IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Drempel van Valkenisse: afstudeeronderzoek naar mechanismen die bijdragen aan de vorming van de Drempel van Valkenisse
Wouters, K. (1998). Drempel van Valkenisse: afstudeeronderzoek naar mechanismen die bijdragen aan de vorming van de Drempel van Valkenisse. Thesis. TU Delft: Delft. vi, 38 + maps pp.

Thesis info:
    Delft University of Technology (TUDelft), more

Available in Author 
Document type: Dissertation

Keywords
    River morphology; Sediment transport; Water motion; ANE, Netherlands, Westerschelde, Platen van Valkenisse [Marine Regions]; Marine

Author  Top 
  • Wouters, K.

Abstract
    De Westerschelde is een drukke vaarroute voor schepen die vanaf de Noordzee de havens van Antwerpen, Vlissingen en Terneuzen aandoen. Om de havens van Antwerpen in de toekomst bereikbaar te maken voor schepen met een grotere diepgang, wordt de vaargeul in de Westerschelde verdiept. Dit is voornamelijk nodig op de drempels. Drempels zijn natuurlijke ondiepe delen in een vaargeul in een estuarium of getijdebekken, die door de waterstroming worden gevormd. Meestal ligging deze drempels op de overgang tussen twee tegengestelde bochten in een estuarium, ongeveer zoals een crossing in een rivier.

    Om beter inzicht te krijgen in de fysische mechanismen bij de vorming van drempels, zijn in dit onderzoek enkele mechanismen onderzocht op de Drempel van Valkenisse. Dit is gedaan met resultaten van een 3 dimensionaal waterbewegingsmodel (TRISCAL).
    Uit de resultaten van één springtij blijkt dat de drempels worden gevormd door afname van het sedimenttransport over de drempel, wat het gevolg is van afname van de stroomsnelheid, secundaire stroming in dwarsrichting en secundaire stroming in langsrichting. De afname van de stroomsnelheid heeft hierin een aandeel van 60%. De secundaire stroming in dwarsrichting heeft een aandeel van 30% en de secundaire stroming in langsrichting een aandeel van 10%.

    De afname van de stroomsnelheid is het gevolg van de divergentie, ten gevolge van de spreiding van de stroomlijnen uit de smalle diepe buitenbocht over de volledige breedte van de geul.

    De secundaire stroming in dwarsrichting is het gevolg van de invloed van Coriolis, de stroomlijnkromming en een restterm, met in de restterm onder andere de naijling van de secundaire stroming en de invloed van de geometrie. Op de drempel blijkt de invloed van Coriolis de grootste term te zijn. Daarbij komt de invloed van de geometrie. De secundaire stroming uit stroomlijnkromming van de voorgaande bocht is op de drempel bijna volledig uitgedempt.

    De secundaire stroming in langsrichting draagt nauwelijks bij aan de groei van de Drempel van Valkenisse. De secundaire stroming ontstaat voomamelijk door meevoering van impulsie in de onderste lagen van de stroming vanuit de buitenbocht richting de binnenbocht. Deze secundaire stroming dempt bijna volledig uit op de drempel. Naijling geeft een rustiger verloop van de concentratie, waarmee het transport minder sterk fluctueert. Dit heeft echter nauwelijks gevolgen voor de drempel.


All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Author