IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Naar een duurzame ontwikkeling van de Noordzee: tweede meerjarenprogramma BEON 1993-1997: programma op hoofdlijnen
(1993). Naar een duurzame ontwikkeling van de Noordzee: tweede meerjarenprogramma BEON 1993-1997: programma op hoofdlijnen. BEON Rapport = BEON-report, 93(1). [S.n.]: [s.l.]. 46 pp.
Part of: BEON Rapport = BEON-report. Programma Bureau BEON: Den Haag. ISSN 0924-6576, more

Available in
Document type: Project report

Keyword
    Marine

Abstract
    De noodzaak van een goede afstemming tussen beleid en onderzoek heeft in 1986 op initiatief van 6 departementen tot de instelling van een breed samenwerkingsverband onder de naam BEON geleid. BEON staat voor Beleidsgericht Ecologisch Onderzoek Noordzee/Waddenzee. De doelstellingen van BEON zijn gericht op: vergroten van het inzicht in de structuur en het functioneren van het mariene ecosysteem; vergroten van het inzicht in de gevolgen van menselijke activiteiten op het mariene ecosysteem; bewerkstelligen van een verbetering van kennisuitwisseling tussen de onderzoekswereld en de beleidsvormende kaders; beter toegankelijk maken van onderzoeksgegevens voor collega-onderzoekers. In het BEON samenwerkingsverband participeren zes departementen (Verkeer en Waterstaat, Onderwijs en Wetenschappen, Economische Zaken, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Defensie) en negen onderzoeksinstellingen (Dienst Getijdewateren en Directie Noordzee van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek, Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, Rijksinstituut voor Visserijonderzoek van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek, Waterloopkundig Laboratorium, Instituut voor Milieuwetenschappen-TNO, Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek-Centrum voor Estuariene en Mariene Oecologie, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu hygiene). In het 1e Meerjaren Programma 1987-1992 heeft het onderzoek zich geconcentreerd op drie probleemvelden, te weten de eutrofiering, de microverontreinigingen en de bodemverstoring door de visserij. Met het 1e MJP BEON is een stap gezet in de richting van meer samenwerking tussen onderzoekinstituten en beleidsinstellingen, werkzaam op en aan de Noordzee. Het 2e MJP 1993-1997 is geënt op de algemene doelstelling voor het Noordzeebeleid, n.l. het komen tot duurzaam gebruik van de Noordzee, inclusief de kustwateren met afweging van de verschillende belangen (integraal waterbeheer). De betrokken departementen hebben de wensen ten aanzien van het beleidsonderbouwende onderzoek in het 2e MJP BEON naar voren gebracht. De vragen vanuit het beleid hebben betrekking op eutrafiering, effecten en voorkomen van microverontreinigingen en verstoring door gebruik waaronder de visserij. Deze probleemvelden worden als de belangrijkste beinvloedende factoren op het Noordzeesysteem beschouwd. Om deze reden en vanwege aansluiting bij/voortzetting van het eerste MJP zijn deze onderwerpen gekozen voor de clusterindeling van het onderzoek. Nieuw is de cluster "Verstoring habitats" , waarbij gedacht kan worden aan de invloed van gebruiksvormen als de recreatie in de kustnabije gebieden, de Waddenzee en de estuaria, en aan de invloed van geluid, troebelheid, en de dumping van baggerspecie. In het beleidsontwikkelingsproces worden 5 stappen onderscheiden: vaststelling streefbeelden; toetsing Noordzee/Wadden/Delta aan streefbeeld ; analyse verschil streefbeeld en werkelijkheid; maatregelen en prioriteitstelling; uitvoeringsmaatregelen, reductie-scenario's en inrichtingsmaatregelen. Voor ieder van die stappen is kennis nodig, die een scala van expertises vereist, zoals die in de verschillende BEON instituten aanwezig is. Combinatie van beleidsthema's en onderzoeksclusters levert voor het 2e MJP een onderzoeksstructuur op die is weergegeven in de matrix op pagina 17. Ten behoeve van het BEON programma is een organisatiestructuur ingesteld waarin de volgende gremia zijn onderscheiden: Stuurgroep, waarin vertegenwoordigers van de departementen zitting hebben; Directeuren-Overleg met de directeuren van de onderzoeksinstituten; Begeleidingsgroep per onderzoekscluster waarin onderzoekers en beleidsmedewerkers zitting hebben; Programma-Bureau met full-time vaste medewerkers, ondergebracht bij de DGW/RWS; Programma-Commissie waarin deskundigen op het gebied van beleid en anderzoek zitting hebben. Voor de realisatie van het 2e MJP BEON worden zowel vrije als gebonden middelen ingezet. Het bedrag aan ingezette vrije middelen bedraagt voor 1993 f 1.900.000 en voor de jaren 1994 t/m 1997 f 1.600.000,- (wijzigingen worden voorbehouden aangaande de hoogte van deze bedragen; zie toelichting bij de bijlage). Daarnaast worden vrije middelen in de vorm van facilitei- ten als scheeps- en laboratoriumcapaciteit ter beschikking gesteld. Voor de vrije middelen kunnen projecten worden ingediend passend in het tweede meerjarenprogramma. Het BEON richt zich in principe op het middellange termijn beleidsgericht ecologisch onderzoek. Een beperkt deel van de vrije middelen (maximaal 20 %) kan worden ingezet voor het uitvoeren van op advies gericht korte termijn onderzoek. Gebonden middelen betreffen eigen projecten, faciliteiten en capaciteit van de departementen en de onderzoeksinstituten op het betreffende onderzoeksgebied, die een totale omvang van vele tientallen miljoenen vertegenwoordigen.

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top