IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Flexibel storten [PRESENTATIE]
Beirinckx, K.; Liek, G.-J. (2011). Flexibel storten [PRESENTATIE]. Rijkswaterstaat Zeeland: Middelburg. 12 slides pp.

Available in Authors 

Keywords
    Dumping; Marine

Event Top | Authors 
  • VNSC Scheldesymposium 2011: "het Schelde-estuarium in ontwikkeling", more

Authors  Top 

Abstract
    Het principe van flexibel storten is vastgelegd in het Tracébesluit Verruiming Vaargeul Westerschelde en juridisch verankerd in de vergunningen. Flexibel storten houdt kortweg in dat het verspreiden van baggerspecie die vrijkomt bij de aanleg en onderhoud van de derde verruiming van de Westerschelde bijgestuurd wordt op basis van monitoringsresultaten en nieuwe inzichten. Het doel daarbij is om met de stortingen zoveel mogelijk ecologische winst te boeken.

    Het basisprincipe bij het flexibel storten is dat de baggerspecie zoveel mogelijk wordt teruggestort in de nabijheid van de baggerlocatie, meer specifiek in dezelfde macrocel, waarbij dan eerst de stortlocaties op de plaatrand wordt benut, vervolgens die in de nevengeul en tenslotte die in de hoofdvaargeul.

    De daadwerkelijke bijsturing van de verspreiding van de baggerspecie gebeurt in het zogenaamde overleg flexibel storten. Dit overleg wordt voorgezeten door de beheerder van de Westerschelde (Rijkswaterstaat) en de uitvoerder van de baggerwerken (afdeling Maritieme Toegang). Verder nemen aan het overleg Vlaamse en Nederlandse gebiedsdeskundigen op het gebied van morfologie, ecologie en monitoring deel (Rijkswaterstaat, Deltares, NIOO-CEME, Maritieme Toegang, Waterbouwkundig Laboratorium Borgerhout, Maritieme Dienstverlening Kust en het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek).

    Tijdens de uitvoering van de verruimingswerkzaamheden in 2010 kwam dit overleg maandelijks bijeen en werd elke maand de voortgang van de werkzaamheden beoordeeld op basis van beschikbare monitoringsgegevens zoals multibeampeilingen van de plaatrandstortlocaties (2 wekelijks beschikbaar) en de bagger- en stortgegevens uit het baggerinformatiesysteem, singlebeam raaien van de plaatranden (3 maandelijks), stroomsnelheidsmetingen (3 maandelijks), RTK hoogtemetingen op de aangrenzende plaatgebieden (3 maandelijks).

    De beoordeling wordt gedaan door de monitoringsresultaten te vergelijken met vooraf opgestelde kwaliteitsparameters, waarmee in de gaten wordt gehouden dat het meergeulensysteem in stand blijft en dat ter plekke van de plaatrandstortingen de aangebrachte specie blijft liggen en daarmee ecologisch waardevol areaal oplevert, zonder elders in de Westerschelde schade te berokkenen.

    De beoordeling van deze kwaliteitsparameters is niet vrijblijvend. Elke twee jaar moet namelijk onder verantwoordelijkheid van Maritieme Toegang een rapport worden opgesteld, waarin de effecten van de verruiming en het flexibel storten worden geëvalueerd en daarnaast daadwerkelijk wordt getoetst aan bepaalde drempelwaarden van de kwaliteitsparameters. Dit rapport wordt aangeboden aan Rijkswaterstaat en bevat ook een advies tot het al dan niet bijstellen van de stortstrategie.
    Deze rapportage wordt vervolgens voorgelegd aan de onafhankelijke Commissie Monitoring Westerschelde, waar 6 professoren en hoogleraren uit zowel Vlaanderen als Nederland in deelnemen. Die zullen het rapport inhoudelijk beoordelen en vervolgens een advies aan Rijkswaterstaat uitbrengen of en zo ja hoe de stortstrategie en/of het monitoringsprogramma eventueel aangepast moeten worden.

    Ook al is het eerste formele toetsmoment dus pas in 2012, het overleg flexibel storten heeft al wel de nu beschikbare monitoringsresultaten op een rijtje gezet. Daaruit komt naar voren dat op 3 van de 4 plaatrandstortgebieden de ontwikkelingen positief zijn te noemen qua stabiliteit van de gestorte specie: Hooge Platen Noord, Rug van Baarland en Plaat van Walsoorden. Enkel op de Hooge Platen West is er reeds een grote hoeveelheid specie niet meer aanwezig, en wordt nader onderzocht waar deze specie heen is. Of de plaatrandstortingen ook daadwerkelijk al ecologisch waardevol areaal hebben opgeleverd kunnen we nog niet zeggen, aangezien daarvoor de gegevens zo kort na de aanleg nog niet beschikbaar zijn (ecotopenkaart). De rapportage 2012 zal het eerste moment zijn dat we de situatie één jaar na de verruiming volledig in beeld kunnen brengen.


All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Authors