|

|
VLIZINE
jrg. 9, nr. 4-5 (april-mei 2008)
Hét e-zine met praktische informatie
over onderzoek en beleid door en voor Vlaamse mariene wetenschappers.
Deze gratis on line
uitgave van het Vlaams Instituut voor de Zee vzw
verschijnt maandelijks en wordt verspreid onder alle geïnteresseerden.
V.U.: Jan Mees
Redactie: Nancy Fockedey, Jan Haspeslagh en Jan Seys
Reacties naar jan.seys@vliz.be
|
Het
Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) wil via dit e-zine
maandelijks informeren over de eigen activiteiten en die van onderzoeks- en beleidsgroepen in Vlaanderen actief in de
mariene en kustgebonden wetenschappen. Alle nuttige informatie van uw kant
(zoals vacatures, nieuwe projecten, vraag voor samenwerking, interessante symposia,
etc.) wordt graag ingewacht om in het eerstvolgende VLIZINE te worden
opgenomen. Dit bericht bereikt u via de VLIZINE rondzendlijst. Om u uit te
schrijven, stuur een e-mail naar info@vliz.be met in
de subjectline: ‘unsubscribe
VLIZINE’. Inschrijven op dezelfde manier met vermelding: ‘subscribe
VLIZINE’. Archieven van dit e-zine zijn raadpleegbaar
via deze link.
1. Kalender
1.1. Eerste VLIZ ledendag op 13 juni!
1.2. Feestelijke opening en opendeurdag Marine Board in Oostende
1.3.
Infomoment over bijvangsten in de Belgische boomkorvisserij
1.4. Pro en contra’s van E-Maritime op symposium in Gent
1.5. ‘De Schelde meten, de toekomst weten?’ – studiedag op 6 juni
1.6. Maritieme evenementen aan onze kust op een rijtje
1.7. Waar gaat het heen met de Belgische zeezandwinning?
1.8.
Venetië: zien en... deelnemen aan Littoral 2008!
2. Publicaties
2.1. Historische publicaties over de Schelde
2.2. Ik heb een vraag…
2.3. Verhalen door vissers verteld
3. Vacatures, beurzen en fondsen
3.1. Deadline Gerichte acties Noordzee nadert
3.2.
Mariene micro-organismen bestuderen in Cork (Ierland)
4. Belgisch marien onderzoek in de kijker
4.1. Gekweekte krabben uitzetten in tropische mangroven
4.2. Dr. Louis Verhaeghe,
thalassotherapeut avant-la-lettre
5. Varia
5.1.
Sponzen en kwallen in je apotheekkastje
5.2. Plaatsing windmolens op de Thorntonbank gestart
5.3. Biologische woestijn in de Noord-Atlantische circulatiecel wordt
groter
5.4.
Zilverpaling: het begin van de grote reis... of toch niet?
5.5. Zeedierennieuws Belgische Kust
5.6. Doctoraatsverdedigingen
1.1. Eerste VLIZ ledendag op
13 juni!
Wie lid is van VLIZ en nader kennis wil maken met onze
activiteiten, de medewerkers, bestuurders, wetenschappelijke adviseurs en
andere leden is van harte welkom op vrijdag 13 juni op de eerste VLIZ-ledendag. Vanaf 14.00 uur kan je de jaarlijkse
open vergadering van de Wetenschappelijke Commissie bijwonen, waarop een
viertal actuele thema’s aan bod komen. Om 16.00 uur wordt het VLIZ
activiteitenverslag 2007 gepresenteerd en het jaarboek aan alle aanwezigen in
primeur aangeboden. Vanaf 17.00 uur volgt een receptie en kan er naar lieve
lust ‘genetwerkt’ worden. Noteer de datum alvast in je agenda. Meer informatie
en een inschrijvingskaart worden je later toegestuurd.
1.2. Feestelijke opening en opendeurdag Marine Board in
Oostende
Eerder dit jaar verhuisde de Marine Board van ESF (European
Science Foundation) vanuit Straatsburg naar Oostende. Hun nieuwe kantoren zijn
gevestigd op de InnovOcean site op de oosteroever
van de haven van Oostende, naast deze van het VLIZ, het Provinciaal Ankerpunt
Kust en het UNESCO/IOC Project Office for IODE. Op 14 mei worden de gebouwen
feestelijk geopend.
Op donderdag 15 mei vindt het eerste ‘Marine Board Forum’ plaats. Hierop worden
topvertegenwoordigers verwacht van de belangrijkste organisaties, netwerken en
projecten die werken rond het verzamelen en beheren van oceanografische
observaties en data, het verwerken ervan tot informatie en kennis voor een
duurzaam beheer en beleid (er zijn sprekers van o.a. ICES, EuroGOOS,
medGOOS, SeaDataNet, IODE, MarBEF). Het forum staat
dit jaar in het teken van de uitdagingen van marien databeheer. Het volledige
programma kun je terugvinden op www.esf.org/marineboard/forum.
Er zijn nog enkele plaatsen vrij voor Belgische en Nederlandse wetenschappers
en andere ‘zee-professionals’ die willen deelnemen
aan dit evenement. Dus snel JCalewaert@esf.org contacteren
met de melding van je deelname is de boodschap.
De daaropvolgende zaterdag 17 mei kan ook het grote publiek de Marine Board en
de andere instituten van de InnovOcean site bezoeken en kennismaken met de
vele activiteiten, inclusief een gelegenheidstentoonstelling. Waar?
Wandelaarkaai 7 – ingang t.h.v. pakhuis 68 in
Oostende. Wanneer? 17 mei, tussen 10.00 en 18.00 uur. Meer info? Jan-Bart Calewaert (JCalewaert@esf.org of 059/34 01 56).
1.3. Infomoment over bijvangsten in de Belgische
boomkorvisserij
Al eeuwenlang vangen mensen vis uit zee. Toch lijkt de milieu-impact van de
moderne visserij hoger dan ooit. Er is de systematische overbevissing van de
visstocks. Vooral de zeer efficiënte sleepnetten hebben een grote invloed op de
zeebodem en leiden tot veel bijvangsten van niet verkoopbare vis en andere
zeeorganismen. Bovendien zorgt de hoge brandstofprijs ervoor dat bij veel
boomkorvissers het water aan de lippen staat. Wetenschappers én vissers spreken
dan ook van een wereldwijde visserijcrisis. Hoog tijd om anders te gaan handelen!
Het verminderen van de aanzienlijke teruggooi van de boomkorvisserij is ook
binnen het Belgische visserijonderzoek een heet hangijzer. De laatste jaren
heeft ILVO-Visserij grote inspanningen geleverd om enerzijds de samenstelling
van de teruggooi te evalueren en anderzijds om
reducerende technische aanpassingen aan de boomkor te ontwikkelen. Dit gebeurt
o.a. in het project ‘TOETS’ (Teruggooi in de boomkorvisserij: Optimalisatie van
het onderzoek, Evaluatie van reducerende Technische maatregelen en Sensibilisering van de sector). De infonamiddag ‘Laat je
niet vangen! Teruggooi in de boomkorvisserij’ wil op 30 mei (13.00–17.00 uur)
alle betrokkenen (reders en bemanning, wetenschappers en beleidsmensen) op de
hoogte brengen van de onderzoeksresultaten en de discussie aanzwengelen over te
nemen maatregelen betreffende teruggooi. Deelname is gratis, maar je
inschrijving wordt verwacht voor 25 mei bij Sofie Vandendriessche (Sofie.Vandendriessche@ilvo.vlaanderen.be
of 059/56 98 78).
1.4. Pro en contra’s van E-Maritime
op symposium in Gent
De Internationale Maritieme Organisatie IMO promoot de ontwikkeling
van E-Navigatie, een elektronische dienstverlening
van en naar zeeschepen, met het oog op een veiliger scheepvaartverkeer. Vanuit
het standpunt van de Europese Commissie is E-Navigatie
slechts een onderdeel van een ruimer gegeven, namelijk de ‘E-Maritime’:
het geheel van diensten en systemen dat de EU in staat moet stellen haar
leidende rol als zeevaartnatie te behouden en te versterken.
Het E-Maritime omvat ook de zogenaamde ‘één loket-visie’, waarbij meerdere gebruikers trachten zoveel
mogelijk gegevens van een schip (lading, bemanning, passagiers, enz.) te delen
binnen een gemeenschappelijke database. Dit concept veronderstelt een verregaande
samenwerking tussen de verschillende overheden en de desbetreffende maritieme
actoren. Toch hebben sommigen vragen bij het vertrouwelijk omgaan met deze
gegevens (privacy wetgeving), de afhankelijkheid van het werken met
computersystemen, enz. Anderen maken zich zorgen over de verdere
schaalvergroting als gevolg van de grote investeringen die de doorvoering van
dit systeem eist op het terrein.
Op het 12de Maritiem Symposium op 21 mei in Gent worden de verschillende visies
rondom het E-Maritime belicht. Meer info op www.maritieminstituut.be
of de heer Krijnen
(gpv@ugent.be of 09/264
31 19). Inschrijven kan nog tot 16 mei.
1.5. ‘De Schelde meten, de toekomst weten?’ – studiedag
op 6 juni
Meten is weten! Dit geldt zeker voor een ecologisch en economisch
belangrijke en dynamische rivier als de Schelde. Mede door het project OMES is
de kennis rond de Schelde sterk toegenomen; een kennis essentieel voor de
beheerders van deze levensader. De 10-jarige expertise binnen OMES gunt ons een
blik op de Schelde van morgen. De resultaten en de toekomst van deze metingen
worden voorgesteld op de OMES-studiedag op 6 juni
(van 10.00 tot 13.00 uur, met aansluitend een lunch). Hoe evolueert de
Schelde onder de huidige omstandigheden? Hoe draagt de Schelde bij tot de
strijd tegen overstromingsgevaar. Wat zal de Schelde bieden in 2018? Zullen we
zwemmen en vissen in de Schelde? De Ecosystem
Management Group van de Universiteit Antwerpen en
VLIZ nodigen je hiervoor vriendelijk uit. Meer info
over programma en inschrijving vind je op www.vliz.be/NL/HOME&id=328.
Mensen die de Zeeschelde ook in het veld willen beleven, kunnen dan weer terecht
op de ‘tweedaagse van het Schelde-estuarium’. Op 7 en 8 juli organiseren de vzw’s Grenzeloze Schelde, Scaldisnet
en Scheldegids een boottocht waarbij verschillende
facetten van het Vlaamse deel van het Schelde-estuarium onder de loep worden
genomen: het Sigmaplan, veiligheid en natuur, zachte recreatie, waterkwaliteit,
de Scheldeverdragen, economie, … Het doelpubliek
bestaat uit iedereen die betrokken is bij het Schelde-estuarium:
beleidsverantwoordelijken, ambtenaren, (milieu)verenigingen, bedrijven, media
en geïnteresseerden uit Vlaanderen en Zeeland. Meer info
bij Mieke De Leeuw (
of 02/201 08 08) of
Carl Buts (
of 03/774 23 41).
1.6. Maritieme evenementen aan onze kust op een rijtje
Als je houdt van maritiem erfgoed en andere maritieme aangelegenheden, kun
je deze maanden je hartje ophalen aan de Vlaamse kust. Tussen 1 en 4 mei was de
haven van Blankenberge het schouwtoneel van heel wat
activiteiten (www.havenfeesten.be). Volgend weekend
(10-11 mei) kun je terecht op het visserijweekend in Nieuwpoort (www.nieuwpoort-digitaal.be). Op 19 mei gaat in
het memoriaal Prins Karel (Duinenstraat 147 in Oostende) de tentoonstelling van
start over het schip ‘Belgica’ en de poolreizen van Andrien de Gerlache. Je kan er nog tot 11 november terecht. Tijdens het weekend van
22 tot 25 mei gaat de negende editie door van het maritieme festival Oostende
voor Anker (www.oostendevooranker.be). In de buurt van
het station van Oostende staan authentieke schepen in de kijker. Zelfs meevaren
kan! In het Zeedorp op het stationsplein vind je talrijke instituten en
organisaties, die dagdagelijks werken op en met de
Noordzee. Extra dit jaar is de tentoonstelling over de Belgen op de Zuidpool.
Later dit jaar volgen nog de haven- en visserijfeesten in Zeebrugge (22 juni),
Breskens (9-10 augustus – www.visserijfeesten.com)
en Oostende (13 september – www.visserijfeesten.be).
1.7. Waar gaat het heen met de Belgische zeezandwinning?
Als verantwoordelijke voor de duurzame exploitatie van de minerale rijkdommen
van het Belgisch deel van de Noordzee organiseert de dienst Continentaal Plat
van de FOD Economie haar driejaarlijkse studiedag. De evolutie en vernieuwingen
in het ontginnen van mariene aggregaten (zand en grind) vormen het thema van
deze dag. De zandwinning in het Belgisch deel van de Noordzee wordt historisch
benaderd. Huidige resultaten, innovatieve onderzoeksmethoden en
toekomstperspectieven worden besproken, vanuit een economische,
sedimentologische, geomorfologische en biologische
invalshoek.
De studiedag ‘De evolutie en de innovatie van de extractie van mariene
aggregaten op het Belgisch Continentaal Plat’ vindt plaats op 20 oktober 2008
in het NOVOTEL Brugge Centrum en verloopt in het Nederlands en het Frans. De prijs
voor deelname bedraagt EUR 120. Voor meer informatie betreffende het
programma en de wijze van inschrijven (vóór 30 juni) kan je terecht bij Helga Vandenreyken (helga.vandenreyken@economie.fgov.be of 02
277 87 78).
1.8.
Venetië: zien en... deelnemen aan Littoral 2008!
Littoral is hét tweejaarlijkse Europese evenement
waar kustwetenschappers, beheerders, technici en administraties samenkomen. In
2008 neemt de conferentie enkele recente ontwikkelingen in het geïntegreerde
kustzonebeheer in het vizier (de EU ICZM Recommendation,
de Marine Strategy Framework
Directive en het beëindigen van het projectnetwerk
ENCORA) en wordt ondermeer bekeken of een 'European Coastal Platform' de coöperatieve structuur zou kunnen
worden om alle bestaande nationale and internationale kustnetwerken te
verbinden in de toekomst.
Littoral 2008 (www.littoral2008.corila.it) - ‘A changing
coast: challenge for the environmental policies’ gaat
door in Venetië tussen 25
en 28 november. Abstracts kunnen nog
ingediend worden tot en met 12 mei.
2.1. Historische publicaties over de Schelde
Het Waterbouwkundig Laboratorium vierde onlangs zijn 75-jarig bestaan en
startte naar aanleiding van dit jubileum met de uitgave van een reeks met
hydrografische (her)-publicaties door (voormalige) medewerkers. De problematiek
van de Schelde was ooit de aanleiding voor het oprichten van het instituut, en
speelde al die tijd een prominente rol in het onderzoek. Het hoeft dan ook niet
te verbazen dat de eerste drie gepubliceerde werken in de reeks over de Schelde
handelen.
Twee werken zijn van de hand van Pierre Guns, de
erebibliothecaris van het Waterbouwkundig Laboratorium. Die kreeg in de
zeventiger jaren de opdracht om alle historische kaarten in het Antwerpse op te
sporen. Ingenieurs waren immers bij het uitgraven van het kanaaldok B1-B2 op
een dikke sliblaag gestoten (de opvulling van vroegere kreken), die zorgde voor
niet verwachte grondverschuivingen. Het was noodzakelijk, om een verder goed
verloop van de bouwwerken te bewerkstelligen, om de oude kreken te lokaliseren
en hun verloop te kennen. De verzameling kaarten is nog steeds raadpleegbaar op
het instituut. Het verhaal van de evolutie van de Antwerpse noorderpolders
en de polders op de linkerscheldeoever is te lezen in
de heruitgave van publicaties uit respectievelijk 1972
en 1975. In een derde monografie beschrijft Ivo Coen de hydrografische
ontwikkeling van de Schelde over de afgelopen 2000 jaar. Hij verwerkte daarvoor
diverse historische, geografische, archeologische, geologische en hydraulische
gegevens. De werken zijn als pdf te raadplegen via het Open Marien Archief: www.vliz.be/imis/oma/imis.php?module=ref&refid=122136
2.2. Ik heb een vraag…
Heb je een vraag over zee en kust? Dan kan je al sinds jaar en dag terecht op
het infoloket van VLIZ (info@vliz.be of 059 34 21 30). We proberen je dan zo goed
mogelijk verder te helpen door een wetenschappelijk gefundeerd antwoord te
formuleren of je door te verwijzen naar experten aan mariene
onderzoeksinstellingen. Vanaf vandaag kun je nu ook met alle andere
wetenschappelijke vragen terecht op de website www.ikhebeenvraag.be. Op deze interactieve
vraagbaak kan het brede publiek, van jong tot oud, allerlei wetenschappelijke
vraagstukken kwijt: vragen over natuurwetenschappen (biologie, chemie, fysica)
en wiskunde, maar even goed over taal en literatuur, psychologie, geschiedenis,
wijsbegeerte... Huiswerkvragen of vragen naar een medische diagnose worden niet
beantwoord. Wetenschappers van verschillende Vlaamse en federale
wetenschappelijke instellingen en universiteiten geven antwoord. VLIZ is één
van de 14 partners binnen dit webproject.
2.3. Verhalen door vissers verteld
Vissersverhalen spreken vele mensen aan en er wordt vaak in nostalgische
termen over het vissersleven gesproken. Toch is de realiteit streng: heel wat
van deze mensen verloren de laatste decennia hun job
in de kust- en zeevisserij. Ze moesten zich willens nillens
reclasseren in het arbeidscircuit. Eddy Serie was
zelf 33 jaar actief als visser. Hij interviewde tien van zijn vrienden vissers
(François Geselle, Redgy Beyen, Redgy Goes, René Vandecasteele, John Caullet, Daniël Serie, Gustaaf Demeulemeester, Daniël Moeyaert,
Dirk Cuylle en Erwin Maes)
en bundelde de verhalen van hun carrières in het boek ‘Visserij was de bron –
levensverhalen van 10 vissers’. Het werk toont aan dat deze vissers zich
wonderwel wisten aan te passen aan de wisselende omstandigheden in hun leven en
een rijk gevulde loopbaan kenden. Volgend weekend (10 mei) wordt het boek door
de Vriendenkring Noordzee-aquarium Oostende officieel
gelanceerd. Je kan het bekomen in het Noordzee-aquarium op de Visserskaai in Oostende voor EUR 20,
exclusief verzendingskosten (059/50 08 76 – Noordzeeaquarium@Oostende.be).
3.1. Deadline Gerichte acties Noordzee nadert
Federaal Wetenschapsbeleid heeft thans een vierde oproep tot
voorstellen lopen binnen het onderzoeksprogramma "Wetenschap voor een
duurzame ontwikkeling" (2005-2009). Het betreft een oproep met betrekking
op de ‘Gerichte Acties Noordzee’ (www.belspo.be/belspo/home/calls/SSD2008_nl.stm).
Onderzoeksgroepen die willen meedingen naar financiering van projecten moeten
hun blijk van belangstelling tegen ten laatste 19 mei toesturen naar belspo. De onderzoeksvoorstellen zelf worden dan tegen 16
juni verwacht.
3.2. Mariene micro-organismen bestuderen in Cork (Ierland)
De onderzoeksgroep ‘Environmental Microbial Genomics’ van de University College Cork (UCC) in
Ierland is op zoek naar zes doctoraatsstudenten en twee senior post-docs voor het uitvoeren van onderzoek naar
verschillende aspecten van mariene micro-organismen. Solliciteren kan tot 30
mei. Meer info op www.ucc.ie/en/ERI/JobOpportunities of bij
Paul Bolger (p.bolger@ucc.ie
of +353/21 490 19 33).
4.1. Gekweekte krabben uitzetten in tropische mangroven
“Het Vlaamse aquacultuuronderzoek is vermaard over de
ganse wereld. Dit innovatieve, duurzame en multidisciplinaire marien biotechnologisch onderzoek biedt enorme kansen om
oplossingen te bieden voor belangrijke maatschappelijke problemen rond
voedselvoorziening, zowel in Europa als wereldwijd. De Vlaamse expertise legt
zich vooral toe op 4 pijlers: industrie, onderwijs, onderzoek en
ontwikkelingssamenwerking”. Dit zijn de woorden van minister Patricia Ceysens op de
persconferentie ter promotie van deze sector op de vooravond van de ‘European Seafood Exposition’ in Brussel eind april.
Recent verscheen het artikel ‘Approaches to stock enhancement in mangrove-associated crab fisheries’ in Reviews in Fisheries Science met de Gentse onderzoekers Mathieu Wille, Patrick Sorgeloos
en Truiong Trong Nghia (ex-PhD student) als mede-auteurs. Het artikel beoordeelt de mogelijkheid om
jonge krabben, afkomstig uit kwekerijen, in het wild uit te zetten en zo de
tanende stocks en visserij op mangrovekrabben een duwtje in de rug te geven. De
resultaten zijn veelbelovend, althans in bepaalde, afgesloten mangrovesystemen.
Daar vertonen de stocks en de visserijopbrengst al na enkele maanden een
aangroei van 50 %. Maar in meer open mangrovesystemen, waaruit de jonge krabben
gemakkelijker kunnen wegtrekken, blijkt toch vooral de beschikbaarheid van
gezonde mangrove bepalend. Zodoende moet in deze gebieden in de eerste plaats
gewerkt worden aan het heraanplanten van mangrovevegetatie, vooraleer krabben
uit kwekerijen kunnen worden losgelaten.
Dit artikel demonstreert alvast hoe drie van de vier pijlers van de Vlaamse aquacultuurexpertise – onderzoek, onderwijs en onwtikkelingssamenwerking – in de praktijk gebracht zijn.
Artikel volledig lezen? www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=120633
4.2. Dr. Louis Verhaeghe, thalassotherapeut avant-la-lettre
Op 11 april 2008 werd de Prijs Delcroix uitgereikt ter bekroning van
wetenschappelijk onderzoek in het ruime kader van 'Het mariene milieu en
menselijke gezondheid'. Ditmaal viel de eer te beurt aan de Leuvense
onderzoeker Jan Tytgat voor zijn inzending ‘Toxins from jellyfish and sea anemones: a ‘sea’ of molecules with therapeutic potential’ (zie ook
5.1). De prestigieuze Prijs Delcroix werd ingesteld ter ere van Dr. Edouard Delcroix (1891-1973), Belgisch orthopedisch chirurg
en pionier in de thalassotherapie. Weinigen
weten echter dat Dr. Delcroix in de thalassotherapie
in België een voorloper gehad heeft.
Louis Verhaeghe (°1811 - Ieper) was in de 19e eeuw al
volop bezig met onderzoek naar de heilzame invloed van zee en kust op de mens.
De chirurg had een medische praktijk in Oostende. Hij behaalde – als eerste
Belg – een doctoraat in de medicijnen; een graad die pas in 1849 voor het eerst
bij wet mogelijk werd. Heel vlug verwierf hij zich aan de kust en ver
daarbuiten een solide reputatie. In 1850 kreeg hij van de Belgische regering
een ‘medaille d’honneur’
voor de hulp die hij verleende aan de kustbewoners tijdens de cholera-epidemie
van 1849. Hij verrichtte baanbrekend werk op het vlak van plastische chirurgie,
en ontwikkelde o.a. een methode om de hazenlip-afwijking
operatief te herstellen.
Maar voor ons is Louis Verhaeghe vooral interessant vanwege zijn belangstelling
voor de zee en haar ‘faam’ als helende en genezende omgeving. Vooral de
positieve invloed van de zeelucht kreeg zijn volle aandacht. Hij was ook de
eerste die wees op het gevaar van afvalwaterlozing in zee voor zwemmers, en op de
kwaliteit van mossels en oesters. Lang voor bacteriën beschreven werden als
ziektekiemen, onderzocht hij het fenomeen voedselvergiftiging al in zijn
privé-laboratorium. De
thalassotherapie was zijn échte ding en dat blijkt uit zijn publicaties ‘Les bains de mer’, ‘L’action
des bains de mer d’Ostende’, ‘Les
marées’, ‘La phosphorescence de la
mer’, ‘L’action de l’air de la mer’,
en ‘Observations météorologiques faites à
Ostende de 1851 à 1855’. Het lot gunde Verhaeghe echter geen lang en gezond
pensioen aan de Belgische kust: in 1870 werd hij geveld door ‘une occlusion
intestinale’ (wellicht appendicitis) en overleed hij op 59-jarige leeftijd.
Het zou dan nog een halve eeuw duren vóór de thalassotherapie
weer volop wetenschappelijke aandacht kreeg van het doktersgeslacht Delcroix. Bron: Académie royale des Sciences, des Lettres
et des Beaux-arts de Belgique (1910). Biographie nationale, vol. 25. p. 622-623
5.1.
Sponzen en kwallen in je apotheekkastje
De afgelopen 20 jaar werden ongeveer 12.000 nieuwe chemische
stoffen geïsoleerd uit zeeorganismen. Sponzen alleen al leveren 75 % van alle
gepatenteerde bioactieve stoffen tegen kanker en 30 %
van alle potentieel nieuwe medicijnen op natuurbasis. De verkoop van biotechnologische geneesmiddelen afkomstig uit de oceanen
wordt geschat op meer dan 80 miljard euro.
De steek van sommige kwallen en zeeanemonen zorgt soms ook voor een slechte
afloop van een zwempartij. Jaarlijks worden 0,5 miljoen mensen gestoken door
neteldieren in de VS alleen. Vooral het Portugese oorlogsschip (Physalia physalis) en
de zeewesp (Chironex fleckeri)
zijn de boosdoeners. Onlangs ontdekten de Leuvense onderzoekers prof. Jan
Tytgat en apr. Eva Cuypers waarom een kwallensteek zo
pijnlijk kan zijn. Ze identificeerden de receptor die door het gif van
neteldieren wordt beïnvloed. Hun onderzoek opent de weg naar nieuwe
therapeutische toepassingen, zoals bv. een zalf die je beschermt tegen
kwallensteken.
Deze en andere betrouwbare ‘zeecijfers’ vind je terug op de VLIZ website: www.vliz.be/cijfers_beleid/zeecijfers/index.php
(klik op 'Mens, Wetenschap en Cultuur’ en kies voor de subcategorie 'Onderzoek’
of de subcategorie ‘Veiligheid & Gezondheid). Klik op de ‘pdf’ symbooltjes
naast de cijfergegevens om de eigenlijke bronteksten te raadplegen.
5.2. Plaatsing windmolens op de Thorntonbank gestart
Wie onlangs in de haven van Oostende was, kan er niet naast kijken.
Grote betonnen constructies rezen er op boven de gebouwen van de vismijn op de
site van de Halve Maan. De 44 meter hoge sokkels zijn de funderingen van de
eerste windmolens die ver op zee in het Belgisch deel van de Noordzee geplaatst
zullen worden. Het bedrijf C-Power zal in totaal 60
turbines plaatsen op de Thorntonbank, de zandbank op
28 kilometer voor de kust van Zeebrugge. In een eerste fase worden er zes
geplaatst, als proef als het ware.
Op de 20 km lange Thorntonzandbank ligt de bodem
12 tot 28 meter onder het zeeoppervlak. De ondergrond ter plaatse werd al
voorbereid op de komst van de zes funderingen. De zandlagen werden er
afgebaggerd, de bodem van elke bouwput werd vlak gemaakt en van een grindlaag
voorzien. De holle sokkels zullen op de bodem van de bouwput geplaatst worden
en opgevuld worden met zand om ze ballast te geven. De bouwput rond elke sokkel
wordt dan terug opgevuld met zand. Een stortsteenlaag rond de basis zorgt voor
extra stabiliteit. Later worden de 77 meter lange palen met de turbines op de
funderingen geplaatst. Van de bodem van de fundering tot aan de hoogste wiektop
zullen de windmolens 180 meter hoog zijn. Ze zullen 150 meter boven
het zeeniveau uitsteken.
Men is alvast gestart met het verplaatsen van enkele van deze betonnen
gevaartes. En dat is geen sinecure. Ze worden naar de rand van de kaaimuur
geschoven en opgepakt door twee kranen op een drijvend
hijsponton. Eén grote voorwaarde om de grote betonnen gevaartes te vervoeren is
dat de zee rustig is. Het bedrijf C-Power volgt dan
ook met argusogen de wind-, getij-, golf- en stroomvoorspellingen.
5.3. Biologische woestijn in de Noord-Atlantische
circulatiecel wordt groter
De minst productieve gebieden in de oceanen worden steeds groter. Volgens een
publicatie in Geophysical Research Letters breiden
ze uit met een gemiddelde snelheid van 1 tot 4 % per jaar. Aan de hand van
satellietbeelden, die gedurende de laatste 10 jaar systematisch werden gemaakt
door de SeaWiFS satellieten van NASA (Sea-viewing Wide Field-of-View
Sensor), konden Amerikaanse onderzoekers een tijdsreeks samenstellen van de
concentraties aan bladgroen in de bovenste waterlagen van de oceanen. Ze waren
vooral geïnteresseerd in de subtropische circulatiecellen (gyres):
grote, voedselarme gebieden die zich net ten zuiden en ten noorden van de
evenaar bevinden en samen goed zijn voor 40 % van het totale
aardoppervlak. De biologische productie is er zeer laag. Ze worden door
wetenschappers zelfs ‘biologische woestijnen’ genoemd. Kleine verschuivingen in
het oppervlak van deze reusachtige oceaansystemen – al is het maar met enkele percenten
– hebben onmiddellijk grote gevolgen voor de totale productie van de
wereldoceanen. Sinds 1998 zijn de voedselarme gyres
in de Noord- en Zuid-Atlantische en de Noordelijke en
Zuidelijke Stille Oceaan 6,6 miljoen km² groter geworden. Jaarlijks nemen
ze de plaats in van 800.000 km² productieve wateren.
Vooral de kleinste van deze vier gyres, deze in de
Noord-Atlantische Oceaan, is er het snelst op vooruitgegaan in het laatste decennium:
hij kende een groei van 56 %, voornamelijk in zuidoostelijke richting.
De expansiesnelheid van de circulatiecellen liep gelijk met de stijging van de
temperatuur van het oppervlakkige oceaanwater (nu gemiddeld 0,76 °C
gestegen sinds 1850). Door de warmere temperatuur vertoont het water steeds
meer gelaagdheid: de warme oppervlakkige waterlagen mengen steeds minder met de
onderliggende, koudere en voedselrijke lagen. Als de oceaantemperatuur blijft
stijgen, zal de productiviteit van de oceanen er steeds meer op achteruitgaan,
waarschuwen de onderzoekers.
5.4. Zilverpaling: het begin van de grote reis... of toch
niet?
De levenscyclus van de paling speelt zich zowel in zout als in zoet water af.
Na hun geboorte in de Sargassozee voert de Golfstroom
de palinglarven over de Atlantische oceaan naar de
Europese kusten. Daar aangekomen zijn de larven
ondertussen uitgegroeid tot glasaaltjes, die de binnenwateren intrekken en er
een tiental jaar verblijven. Voordat de volwassen paling zijn terugtocht naar
de Sargassozee kan aanvatten,
metamorfoseert hij tot zilverpaling (ook wel schieraal genoemd). Met een
donkere rug, witte buik en grote ogen verschilt dit stadium van de paling die
we kennen van de plassen en rivieren. Zijn maag- en
darmstelsel zijn zelfs gedegenereerd en tijdens de 6.000 km lange tocht
naar de Sargassozee eet de zilverpaling niet.
Over het succes van de paaitrek van de zilverpaling uit onze binnenwateren naar
de Noordzee is niets bekend. Hoeveel van die trekkende palingen vindt zijn weg
langs obstakels zoals stuwen en waterkrachtcentrales? Om een beter beeld te krijgen
op de trek werd in de Berwijn – een zijrivier van de
Maas tussen Maastricht en Luik – door het Instituut voor Natuur- en
Bosonderzoek (INBO) een NEDAP-trail systeem
geplaatst. Dit systeem bestaat uit een combinatie van antennes in het water,
verbonden aan een detectiestation, en zenders in de buikholte van de palingen.
Elke zender heeft een unieke code. Momenteel liggen er 37 detectiestations in
Nederland, Duitsland en België in de Maas en de Rijn.
Door de registratie van de zenders kan men de migratieroute van de zilverpaling
gaan uitstippelen vanaf de Berwijn via de Maas naar
de Noordzee.
In de Berwijn werden tot nu toe 50 zilverpalingen gezenderd. De eerste palingen vertrokken in augustus 2007
en legden in enkele maanden tijd tussen de 100 en 300 km af. In november
en december bereikten de eerste palingen de Noordzee doorheen de Haringvlietsluis. Vanaf hier zijn ze intussen aan hun grote
reis naar de Sargassozee begonnen. Voorlopig blijkt
dat slechts 7 % van de palingen die in de Berwijn
vertrokken de zee bereikten. Bron: INBO nieuwsbrief april 2008 (www.inbo.be/files/Bibliotheek/47/177947.pdf).
5.5. Zeedierennieuws Belgische Kust
In de maanden maart en april van 2008 was het bruinvissen troef voor de
Vlaamse en Nederlandse kust. Spijtig genoeg werden in deze periode ook 17
strandingen van bruinvis geteld, waarvan de meeste het slachtoffer waren van
bijvangst in de visserij. Op 16 maart werden, naast bruinvissen, door vzw
Natuurpunt ook 7 witsnuitdolfijnen geteld op hun
recreatieve tocht in het Belgisch deel van de Noordzee.
Ter hoogte van het sterneneiland in de haven van Zeebrugge noteerden
medewerkers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) twee gewone
zeehonden en een grijze zeehond. Twee van de vijf op de kust aangetroffen
zeehonden waren nog in leven en werden overgebracht naar het SeaLife-Blankenberge voor verzorging. Het zeehondenreddingscentrum liet op 28 maart 5 gerevalideerde
grijze zeehonden vrij. Op het strand van Roozenburg
(Nederland) werd op 19 april een dode grijze zeehond aangetroffen die twee jaar
eerder door SeaLife uitgezet werd na een
revalidatieperiode. Bronnen: home.planet.nl/~camphuys/Cetacea.html , www.zeezoogdieren.org/content.php en www.mumm.ac.be/NL/Management/Nature/search_strandings.php.
5.6. Doctoraatsverdedigingen
¬ De publieke verdediging van het
doctoraat van Claude Belpaire gaat door op 23 mei (16.00 uur
– Zoölogisch Instituut, Naamsestraat 59, Leuven). Het
werk kreeg de titel ‘Pollution in eel.
A cause of their decline?’ en werd afgewerkt onder het promotorschap van
prof. Volckaert en prof. Ollevier van de KULeuven.
¬
Nele Schmitz
verdedigt op 26 mei (16.00 uur - VUB promotiezaal D2.01) haar
doctoraatswerk onder het promotorschap van Hans Beeckman
en Nico Koedam: ‘Growing on the edge. Hydraulic architecture of mangroves: Ecological
plasticity and functional significance of water conducting tissue in Rhizophora mucronata and Avicennia marina.
¬
Even
later is het de beurt aan Jorinde
Sprong van de
onderzoeksgroep biogeologie aan de KULeuven. Zij presenteert het werk ‘Reconstruction
of climate change and sea-level fluctuations during the late Danian and early Selandian (~62-60 Ma)
in Egypt and Tunisia: quantitative benthic foraminiferal studies’ dat ze maakte onder het
promotorschap van prof. Speijer en prof. Steurbout op
29 mei (14.00 uur) in het Auditorium De Valk (Tiensestraat
41 in Leuven).
DISCLAIMER
VLIZINE heeft als doel informatie te verstrekken. Eventuele standpunten zijn
die van de auteurs en stemmen niet noodzakelijk overeen met die van het VLIZ.
Het VLIZ is niet verantwoordelijk voor enige schade opgelopen ten gevolge van
foutieve of verkeerd geïnterpreteerde informatie in dit
e-zine, noch voor de inhoud van websites waarnaar verwezen wordt. Uw adres
opgenomen in onze e-zine rondzendlijst wordt niet aan derden doorgegeven zonder
uw toestemming en wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden.
COPYRIGHT
Copyright © 2008 Vlaams Instituut voor de Zee. Delen uit dit
e-zine mogen in andere publicaties worden overgenomen, maar uitsluitend met
bronvermelding. Deze publicatie mag wel in haar geheel ter kennismaking worden
doorgestuurd naar derden.
LID
WORDEN VAN HET VLIZ KAN
Meer info vindt u op onze website.
WEBSITE
http://www.vliz.be
Vlaams Instituut voor de Zee
Flanders Marine Institute
VLIZ – InnovOcean site
Wandelaarkaai 7
8400 Oostende
Tel. +32-(0)59-34 21 30
Fax +32-(0)59-34 21 31
http://www.vliz.be