ter wereld zal zijn. Het
befaamde Woods Hole Oceanographic Institution – gelegen aan Cape Cod aan de
Amerikaanse oostkust (WHOI: http://www.whoi.edu/)
- zal de nieuwe Alvin beheren. Daar waar zijn voorganger tot 4500 meter diep
kon duiken en daarmee ca. 68% van alle oceaanbodems kon bereiken, scoort Alvin
II met respectievelijk 6500 meter en 99% nog stukken beter. Meer info over het
project op: http://www.whoi.edu/media/2004_Alvin_replacement.html
of http://www.whoi.edu/marops/vehicles/newalvin/index.html.
![]()
4.7. HOE RICHT JE HET
NEDERLANDSE DELTAGEBIED IN? HET DELTA-GEZELSCHAPSSPEL
Ruimtelijke ordening op zee en in de kustzone verloopt niet steeds van een
leien dakje. De belangen zijn er vaak groot en niet steeds gelijklopend,
waardoor belanghebbende sectoren al wel eens in elkaars vaarwater komen.
Om dit moeilijke en moeizame proces meer ingang te doen vinden bij het grote
publiek, zijn de jongste tijd in de lage landen een aantal gezelschapsspelen
ontwikkeld. In een vorig nummer van VLIZINE hadden we het reeds over het spel
‘Zeenario’, aangemaakt door Horizon Educatief vzw i.s.m. diverse andere Vlaamse
actoren. Nu is er ook het Deltaspel (http://www.zeeland.nl/bestuur_organisatie/beleid/omgevingsplan/deltaspel2&highlight=Deltaspel#zoek),
dat u toelaat zelf plannen te maken voor de inrichting van het Nederlandse
Deltagebied. Zodra u klaar bent met de inrichting, wordt uw levenswerk
overigens getest. En misschien kom je er dan wel achter dat niets zo simpel is
als het lijkt…
![]()
4.8. DOCTORAATSVERDEDIGINGEN
e.a.
Er werd ons t.b.v. dit nummer van VLIZINE geen melding
gemaakt van op til zijnde doctoraatsverdedigingen in het wereldje van
Vlaams/Belgische zee- en kustwetenschappers. We zouden het erg op prijs stellen als alle
onderzoekers die de datum van hun verdediging reeds kennen, of postuum het
resultaat van de verdediging willen kenbaar maken, dit zouden laten weten aan jan.seys@vliz.be
![]()
5. VRAAGBAAK DE ‘ZEELOODS’
Via deze rubriek kan iedereen oproepen lanceren voor samenwerking, gezamenlijk
gebruik van materiaal, vraag naar levende en andere monsters, enz. De
informatie dient gestuurd te worden naar Jan Seys (jan.seys@vliz.be). We nemen het bericht op
in de vraagbaak van één van de volgende VLIZINES.
![]()
DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn
die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ.
Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van
foutieve of verkeerd geďnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de
inhoud van websites waarnaar verwezen wordt.
Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden
doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële
doeleinden.
![]()
COPYRIGHT
Copyright © 2004 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in
andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding.
Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd
naar derden.
LID WORDEN
VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.
WEBSITE
http://www.vliz.be
VLIZ
Vlaams Instituut voor de Zee vzw
Flanders Marine Institute
Vismijn Pakhuizen 45-52 - B-8400 Oostende, Belgium
Tel. +32/(0)59 34 21 30
Fax +32/(0)59 34 21 31
http://www.vliz.be