VLIZINE
jrg. 8, nr. 5 (mei 2007)
Hét e-zine met praktische informatie over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers. 
Deze gratis on line uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle geïnteresseerden.
V.U.: Jan Mees 
Redactie: Jan Seys 
Reacties naar jan.seys@vliz.be


Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te schrijven, stuur een e-mail naar info@vliz.be met in de subjectline: ‘unsubscribe VLIZINE’. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding: ‘subscribe VLIZINE’. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.


INHOUD

1. Kalender
1.1. Maritiem evenement in het kader van ‘Kuifje aan zee’
1.2. Havens voeren charmeoffensief
1.3. Ontdek de West-Vlaamse kustnatuur
1.4. Workshop over de Schelde en de Kaderrichtlijn Water

2. Publicaties
2.1. Gratis abonneren op Schelde-info
2.2. Interessante rapporten over Belgisch Noordzee-onderzoek
2.3. Marien beschermde gebieden in nieuwe publicaties
2.4. Strandopruimactie ‘scoort’
2.5. Viskookboek in wetenschappelijk sausje
2.6. Oeverzuigingseffecten op schepen

3. Vacatures, beurzen en fondsen
3.1. Modelleur mariene voorspellingen gezocht
3.2. Doctoraatsbeurs voor copepodenonderzoek in Canada
3.3. Beurzen bij het Franse IFREMER

4. Belgisch marien onderzoek in de kijker
4.1. Stress door polluenten bij brakwaterwormpjes
4.2. Menging van watermassa’s in de Zuidelijke Oceaan
4.3. De oudste vuurbakens van de Vlaamse kust en omstreken

5. Varia
5.1. Eerste Nederlandse offshore windpark geopend
5.2. Adembenemende prestaties van een schildpad
5.3. Zout in de oceanen vroeger en nu
5.4. Zeezoogdierennieuws
5.5. Doctoraatsverdedigingen


1.1. MARITIEM EVENEMENT IN HET KADER VAN ‘KUIFJE AAN ZEE’
‘Oostende voor Anker’ noemt zichzelf het meest authentieke maritieme evenement uit onze contreien en daar valt weinig tegen in te brengen. De aanwezigheid van meer dan honderd historische schepen en een goed gevuld programma in de haven en dokken van Oostende, staan borg voor een wervelend scheepvaartfestival en meer dan 200.000 bezoekers over vier dagen gespreid (25-28 mei 2007). Speciaal aan de editie 2007 is de rol die de stripheld Kuifje speelt in dit jubileumjaar Hergé 007. Heel wat avonturen van de reporter Kuifje, zijn hond Bobbie en vriend kapitein Haddock spelen zich immers af in een maritiem kader. En ook na ‘Oostende voor Anker’ blijft Kuifje aan zee met o.a. een tentoonstelling en een musical (zie www.musicalkuifje.com).

Wilt u weten welke schepen onze kust straks aandoen, of waar u terechtkunt voor zeiltrips op zee, een maritieme markt, het wetenschappelijke ‘Zeedorp’ en nog veel meer, surf dan naar www.oostendevooranker.be.


1.2. HAVENS VOEREN CHARMEOFFENSIEF
Havens zijn economische poorten naar de wereld en vervullen een sleutelrol in de welvaart van West-Europa. Toch moeten havenbeheerders en –ontwikkelaars wel vaker vaststellen dat hun imago bij de bevolking niet steeds onverbloemd positief is. Expansieplannen en vervuiling kunnen aanleiding geven tot sociale en ecologische spanningen. Nieuwe wegen- en andere infrastructuur om het havengebied maximaal te ontsluiten, wil niemand in zijn eigen achtertuin. Om deze en andere onderwerpen beter bespreekbaar te maken organiseert Millenium Conferences International op 14-15 juni 2007 de ‘Ports & the Environment 2007 Conferentie’ te Amsterdam (www.milleniumconferences.com). En op 16 mei 2007 organiseert het Europese Institute of Maritime and Transport Law i.s.m. ITMMA te Antwerpen een conferentie over ‘Strategieën om het publiek imago van havens te herstellen’ (www.eimtl.eu/events.aspx). 


1.3. ONTDEK DE WEST-VLAAMSE KUSTNATUUR
In samenwerking met tal van andere verenigingen ontplooit de West-Vlaamse provinciedienst natuur- en milieueducatie binnen zijn domeinen een breed gamma aan activiteiten voor het brede publiek. Ook beheert het een aantal bezoekerscentra waar natuur- en milieuactiviteiten in de ruime zin mogelijk zijn. Daarnaast lanceert de dienst NME ook opnieuw de Prikkelpas, die deelnemers aan activiteiten via het verzamelen van stempels op een stempelkaart kans biedt op een mooie prijs. In de bijhorende brochures ‘Ontdek de natuur in de provinciedomeinen – 2007’, ‘Onthaal in de West-Vlaamse natuur’ en ‘Prikkelpas’ komen kust en zee ruimschoots aan bod. Een aanrader! Meer informatie: Christine Van Rie (Tel.: 050-40 32 51; christine.van_rie@west-vlaanderen.be).  
 

1.4. WORKSHOP OVER DE SCHELDE EN DE KADERRICHTLIJN WATER
De Europese Kaderrichtlijn Water is van kracht sinds 2000 en moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2015 opnieuw voldoende goed is. Ook het beleid rond de Schelde dient hier zo goed mogelijk op in te spelen. Daarom organiseert SPI-Water op 23 mei 2007 in de University Foundation Club een workshop (enkel op uitnodiging: info@spi-water.eu) voor waterbeheerders met specifieke interesse in het Scheldebekken. Het doel van deze workshop is om de nieuwe portaalsite over de Kaderrichtlijn Water en hoe onderzoek en beleid in deze op elkaar kunnen worden afgestemd, te evalueren. Meer informatie: www.spi-water.eu.


2.1. GRATIS ABONNEREN OP SCHELDE-INFO
Binnen het Vlaams-Nederlandse project ‘Langetermijnvisie Onderzoek en Monitoring’ (LTV O&M) is één van de kerntaken het opzetten van een gezamenlijk(e) inventaris/ informatiesysteem om een helder beeld te krijgen van het grote aanbod aan onderzoeks- en monitoringsprogramma’s in zowel Vlaanderen als Nederland. Zo’n systeem is in opbouw sinds 2004 en kreeg de naam ScheldeMonitor mee. Het systeem is voor iedereen toegankelijk op www.scheldemonitor.org. Op deze website kan men vanuit verschillende ingangen het informatiesysteem bevragen en opzoekingen doen. Momenteel bevinden zich 245 instituten, 419 personen, 4220 publicaties, 469 projecten, 225 datasets en 56 kaarten in het systeem. Alle informatie is terug te vinden onder 9 thema’s: systeemkenmerken, scheepvaart, vaarweg, veiligheid, natuur, milieukwaliteit, vis- en visserij, bestuurskunde en recht, methodes en technieken. 

Om de gebruiker nog beter te kunnen informeren, werden recentelijk enkele nieuwe initiatieven uitgewerkt. Zo kunnen gebruikers zich gratis abonneren op een elektronische attendering (www.scheldemonitor.org/attendering.php) en ontvangen ze tweemaandelijks een overzicht van de nieuwe publicaties, projecten en datasets in het informatiesysteem. Daarnaast is het informatiesysteem nu doorzoekbaar via een kaartinterface en is de website toegankelijk in het Engels om ook internationale onderzoekers toegang te geven tot deze waaier aan informatie. 


2.2. INTERESSANTE RAPPORTEN OVER BELGISCH NOORDZEE-ONDERZOEK
De federale overheid financiert via zijn ‘Plan voor Wetenschappelijke Ondersteuning van een beleid gericht op Duurzame Ontwikkeling’ een belangrijke stroom aan Belgische onderzoeksinitiatieven. Ook de Noordzee krijgt hierbij reeds jarenlang heel wat aandacht. Zowel onderzoek naar eutrofiëring van de zee, menselijke activiteiten offshore, polluenten als biodiversiteit komen aan bod. Downloaden of gratis bestellen van de eindrapporten van deze onderzoeken kan op: http://www.belspo.be/belspo/home/publ/viewrap_nl.stm.


2.3. MARIEN BESCHERMDE GEBIEDEN IN NIEUWE PUBLICATIES
Voor hen die interesse tonen in hoe om te gaan met het beheer van een beschermd gebied op zee, is er het nieuwe boek ‘Managing Protected Areas: a Global Guide’ (eds: Michael Lockwood, Graeme Worboys & Ashish Kothari, 2007). Deze 802 pagina’s dikke turf is een uitgave van IUCN en moet zowat het meest volledige naslagwerk zijn over dit onderwerp. Kaarten, tabellen, casestudies, evaluatietools en checklists vervolledigen de teksten over beheer, financiering, duurzaam gebruik, beheer van cultureel erfgoed, toerisme, evaluatie etc.
Verder zijn nu ook de proceedings klaar van het First International Marine Protected Areas Congress 2005 (IMPAC1: http://www.impacongress.org/) en van het symposium ‘Marine Nature Conservation in Europe 2006’ (http://www.habitatmare.de/en/downloads.php).


2.4. STRANDOPRUIMACTIE ‘SCOORT’
De 776 vrijwilligers die op 31 maart 2007 een handje kwamen toesteken bij de vierde editie van de jaarlijkse strandopruimactie ‘Lenteprikkel’, verzamelden niet minder dan 2380 kg afval op 10 km Vlaams strand (www.lenteprikkel.be). Met 752 kg (31%) was hout het best vertegenwoordigd, gevolgd door touw/textiel (594 kg of 25%) en plastiek (528 kg of 22%). Qua volume blijft plastiek (31%) talrijker dan touw/textiel (28%) en hout (20%). Ook over de grens in Bray-Dunes (F) werd dit jaar voor het eerst een ‘Lenteprikkel’ georganiseerd. CPIE Flandre Maritime mobiliseerde er 30 vrijwilligers die samen 247 kg afval opruimden over een afstand van 500m.
Intussen verscheen ook het Beachwatch 2006 rapport van de Marine Conservation Society, dat de resultaten belicht van opruimacties in het Verenigd Koninkrijk in september 2006 (http://www.adoptabeach.org.uk/pages/page.php?cust_id=2). Uit de resultaten van het zoekwerk door 4000 vrijwilligers op 358 stranden blijkt alvast dat afval er sinds 1994 met 90% is toegenomen en nu een gemiddelde dichtheid haalt van 2000 stuks per lopende kilometer of twee items per meter. 


2.5. VISKOOKBOEK IN WETENSCHAPPELIJK SAUSJE
Niets nieuws onder de zon als een grootwarenhuisketen een viskookboek op de markt brengt. Wel vernieuwend als recepten en bereidingstips worden aangevuld met wetenschappelijke informatie over het leef- en vangstgebied, de voedingswaarde, de biologische kenmerken en andere weetjes over de betreffende vis-, schaal- en schelpdieren. In het boek ‘Eten en weten: Vis, schaal- en schelpdieren’ heeft Colruyt getoond dat het belang hecht aan degelijke productinformatie als een eerste stap naar verantwoorde aankoop/consumptie. Voor de wetenschappelijke beschrijving en omkadering van 47 soorten ging het te rade bij het Vlaams Instituut voor de Zee en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek. Daardoor is het naast een kookboek, nu ook een bron van informatie voor de geïnteresseerde visliefhebber geworden. Het boek telt 176 pagina’s en is te verkrijgen in alle Colruyt-winkels.


2.6. OEVERZUIGINGSEFFECTEN OP SCHEPEN
De nabijheid van oevers veroorzaakt drukverschillen tussen de stuur- en de bakboordzijde van een schip, waardoor het naar de oever wordt ‘getrokken’. Deze effecten zijn van belang bij de bepaling van de randvoorwaarden voor een veilige vaart in smalle vaarwegen. Door de toename van de scheepslengte en de diepgang wordt deze problematiek overigens alleen maar belangrijker. Naast het kennen van de krachten die schepen ondervinden bij het varen nabij een onderwatertalud, is ook de inzinking (‘squat’) van een schip een belangrijk onderzoeksgegeven. In dit verband voeren de werkgroep ‘Nautica’ van het Waterbouwkundig Laboratorium te Borgerhout en de afdeling Maritieme Techniek van de UGent momenteel een studie uit naar de oeverzuigingseffecten op schepen veroorzaakt door taluds, randen van platen en hellende bodem (http://www.bankeffects.ugent.be/). Op basis van metingen in een sleeptank wordt een mathematisch model ontwikkeld, dat later zal geïmplementeerd worden in scheepssimulatoren.


3.1. MODELLEUR MARIENE VOORSPELLINGEN GEZOCHT
De Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM) zoekt een enthousiast universitair om mathematische modellen voor mariene voorspellingen te helpen ontwikkelen en valideren. Een stevige basis in de exacte wetenschappen, ervaring met Fortran en Unix, en een goede kennis van het Engels en Frans zijn gewenst. Kandidaturen, vergezeld van een curriculum vitae, dienen gericht te worden aan dr. G. Pichot, BMM, Gulledelle 100, 1200 Brussel, vóór 15 juni 2007 (12.00 uur). Bijkomende informatie via: jobs@mumm.ac.be. 


3.2. DOCTORAATSBEURS VOOR COPEPODENONDERZOEK IN CANADA
Misschien droomt u er al langer van om uw grenzen als onderzoeker te verleggen naar een mooi land als Canada? Biologen die als doctoraatsstudent de populatiedynamica van Calanus finmarchicus (een dominant roeipootkreeftje) in het St-Lawrence estuarium willen onderzoeken, krijgen nu alvast de kans. Binnen een interdisciplinair team kunt u er gedurende drie jaar meewerken aan een studie naar de interactie tussen watercirculatie, genetische isolatie en secundaire productie van dominante pelagische en benthische ongewervelden. Kandidaten dienen een sterke interesse te hebben in mariene ecologie, populatiedynamica en genetica en te beschikken over statistische kennis en/of vaardigheden op het vlak van opleiding in populatiegenetica. Geïnteresseerd? Stuur dan uw cv (inclusief twee referentiepersonen) en sollicitatiebrief naar Julie Turgeon. Zij kan u ook meer info geven over de jobinvulling: Julie.Turgeon@bio.ulaval.ca; Tel: 418-656-3135. Informatie over studentenvisa voor Canada e.d. op: www.cic.gc.ca of www.reg.ulaval.ca/sgc/page_accueil/etranger.


3.3. BEURZEN BIJ HET FRANSE IFREMER
Wie vóór 23 mei 2007 zijn aanvraag indient, maakt kans om geselecteerd te worden voor een doctoraatsbeurs van maximaal drie jaar verbonden aan het Franse zeeinstituut IFREMER of aan een geassocieerd instituut. Eind juni 2007 wordt de selectie doorgevoerd, kandidaten starten hun beurs op 1 november 2007. Meer info over de jobinhoud en de mogelijke onderwerpen op www.ifremer.fr/ds/animation_scientifique/bourses/doctorales/appel.


4.1. STRESS DOOR POLLUENTEN BIJ BRAKWATERWORMPJES
Dat de invloed van menselijke vervuiling op zee- en brakwaterorganismen niet steeds een dodelijke afloop hoeft te hebben, maar ook veel subtieler kan inwerken op dieren en planten is bekend. Zo kunnen bijvoorbeeld demografische bottle-necks ontstaan, die de populatiegrootte in gedrang brengen en leiden tot een reductie in genetische diversiteit. Vanuit deze invalshoek onderzocht Sofie Derycke aan de Gentse universiteit hoe reeds door natuurlijke fluctuerende omstandigheden gestresseerde populaties van de Westerscheldebrakwaternematode Pellioditis marina  reageren op cadmium. Uit haar experimenteel onderzoek blijkt dat sublethale Cd-concentraties zoals voorkomend in het veld – maar 25x lager dan de LC50 waarden voor deze soort! – de populatieontwikkeling reeds afremmen bij suboptimale zoutgehaltes. Ook zijn er indicaties dat deze lage saliniteiten een genetische stempel kunnen drukken op de beschouwde populaties. De publicatie ‘Effects of sublethal abiotic stressors on population growth and genetic diversity of Pellioditis marina (Nematoda) from the Westerschelde Estuary’ door S. Derycke, F. Hendrickx, T. Backeljau, S. D’Hondt, L. Camphijn, M. Vincx & T. Moens verscheen in Aquatic Toxicology 82(2):110-119 en kan bekeken worden onder: http://www.vliz.be/vmdcdata/imis2/ref.php?refid=108729.


4.2. MENGING VAN WATERMASSA’S IN DE ZUIDELIJKE OCEAAN
In de Journal of Geophysical Research verscheen een bijdrage van Anouk de Brauwere en collega’s van de Vrije Universiteit Brussel getiteld ‘Water mass distribution in the Southern Ocean derived from a parametric analysis of mixing water masses’. De studie van de Zuidelijke Oceaan en de rol die deze speelt in het wereldwijde klimaatsgebeuren verdienen dan ook bijzondere aandacht. Dergelijke oceanische circulatie- en mengprocessen van watermassa’s kunnen bestudeerd worden a.d.h.v. complexe fysische modellen. Anouk en collega’s gebruikten een eerder empirische methode om de verdeling van de watermassa’s te reconstrueren, zich hiervoor baserend op een parametrische verfijning van de bestaande Optimum Multiparameter analyse (POMP). Het artikel kan geconsulteerd worden via: http://www.vliz.be/vmdcdata/imis2/ref.php?refid=109684.


4.3. DE OUDSTE VUURBAKENS VAN DE VLAAMSE KUST EN OMSTREKEN
Roger Degryse (°1913, Oostende) is als leerkracht en doctor in de geschiedenis zijn ganse leven gefascineerd geweest door de haringvisserij aan de Vlaamse kust. Over deze en aanverwante onderwerpen schreef hij een zeer uitgebreide publicatiereeks bijeen, die postuum in bewaring werd gegeven aan de VLIZ bibliotheek. In ‘De oudste vuurbakens van de Vlaamse kust en nabijgelegen Noordzeeoevers’, deel I (consulteerbaar in de VLIZ-bibliotheek: http://www.vliz.be/vmdcdata/imis2/ref.php?refid=108749), belicht hij de historiek van de vuurbakens of “vierboetes” in de periode 811- eind 16de eeuw. Met name de vuurbakens van Bonen (Boulogne), Kales (Calais) en Nieuwpoort komen hierbij aan bod. Deze houten of stenen constructies, waarop vuren werden ontstoken, waren essentieel voor de haringvissers als die bij nacht en ‘bij de vleet’ op zee ronddobberden. Daarnaast dienden ze als zeilaanwijzing bij het binnenvaren van de havens. De stuurlui van de vaartuigen betaalden voor deze dienst ‘vierboetegeld’ (of haring) aan de wachters. Ook leren we in dit werk dat men in Nieuwpoort sinds 1400 riet gebruikte als brandstof of dat bij de vervanging van de houten vierboete door een stenen toren, baksteen werd gerecupereerd uit de ontruimde woningen van het verlaten gehucht Ter Yde of Nieuwe Yde.


5.1. EERSTE NEDERLANDSE OFFSHORE WINDPARK GEOPEND
De funderingen stonden er al sinds de zomer van 2007. En op 18 april jl. opende kroonprins Willem Alexander nu ook officieel het eerste Nederlandse offshore windpark (Offshore Windpark Egmond aan Zee – OWEZ: www.noordzeewind.nl). Dit park, gebouwd door Shell en Nuon, is goed voor 108 MW en past binnen de doelstelling van de nieuwe Nederlandse regering om de fractie hernieuwbare energie in 2020 op te trekken tot 20%. Op de Q7-windparksite verder in zee en bij een waterdiepte van 19-24m, plant men in de zomer 2007 de plaatsing van nog eens 60 turbines van elk 2 MW (www.senternovem.nl/offshore_windenergie).


5.2. ADEMBENEMENDE PRESTATIES VAN EEN SCHILDPAD
Het bericht kwam uit de Middellandse Zee, waar een gemerkte zeeschildpad het wereldrecord diepzeeduiken verpulverde. De onechte karetschildpad hield haar adem maar liefst 10 uur en 14 minuten in, waarmee het vorige record ‘langduiken’ op naam van een soortgenoot werd verpulverd. Andere gewervelde zeedieren moeten het met veel minder doen: haar dichtste belager – een zeeslang – haalt ‘nauwelijks’ 3,5 uur terwijl zeezoogdieren nooit langer dan 85 minuten aan één stuk onder water werden vastgesteld. Het jarenlang opvolgen van het trekgedrag van de zeeschildpadden leerde ook dat ze heel erg trouw zijn in de keuze van hun foerageer- en overwinteringsgebieden. Meer details zijn te lezen in het artikel: ‘Fidelity and overwintering of sea turtles’ van Annette Broderick, Michael Coyne, Wayne Fuller, Fiona Glenn en Brendan Godley in de Proceedings of the Royal Society 274 (1617): 1533-1538.


5.3. ZOUT IN DE OCEANEN VROEGER EN NU
‘Paleosalt’ is de naam van het project dat door negen partners uit zes Europese landen wordt uitgevoerd en waaraan – naast o.a. AWI Bremerhaven, de Universiteit van Utrecht en het NIOZ – de Vrije Universiteit van Brussel en het Museum voor Midden-Afrika participeren (www.awi.de/en/research/research_divisions/biosciences/projects/paleosalt/). Het doel van dit multidisciplinaire project, dat een jaar geleden van start ging, is het reconstrueren van oceanische zoutgehaltes in de afgelopen duizenden jaren, om zo het klimaat van toen beter te begrijpen en te kunnen in beschouwing nemen bij het opstellen van nieuwe klimaatsmodellen. Resten van gestorven en begraven foraminifera, coccolithoforen en schelpen kunnen hierbij als graadmeters (‘proxies’) dienen.


5.4. ZEEZOOGDIERENNIEUWS
Hét nieuws van de maand is ongetwijfeld de subadulte Bultrug die het sinds vorig weekend kennelijk erg naar zijn zin heeft in het Marsdiep nabij het Nederlandse eiland Texel. Hij foerageert er regelmatig met open muil aan het oppervlak vlakbij Den Helder wat al sensationele foto’s heeft opgeleverd (http://home.planet.nl/~camphuys/Bultrug.htm). Enkele waarnemers maken zelfsgewag van twee exemplaren. Deze vijfde bevestigde waarneming van Bultrug voor Nederland (alle tussen 2003-2007) volgt op een periode van honderden jaren zonder gekende strandingen of waarnemingen in deze omgeving. Het lijkt er volgens kenner Kees Camphuysen op dat deze baleinwalvissen, in het kielzog van de verhuisde Bruinvissen, in de noordelijke Noordzee hun gading niet meer vinden en hun geluk bij ons beproeven.
Ook interessant is de waarneming van een Gewone dolfijn op 13 mei 2007 (rond 13.00 uur op ca. 3 km voor de kust van Oostduinkerke-Lombardsijde). Het dartele dier begeleidde een zeilboot en koos pas het zeegat toen koers werd gezet naar de  haven van Nieuwpoort. Volgens zeiler Arne De Bruycker was het dier kerngezond.
En op 24 april was het raak t.h.v. de noordelijke flank van de Oosthinderbank, waar vanop het onderzoeksschip Zeeleeuw door zeevogeltellers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek een groep van 5 Witsnuitdolfijnen een half uur lang kon worden waargenomen (en gefilmd), terwijl ze foerageerden langs stroomnaden.


5.5. DOCTORAATSVERDEDIGINGEN

§  Stéphanie Jacquet verdedigde op 7 mei 2007 haar doctoraat met als onderwerp ‘Barium in the Southern Ocean: Towards an estimation of twilight zone C mineralization’. De titel doctor in de wetenschappen behaalde ze aan de Vrije Universiteit Brussel onder het promotorschap van prof. Frank Dehairs.

§  Nguyen Thi Ngoc Tinh behaalde op 11 mei 2007 de titel van doctor in de toegepaste biologische wetenschappen aan de Universiteit Gent (vakgroep Dierlijke Productie) met het doctoraat: ‘Quorum-sensing control for microbial management of the aquaculture food chain rotifer-turbot’. Promotor was professor Patrick Sorgeloos, co-promotor prof. Peter Bossier.

§  Op 15 mei trad Anneleen Foubert van de Gentse universiteit (RCMG) ‘in de arena’ voor een doctoraatsverdediging over: ‘Nature and Significance of the Carbonate Mound Record: The Mound Challenger Code’.  Promotor van dit werk is prof. Jean-Pierre Henriet.

§  Guillaume Delefortrie van de vakgroep Mechanische constructie en productie aan de Gentse universiteit, verdedigt op 16 mei zijn proefschrift getiteld ‘Manoeuvring Behaviour of Container Vessels in Muddy Navigations Areas’. Promotor van dit doctoraat in de ingenieurswetenschappen is prof. Marc Vantorre.


DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ. Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt. Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden.


COPYRIGHT
Copyright © 2007 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd naar derden.


LID WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.


WEBSITE
http://www.vliz.be


VLIZ
Vlaams Instituut voor de Zee vzw
Flanders Marine Institute
Wandelaarkaai 7, 8400 Oostende, Belgium
Tel.
+32/(0)59 34 21 30
Fax +32/(0)59 34 21 31
http://www.vliz.be