VLIZINE
jrg. 9, nr. 1-2 (januari-februari 2008)
Hét e-zine met praktische informatie over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers. 
Deze gratis on line uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle geïnteresseerden.
V.U.: Jan Mees 
Redactie: Nancy Fockedey, Jan Haspeslagh en Jan Seys
Reacties naar jan.seys@vliz.be


Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant (zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia, etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te schrijven, stuur een e-mail naar info@vliz.be met in de subjectline: ‘unsubscribe VLIZINE’. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding: ‘subscribe VLIZINE’. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar via deze link.


INHOUD
1. Kalender
1.1. UGent aan zee: Mariene onderzoeksgroepen aan UGent zetten hun deuren open
1.2. Oceanografiebeurs ‘Oceanology International 2008’ in Londen
1.3. Lenteprikkel 2008: Feesteditie op het strand van alle kustgemeentes!
1.4. European Geosciences Union in Wenen
1.5. Voorjaarsvormingen ‘De Nachtegaal’: over oorlog, solitaire bijen en oude vissers
1.6. West-Vlaamse natuur in de kijker
1.7. Zeedag voor leerkrachten

2. Publicaties
2.1. Kustkompas 2007
2.2. Historische ecologie van de zee
2.3. Twee nieuwe kortfilmpjes online: ‘Alternatieve boomkor’ en ‘Zeekaarten’
2.4. Haven in zicht! Nieuwe educatieve pakketten in de Haven van Zeebrugge
2.5. Meeuwen aan de kust – Meeuwen in de stad

3. Vacatures, beurzen en fondsen
3.1. PhD-positie bij ILVO-visserij voor ‘desk study’ naar teruggooi in de visserij
3.2. NAUSICAA zoekt animator met kennis van het Nederlands
3.3. POGO-SCOR reisbeurzen

4. Belgisch marien onderzoek in de kijker
4.1. Er waren eens … koudwaterkoralen
4.2. Verwijderen van organotin uit afvalwater scheepswerven
4.3. Belgische schelpdierenspecialist Philippe Dautzenberg (1849-1935)

5. Varia
5.1. Derde Belgische offshore windmolenpark kan van start gaan
5.2. Plastiek op zee wegvissen
5.3. Kleine onderneming op zee
5.4. Vlaamse Hydrografie legt de lat lager: overgang van GLLWS naar LAT
5.5. Zeedierennieuws Belgische kust
5.6. Doctoraatsverdedigingen


1.1. UGent aan zee: Mariene onderzoeksgroepen aan UGent zetten hun deuren open
Op zaterdag 8 maart 2008 organiseert de Universiteit Gent de opendeurdag 'UGent aan Zee'. Ze stellen hun mariene onderzoekactiviteiten voor aan het grote publiek. De UGent beschikt sinds decennia over een gewaardeerde expertise op het vlak van mariene biologie en geologie, aquacultuur, natuurbeheer, toegepaste ecologie van zee- en kustgebieden, maritiem recht, en dergelijke meer. Dagelijks zijn ruim 200 Gentse wetenschappers actief in het fundamenteel en toegepast onderzoek rond de zee.
De verschillende onderzoeksgroepen organiseren rondleidingen in hun labo’s en geven uitleg bij hun onderzoek. Het project is een initiatief van diverse afdelingen van de faculteit Wetenschappen, Bio-ingenieurswetenschappen, Ingenieurswetenschappen en Rechtsgeleerdheid, en het Vlaams Instituut voor de Zee. Meer info? www.vliz.be/NL/HOME&id=289


1.2. Oceanografiebeurs ‘Oceanology International 2008’ in Londen
Tussen 11 en 13 maart 2008 vindt in Londen de internationale beurs voor oceaantechnologie plaats. Jaarlijks komen oceanografische producenten en leveranciers samen op de beurs. Je kunt er live demonstraties meemaken van de nieuwste oceanografische technologische ontwikkelingen, oceanografische schepen bezoeken van over de ganse wereld, trainingen en interactieve sessies meevolgen over recente kwesties. Dit alles voor een publiek van ingenieurs, mariene wetenschappers, wetgevers, beleidsmakers en andere professionals in de sector. Tijdens dezelfde periode wordt tevens de Oceanology International Conferentie georganiseerd door het Institute of Marine Engineering, Science and Technology (IMarEST) en de Society for Underwater Technology (SUT). De drie thema’s van de conferentie zijn: klimaat, energie en veiligheid. Toegang tot de beurs en deelname aan de conferentie is gratis. Registratie en info op www.oceanologyinternational.com.


1.3. Lenteprikkel 2008: Feesteditie op het strand van alle kustgemeentes!
Het strand boeiend, natuurlijk en afvalvrij te maken: daarvoor staat de Lenteprikkel. In 2008 is hij er voor de vijfde keer, op de eerste zaterdag van de paasvakantie. De actie is veel meer dan enkel een opruimactie! De lenteprikkel wil aantonen dat natuurlijke aanspoelsels zoals schelpen en wieren, hun plaats verdienen op het strand en helpen bij de vorming van duinen. Manuele reiniging geeft de voorkeur op machinale reiniging om een natuurlijker en boeiender strand te verkrijgen. Maar er is meer. Tevens wil de lenteprikkel mensen bewust maken van de grote hoeveelheid afval die aanspoelt vanuit zee of op het strand achtergelaten wordt. Hoe minder afval, hoe minder er geruimd moet worden. Zo wordt een win-winsituatie gecreëerd voor zowel de gemeentes als voor de natuur.
Wil jij een handje helpen om het strand net te maken en bij te leren over het zand, zee en duinen? In alle kustgemeentes ben je op zaterdag 22 maart welkom vanaf 14.00 uur (Let op! Bredene organiseert zijn actie op vrijdag 21 maart). Ter plaatse geeft een natuurgids uitleg over de gevonden schatten. Op verschillende plaatsen zijn er leuke randactiviteiten! Zo kun je als deelnemer of strandbezoeker het wedstrijdformulier invullen en kans maken op een mooie prijs! De lenteprikkel is een organisatie van de kustgemeentes in samenwerking met het Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer en met de hulp van verschillende partners. Voor plaats van afspraak en andere informatie: www.lenteprikkel.be of Hannelore Maelfait (059-34 21 47, hannelore.maelfait@kustbeheer.be). 


1.4. European Geosciences Union in Wenen
Geologen en geografen van over de ganse wereld komen samen in Wenen van 13 tot 18 april. Tijdens de algemene vergadering van de European Geoscience Union (EGU) passeren alle mogelijke disciplines van de aardrijkskunde, geologie en oceanografie de revue. Naast lezingen, presentaties en postersessies over disciplinaire en interdisciplinaire onderwerpen komen ook educatieve symposia, korte cursussen en debatten aan bod. Heel wat marien-gerelateerde onderwerpen zullen er worden behandeld (www.cosis.net/members/meetings/programme/view.php?m_id=49&p_id=310).
Inschrijven kan nog tot 31 maart 2008 via www.meetings.copernicus.org/egu2008/.


1.5. Voorjaarsvormingen ‘De Nachtegaal’: over oorlog, solitaire bijen en oude vissers
Eind februari gaan de voorjaarsvormingen terug van start in VBNC ‘De Nachtegaal’, waaronder ook enkele kust- en zeegebonden lezingen. Op 27 februari 2008 heeft Guido Mahieu het over ‘De oorlog in de duinen’ en worden je ogen geopend voor de langzaam verdwijnende lidtekens van oorlog en dynamiet in dit dynamische landschap. Dries Laget (JNM) gaat op 9 april dieper in op het leven van solitaire bijen in de duinen. De reeks wordt op 28 mei afgesloten met de lezing ‘De Zee van Toen’. Guido Rappé interviewde tientallen vissers en zeekenners. Aan de hand van deze verhalen schetst hij een evolutie van fauna en flora van het Belgische deel van de Noordzee. Deelname is gratis maar inschrijving verplicht bij de educatieve dienst van VBNC De Nachtegaal, Olmendreef 2, 8660 De Panne (058 42 99 55 – nachtegaal.anb@vlaanderen.be).


1.6. West-Vlaamse natuur in de kijker
Onder het motto ‘Natuurontwikkeling: vuistregels voor de praktijk’ gaat op zaterdag 1 maart de jaarlijkse West-Vlaamse studiedag Natuurbeheer door op de campus Kortrijk van de KULeuven. Enkele sprekers zullen het hebben over kustgebonden natuurontwikkelingsprojecten (duinenherstel, herstel van slikken en schorren in de IJzermonding, zilte habitats in de polders). Meer info op  www.kuleuven-kortrijk.be/natuurbeheerdag. In de loop van april 2008 wordt door Inverde een aanvullende 3-daagse cursus ingericht over natuurontwikkeling in West-Vlaanderen, inclusief een kustexcursie en een dag met nadruk op zilte graslanden. Voor meer details, zie www.inverde.be/cursus.php?id=388. 
In de marge hiervan willen we nog meegeven dat er recent een boek uitkwam over de West-Vlaamse natuurgebieden: ‘Natuurlijk West-Vlaanderen: alle natuurgebieden van de provincie’ door Herman Dierickx (Lannoo - ISBN 978-90-209-6057-0). Het boek bevat beschrijvingen van 150 bekende – maar ook minder gekende – natuurgebieden, informatie om ze zelf te bezoeken en een wandelpocket.


1.7. Zeedag voor leerkrachten
Ga je binnenkort op zeeklassen of plan je een daguitstap naar de kust? Zoek je inspiratie voor een stevig educatief programma? Kom dan op woensdagnamiddag 19 maart met je gezin naar Oostende. Laat je kinderen profiteren van animatie en dompel jezelf onder in het educatieve aanbod voor het kleuter-, lager en secundair onderwijs. Binnen het thema ‘Aan zee voelt het anders’ ontdek je de zee, het strand en de duinen met al je zintuigen.
Er zijn korte gratis workshops ter plaatse, op de pier of op het strand. Op de beurs verzamel je informatie over het zeer ruime aanbod educatieve materialen, rondleidingen, leskoffers, boeken, brochures, media, veldwerkmaterialen, ICT,…  Ervaren zeeanimatoren, natuurgidsen en collega-leraren maken je wegwijs. Alle informatie beschikbaar op: www.west-vlaanderen.be/jahia/Jahia/site/weekvandezee/pid/4664.


2.1. Kustkompas 2007
De tweede editie van het ‘Kustkompas’ is net uit. Het werd opnieuw een boeiende publicatie rond indicatoren die het duurzaam beheer aan de kust opvolgen. Het Kustkompas kwam tot stand door de samenwerking van het Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer met een 50-tal wetenschappers. In één oogopslag kunnen de trends van de voorbije jaren waargenomen worden. De indicatoren brengen de mogelijke aandachtspunten voor de toekomst in kaart en bekijken de opportuniteiten voor deze specifieke regio. De publicatie is te verkrijgen via info@kustbeheer.be en online terug te vinden op www.kustbeheer.be/indicatoren. Enkele markante trends uit de tweede editie…
De Vlaamse kust dient steeds meer als een nabije vakantiebestemming voor korte vakanties, ook buiten het zomerseizoen. Op zonnige dagen trekken ook dagjestoeristen massaal naar zee en steeds meer mensen maken hierbij gebruik van het openbaar vervoer (+ 5,4% sinds 1997). Door de toenemende vergrijzing van de Belgische bevolking zullen ouderen een belangrijker deel van de toeristische markt gaan uitmaken. Reden genoeg om meer werk te maken van een betere toegankelijkheid van hotels, restaurants, etc.
Een minder goede trend is het blijvend achteruitgaan van de visbestanden in de Noordzee. Enkel schelvis viel binnen de veilige referentiewaarden. Bij soorten zoals haring, makreel, kabeljauw, wijting, schol en tong was ofwel de visserijdruk te hoog, ofwel de bevisbare stock te klein om als ‘veilig’ te kunnen scoren. Het omschakelen naar een duurzame visserij dringt zich zeer sterk op!
Aan deze editie van het Kustkompas werd een extra hoofdstuk gebreid over de veiligheid van onze kust bij de te verwachten klimaatswijziging. Het zeeniveau langs onze kust steeg tijdens de laatste eeuw met 2 mm per jaar. In het aantal zware stormen was er dan weer geen trend waar te nemen sinds de jaren ’90. De situatie wordt jaar na jaar door de Vlaamse Hydrografie Kust opgevolgd. Zo kunnen de nodige maatregelen worden getroffen om de zeewering te versterken en het overstromingsrisico te verminderen.


2.2. Historische ecologie van de zee
Oceanen en kustzeeën zijn steeds een rijke bron geweest voor vis, schaal- en schelpdieren. Door een stijgende efficiëntie van de visserijtechnieken en de schaalvergroting van de visserijsector kwam de duurzaamheid in gevaar. Onze wateren lijken nu wel leeg in vergelijking met vroeger… Vaak wordt aangenomen dat de intense exploitatie iets is van de laatste decennia of van het industriële tijdperk. In het boek ‘The Unnatural History of the Sea’ toont Callum M. Roberts aan dat de commerciële visserij in Europese wateren startte in de middeleeuwen (11de eeuw). Historische getuigenissen van ontdekkingsreizigers, piraten, handelaars, reizigers en vissers geven aan hoe rijk het mariene leven ooit geweest is.
De impact van de mens op de zee gaat veel verder terug dan we tot nu toe dachten (‘shifting baselines’). Het boek beschrijft hoe korte metten gemaakt werd met meerdere mariene organismen. Roberts toont aan dat de recente globale visserijcrisis slechts het laatste hoofdstuk is van een reeds lang lopende vercommercialisering van onze zeeën. Het boek eindigt niet bij een lege oceaan. Roberts beschrijft hoe we de neerwaartse tendens kunnen stoppen door een slimmer beleid. Hij toont via case studies aan hoe mariene reservaten een verschil kunnen maken bij het herstellen van de rijkdom van mariene planten en dieren. Een rijkdom die we nooit dachten gekend te hebben…
Roberts, C. (2007).
The Unnatural History of the Sea. Island Press: Washington, DC (USA). ISBN 978-1-59726-102-9. xvii, 436 pp.


2.3. Twee nieuwe kortfilmpjes online: ‘Alternatieve boomkor’ en ‘Zeekaarten’
Het Vlaams Instituut voor de Zee maakt van de ‘productie’ van kortfilmpjes over zee en kust één van zijn kerntaken. Ze brengen de activiteiten op zee in beeld en laten het grote publiek proeven van een anders weinig toegankelijke wereld. Onlangs werden twee nieuwe filmpjes online gezet (www.vliz.be/vmdcdata/photogallery/movies.php).
Het filmpje ‘Alternatieve boomkor’ werd ontwikkeld in samenwerking met ILVO-Visserij en de ‘Oostende 89’. De Belgische visserijsector concentreert zich op het vangen van platvis met behulp van de boomkor. Een weinig duurzame techniek, zo blijkt… Het slepen van het zware tuig over de bodem gaat gepaard met hoge brandstof- en materiaalkosten. Daarenboven doorploegen de zware kettingen de bodem en kent het net een lage selectiviteit, wat gepaard gaat met veel bijvangst en teruggooi. Op termijn moeten de Vlaamse vissers dan ook overschakelen naar alternatieve vistechnieken om voor hun beroep en de beviste stocks een toekomst te garanderen. Op middellange termijn moet de Vlaamse vissersvloot echter roeien met de riemen die het heeft. Boomkorvaartuigen maken 98% uit van de vloot en die vervang je niet zomaar. Eén van de mogelijkheden is om de boomkor op verschillende punten aan te passen (rolsloffen, T90-kuil en ontsnappingsvenster) en zo het brandstofverbruik en de impact op het milieu te verminderen.
De kortfilm ‘Zeekaarten: In het spoor van Mercator, de Vlaamse Hydrografie’ toont hoe moderne zeekaarten gemaakt worden en up-to-date gehouden worden. Het neemt je mee op het hydrografisch schip Ter Streep, waar de werking van de single-beam en multi-beam uitgelegd en live gedemonstreerd worden. De meetgegevens leiden niet alleen tot papieren en digitale zeekaarten, maar helpen ook bij baggerwerken, het onderzoek naar zandbanken en scheepswrakken. De film kwam tot stand in samenwerking met de Vlaamse Hydrografie/Afdeling Kust en DAB Vloot van Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK).


2.4. Haven in zicht! Nieuwe educatieve pakketten in de Haven van Zeebrugge
Het Havenbestuur Zeebrugge MBZ verwelkomt sinds jaar en dag bussen voor het bezoeken van de haventerreinen onder leiding van een ervaren gids. Nieuw zijn hun educatieve pakketten, uitgewerkt voor de 3de graad van het basisonderwijs en de 1ste graad van het secundair onderwijs. Zo is er in de eerste plaats de cd-rom Haven in zicht! – toepasselijk aangeboden in een kartonnen container. Het brengt een ‘Beeldig Verhaal’ (PowerPoint-presentatie) over de ligging en de werking van de haven en zijn schepen. Bijgesloten notities en uitprintbare werkblaadjes voor de lesgever en leerlingen maken dat leerkrachten er onmiddellijk mee aan de slag kunnen in de klas, eventueel ter voorbereiding van een bezoek.
Voor het basisonderwijs zijn er op de cd-rom nog vier werkboekjes uitgewerkt met thema’s als ‘sluizen’, ‘eb en vloed’, ‘van sloep tot schip’, ‘laden en lossen’ en ‘veilige schepen’. Voor de 1ste graad van het secundair onderwijs zijn er de extra modules ‘algemene situering’, ‘de herkomst en bestemming van de goederen’ en ‘ruimtelijke structuur en functie’.
Een bezoek met een gids kan nóg spannender gemaakt worden en uitgroeien tot een ware ‘Expeditie Haven’. Leerkrachten kunnen gratis werkboekjes en een interactieve havenkoffer ophalen bij de Dienst PR van het Havenbestuur Zeebrugge (Isabellalaan 1, Zeebrugge - 050 54 32 11) en opdrachten uitvoeren op het terrein met GPS, kompas, boomhoogtemeters, stafkaarten, enz.


2.5. Meeuwen aan de kust – Meeuwen in de stad
Meeuwen zijn onlosmakelijk met de kust verbonden. Door de toenemende menselijke activiteit, komen de leefgebieden van mens en meeuw steeds dichter bij elkaar. Omdat er geen andere open ruimte is, pasten de meeuwen zich aan. Ze vinden de mens overigens best wel een handige buur, wat bij bewoners en toeristen soms tot ergernis en overlast leidt. Anderzijds kunnen de mensen de wervelende luchtacrobatie van de meeuwen nu ook van dichtbij bewonderen: ze brengen de natuur binnen in uw achtertuin. Het Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer ontwierp een brochure én een website met handige tips om het samenleven met meeuwen aangenamer te maken en om overlast te vermijden. De brochure (http://www.meeuwenindestad.be/_files/brochure_nl.pdf)  kan je downloaden van de website www.meeuwenindestad.be of gratis één of meerdere papieren exemplaren opvragen bij het Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer: info@kustbeheer.be of 059 34 21 47.


3.1. PhD-positie bij ILVO-visserij voor ‘desk study’ naar teruggooi in de visserij
Het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid streeft naar een duurzame exploitatie van de mariene rijkdommen en het beperken van de effecten van de visserij op de mariene ecosystemen. Er is dan ook een grote nood aan meer data over teruggooi van commerciële vissoorten, een problematiek eigen aan de door de boomkor gedomineerde Belgische visserij. ILVO-Visserij in Oostende beschikt over heel wat ‘discard-gegevens’ en is op zoek naar een kandidaat voor het verrichten van een wetenschappelijke analyse en evaluatie. Meer info op www.ilvo.vlaanderen.be/documents/Doctoraatsonderwerpen_Dier_voorjaar_2008.pdf.


3.2. NAUSICAA zoekt animator met kennis van het Nederlands
NAUSICAA (Boulogne-sur-Mer) zoekt een animator voor haar educatieve dienst. Doel is vooral Franstalige, Engelstalige en Nederlandstalige groepen rond te leiden in het centrum, maar ook op het strand, staketsel,… Daarnaast moet de kandidaat meehelpen bij het creëren van educatieve pakketten. Een goede kennis van de oceanen, biologie en ecologie en inzichten in educatie voor duurzame ontwikkeling zijn de voorwaarden, evenals een goede kennis van de Franse, Engelse en Nederlandse taal.
Meer info: education@nausicaa.fr of +33-(0)3-21 30 99 83. 


3.3. POGO-SCOR reisbeurzen
Het Partnership for Observation of the Global Oceans (POGO) en de Scientific Committee on Oceanic Research (SCOR) kondigen hun Fellowship Programma voor 2008 aan.
Het programma is bedoeld om trainingen en opleidingen te bevorderen in globale oceaanobservatie. Zowel wetenschappers, technici, doctoraatstudenten als post-docs, werkzaam aan oceanografische instituten in ontwikkelingslanden en landen in transitie, kunnen beroep doen op de reisbeurzen. Deadline voor indienen van dossiers ligt op 15 april 2008. Meer informatie bij Liz Humphreys (pogo@mba.ac.uk  of +44-1752 633 234) of op http://www.ocean-partners.org/POGO_SCOR_Fellowships.htm.


4.1. Er waren eens… koudwaterkoralen
In 2002 werden in de Golf van Cadiz vier velden ‘carbonate mounds’ (carbonaatheuvels) ontdekt te midden van onderzeese bergkammen en moddervulkanen. Sindsdien is door een internationale groep van wetenschappers heel wat onderzoek verricht op het El Arraiche gebied – waarvan veel door Belgische geologen van het Renard Center for Marine Geology (UGent). Het bestuderen van de bodemstructuur en de ondergrond van de diepzee is een hele opgave en vereist speciale technologieën: van multibeam en sidescan sonar tot hogeresolutie seismische metingen, boringen en onderwaterrobots. Anneleen Foubert en co-auteurs zette de bevindingen van alle expedities op een rijtje en publiceerde het overzichtsartikel in het vaktijdschrift Marine Geology (www.vliz.be/vmdcdata/imis2/imis.php?module=ref&refid=119933).
Het El Arraiche gebied ligt 35 km buiten de Marokkaanse kust, op een diepte van 500-600 m. De ‘carbonate mounds’ steken 60 m uit boven een oppervlak van richels en steile taluds. Aan het oppervlak van deze kalkheuvels liggen kriskras dode fragmenten van koudwaterkoraal verspreid, maar in het hele gebied werd niet één levend koraalorganisme aangetroffen. Boringen in de ondergrond van de ‘mounds’ toonden aan dat ze opgebouwd zijn uit brokken van fossiel koraal.
Pas twintig jaar geleden werd ontdekt dat koudwaterkoralen welig tieren langs de boorden van de continentale helling in de noordelijke Atlantische en de Stille Oceaan. De oceanografische condities in de Golf van Cadiz zijn heden ten dage echter ongeschikt voor koudwaterkoraal. Maar ten tijde van de laatste ijstijd (50.000 jaar v.C.) heersten ideale omstandigheden voor verschillende soorten. De dode ‘carbonate mounds’ leerden de geologen al heel wat over het ontstaan en de vorming van deze geologische structuren.
Koraallarven vestigden zich tijdens de laatste ijstijd op de harde ondergrond van de onderzeese bergen en richels in het El Arraiche gebied. De zeestromingen waren er sterk verschillend van de huidige condities. Het aangevoerde water was veel kouder – het polaire front kwam immers tot aan Portugal. Het zoute water dat via de Straat van Gibraltar uit de Middellandse Zee de Atlantische oceaan instroomt, had toen een veel grotere invloed op het gebied. Zo heersten er sterke stromingen en een grote aanvoer van voedselpartikels. Koralen vormen onder deze omstandigheden steeds hoger wordende riffen. In het El Arraiche gebied dwarrelde naast voedsel ook sediment mee met de stroming. Het werd vastgehouden tussen de koralen en leidde tot de geleidelijke opbouw van heuvelachtige structuren.
Na de laatste ijstijd namen de stromingen in het gebied sterk af. De koralen raakten bedolven onder pakken sediment en stierven af. In het onderzeese vulkanengebied sijpelden vloeistoffen en gassen uit de ondergrond. Ze zorgden ervoor dat de bedolven losse koraalstructuren zich omvormden tot een vast kalkgesteente. En zo werden ze in 2002 aangetroffen…


4.2. Verwijderen van organotin uit afvalwater scheepswerven
In het recente verleden werden organotins toegevoegd aan scheepsverven (antifoulingverven) om de groei van planten en dieren op de boeg te vermijden. Deze biociden (vnl. tributyltin of TBT) bleken hormoonverstorend te werken bij mariene organismen. Goed gekend is de imposex bij wulk, purperslak en andere slakken. Internationaal kwam men overeen om antifoulingverf met organotin vanaf 2003 niet meer te gebruiken en volledig te bannen vanaf 1 januari 2008. Op scheepswerven wordt de biocidehoudende verf onder hoge druk van de boeg afgespoten. Kleine verfpartikeltjes komen mee met het afvalwater en accumuleren zich in de mariene sedimenten van havens. Geschat wordt dat het ongezuiverde afvalwater van scheepswerven 6 tot 17% zou bijdragen aan de totale hoeveelheid TBT in het aquatische milieu.
In de wetenschappelijke literatuur zijn slechts enkele methodes beschreven om hoge concentraties TBT uit afvalwater te verwijderen: ofwel zijn ze niet efficiënt, ofwel zijn ze zeer omslachtig. Onderzoekers van het Centrum voor Oppervlaktechemie en Katalyse aan de KULeuven zochten een eenvoudiger oplossing voor het probleem (www.vliz.be/vmdcdata/imis2/imis.php?module=ref&refid=119516). Steven Vreysen, André Maes en Hans Wullaert gingen aan de slag met bestaande, in de handel beschikbare adsorbenten en kwamen tot de conclusie dat een combinatie van twee absorbenten – op basis van klei en actieve kool – een optimale zuivering van TBT en zware metalen (Cu en Zn) opleverde. Het adsorptie-flocculatieproces verwijdert in één beweging zowel de opgeloste biocides als de verfpartikeltjes in het afvalwater. De methode werd voor het eerst in de praktijk getest met afvalwater van een scheepswerf uit Hamburg.


4.3. Belgische schelpdierenspecialist Philippe Dautzenberg (1849-1935)
Bij schelpenverzamelaars en malacologen is hij zeer bekend en staat hij in hoog aanzien, maar weinig anderen kennen Philippe Dautzenberg. Nochtans is hij één van de belangrijke figuren die de collecties van het Belgische Museum voor Natuurwetenschappen mee hielp uitbouwen.
Deze Brusselaar was al op jonge leeftijd geïnteresseerd in de natuur en dan vooral in schelpen en weekdieren. Het feit dat hij van rijke huize was, bracht hem in contact met de toenmalige Europese adel en high society. In die periode was het ‘bon ton’ als men zich bezighield met het verzamelen van natuurobjecten en het financieel ondersteunen van wetenschappelijke expedities. Dautzenberg had goede contacten met bv. de prins van Monaco, de keizers van Japan, onze eigen Saksen-Coburgs en vele andere koningshuizen. Deze mensen bezorgden hem materiaal voor wetenschappelijke studie.
Dautzenberg beschreef tientallen nieuwe soorten schelpdieren van over de hele wereld. Hierbij ging hij methodisch en secuur te werk. Bovendien maakte hij volop gebruik van de nieuwste technologieën die in de 19e en vroege 20e eeuw voorhanden waren. Een voorbeeld hiervan is het tweedelige werk over de mollusken van Zuid-Frankrijk, waarin voor het eerst hoge resolutiefoto’s werden afgedrukt van alle beschreven dieren. Naast de schelpen zelf, verzamelde Dautzenberg ook vele boeken over malacologie.
Hoewel hij bijna zijn hele leven in Frankrijk werkte, bleef hij verbonden met zijn vaderland. In 1929 besliste hij om zijn verzameling en bibliotheek na zijn dood als één geheel toe te vertrouwen aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). In 1935 kwam deze unieke verzameling – met naar schatting 4.5 miljoen schelpen van 38.600 soorten en 7.957 publicaties – naar Brussel. Tot op vandaag is dit een nuttig instrument voor malacologisch en taxonomisch onderzoek. De vele publicaties van Philippe Dautzenberg zijn ook te raadplegen in de VLIZ-bibliotheek: www.vliz.be/vmdcdata/imis2/imis.php?module=reflist&show=search&autid=8326.


5.1. Derde Belgische offshore windmolenpark kan van start gaan
NV Belwind kreeg de goedkeuring voor de bouw en de exploitatie van een windmolenpark op de Bligh Bank, 45 km buiten de kust van Knokke-Heist en Zeebrugge. Het park zal 330 MW produceren, genoeg om ongeveer 300.000 gezinnen van stroom te kunnen voorzien. Er zijn 66 windturbines van 5 MW elk gepland.
Uit het Milieueffectenrapport (MER) blijkt dat sommige effecten van het windmolenpark tot op vandaag onvoldoende kunnen ingeschat worden. De Federale overheid hanteerde daarom het voorzorgsprincipe en koppelde aan het positieve advies 54 strikte voorwaarden. Zo moet er bijvoorbeeld door de firma een uitgebreid monitoringsprogramma uitgewerkt worden die de effecten van de bouw en de exploitatie op het milieu kan inschatten. Indien er nadelige effecten op het milieu zouden blijken te zijn, moet Belwind het nodige voorzien. In eerste instantie start een pilootproject met zes turbines, de rest volgt later. De bouwwerken starten niet eerder dan 2011. NV Belwind krijgt een vergunning voor 20 jaar. Daarna moet de site weer in zijn oorspronkelijke staat hersteld worden.
Het windmolenpark op de Bligh Bank zal het derde offshore windturbinepark zijn in het Belgisch deel van de Noordzee. Eerder werden de projecten van C-power op de Thornton bank en dat van Eldepasco op de Bank Zonder Naam goedgekeurd. C-power is druk bezig met het voorbereidende werk voor de plaatsing van zijn eerste zes turbines. Je kan de vorderingen week na week volgen via hun website: http://www.c-power.be/applet_mernu_nl/index01_nl.htm (klik door naar ‘uitvoering fase I’).


5.2. Plastiek op zee wegvissen
We hoorden het eerder deze maand nog maar eens via de reguliere pers: in de zeeën en oceanen drijven massa’s plastiek – 100 miljoen ton wordt geschat. In de Stille Oceaan ontdekte men 10 jaar geleden twee ‘drijvende vuilnisbelten’ bijeengehouden door de zeestromingen. De vlekken zijn elk ondertussen zo groot als de Verenigde Staten. Ook in de Atlantische oceaan en de Noordzee vormt het rondzwervend plastiek en ander afval een probleem. Getuige de massa aangespoeld afval dat wordt verzameld op de Vlaamse stranden tijdens de jaarlijkse opruimactie ‘Lenteprikkel’ (www.lenteprikkel.be).
In Nederland werken sinds 2005 38 vissersschepen vrijwillig mee aan het project ‘Fishing for Litter’. Het afval dat ze opvissen in hun netten brengen ze mee aan wal en ook hun eigen afval gaat niet meer overboord. In totaal gaat het jaarlijks over meer dan 300 ton afval. Dit is slechts een fractie van de totale geschatte hoeveelheid afval die jaarlijks in de Noordzee gekieperd word (20.000 ton), maar kan toch tellen.
Bij wijze van experiment werd het door de IJmuidse vissers bijeenvergaarde afval gewogen en geanalyseerd. Het plastic afval uit de Noordzee bestaat uit allerlei soorten boeien, touwen, netten, emballage en oliefilters. Onder het metaalafval zijn vooral oliefilters en verfblikken (zowel vol als leeg) te vinden. Verder is er veel rubberafval, dat voornamelijk bestaat uit slangen, luikrubbers, autobanden en rubbermatten. Het houtafval is beperkt, omdat de vissers uit IJmuiden vooral met bodemnetten werken.


5.3. Kleine onderneming op zee
Kiezelwiertjes (ook diatomeëen genoemd) zijn kleine eencellige wiertjes (0,01- 0,1 mm) die in een siliciumdoosje verpakt zijn. Deze 'kleine ondernemingen op zee’ leveren naar schatting 20-25% van de globale primaire productie op aarde door fotosynthese. Ook in het Belgisch deel van de Noordzee wordt er onderzoek gedaan naar het belang van deze component van het fytoplankton. Dit en andere betrouwbare ‘zeecijfers’ vind je terug op de VLIZ website: www.vliz.be/cijfers_beleid/zeecijfers/index.php (klik op 'Biodiversiteit en Ecologie' onder het symbooltje van de krab en kies voor de subcategorie 'productiviteit'). Een bezoekje aan de website van de Afdeling Protistologie en Aquatische Ecologie  van de UGent (www.pae.ugent.be), brengt je direct naar de bron voor wat deze onderzoeksdiscipline betreft.


5.4. Vlaamse Hydrografie legt de lat lager: overgang van GLLWS naar LAT
Als een schipper niet wilt stranden, is het van cruciaal belang dat hij de diepte tot de bodem en de hoogte van het getij kent. De nautische kaarten en de getijtafels die hij hiervoor gebruikt refereren naar eenzelfde reductievlak. In België wordt tot nu toe het GLLWS- referentievlak gebruikt, wat staat voor Gemiddeld Laagste LaagWaterstand bij Springtij. Het wordt berekend als het gemiddelde van het laagste laagwater bij springtij van elke maanmaand over meerdere jaren.
In andere Noordzeelanden gebruikte men tot nog toe een ander reductievlak, wat de navigatie bij het overschrijden van de grenzen er niet op vergemakkelijkte. Daarom is op internationaal niveau nu beslist om het reductievlak te standaardiseren naar LAT. LAT is de afkorting van Lowest Astronomical Tide. Ze wordt bepaald als de laagste mogelijke waterstand in een bepaalde locatie, aangegeven door de astronomische voorspellingen. Het LAT-niveau ligt voor onze kust over het algemeen 10 tot 30 cm lager dan het GLLWS niveau en garandeert een nog veiligere navigatie. Het reële zeeniveau ligt immers meestal boven het LAT-vlak. Zo kun je niet langer verwarren tussen - en +–tekens op zeekaarten.
Op 5 maart 2008 gaat in België, evenals in de Schelderegio, de lat lager en wordt het LAT-niveau standaard gebruikt. Nieuwe edities van de Vlaamse nationale en internationale kaarten zullen pas daarna stelselmatig in LAT worden geproduceerd. De Vlaamse Hydrografie van de Afdeling Kust (MDK) bracht de brochure ‘Overgang van GLLWS naar LAT ‘ uit. Je kan ze gratis opvragen in de Hydrowinkel (Vrijhavenstraat 3, 8400 Oostende – +31-(0)59-55 42 11 - kust@vlaanderen.be) of downloaden via de website www.vlaamsehydrografie.be. Meer weten? De Grote Rede nr. 20 besteedde een artikeltje aan het onderwerp (www.vliz.be/docs/groterede/GR20_Zeevraag_Nulniveau.pdf) .


5.5. Zeedierennieuws Belgische kust
Heel wat waarnemingen van zeezoogdieren op de Belgische kust in de loop van januari en februari! Op zondag 10 februari hadden de meevarenden van de ‘Ostend Pelagic’ – een georganiseerde tocht voor natuurliefhebbers – wel heel veel geluk. Er was die dag een zeer goede zichtbaarheid en geen zuchtje wind te bespeuren. Zo werden maar liefst 73 bruinvissen en één witsnuitdolfijn waargenomen. De tocht doorkruiste het ganse Belgische deel van de Noordzee, maar de meeste bruinvissen zouden zijn gezien ter hoogte van de Vlakte van de Raan en de Thorntonbank. Een dag eerder werden 4 witsnuitdolfijnen samen gezien ter hoogte van de Fairy Bank.

Tijdens de laatste twee maanden werden talrijke waarnemingen van gewone zeehond gemeld. Op 17 en 21 februari zag men vier exemplaren samen liggen op de rechteroever van de IJzermonding. In het prille begin van 2008 werden in de haven van Nieuwpoort ook al twee zeehonden gemeld, waarvan eentje een haak had vastzitten in zijn muil. De Noord-Franse kust kreeg op 18 februari bezoek van wel twee heel speciale gasten: nabij Boulogne werden twee foeragerende bultruggen gezien.


5.6. Doctoraatsverdedingen

¬      Aan de Universiteit Antwerpen, onderzoeksgroep Ecofysiologie, Biochemie en Toxicologie doctoreerde op 11 januari Christian Tudorache met zijn werk ‘Aspects of swimming behaviour – consequences for migrating fish’. Het onderzoek legt zich vooral toe op het gedrag en de migratie van zoetwatervissen, maar behandelt ook de anadrome stekelbaarsjes. Deze visjes leven in de kustwateren, maar hebben voor hun voortplanting zoet water nodig en trekken daarvoor in het voorjaar de rivieren op.

¬      Eerder dit jaar behaalden twee buitenlandse studenten van het Laboratorium voor Aquacultuur & Artemia Reference Center (UGent) de titel van Doctor in de Toegepast Biologische Wetenschappen; dit onder het co-promotorschap van professoren Peter Bossier en Patrick Sorgeloos. Op 18 januari verdedigde Van Liying Sui het werk ‘Hatchery Techniques for Chinese mitten crab Eriocheir sinensis’. Later was het de beurt aan Yeong Yik Sung met het doctoraat ‘Protection of Artemia from vibriosis by heat shock and heat shock proteins’ (11 februari).

¬      Op 15 februari promoveerde Tine Messiaan, marien geologe werkzaam aan de Universiteit Gent, met het werk: ‘Shallow marine acoustic imaging in environmental investigations’ (promotor: prof. dr. Jean Henriet). Proficiat Tine!

¬      Op 28 februari is het de beurt aan Jef Guelinckx (KULeuven – Afdeling dierenecologie en –systematiek). Hij verdedigt zijn doctoraatsthesis 'Estuarien habitatgebruik door een grondelsoort: een geochemische benadering' op donderdag 28 februari 2008 om 16.00 uur (College Premonstreit, Aula B (02.46), Naamsestraat 61, 3000 Leuven).

¬      Ook Zuzana Pieniak en haar promotor prof. Verbeke (UGent – Landbouweconomie) willen we veel succes toewensen bij het verdedigen van het doctoraat ‘Informatie en gezondheidgerelateerde opvattingen als determinanten van visconsumptie’ op 29 februari -(16.00 uur - Coupure Links, Gent - Auditiorium A0.030).


DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ. Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt. Uw adres opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden.

COPYRIGHT
Copyright © 2008 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden doorgestuurd naar derden.

LID WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.

WEBSITE
http://www.vliz.be


Vlaams Instituut voor de Zee

Flanders Marine Institute

VLIZ – InnovOcean site

Wandelaarkaai 7

8400 Oostende

Tel.  +32-(0)59-34 21 30

Fax  +32-(0)59-34 21 31

http://www.vliz.be