IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Karakterisering van het grondwater in het stroomgebieddistrict Schelde
Meinardi, K.; van Ek, R.; Zaadnoordijk, W.J. (2005). Karakterisering van het grondwater in het stroomgebieddistrict Schelde. VROM: The Netherlands. 73 pp.

Available in  Authors 

Keywords
    Ground water; Marine; Brackish water

Authors  Top 
  • Meinardi, K.
  • van Ek, R.
  • Zaadnoordijk, W.J.

Abstract
    De Kaderrichtlijn Water (KRW) eist dat Nederland voor eind 2004 een eerste en nadere karakterisering geeft van vooraf te bepalen grondwaterlichamen (GWL). RIVM en RIZA hebben de bepaling van GWL en de karakterisering uitgewerkt. De indeling van de GWL volgt de voor het oppervlaktewater aangehouden districten Eems, Rijn, Maas en Schelde, waarbij Rijn is verdeeld in Rijn-Noord, -Oost, -Midden en -West. Dit rapport behandelt district Schelde, waarin vier GWL liggen. GWL7 bevat alle zandige bodemlagen buiten de duingebieden, die een apart GWL18 vormen. GWL14 bestaat uit de top van de Holocene kleienveenlagen die het lokale overtollige water afvoeren. Verder is een GWL20 bepaald dat de zandlagen onder de Boomse klei betreft. De karakterisering leidt tot een risicoanalyse die aangeeft of het grondwater in 2015 zal voldoen aan de in de KRW gestelde eisen. De hoedanigheid van het grondwater heeft kwantitatieve en kwalitatieve aspecten die meetellen bij de beoordeling van de huidige toestand en bij de risicoanalyse, waarbij geldt dat de toestand slecht is als één aspect onvoldoende is (one out, all out).De toestand van het zandige GWL7 is goed ten aanzien van de vraag of de winning van grondwater in evenwicht is met de aanvulling, maar slecht met betrekking tot de beschikbaarheid van grondwater voor terrestrische ecosystemen in de VHR-gebieden. De concentraties voldoen aan de grenswaarden, maar de toestroming van stikstof uit de bodem naar het oppervlaktewater ligt boven de grenswaarde. VoorGWL14 in de klei- en veenlagen is de kwantitatieve toestand goed, maar ligt de uitstroming van totaal stikstof naar het oppervlaktewater boven de grenswaarde. Voor GWL18 onder de duinen is de kwalitatieve toestand goed, maar is de beschikbaarheid van grondwater voor terrestrische ecosystemen onvoldoende. De conclusie luidt dat de huidige toestand slecht is in alle GWL van het stroomgebied Schelde, behalve voor het diepe GWL20 onder de Boomse klei.De risicoanalyse volgt dezelfde lijnen als de beoordeling van de huidige kwaliteit. De GWL lopen geen gevaar van een uitputting van de voorraad grondwater. Wel lopen GWL7 en GWL14 gevaar en loopt GWL18 misschien gevaar dat de beschikbaarheid van grondwater voor terrestrische ecosystemen onvoldoende zal zijn in 2015. De kwalitatieve beoordeling voor GWL7 en GWL18 is gebaseerd op de toestand van het bovenste grondwater (early warning level) dat voor GWL14 ook de huidige toestand weergeeft. GWL7 loopt gevaar omdat de gemiddelde concentratie van nitraat te hoog is in het bovenste grondwater en GWL14 omdat de uitstroming van stikstof naar het oppervlaktewater de grenswaarde voor oppervlaktewater overschrijdt. GWL18 loopt gevaar omdat de uitstroming van fosfaat te hoog is. Dit GWL is ook kwetsbaar voor het optrekken van brak of zout grondwater. Alleen GWL20 (diep zand) is niet at risk voor wat betreft de kwalitatieve toestand.Wanneer kwantitatieve en kwalitatieve toestand worden gecombineerd dan leidt dit tot de conclusie dat alle GWL van het stroomgebied Schelde gevaar lopen de goede toestand in 2015 niet te bereiken.

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Authors