IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Biomassa- en densiteitsverloop van macrozoöbenthos op twee stations in de Oosterschelde: 1983-1988
Seys, J.; Meire, P. (1989). Biomassa- en densiteitsverloop van macrozoöbenthos op twee stations in de Oosterschelde: 1983-1988. Rapport RUG-WWE, 7. University of Gent, Laboratory of oecology for animals, zoogeography and nature conservation: Gent. 9, graphs pp.
Part of: Rapport RUG-WWE. Rijksuniversiteit Gent, Laboratorium voor Oecologie der Dieren, Zoogeografie en Natuurbehoud: Gent, more

Available in Authors 

Keywords
    Biomass; Density; Evolution; Zoobenthos; ANE, Netherlands, Oosterschelde [Marine Regions]; Marine

Authors  Top 

Abstract
    In dit rapport worden de resultaten besproken van de bodemdierbemonstering op station 3 (Roggenplaat) en station 27 (Verdronken Land van Zuid-Beveland) over de periode voorjaar 1983 tot en met voorjaar 1988.Het station 3 wordt gedomineerd door Cerastoderma edule, die t.g.v. de strenge winters 1984-85, 1985-86 en 1986-87 sterk in aantal en biomassa is achteruitgegaan. Ook Lanice conchilega is hierdoor verdwenen. Er is echter na 1987 geen herstel van deze soort waar te nemen, wat erop wijst dat ook andere factoren hun invloed lieten gelden, zoals een verminderde overspoelingsduur van het station. Voor C.edule ligt de intense kokkelvisserij in 1987 aan de basis van een bestandsafname. In station 27 treedt ten gevolge van de werken aan de stormvloedkering verminderde overspoeling en verhoogde slibsedimentatie in de kom -in 1985 en 1986 een afvlakking van de normale seizoensvariaties op. Dit geldt met name voor Hvdrobia ulvae en de dominante groep van depositfeeders. Dit kan mogelijk worden toegeschreven aan het relatief belangrijker worden van temperatuurextremen en verminderd voedselaanbod in het zomerseizoen (door daling in de overspoelingsduur, en dus langere droogligging). Van deze verminderde overspoeling, gekoppeld aan sterfte van de predatoren Nereis diversicolor en Nephtys hombergii tijdens strenge winters, lijkt Scoloplos armiger en in station 3 ook Heteromastus filiformis tijdelijk te profiteren.Soorten met een preferentie voor een hoger slibgehalte, zoals Corophium volutator lijken in aantal toe te nemen.Als algemeen besluit van deze data-analyse van station 3 en 27 voor de periode 1983-1988, kunnen we stellen dat vooral de strenge winters 1984-85 t.e.m. 1986-87 hun invloed hebben laten gelden op het aanwezige macrobenthos, hetzij direct door decimeringen van vorstgevoelige soorten, hetzij indirect door de daaruitvolgende gewijzigde abundantiepatronen (relatieve verhoudingen predatorprooi). Voor de Kokkel is ook de intense kokkelvisserij in 1987 een belangrijke factor te noemen.Ingrijpende veranderingen in de benthosgemeenschappen van het zachte substraat op twee stations in de Oosterschelde tengevolge van de bouw van de Stormvloedkering lijken dus niet te zijn opgetreden, hoewel kleine verschuivingen binnen een aantal soorten mogelijks kunnen worden toegeschreven aan een verandering in de vrijliggingsduur en een toegenomen slibsedimentatie.

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Authors