VLIZINE
jrg. 8, nr. 3 (maart 2007)
Hét e-zine met praktische informatie over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers. 
Deze gratis on line uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle geïnteresseerden.
V.U.: Jan Mees 
Redactie: Jan Seys 
Reacties naar jan.seys@vliz.be


Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te schrijven, stuur een e-mail naar info@vliz.be met in de subjectline: ‘unsubscribe VLIZINE’. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding: ‘subscribe VLIZINE’. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.


INHOUD
1. Kalender
1.1. Overgangswateren onder de wetenschappelijke loupe
1.2. Infodag over nieuw tweejarig Master-programma in de Mariene en Lacustriene wetenschappen
1.3. Wereldcongres Malacologie in Antwerpen
1.4. Cursussen onderwaterakoestiek in Londen
1.5. Belgisch Netwerk voor Kustonderzoek (BeNCoRe) formuleert reacties op Groenboek Europese Maritieme Strategie op eerste nationale meeting
1.6. Twee ICES meetings met grote uitstraling!
1.7. Financiële risico's leren inschatten in de industriële scheepvaart

2. Publicaties
2.1. Rapport over de effecten van klimaatverandering op Europese zeeën en kusten gelanceerd op de VLIZ Jongerencontactdag
2.2. Reacties gevraagd op de startnotitie van het Zwin
2.3. Eerste Afrikaanse Mariene Atlas online gelanceerd
2.4. Hoe de voedselecologie en het gedrag van overwinterende watervogels langs de Zeeschelde bestuderen?

3. Vacatures, beurzen en fondsen
3.1. 'Smart Gear Competition' beloont nieuw vistuig met minder bijvangst

4. Belgisch marien onderzoek in de kijker
4.1. Merkers ontwikkeld voor stamboomonderzoek bij Kaapse Zeepaardjes door Zoo van Antwerpen
4.2. Impact van klimaatverandering op Vlaamse rivieren
4.3. Onderzoek naar oorzaak giftige mosselen

5. Varia
5.1. Vissers vissen de zee proper
5.2. Mariene energietechnologie krijgt ‘voet aan de grond’ in Europa
5.3. Zeezoogdierennieuws: 2007 Jaar van de Dolfijn
5.4. Doctoraatsverdedigingen e.a.

6. Vraagbaak
6.1. Papieren strandbloemen

1.1. OVERGANGSWATEREN ONDER DE WETENSCHAPPELIJKE LOUPE
Naar jaarlijkse gewoonte organiseert de Estuarine and Coastal Science Association (ESCA), in samenwerking met andere partners, een Europees symposium in september (16-22 september). Dit jaar gaat het evenement voor het eerst door in Rusland, meer bepaald in het vakantiestadje Svetlogorsk in de Russische enclave Kalinigrad. De locatie is uniek: aan de basis van de smalle, 90 km lange landtong ‘Koerse Schoorwal’ (of ‘Curonian Spit’), die de Baltische Zee scheidt van de ‘Curonian Lagoon’. Het symposium heeft als thema estuariene ecosystemen (en andere overgangswateren): hun structuur en functie, beheer, watervervuiling en eutrofiëring, de status en het gebruik van de biologische natuurlijke hulpbronnen, en andere gerelateerde onderwerpen. Indienen van abstracts kan nog tot 30 april 2007. Meer info? www.nck-web.org/pages/Encora/Current/ECSA_42/ECSA_42.php?nck_menu_show=Encora23


1.2. INFODAG OVER NIEUW TWEEJARIG MASTER-PROGRAMMA IN DE MARIENE EN LACUSTRIENE WETENSCHAPPEN
Steeds meer werd de nood ervaren aan een gespecialiseerde masteropleiding in de mariene en lacustriene wetenschappen. Vandaar dat vanaf het academiejaar 2007-2008 hierover een nieuw, tweejarige masterprogramma start aan de Universiteit Gent. De troef van deze opleiding is de multidisciplinaire aanpak; een troef die zeer gewaardeerd wordt in het nationale en internationale marine en lacustrien onderzoek, maar ook in het onderwijs en het milieubeheer. Het doel van de opleiding is om de kennis en het inzicht van wetenschappers – afkomstig uit verschillende disciplines – te verbreden, maar tegelijkertijd ook om hun kennis toe te spitsen op de specifieke milieus van oceanen, zeeën, estuaria en meren.
De Engelstalige opleiding staat open voor een internationaal publiek met een diploma bachelor (bv. Bachelor Biologie, Geologie, Geografie, Bio-ingenieur, Chemie, Biochemie en Biotechnologie). De cursus, uniek in Europa, bereidt de studenten voor op de toenemende internationalisering op vlak van onderzoek, onderwijs en beheer. Meer info vind je op de website http://www.marelac.ugent.be of bij de coördinator van de nieuwe opleiding Ann Vanreusel (ann.vanreusel@ugent.be of 09 264 85 21).


1.3. WERELDCONGRES MALACOLOGIE IN ANTWERPEN
Van 15 tot 20 juli komen malacologen – of weekdierkenners – van over gans de wereld samen in Antwerpen voor het ‘World Congres of Malacology’. Gedurende het congres, georganiseerd door de Unitas Malacologica (UM) en de American Malacological Society (AMS), lopen er parallelle sessies met uiteenlopende thema’s als: ecologie, fysiologie, taxonomie, zoögeografie en biodiversiteit, evolutionaire biologie en paleontologie, ecotoxicologie en bestrijding van plagen en mollusken als model voor de studie van het oog en oogziekten. Mariene malacologen vinden er beslist hun gading! Ook is er op 19 juli ’s avonds een verkoop van boeken, spulletjes en parafernalia (geen organismen!) voor het sponsoren van de studentenprogramma’s van het AMS. Abstracts kunnen nog ingediend worden tot 31 mei 2007. Meer info op: www.ucd.ie/zoology/unitas/congress.html.


1.4. CURSUSSEN ONDERWATERAKOESTIEK IN LONDEN
In september 2007 organiseert Seiche (www.seiche.com) drie cursussen voor professionals die alles willen weten over de technieken gebruikt in ‘underwater acoustics’: een basiscursus (10-12 september), gevolgd door een cursus voor gevorderden of een cursus ‘acoustic monitoring of marine wildlife’ (13-14 september). De opleidingen gaan door in de National Physical Laboratory in Londen. Informatie en inschrijving op de website. 


1.5. BELGISCH NETWERK VOOR KUSTONDERZOEK (BENCORE) FORMULEERT REACTIES OP GROENBOEK EUROPESE MARITIEME STRATEGIE OP EERSTE NATIONALE MEETING
Dichter bij huis, maar niet minder interessant: de eerste BeNCoRe conferentie op 26 april 2007 in Leuven. Op deze dag geven alle netwerkambassadeurs, elk respectievelijk verantwoordelijk voor één van de tien subthema’s binnen dit netwerk voor kustonderzoek, meer informatie over hun onderwerp gedurende vier sessies. Elk van de onderwerpen wordt door hen ingeleid, waarna ze een update geven van de Belgische toestand én hun persoonlijke mening over het thema.
De vier sessies behandelen respectievelijk ‘Coastal Engineering and Observation Techniques’, ‘the Natural System’, ‘Integrated Coastal Zone Management’ en ‘Marine and Coastal Spatial Planning’. De discussie sluit aan bij de beslissingen die vermeld staan in het ‘Groenboek voor een toekomstige Europese Maritieme Strategie’ (www.encora.eu/documents/com_2006_0275_en_part2.pdf). Dit groenboek wordt door Europa opgesteld om op een omgevingsvriendelijke manier te streven naar een weldraaiende maritieme economie. Het staat nog tot eind juni 2007 open ter consultatie. Mogelijke resultaten of suggesties geformuleerd binnen de discussiemomenten van de BeNCoRe-conferentie, zullen opgenomen worden in de officiële reactie van het ENCORA netwerk op het groenboek (www.encora.eu/documents/GREENPAPER2.pdf). Meer informatie over de conferentie is beschikbaar op de website van de conferentie: www.bencore.be/index.php?contentid=36&mid=15. Inschrijven kan nog tot 30 maart.


1.6. TWEE ICES MEETINGS MET GROTE UITSTRALING!
In de loop van 2007 organiseert de ‘International Council for the Exploration of the Sea’ (ICES) twee grote Europese symposia die zeker en vast de moeite waard zijn!
Van 11 tot 14 juni loopt het 'International Symposium on Integrated Coastal Zone Management’ in Arendal, Noorwegen. Hier worden de huidige wetenschappelijke inzichten in geïntegreerd kustzonebeheer gepresenteerd en worden vernieuwende ideeën in de adviesvorming en het duurzaam beheren van kustzones bediscussieerd. Zowel wetenschappers, ingenieurs als beheerders kunnen er hun gading vinden in de 148 presentaties. Meer info op de website van het symposium: http://www.imr.no/iczm/home.
Later, in de herfst van 2007 (20-23 november), loopt in Londen het ICES symposium ‘Environmental indicators: utility in meeting regulatory needs’. Milieu- en omgevingsindicatoren zijn een grote hulp bij het communiceren van trends in een ecosysteem, veroorzaakt door bijvoorbeeld klimaatverandering of een duurzamer beheer. Nieuw is het gebruik van indicatoren om de impact van menselijke activiteiten op de mariene biologische activiteit op te volgen. Indicatoren worden ook steeds vaker gebruikt als duidelijke instrumenten in de regelgevingsprocessen. Het symposium in november (20-23/11) wil anticiperen op de nieuw te ontwikkelen indicatoren die bijvoorbeeld door OSPAR en door de EU Kaderrichtlijn Water opgelegd worden. Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) co-organiseert de internationale meeting. Het programma en andere informatie wordt aangekondigd op: envind2007.benthos.be.


1.7. FINANCIËLE RISICO'S LEREN INSCHATTEN IN DE INDUSTRIËLE SCHEEPVAART
Grote scheepvaartmaatschappijen nemen aanzienlijke financiële risico’s. Zij die deze risico’s goed kunnen inschatten en er effectief mee om kunnen gaan, hebben een stapje voor binnen deze globale, sterk concurrentiële markt. Op 7 en 8 juni 2007 organiseert het Instituut voor Transport en Maritiem Management Antwerpen (ITMMA) een opleiding getiteld 'Shipping Derivatives and Risk Management’. Ze wil daarmee een publiek bereiken van professionelen geïnteresseerd in de financiële kant van de scheepvaartindustrie (scheepseigenaars, -operatoren en -managers, makelaars, accountants, bankiers, juristen, postgraduaat studenten, etc.). Alle informatie over de cursus is terug te vinden op www.itmma.ua.ac.be.


2.1. RAPPORT OVER DE EFFECTEN VAN KLIMAATVERANDERING OP EUROPESE ZEEËN EN KUSTEN GELANCEERD OP DE VLIZ JONGERENCONTACTDAG
De VLIZ Jongerencontactdag – editie 2007 op 2 maart laatstleden – werd weer een feest! Meer dan 180 deelnemers, boeiende praatjes uit een breed spectrum aan zee- en kustwetenschappen, veel interessante posters in competitie en de uitreiking van welverdiende prijzen. Dank voor allen die aanwezig waren en die er een leerrijk en leuk evenement van maakten!
Speciaal aan deze dag was toch wel het officieel lanceren van een ‘position paper’ rond de effecten van klimaatwijziging op de Europese zeeën en kusten. Met Katja Philippart van NIOZ als voorzitster, boog een speciale werkgroep van Europese experten van de Marine Board van de European Science Foundation (MB-ESF) zich sinds september 2005 over deze materie. Resultaat is een uitgebreid verslag van welke effecten te verwachten zijn en dit voor elke zee in Europa. Algemeen voor alle zeeën zijn een zeespiegelstijging van 2 tot 86 cm, een stijging van de zeewatertemperatuur van 1,5 °C, het noordwaarts verschuiven van vispopulaties, en het meer voorkomen van zuiderse soorten. Ook het verzoeten van de zeeën door een hogere rivierafvoer en smelten van de ijskappen, en de daarmee gepaard gaande veranderingen van zeestromingen zijn fenomenen die nu al aan de gang zijn. De voorlopige versie van rapport is te downloaden vanop de VLIZ website (www.vliz.be/NL/HOME&id=197). De finale versie zal beschikbaar zijn vanaf eind maart via de websites van ESF (www.esf.org) en de Marine Board (www.esf.org/marineboard).


2.2. REACTIES GEVRAAGD OP DE STARTNOTITIE VAN HET ZWIN
Er zijn grote veranderingen op til in de Zwinstreek. De uitbreiding van het Zwin is een van de projecten die voortvloeit uit de Ontwikkelingsschets 2010 voor het Schelde-estuarium. De uitbreiding bestaat erin dat een deel van de Belgisch-Nederlandse Willem-Leopoldpolder omgevormd wordt tot slikken en schorren. Deze polder ontstond na de laatste indijking van het Zwin in 1873. Natuurlijk vereisen zulke grote natuurherinrichtingsplannen een grondige milieueffectrapportage (MER), waarin de belangrijkste effecten op mens en milieu in beeld worden gebracht.
In het rapport ‘Structurele maatregelen voor het duurzaam behoud en de uitbreiding van het Zwin als natuurlijk intergetijdengebied’ staat wat er in het milieueffectrapport voor het gebied zal worden onderzocht en hoe dat gaat gebeuren. Het dossier ligt nog tot 26 maart op diverse locaties in Vlaanderen en Nederland ter inzage voor inspraak. Op basis van de reacties worden richtlijnen opgesteld die het vertrekpunt zullen vormen voor het opstellen van de uiteindelijke MER.
De startnotitie kan gedownload worden vanop de websites www.mervlaanderen.be, www.zeeland.nl/natuurpakket of www.ontwikkelingsschets.nl. Op deze websites vindt u ook terug hoe de inspraakprocedure in elkaar zit. Meer informatie bij Jon Coosen (mjoncoosen@proses2010.nl of + 32 (0)164 212 826) of bij Erik Steen Redeker (meriksteenredeker@proses2010.be of + 32 (0)164 212 816).


2.3. EERSTE AFRIKAANSE MARIENE ATLAS ONLINE GELANCEERD
Ben je op zoek naar kaartmateriaal, beelden, data en informatie over de Afrikaanse kustregio’s? Dan vind je beslist je gading in de nieuwe Afrikaanse Mariene Atlas (http://iodeweb2.vliz.be/omap/OMAP/index.htm). De 800 te downloaden dataproducten coveren de onderwerpen mariene geosfeer, hydrosfeer, atmosfeer, biosfeer, en spiegelen de geopolitieke en sociaal-economische toestand. Het projectkantoor voor IODE van IOC/UNESCO stelde de atlas samen met de hulp van teams verspreid over 16 Afrikaanse mariene staten en actief binnen het 'Ocean Data and Information Network for Africa' (ODINAFRICA). Steun voor het project werd gegeven door IOC, UNEP, ECEP en de Vlaamse overheid. Meer informatie bij Peter Pissierssens (p.pissierssens@unesco.org of 059 34 21 34) of Mika Odido (m.odido@unesco.org).


2.4. HOE DE VOEDSELECOLOGIE EN HET GEDRAG VAN OVERWINTERENDE WATERVOGELS LANGS DE ZEESCHELDE BESTUDEREN?
Dertien jaar maandelijkse watervogeltellingen langs de Zeeschelde bewijzen dat het estuarium een onweerlegbaar belangrijk gebied is voor verschillende overwinterende watervogels. Alleen puzzelen de onderzoekers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) nog steeds op het waarom: welke elementen van het estuarium staan garant voor deze hoge vogeldensiteiten? Deze kennis is nochtans van belang indien men natuurlijke veranderingen en menselijke ingrepen wil evalueren…
Verder multidisciplinair onderzoek dringt zich dus op. Maar eerst werd een overzicht gemaakt van alle beschikbare methodes voor het bestuderen van de voedingsecologie, terreingebruik, overwinteringsstrategie, populatie-turnover, etc. van de meest voorkomende eenden (bergeend, wintertaling, krakeend, pijlstaart en tafeleend). De meest praktische onderzoeksmethodes werden geëvalueerd en getoetst aan hun toepasbaarheid in de Zeeschelde. Ook vermeldt het rapport de kennisstand van de vijf soorten in het algemeen en in de Zeeschelde in het bijzonder, en formuleert het de noden voor verder onderzoek. Het rapport ‘Voedselecologie en gedrag van overwinterende watervogels langs de Zeeschelde: een methodologische studie’ is beschikbaar via www.inbo.be/ygen/bibliotheekref.asp?show=html&refid=167272&pid=PUB_ASP_ONA.


3.1. 'SMART GEAR COMPETITION' BELOONT NIEUW VISTUIG MET MINDER BIJVANGST
De meeste vistechnieken vangen, naast de doelsoorten waarop gevist wordt, ook tal van andere zeeorganismen. Deze bijvangsten bestaan voornamelijk uit niet-commerciële vissen en ongewervelden. Maar uitzonderlijk eindigen ook dolfijnen, haaien, duikende zeevogels, zeeschildpadden of koralen in de netten of aan de haken. Jaarlijks gaan zo vele miljoenen tonnen dood of bijna dood weer overboord (de zogenaamde ‘discards’).
Om de ontwikkeling van nieuwe vangsttechnieken met minder bijvangst te stimuleren, reikt WWF, nu al voor de derde maal op rij, een prijs van 30.000 dollar uit (en twee Runner-up prijzen van 10.000 dollar) voor de meest innovatieve ideeën. Uitvinders uit 80 landen namen reeds deel aan eerdere edities van WWF’s ‘International Smart Gear Competition’. Inzendingen worden beoordeeld door een professionele jury van vissers, onderzoekers, ingenieurs en visserijmanagers op volgende kenmerken: innovatief, kost-effectief, reductie van de bijvangst en bijdrage aan het behoud van bedreigde soorten. De wedstrijd staat open tot 21 juli 2007 voor iedereen: vissers, professionele makers van vistuig, leraars en studenten, ingenieurs tot huis-tuin-en-keuken-uitvinders. Het reglement en de uitvindingen van eerdere winnaars vind je op www.smartgear.org.


4.1. MERKERS ONTWIKKELD VOOR STAMBOOMONDERZOEK BIJ KAAPSE ZEEPAARDJES DOOR ZOO VAN ANTWERPEN
Zeepaardjes staan wereldwijd onder druk. Veel soorten zijn dan ook beschermd en staan op de rode lijst van IUCN, de ‘World Conservation Union’. In aquaria worden voor sommige van deze soorten kweekprogramma’s opgesteld om hun behoud te bewerkstelligen. Vaak start men de kweek met een klein aantal ouderorganismen en bestaat daarbij een niet irreëel gevaar voor inteelt. Wanneer de genetische diversiteit van de populatie in gevangenschap te klein wordt (de zogenaamde ‘genetic bottleneck’), bestaat het gevaar dat de kweek instort.
In de Zoo van Antwerpen (KMDA) loopt sinds 1998 een uniek kweekprogramma voor het Kaapse Zeepaardje (Hippocampus capensis). Dit dier komt enkel voor in drie estuaria in Zuid-Afrika en wordt daar sterk bedreigd in zijn voortbestaan. De kweek startte eertijds met een 15-tal organismen en de nabestaanden ervan moesten dus al de genetische ‘bottleneck’ gepasseerd zijn. De vraag stelde zich hoe divers de genenpool van deze populatie nog wel was.
Om de genetische diversiteit van zeepaardjes in te kunnen schatten bestonden tot nu toe enkel mitochondriale DNA merkers. Deze brengen uitsluitend de overdracht van genetisch materiaal via de vrouwelijke lijn in kaart. Onderzoekers van de Antwerpse zoo (Center for Research and Conservation, CRC), KULeuven en Rhodes University in Zuid-Afrika ontwikkelden 15 microsatelliet merkers voor het Kaapse Zeepaardje, die ook de vaderlijke overerving kunnen bepalen. Dit soort hypervariabele merkers wordt vaker toegepast in ecologische studies, maar moet voor elke soort vaak apart ontwikkeld worden.
De resultaten van het onderzoek zijn zojuist gepubliceerd in het tijdschrift ‘Molecular Ecology Notes’. Quasi tegelijkertijd publiceerden Spaanse onderzoekers de ontdekking van soortgelijke merkers voor het eveneens bedreigde Europese Zeepaardje (Hippocampus guttulatus). Meer informatie? Contacteer Peter Galbusera van het KMDA/CRC (Peter.Galbusera@zooantwerpen.be of 03 202 45 80). Beide artikels zijn ook beschikbaar via de VLIZ Zeebibliotheek: www.vliz.be/vmdcdata/Imis2/ref.php?refid=108520 en www.vliz.be/vmdcdata/Imis2/ref.php?refid=108526.


4.2. IMPACT VAN KLIMAATVERANDERING OP VLAAMSE RIVIEREN
Wereldwijd is de luchttemperatuur met 0.5 °C toegenomen in de laatste 30 jaar. Dat dit voornamelijk onder invloed van stijgende broeikasgasconcentraties door menselijke activiteiten komt, is nu wel bewezen. De invloed van hogere temperaturen op extreme hydrologische condities, zoals overstromingsrisico’s en droogte, zijn minder gekend.
Onderzoekers van de KULeuven, het KMI en het Waterbouwkundig laboratorium hebben klimaatveranderingsscenario’s opgesteld voor Vlaanderen. Op basis van de huidige klimaatmodellen blijkt dat de neerslaghoeveelheden er tijdens de winters tot 16 % kunnen toenemen; tijdens de zomers tussen 6 en 40 % kunnen dalen. Bovendien zal er beduidend meer water verdampen, wat de kans op watertekorten verhoogt. De mate waarin de overstromingen zullen toenemen is minder duidelijk. Een duidelijk signaal naar de waterbeheerders in Vlaanderen!
De gegevens zijn verschenen in ‘Het Ingenieursblad’ van januari 2007. Het artikel is beschikbaar via de VLIZ Zeebibliotheek: www.vliz.be/vmdcdata/Imis2/ref.php?refid=107329. Meer info en de uitgebreide rapporten van de berekeningen (www.vliz.be/vmdcdata/Imis2/ref.php?refid=107828 en www.vliz.be/vmdcdata/Imis2/ref.php?refid=107831) zijn verkrijgbaar via het Waterbouwkundig Laboratorium. Contacteer Katrien Van Eerdenbrugh (katrien.vaneerdenbrugh@mow.vlaanderen.be of 03 224 61 93).


4.3. ONDERZOEK NAAR OORZAAK GIFTIGE MOSSELEN
Het zal wellicht in onze cultuur ingebakken zitten, maar feit is dat één van onze oudste marien-wetenschappelijke publicaties in België lekker eten met natuuronderzoek combineerde. De Académie Impériale et Royale de Bruxelles publiceerde in haar allereerste Mémoires (1777) enkele artikels over de giftigheid van mosselen voor mens en dier. J.B. de Beunie en collega Durondeau beschrijven uitvoerig (en zonder de sappige details weg te laten!) enkele gevallen van vergiftiging bij vrienden die mossels hadden gekocht op de markten van Antwerpen, Brussel en Dendermonde. Na eigen veldonderzoek aan de kust, waarbij hij zelf serieus ziek geworden was, besloot de Beunie om nog enkel straathonden als proefdier te gebruiken. Een paar van deze viervoeters hebben niet meer kunnen verder vertellen dat het eten van enkele rauwe mossels al gevaarlijk kan zijn.
De Beunie zocht de oorzaak van de toxiciteit in het massaal voorkomen van zeesterrenlarven (Asterias rubens) in de kustwateren tussen april en juni (de periode waarin de meeste mosselongevallen voorkwamen). Deze larven werden ook waargenomen in levende mosselschelpen, en vissers verzekerden hem dat alleen al het aanraken van deze ‘Qual’ of ‘Waetergroey’ hevige jeuk veroorzaakte. Vandaar…
Tegenwoordig weten we dat de ‘shellfish poisoning’ door giftige algen wordt veroorzaakt, maar niettemin bevatten deze bijdragen waardevolle informatie over hoe men toen met onderzoek omging. We leren daarnaast ook hoe wijdverbreid de mosselhandel toen reeds was, en dat op de markten van Antwerpen ook zonder probleem vette steur en zalm uit de Westerschelde te krijgen was! Tenslotte geven de Beunie en Durondeau tips voor een veilige bereiding van een potje mosselen: een grote gesneden ajuin, flink wat peper en een scheut azijn meekoken… Smakelijk! Beide artikels werden online beschikbaar gemaakt door de VLIZ Zeebibliotheek: www.vliz.be/vmdcdata/Imis2/ref.php?refid=40573 en www.vliz.be/vmdcdata/Imis2/ref.php?refid=40736.


5.1. VISSERS VISSEN DE ZEE PROPER
In de zeeën en oceanen dwaalt heel wat zwerfvuil rond. Getuige hiervan is de troep die vanuit zee op de stranden terechtkomt. Vogels en zeezoogdieren aanzien het ronddrijvende plastiek vaak verkeerdelijk als voedsel. In ronddrijvende stukken afgeslagen vissersnetten verstrikken ook vogels, zeehonden, dolfijnen en vissen (‘ghost fishing’). Vissers halen veel van die rondzwevende troep binnen in hun netten. Ze weten zich met dat afval geen raad. Vaak gaat het terug waar het vandaan komt: terug in zee.
Een initiatief als ‘Fishing for litter’ van de internationale mariene milieuorganisatie KIMO wil dat het door vissersvaartuigen opgeviste afval aan boord opgeslagen wordt en in een containerpark in de thuishaven wordt afgegeven. Daar kan men het dan verder verwerken of recycleren. Zo verleent het een positief imago aan deze vissers die de zee helpen ‘proper te vissen’. Aan de Vlaamse vissers worden vanaf maart 2007 ‘big bags’ uitgedeeld om het afval aan boord in te verzamelen. Het project wordt gesteund door de Stichting Duurzame Visserijontwikkeling (SDVO). Soortgelijke initiatieven lopen ook in Nederland en Schotland (www.kimointernational.org/Default.aspx?tabid=129). Meer info over het Vlaamse initiatief? Stichting Duurzame Visserijontwikkeling - SDVO (info@sdvo.be  of 059 50 95 26).


5.2. MARIENE ENERGIETECHNOLOGIE KRIJGT ‘VOET AAN DE GROND’ IN EUROPA
Terwijl we deze week hoorden dat de 150 geplande windmolens in het Belgisch deel van de Noordzee nog wat op zich laten wachten, is in Nederland het eerste windmolenpark bij Egmond aan Zee eerder dit jaar actief geworden. De 36 windmolens leveren een totale capaciteit van 108 Megawatt. Op de site www.noordzeewind.nl  kun je de windmolens aan het werk zien en het laatste nummer van de energiekrant (www.noordzee.nl/ruimtelijkeordening/energiekrant.pdf) is er volledig aan gewijd. De bouw van het tweede park in Nederland (Q7), 23 km uit de kust bij IJmuiden, is eind 2006 begonnen. Het wordt verwacht in werking te treden eind 2008. Verder zijn er bij onze noorderburen plannen voor het installeren van het windmolenpark ‘West Rijn’ (284 Megawatt) 40 km uit de kust bij Hoek van Holland.
Schotland maakt met een aantal nieuwe projecten voor het opwekken van elektriciteit uit getijde- en golfnenergie een serieuze stap voorwaarts om haar ambitieuze doel – uiteindelijk 25 % van Europa’s mariene hernieuwbare energie leveren – te behalen. Zo staat in de wateren van Eday (één van de Orkney eilanden), nabij het European Marine Energy Center EMEC, de eerste experimentele tidale turbine op de zeebodem van de Atlantische Oceaan (www.openhydro.com). Indien deze test succesvol blijkt, kunnen volgens de ontwikkelaars overal ter wereld turbineparken geplaatst worden waar er voldoende stroming is (volume en snelheid), een geschikte bodem en een geschikte aansluiting op het elektriciteitsnet.
Naast getijdenenergie rekent Schotland ook op golfenergie om hun aandeel hernieuwbare energie uit zee te laten stijgen. Zo startte in dezelfde Orkneys de installatie van een commercieel park met ‘Pelamis toestellen’ (www.oceanpd.com). Daarnaast worden meerdere nieuwe golfenergie-convertoren getest: op volle zee en in de nabijheid van de kust. De volgende websites tonen met behulp van simulaties hoe ze werken: www.emec.org.uk/wave_energy_developers.asp , www.aquamarinepower.com , www.woodshedtechnologies.com.au/images/Tidal%20Delay(R).pdf , www.wavegen.co.uk  en www.tidalgeneration.co.uk.


5.3. ZEEZOOGDIERENNIEUWS: 2007 JAAR VAN DE DOLFIJN
2007 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Jaar van de Dolfijn (www.yod2007.org). Wereldwijd wil men op deze manier aandacht vragen voor deze dieren en het mariene milieu. In België wordt de campagne op gang getrokken door Natuurpunt, in samenwerking met tal van andere organisaties – waaronder het VLIZ. Op de website www.jaarvandedolfijn.org vind je heel wat informatie over de soorten in de Noordzee, maar ook nieuwtjes en geplande activiteiten in het kader van dit speciale jaar.
Daarnaast is er een Dolphin Fund (www.jaarvandedolfijn.org/dolphinfund) opgericht dat bedrijven, organisaties en particulieren wil aanzetten om centen te verzamelen voor het ondersteunen van onderzoek en projecten ter bescherming van deze dieren. Men denkt dan aan onderzoek naar dolfijnvriendelijke visserij, aan het opstellen van een lijst verantwoorde walvis- en dolfijnenexcursies op vakantiebestemmingen in Europa en aan financiële hulp voor de opvang van gestrande dieren.
Ben je een leraar? Wil je je leerlingen warm maken voor de boeiende wereld van dolfijnen en hun bedreigingen? Dan kan je binnenkort aan de slag met een educatief pakket dat vanaf het nieuwe schooljaar beschikbaar zal zijn. Als school of klas kun je in dit speciale jaar ook een activiteit over dolfijnen organiseren en zo een duit in het zakje doen in het Dolphin Fund. Een gesponsorde dolfijnenloop organiseren tijdens de Week van de Dolfijn bijvoorbeeld? Kijk het na op www.jaarvandedolfijn.org/sponsorlopen. Daar vind je ook het inschrijvingsformulier indien je interesse hebt voor het educatieve pakket. Meer info is te verkrijgen bij Bart Slabbinck (bart.slabbinck@natuurpunt.be  of 0473 47 23 74).
Wereldwijd worden dolfijnenpopulaties bedreigd door verstikking in visnetten, habitatverlies, vervuiling, scheepvaart en onderwatergeluiden. Op onze stranden spoelen steeds meer dieren dood aan (www.mumm.ac.be/NL/Management/Nature/strandings.php). Niet anders in Nederland (www.walvisstrandingen.nl). In opdracht van de overheid bestudeerden onderzoekers van Wageningen IMARES en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) alle in 2006 aangespoelde bruinvissen en gingen nader in op achtergronden, leeftijd, voedselkeuze en mogelijke doodsoorzaken (www.minlnv.nl/portal/page?_pageid=116,1640321&_dad=portal&_schema=PORTAL&p_file_id=16704). Het merendeel van de bruinvissen die in het voorjaar aanspoelden, bleek gezond en volle magen te hebben. Ze waren door verdrinking in visnetten om het leven gekomen. De dieren die in volle zomer aanspoelden, waren vooral ongezonde dieren, met geringe vetreserves en vaak lege magen. Verdrinking als doodsoorzaak kwam bij deze dieren vrijwel niet voor.


5.4. DOCTORAATSVERDEDIGINGEN

¬   Op vrijdag 9 maart verdedigde Valentine Kayawe Mubiana van de onderzoeksgroep Ecofysiologie, Biochemie en Toxicologie van de Universiteit Antwerpen zijn doctoraat met als titel: ‘Delineating factors influencing the uptake and accumulation of heavy metals in the intertidal mussel Mytilus edulis'. Proficiat!

¬   Op vrijdag 16 maart 2007 is het de beurt aan Sophie Derycke van de Sectie Marine Biologie aan de UGent met haar thesis: ‘Patterns and processes in the genetic structure of two marine nematoda taxa (Rhabditis (Pellioditis) marina and Halomonhystera disjuncta). A molecular, morphological and experimental approach.’ (Campus De Sterre, S9 – Krijgslaan 281 - Gent – 16.00 uur)



6.1. PAPIEREN STRANDBLOEMEN
Het is een typisch Belgisch fenomeen, het ruilen van papieren bloemen op het strand. De fel gekleurde prachtstukken gaan over van kinderhand naar kinderhand met een aantal speciale schelpen die dienen als pasmunt. Voor een artikel in het zomernummer van de Grote Rede zoeken we nog een aantal ‘ervaringsdeskundigen’ die een dergelijk handeltje drijven aan de westkust of de oostkust. Ook fotomateriaal is steeds welkom! Contacteer Nancy Fockedey (Nancy.Fockedey@vliz.be of 059/34 01 30).



DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ. Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt. Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden.


COPYRIGHT
Copyright © 2007 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd naar derden.


LID WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.


WEBSITE
http://www.vliz.be


VLIZ
Vlaams Instituut voor de Zee vzw
Flanders Marine Institute
Wandelaarkaai 7, 8400 Oostende, Belgium
Tel.
+32/(0)59 34 21 30
Fax +32/(0)59 34 21 31
http://www.vliz.be