IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Voedingsecologie van Mysidacea in estuaria
Remerie, T. (1999). Voedingsecologie van Mysidacea in estuaria. BSc Thesis. Universiteit Gent. Mariene Biologie. Instituut voor Dierkunde. Vakgroep Morfologie, Systematiek en Ecologie: Gent. 61 pp.

Thesis info:

Available in Author 
  • VLIZ: Archive VLIZ ARCHIVE A.THES17 [5836]
  • VLIZ: Non-open access 226659
Document type: Dissertation

Keyword
    Marine

Author  Top 

Abstract
    In deze scriptie werd een poging gedaan om het zomerdieet van 6 algemene soorten Mysidacea afkomstig uit het hyperbenthos van West-Europese estuaria te beschrijven. Deze 6 soorten waren: Neomysis integer, Gastrosaccus spinifer, Schistomysis kervillei, S. spiritus, Praunus flexuosus en Mesopodopsis slabberi. Het dieet van deze soorten werd vergeleken en voor sommige soorten werd nagegaan of het dieet vergelijkbaar was in verschillende estuaria of in verschillende saliniteitszones binnen hetzelfde estuarium. De analyse van het dieet van de onderzochte soorten gebeurde met aasgarnalen afkomstig uit dagstalen. Voor een soort, nl. Gastrosaccus spinifer, werden eveneens aasgarnalen afkomstig uit nachtstalen onderzocht, Van Mesopodopsis slabberi kon om praktische redenen geen maaganalyses worden uitgevoerd, De analyse van het dieet gebeurde aan de hand van een kwalitatieve en kwantitatieve analyse. Voor de kwalitatieve analyse werd de maaginhoud van de aasgarnalen microscopisch onderzocht. De verschillende geconsumeerde voedselitems werden geidentificeerd, geteld en gemeten met behulp van een beeldanalyse systeem. Voor de kwantitatieve analyse werden vullingsindices bepaald, deze geven een idee van de hoeveelheid voedsel aanwezig in de maag op een gegeven tijdstip. Bijkomend werd een onderzoek gedaan naar de morfologie van de mandibels en de thoracopoden. Deze worden gebruikt bij het verzamelen en verwerken van de voedselpartikels en kunnen dus belangrijke bijkomende informatie geven over het dieet van de onderzochte soorten. De lengte van en de afstand tussen de setae van de thoracopoden geven een idee van de oppervlakte en maaswijdte van de zeef die gevormd wordt. De structuur van de mandibels, meer bepaald de oppervlakte van de pars molaris en de lengte van de pars incisiva, geven aanwijzingen over het dieet (herbivorie-carnivorie) van de onderzochte soorten. De meeste soorten afkomstig uit de dagstalen consumeerden praktisch geen dierlijk en plantaardig materiaal. Vaak werd enkel detritus (macrofytisch en niet-identificeerbaar detritus) in de magen teruggevonden. Enkel Neomysis integer bleek naast plantaardig materiaal (koloniaal en solitair fytoplankton) en detritus, een grote hoeveelheid dierlijk prooimateriaal (mesozooplankton zoals calanoide copepoden) te consumeren. Het detritus werd door de meeste aasgarnalen in grote hoeveelheden opgenomen. Dit niet-identificeerbare detritus (microvlokken) is afkomstig van de gesuspendeerd sedimentvlokken (macrovlokken) die typisch zijn voor de maximum turbiditeitszone van estuaria. De energetische waarde van deze detritusvlokken voor aasgarnalen is niet duidelijk. Uit onderzoek van het dieet van aasgarnalen afkomstig uit nachtstalen bleek dat deze 's nachts naast detritus wel dierlijk materiaal consumeerden. Bijgevolg zou men kunnen besluiten dat de meeste soorten blijkbaar nachtvoeders zijn. Neomysis integer vertoont dus een afwijkend voedingspatroon en voedt zich overdag. Dit kan verklaard worden door het voorkomen van deze soort in de maximum turbiditeitszone, waar de predatiedruk door visuele predatoren lager ligt dan in andere zones van een estuarium. De resultaten van de kwantitatieve analyse vertoonden eveneens deze voedingspatronen: de vullingsindices van de aasgarnalen afkomstig uit de nachtstalen lagen veel hoger dan deze van dezelfde soorten afkomstig uit de dagstalen. Alhoewel het omnivore aspect van het dieet van de onderzochte aasgarnalen naar voor komt in de kwalitatieve analyses bleken er toch grote verschillen te zijn in de morfologie van de monddelen. De mandibels van Neomysis integer en Praunus flexuosus bleken geschikt te zijn voor een carnivore of detritivore voedingswijze, beide soorten bezaten een klein zeefoppervlak waaruit men kan besluiten dat het aandeel van filtervoeding in het dieet van beide soorten relatief klein is. Dit in tegenstelling tot Gastrosaccus spinifer en

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Author