|
|
VLIZINE |
Het Vlaams Instituut
voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten
en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en
kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals
vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia,
etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden
opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te
schrijven, stuur een e-mail naar info@vliz.be
met in de subjectline: ‘unsubscribe VLIZINE’. Inschrijven op dezelfde manier
met vermelding: ‘subscribe VLIZINE’. Archieven van dit e-zine zijn
raadpleegbaar via deze link.
INHOUD
1. Kalender
1.2. MIMAC: een
internationale conferentie rond het beheer van mariene ongevallen op de
Noordzee
1.3. Vijfde
Oostendse Visserijfeesten en havendag op zaterdag 9 september 2006
1.4. Meer
zee- en kustactiviteiten aan de Vlaamse kust tijdens het zomerseizoen
2. Publicaties
2.1. Strandvormen van de Vlaamse kust vastgelegd in een
uniek boek
2.3. Publicatie
duurzaamheidsindicatoren Nederlandse kust
2.4. Webcam op sternenbroedgebied Zeebrugse Voorhaven
3. Vacatures/beurzen/fondsen
3.1. Internationale
organisatie POGO zoekt nieuwe directeur
3.2. Hogere Zeevaartschool Antwerpen werft aan
3.3. Assistent
biologie gezocht aan Universiteit Hasselt
3.4. Nieuw
Noors marien instituut zoekt internationale partners
4. Varia
4.1. Secretariaat Marine Board van de European Science
Foundation verhuist van Straatsburg naar Oostende
4.2. Nieuwe structuren, nieuwe namen in het
zeewetenschappelijk landschap
4.3. Ongepelde Vlaamse garnaal krijgt label streekproduct
4.4. Zeezoogdierennieuws
4.5. Doctoraatsverdedigingen e.a.
5. Vraagbaak de ‘Zeeloods’
1.1. ALLE BELANGRIJKE
MARITIEM-ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKEN UIT HET NOORDZEEGEBIED EN HET BALTICUM
VERVAT IN INTERNATIONAAL SYMPOSIUM
Het is nooit eerder gebeurd, maar van 21 tot en
met 23 september 2006 kun je in het Provinciaal Hof in Brugge terecht voor een
uniek internationaal symposium (‘To sea or not to sea’: www.vliz.be/marcol/) waar alle kennis
over de belangrijkste maritiem-archeologische studies uit het Noordzeegebied en
het Balticum zal worden gedemonstreerd: het vlaggenschip van Hendrik VIII, de Mary Rose; de oudste gekende
kogge ontdekt nabij Antwerpen; het IJsselmeer met vele honderden
scheepswrakken, de kogge van Bremen, de Vasa, de Kronan… Er zullen sprekers van wereldformaat
aanwezig zijn, zoals professor Donny Hamilton (Institute of Nautical
Archaeology in Texas) die een ‘keynote lecture’ brengt omtrent ‘La Belle, het
vlaggenschip van Lodewijk XIV, vergaan in de Matagorda Baai in 1686. Maar ook
de diversiteit en veelheid van ons eigen erfgoed zal er door tien binnen- en
buitenlandse sprekers in de verf gezet worden. De wetgeving in verband met
maritiem archeologisch erfgoed in de verschillende landen rond de Noordzee zal
met elkaar geconfronteerd worden door mensen met jarenlange ervaring. Daarbij
komt ook het standpunt van de ‘sportduiker’/‘amateur-onderwaterarcheoloog’
duidelijk aan bod. Leerrijke buitenlandse voorbeelden moeten een licht werpen
op de conserveringsproblematiek. Van zeven vermaarde projecten van ontsluiting
voor het publiek zal er door de verantwoordelijken zelf een beeld geschetst
worden. Andere sprekers verruimen het blikveld met lezingen over de
biodiversiteit rond scheepswrakken, de maritieme handel en de
detectietechnieken gehanteerd in de hydrografie.
In het verlengde hiervan hebben de organisatoren, het Vlaams Instituut
voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) samen met negen andere partners, ter plekke
een tentoonstelling opgebouwd over maritiem archeologisch onderzoek (van 1 tot
30 september).
Voor
wie zich alvast wat wil verdiepen in de scheepswrakken gelegen op Belgische
bodem, ontwikkelde de cel Maritiem Erfgoed van VIOE een databank i.s.m. de
provincie West-Vlaanderen, het Vlaams Instituut voor de Zee, de Vlaamse
Hydrografie en Aexis Software & Services. De omvangrijke hoeveelheid
informatie wordt in vier hoofdcategorieën ingedeeld: wrakken, structuren, artefacten en gebeurtenissen (www.maritieme-archeologie.be).
1.2. MIMAC: een
internationale conferentie rond het beheer van mariene ongevallen op de
noordzee
De Noordzee is een
intensief gebruikt en bevaren gebied, wat belangrijke risico’s voor ongevallen
inhoudt. Het is dan ook van het grootste belang de nodige technische en
organisatorische maatregelen te treffen om de kans op rampen met bijvoorbeeld
gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk in te perken. En hiervoor is een grondige
analyse van de risico’s onontbeerlijk. Juist rond deze materie van mariene
incidenten in de Noordzee vindt op 19-20 oktober 2006 in het “Provinciaal Hof”
te Brugge de internationale MIMAC conferentie plaats. MIMAC is een
clusterproject gefinancierd door het Belgische federale PODO II
onderzoeksprogramma, dat de projecten RAMA (‘Risk Analysis of Marine Activities
in the Belgian part of the North Sea’) en DIMAS (‘Development of an Integrated
database for the Management of Accidental Spills’) samenbrengt. Naast het
voorstellen van de resultaten van beide projecten, zal tijdens de conferentie
specifiek worden ingegaan op huidige veranderingen in het beleid rond mariene
interventie en risicobeheer van de Noordzeelanden (risicoanalyse &
efficiënt databeheer). Meer info en het volledige programma van de conferentie
zijn na te lezen op de website van MIMAC: http://www.vliz.be/projects/mimac/index.php.
1.3. VIJFDE
OOSTENDSE VISSERIJFEESTEN EN HAVENDAG OP ZATERDAG 9 SEPTEMBER 2006
Op zaterdag 9 september
zal het in en rond de Oostendse haven en vismijn weer bruisen van de
activiteiten (www.visserijfeesten.be).
Vanaf 10.00 uur kan iedereen er gratis terecht voor een veelheid aan
demonstraties, infostanden, havenactiviteiten, scheepsbezoeken en optredens. Op
de agenda staat ook een viskistenstapelwedstrijd, een maritiem diner, een
rommelmarkt en maritieme curiosa, een Noordzeevistafel en nog veel meer. Goed
voor een jaarlijkse opkomst van om en bij de 20.000 bezoekers.
Ook Zeebrugge laat zich niet onbetuigd en organiseert op zondag
25 juni haar ‘Dag van de Visserij’ in de Zeebrugse Vismijnwijk. Om 10.00 uur
start de processie aan de school in de Zusterstraat, met aansluitend een
openluchtmis en de zeewijding op de kade aan de oude vismijn, ter huldiging van
de Zeebrugse vissers die nooit zijn teruggekeerd van hun laatste zeereis. In de
namiddag is er gevarieerde animatie voorzien. Meer info bij het feestcomité
Zeebrugge (Tel.: 050/54 65 57).
1.4. MEER ZEE- EN KUSTACTIVITEITEN AAN DE
VLAAMSE KUST TIJDENS HET ZOMERSEIZOEN
Naast het
spetterende kunstproject ‘Beaufort 2006’ (www.2006beaufort.be)
valt er nog heel wat meer te beleven aan onze kust tijdens de zomer. Zo kun je
deelnemen aan één van de tien erfgoedwandelroutes die je helpen de
architecturale pareltjes en de verborgen charmante hoekjes te (her)ontdekken (www.west-vlaanderen.be/jahia/Jahia/site/kusterfgoed).
Wie het meer op het groen begrepen heeft, kan voor een geleide natuurwandeling
terecht in één van de mooiste natuurterreinen langs onze kust (www.natuurpunt.be/westvlaanderen)
of gratis deelnemen aan begeleide wandelingen in Noord-Franse duingebieden
(folder op aanvraag: Tel.: 051/51 93 46). En valt het weer tegen, dan is er nog
steeds de mogelijkheid om bijvoorbeeld de foto-expeditie ‘De zee m’n
thuishaven: portret van de zeevisserij’ (http://users.skynet.be/gretademetsenaere/reportagesdezee.html)
te Oostende te bezoeken of je tot 7 juli te laten onderdompelen in de
geschiedenis van het kusttoerisme a.d.h.v. prenten, foto’s en andere documenten
uit de rijke collectie van de Provinciale Bibliotheek (tentoonstelling: ‘Van
Kykhill tot Zwin’: www.west-vlaanderen.be/bibliotheek).
2.1. STRANDVORMEN VAN DE
VLAAMSE KUST VASTGELEGD IN EEN UNIEK BOEK
De strandgids
‘Het Vlaamse strand – Geomorfologie en dynamiek’, geschreven door Guy De Moor
en uitgegeven door het VLIZ, geeft een uniek overzicht van de strandvormen aan
onze kust. Met het nieuwe academische werk ‘Het Vlaamse strand – Geomorfologie
en dynamiek’ is niet alleen een unieke beschrijving en fotoreportage gemaakt
van de strandvormen aan onze kust. Het is ook een eerbetoon geworden aan de
auteur, prof. dr. em. Guy De Moor, die in zijn rijkgevulde carrière als
geomorfoloog, doorgedreven studies verrichtte van de vormen en evolutie van
onze stranden.
Prof. De Moor schuimde drie decennia lang de Vlaamse stranden af. Hij
bestudeerde en fotografeerde er een grote diversiteit aan strandribbels,
zwinnen, muien, en andere speciale geomorfologische fenomenen zoals afslagen
bij stormen, ijsrichels, enz. Zijn
kennis werd nu gebundeld in een strandgids, rijk geïllustreerd met origineel
fotomateriaal. Het boek is in een beperkte oplage uitgegeven door het Vlaams Instituut
voor de Zee (VLIZ). Het werd voorgesteld aan de pers en het publiek op 16 mei.
Geïnteresseerden kunnen het boek voor 15 EUR bestellen bij het VLIZ via
mail (info@vliz.be) of telefonisch op 059/34 21 30.
2.2. ‘FISHERY, TRADE AND PIRACY’: OVER VISSERS EN
VISSERIJNEDERZETTINGEN IN HET NOORDZEEGEBIED VANAF DE MIDDELEEUWEN
Recent rolde het boek ‘Fishery, trade and piracy: fishermen and
fishermen’s settlements in and around the North Sea area in the Middle Ages and
later’ van de drukpersen. Dit werk bevat de wetenschappelijke bijdragen van
het colloquium over maritieme archeologie, dat op 21-23 november 2003
plaatsvond op het domein Walraversijde, en georganiseerd werd door het VIOE, de
provincie West-Vlaanderen, de Vrije Universiteit Brussel en het VLIZ. Dit
colloquium, bijgewoond door een 100-tal deelnemers, bracht met lezingen door
onderzoekers uit het Verenigd Koninkrijk, Finland, Denemarken, Nederland en
België, een weelde aan informatie naar boven, gaande van de kenmerken van de
nederzettingen, diverse aspecten van de wereld van materiële goederen, religie,
voeding, de visserij en andere aspecten van het leven in kustgebieden van de
Noordzee tijdens de middeleeuwen en recentere tijden. Het boek telt 219
pagina’s en is te bestellen via: http://www.vioe.be/nl/index.cgi?id=1098&nav=true.
In het kader van de
implementatie van de de Europese Aanbeveling voor de uitvoering van geïntegreerd
beheer van kustgebieden in Nederland (ICZM), is door de Europese ICZM
expertgroep een set van 27 indicatoren voorgesteld voor het bepalen van de
toestand van kustgebieden in Europa. De uitkomsten van de eerste inventarisatie
van deze indicatoren voor Nederland in 2005, uitgevoerd door het Vlaams
Instituut voor de Zee in opdracht van het Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor
Kust en Zee voor DG Water van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, zijn nu
gebundeld in een publicatie. Het is de eerste keer dat de toestand van de
Nederlandse kustzone vanuit zoveel verschillende invalshoeken wordt belicht.
Het volgen van de toestand van het kustgebied met behulp van indicatoren kan
een goede ondersteuning zijn voor het kustbeleid en voor de communicatie over
de kust (www.vliz.be/nl/zeecijfers/Zeecijfers_RIKZ_rapport).
De set van indicatoren wordt momenteel in verschillende EU lidstaten
ingevuld om zo de bruikbaarheid van de indicatoren en de beschikbaarheid van de
onderliggende informatie te kunnen evalueren. De EU stimuleert de lidstaten om
zelf te bepalen welke indicatoren het meest relevant zijn om in de toekomst de
ontwikkelingen in het eigen kustgebied te kunnen volgen. Een belangrijk aantal
van deze indicatoren wordt reeds gerapporteerd in het kader van bestaande
Europese richtlijnen. Het VLIZ is actief
betrokken bij het opstellen van een gemeenschappelijke methode voor het
inventariseren en verwerken van gegevens, via het Europese project DEDUCE.
Verantwoordelijke projectleider bij het RWS Rijksinstituut voor Kust en Zee
is Mevr. Hermine Erenstein h.j.e.erenstein@rikz.rws.minvenw.nl. Voor meer
informatie omtrent technische/inhoudelijke vragen over de dataverzameling en
over de weergave daarvan, kunt u zich richten tot het Vlaams Instituut voor de
Zee, Ann-Katrien Lescrauwaet: annkatrien.lescrauwaet@vliz.be.
2.4. WEBCAM OP STERNENBROEDGEBIED ZEEBRUGSE
VOORHAVEN
Begin mei 2006 ging het
project ‘e-natuur: het sterneneiland in de kijker’ van start. Met dit project
willen de initiatiefnemers iedereen – vanop veilige afstand – laten meegenieten
van het wondere schouwspel van baltsende en broedende sternen in één van de
allergrootste kolonies van Europa. Door webcams te plaatsen op het
sternenschiereiland binnen de Zeebrugse voorhaven en de verkregen beelden te
ontsluiten via www.natuurpunt.be/sternen
kun je nu dus live vanuit je luie zetel dit unieke natuurspektakel meevolgen!
3.1.
INTERNATIONALE ORGANISATIE POGO ZOEKT NIEUWE
DIRECTEUR
POGO of het ‘Partnership for Observation of the Global
Oceans’ is een internationale organisatie die de belangrijkse oceanografische
instituten wereldwijd groepeert en streeft naar gemeenschappelijke oplossingen
inzake de ontwikkeling van observatiesystemen, de opleiding in zeewetenschappen
en het wereldwijd voorstellen en promoten van standpunten van de
oceanografische gemeenschap in nationale en internationale (http://oceanpartners.ucsd.edu/). POGO
zoekt momenteel een nieuwe directeur om in samenspraak met het uitvoerend
comité de lijnen uit te zetten. De zetel van waaruit de directeur zal moeten
werken, kan zich in eender welk oceanografisch instituut ter wereld bevinden,
met een voorkeur voor een Europese locatie. Van de kandidaat wordt o.a.
verwacht dat hij/zij een diploma biologische of fysische wetenschappen bezit,
op de hoogte is van de huidige bekommernissen in de zeewetenschappen en bereid
is om hiervoor oplossingen te helpen bedenken. Geïnteresseerden kunnen hun
motivatie en cv per e-mail opsturen naar het POGO-secretariaat (payzantt@mar.dfo-mpo.gc.ca)
uiterlijk tegen 15 augustus 2006.
3.2. HOGERE ZEEVAARTSCHOOL ANTWERPEN WERFT AAN
Voor een tijdelijke
indiensttreding vanaf 1 oktober 2006 zoekt de Hogere Zeevaartschool Antwerpen
een praktijklector mechanica/electriciteit, een full-time administratief
medewerker-graduaat boekhouding en een halftijds medewerker studie- en
studentenbegeleiding. De uiterste datum voor het indienen van een kandidatuur
is vastgesteld op 25 augustus 2006. Deze en andere vacatureberichten kunt u
raadplegen op de site van de HZS: http://www.hzs.be/html_NL/vacatures.htm.
3.3. ASSISTENT BIOLOGIE GEZOCHT AAN UNIVERSITEIT HASSELT
Aan de Universiteit Hasselt is
binnen de vakgroep Biologie momenteel een mandaat vacant voor een assistent
biologie (3 x 2 jaar). De opdracht is deels onderwijsgericht, deels
onderzoeksmatig. Het laatstgenoemde aspect kadert in lopende studies van de
onderzoeksgroep Biodiversiteit, Fylogenie en Populatiestudies binnen het
kerncompetentiedomein Biodiversiteit van het Centrum voor Milieukunde.
Kandidaten dienen houder te zijn van een licentiediploma biologie, biomedische
wetenschappen of bio-ingenieur. Kandidaatstelling dient te gebeuren op
formulieren, te bekomen bij het rectoraat van de universiteit (Tel.: 011/26 80
03). Deze documenten dienen uiterlijk op donderdag 6 juli te worden
teruggestuurd. Bijkomende inlichtingen via prof. Tom Artois (Tel.: 011/26 83
09; tom.artois@uhasselt.be).
3.4. NIEUW NOORS MARIEN INSTITUUT ZOEKT INTERNATIONALE PARTNERS
Op het wondermooie Noorse
eiland Runde verschijnt straks een nagelnieuw marien instituut. Het station zal
ook faciliteiten aanbieden aan gastonderzoekers die de rijke mariene fauna en
flora ter plaatse willen bestuderen, of aan vertegenwoordigers van bedrijven
die interesse betonen in het uittesten van apparatuur en methodes o.a. m.b.t.
olieopruiming of hernieuwbare energiewinning op geëxposeerde kusten.
Instellingen die interesse vertonen in het gebruik van het station of een
partnerschap willen aangaan binnen het zevende Kaderprogramma of in programma’s
inzake onderzoeksinfrastructuur, kunnen contact opnemen met Nils Roar Hareide (nilsroar@online.no) of Lars G.
Golmen (lars.golmen@niva.no).
4.1. SECRETARIAAT MARINE BOARD
VAN DE EUROPEAN SCIENCE FOUNDATION VERHUIST VAN STRAATSBURG NAAR OOSTENDE
Groot nieuws voor Oostende en Vlaanderen! Op de algemene vergadering van 12 mei
2006 besliste de Marine Board van de European Science Foundation (MB-ESF) op
korte termijn van Straatsburg naar Oostende te verhuizen. Met het VLIZ en het
IOC Project Office for IODE krijgt Vlaanderen in Oostende zo de beschikking
over een faciliteit voor zeeonderzoek van internationale allure. Na het
UNESCO-IODE Project Office dat vorig jaar officieel geopend werd in Oostende,
is MB-ESF nu al de tweede internationale instelling die Vlaams Minister van
Wetenschap en Innovatie Fientje Moerman naar Oostende weet te halen. De minister
maakte hiervoor 100.000 EUR vrij. Het MB-ESF secretariaat zal net als het
IODE Project Office zijn intrek nemen in de gerestaureerde pakhuizen aan de
Oostendse vismijn, waar ook het VLIZ gehuisvest is. Naast Oostende kwamen ook
Lissabon, Brussel en Straatsburg, waar MB-ESF nu gevestigd is, in aanmerking.
Bij de keuze voor Oostende waren de goede bereikbaarheid, de korte afstand tot
Brussel, de link met de zee en de aanwezigheid van het VLIZ en het IOC Project
Office doorslaggevend.
De MB-ESF wordt erkend als hét multidisciplinaire Europese forum voor
mariene wetenschappen. Het werd in 1995 opgericht om de coördinatie tussen
Europese mariene wetenschappelijke organisaties te verbeteren en om een
strategie voor mariene wetenschappen in Europa te ontwikkelen. Momenteel zijn
25 mariene instituten en nationale agentschappen voor financiering van
zeewetenschappelijk onderzoek uit 17 landen erkende MB-ESF leden. België wordt
vertegenwoordigd door het FWO-Vlaanderen en het Franstalige FNRS.
4.2.
NIEUWE STRUCTUREN, NIEUWE NAMEN IN HET ZEEWETENSCHAPPELIJK LANDSCHAP
Zelfs voor
insiders is het niet steeds makkelijk volgen, de naamsveranderingen die
instellingen nogal eens ondergaan n.a.v. herstructureringen of verschuivingen
van takenpakketten. Recent kende Vlaanderen onder de naam ‘Beter Bestuurlijk
Beleid’ een grootscheepse hervorming (www.vlaanderen.be/bbb),
met de bedoeling de Vlaamse administratie transparanter en slagvaardiger te
maken. Sinds 1 april jl. is de nieuwe structuur nu ook (grotendeels)
operationeel en is het vroegere Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap vervangen
door dertien homogene beleidsdomeinen. Onder elk beleidsdomein ressorteert een
departement en een aantal Intern Verzelfstandigde Agentschappen (IVA’s) en
Extern Verzelfstandigde Agentschappen (EVA’s). De IVA’s zonder
rechtspersoonlijkheid en het departement vormen samen het Vlaamse ministerie bevoegd
voor het betreffende beleidsdomein.
Binnen het zee-
en kustgebeuren kunnen enkele voorbeelden het een en ander verduidelijken. Zo
is de vroegere administratie Waterwegen en Zeewezen opgedoekt en vallen de
afdelingen Kust en Scheepvaartbegeleiding, en de DAB’s Vloot en Loodswezen nu
onder de IVA Maritieme Dienstverlening en Kust, horend bij het beleidsdomein
‘Mobiliteit en Openbare Werken’. De vroegere afdeling Maritieme Toegang hangt
nu rechtstreeks onder het departement Mobiliteit en Openbare Werken, evenals
het Waterbouwkundig Laboratorium van Borgerhout. Binnen het beleidsdomein
‘Landbouw en Visserij’ zijn het Instituut voor Landbouw- en Visserij Onderzoek
(ILVO, het vroegere CLO) en het Agentschap voor Landbouw en Visserij allebei
IVA’s geworden. En onder het beleidsdomein ‘Leefmilieu, Natuur en Energie’ zijn
de vroegere afdeling Natuur en de afdeling Bos & Groen samengebracht in de IVA Agentschap Natuur en Bos (ANB), en
zijn het vroegere Instituut voor Natuurbehoud met het Instituut voor Bos- en Wildbeheer
gefuseerd tot de IVA Instituut voor Natuur- en Bos Onderzoek (INBO).
Ook in
Nederland zijn nieuwe structuren in ontwikkeling of reeds opgericht. Zo
bundelden Alterra Texel, het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek
(RIVO) in IJmuiden en Yerseke en de locatie Den Helder van TNO Bouw en
Ondergrond de krachten en vormen sinds kort IMARES (Institute for Marine
Resources & Ecosystem Studies). Dit instituut richt zich met name op
strategisch en toegepast marien ecologisch onderzoek, met toepassingen o.a. in
duurzame visserij, windmolenparken, olie- gas- en zandwinning, kustverdediging
etc.
Nog niet
operationeel maar wel reeds uitgetekend is het nieuwe Delta-instituut, dat naar
verwachting begin 2007 in voege treedt. Het Delta-instituut wordt een
internationaal toonaangevend instituut met kennis op het vlak van waterbeheer
en bouwen in deltagebieden, en zal o.a. bestaan uit delen van het huidige WL
Delft Hydraulics, van GeoDelft, van de specialistische diensten van
Rijkswaterstaat en van TNO. Het zal gevestigd zijn in Delft en Utrecht.
4.3. ONGEPELDE VLAAMSE GARNAAL KRIJGT LABEL
STREEKPRODUCT
Wellicht vanaf juli 2006 zal de eerste Vlaamse (ongepelde) garnaal op de markt
verschijnen onder de merknaam ‘Purus’ (www.vlaamsegarnaal.be/default.htm).
Dit is het resultaat van een aanvraag vanwege de Vlaamse
Visserij Vereniging om het Streekproduct.be label te bekomen voor de Vlaamse,
ongepelde grijze garnaal, als overgang naar een Europese Beschermde
Geografische Aanduiding.
Belgische garnaalvissers voeren de
Vlaamse grijze garnaal aan in de havens van Oostende, Nieuwpoort en Zeebrugge.
Ze vissen deze garnalen in Belgische en Nederlandse kustwateren, koken ze op de
garnaalkotters volgens aloude Vlaamse gewoonte en brengen ze binnen de 24u aan
wal. Resultaat is een knapperige en pittige garnaal, uniek van smaak. De naam
‘Purus’ wijst er reeds op dat het gaat om een product dat zal voldoen aan de
strengste normen inzake kwaliteit. Het innovatieve systeem kan daarnaast de
consument garanderen dat de Vlaamse grijze garnalen verkocht in de unieke PURUS
verpakking volledig vrij zijn van chemische- en of bewaarmiddelen.
4.4. ZEEZOOGDIERENNIEUWS
Het is intussen wel een bekend gegeven dat onze kusten –
zeker in de winter en het voorjaar – opnieuw een goed waarnemingsgebied zijn
voor Bruinvissen. Nadat de Bruinvis na de tweede Wereldoorlog zienderogen
zeldzamer werd om in de jaren ’60 kwasi te zijn verdwenen uit onze kustwateren,
nam het aantal waarnemingen vanaf 1990 duidelijk toe (in Nederland tussen 1990
en 2004 à 41% per jaar!). Nog steeds trekt die stijgende lijn zich door en is
het zelfs niet meer ongewoon om deze kleine dolfijnachtigen in ondiep kustwater
of in havens te ontwaren. Op 27 april telden vogelkijkers van het Instituut
voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in Belgische wateren niet minder dan 226
exemplaren, en dit voor 85% in een zone van ongeveer 200 km2 ten
oosten van de Westhinderbank. Diezelfde dag werden ook nog eens 7
Witsnuitdolfijnen gespot door het INBO.
4.5.
DOCTORAATSVERDEDIGINGEN e.a.
We zouden het erg op prijs stellen als ook andere onderzoekers die de datum
van hun verdediging reeds kennen, of na de verdediging het resultaat hiervan
willen kenbaar maken, dit zouden laten weten aan jan.seys@vliz.be voor opname in
het VLIZINE.
·
met als titel “Ruimtelijke en temporele variabiliteit
binnen de macrobenthische Abra
alba gemeenschap, met nadruk op de structurerende rol van Lanice
conchilega” behaalde Gert Van Hoey op 17 maart 2006
zijn doctoraatstitel aan de faculteit Wetenschappen van de Gentse Universiteit.
·
op donderdag 23 maart 2006 verdedigde An
Ghekiere van het Laboratorium voor Milieutoxicologie en Aquatische Ecologie
(UGent) met succes haar proefschrift, getiteld: “Studie van
invertebraat-specifieke effecten van endocrien-verstorende stoffen in de
estuariene aasgarnaal Neomysis
integer”. Promotoren waren prof. Colin Janssen en dr. Tim Verslycke.
·
Laure-Sophie Schiettecatte van de Université de
Liège stelde op 11 april 2006 haar doctoraatsonderzoek voor betreffende
“The carbon cycle in the southern North Sea region”.
·
op 8 juni 2006 was het dan de beurt aan Jared
Bosire van het Kenyan Marine & Fisheries Research Institute om aan de
Vrije Universiteit Brussel zijn doctoraat m.b.t. de “Ecological recovery of
reforested mangroves in Kenya” te verdedigen. Promotoren waren hier: prof.
Nico Koedam, dr. Farid Dahdouh-Guebas, dr. James Kairo en dr. Johnson Kazungu.
·
Tim Deprez van de sectie Mariene Biologie UGent
verdedigde zijn doctoraatsproefschrift “Taxonomie en biogeografie van de Mysida: een globale aanpak via het
Biologisch Informatiesysteem NeMys” op 16 juni 2006.
·
en Maarten Raes, verbonden aan dezelfde dienst,
kwam aan bod op 19 juni 2006 met als thema: “Een ecologische en
taxonomische studie van de vrijlevende mariene nematoden geassocieerd met
koudwater- en tropische koraalstructuren”.
·
Tenslotte kregen we ook nog melding van de nakende
verdediging van het doctoraat van Katrien Eloot op 4 juli 2006.
Katrien zal in de Jozef Plateauzaal van de faculteit Ingenieurswetenschappen om
17.00 uur haar doctoraatsproefschrift i.v.m. “Selectie, experimentele
bepaling en evaluatie van een wiskundig model voor scheepsmanoeuvres in ondiep
water” voorstellen. Promotor is prof. Vantorre.
Via deze
rubriek kan iedereen oproepen lanceren voor samenwerking, gezamenlijk gebruik
van materiaal, vraag naar levende en andere monsters, enz. De informatie dient
gestuurd te worden naar Jan Seys (jan.seys@vliz.be).
We nemen het bericht op in de vraagbaak van één van de volgende VLIZINES.
DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn
die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ.
Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van
foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de
inhoud van websites waarnaar verwezen wordt.
Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden
doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële
doeleinden.
COPYRIGHT
Copyright © 2006 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in
andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding.
Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd
naar derden.
LID
WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.
WEBSITE
http://www.vliz.be
VLIZ
Vlaams Instituut voor de Zee vzw
Flanders Marine Institute
Wandelaarkaai 7 - B-8400 Oostende, Belgium
Tel. +32/(0)59 34 21 30
Fax +32/(0)59 34 21 31
http://www.vliz.be