IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Drempels in de Westerschelde: natuur en mens samen aan het werk
Verbeek, H.; Tank, F.T.G.; Groenewoud, M.D. (1998). Drempels in de Westerschelde: natuur en mens samen aan het werk. Rapport RIKZ = Report RIKZ, 98.011. Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ): The Netherlands. ISBN 90-369-3472-9. 59 pp.
Part of: Rapport RIKZ = Report RIKZ. Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ): s-Gravenhage. ISSN 0927-3980, more

Available in Authors 

Keywords
    Dredging; Shoals; ANE, Netherlands, Westerschelde [Marine Regions]; Marine

Authors  Top 
  • Verbeek, H., more
  • Tank, F.T.G.
  • Groenewoud, M.D.

Abstract
    In dit rapport worden de belangrijkste resultaten van het onderzoek naar drempels in de Westerschelde weergegeven. Drempels zijn in dit verband lokale ondiepten in een estuarium, die een obstakel vormen voor de scheepvaart. Doorgaans worden drempels door baggerwerk verdiept, waardoor er veranderingen in de morfologie optreden. Het rapport bevat een beschrijving van het onderzoek, bestaande uit bureaustudie, veldonderzoek en numerieke simulatie. Naast de opzet en een beperkt overzicht van de resultaten van de verschillende onderdelen van de studie wordt er vooral ingegaan op de onderlinge samenhang ten aanzien van de morfodynamica van drempels in de Westerscheide. Op basis van de ontwikkelde kennis wordt een conceptueel morfodynamisch model gepresenteerd, waarmee de sturende invloed van het baggerwerk op de morfologische ontwikkeling beschreven wordt. Het onderzoek heeft geleid tot een beter inzicht in de mechanismen en processen, die de vorming van drempels bepalen. De mechanismen leggen een empirische relatie tussen de waterbeweging en de morfologie. Voor de drempelvorming zijn van belang: de scheiding van eb- en vloed-stroombanen, de verdeling van het getijvolume over hoofd- en nevengeulen en de convergentie of divergentie van de stroombaan. De processen bepalen de vorm van de drempel via (rest)patronen in het sedimenttransport. Voor de drempelvorming zijn het sedimenttransport door onder- en oververzadiging, door secundaire stroming, door getij-asymmetrie en door getij-residuele stroming van belang. Om het effect van baggerwerk op de morfologie te kunnen bepalen zijn verschillende alternatieven opgesteld, die onderzocht zijn op hun effecten op de aanzanding van de Drempel van Hansweert. De alternatieven verschillen onderling qua locatie en frequentie van het baggerwerk. Uit de lijst met belovende alternatieven is een selectie gemaakt van alternatieven, welke geëvalueerd zijn met behulp van modelberekeningen. Hierbij is de beperking opgelegd dat de alternatieven binnen een tijdschaal van één jaar significante morfologische effecten moeten hebben op de aanzanding van de Drempel van Hansweert. Bij deze berekeningen zijn de effecten van het bagger- en stortwerk op de aanzanding van de drempel bepaald. Gekeken is of een reductie van de hoeveelheid baggerwerk mogelijk is. Bij het vergelijken van de resultaten van de berekende alternatieven valt op dat de onderlinge verschillen niet erg groot zijn. De conclusie die hieruit volgt is dat de exacte plaats en tijd van het baggerwerk niet de omvang van het baggerwerk stuurt. Een opvallend resultaat is dat het verrichten van jaarlijks baggerwerk in plaats van maandelijks baggerwerk niet leidt tot extreme toename van het baggerwerk. Dit resultaat is van belang voor toekomstige beheersafspraken en geeft mogelijkheden voor een ecologisch herstel van de Westerschelde.

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Authors