IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Voedingsexperimenten met de brakwater-aasgarnaal Neomysis integer: belang van estuariene vlokken
Hermans, S. (1998). Voedingsexperimenten met de brakwater-aasgarnaal Neomysis integer: belang van estuariene vlokken. BSc Thesis. Universiteit Gent. Mariene Biologie. Instituut voor Dierkunde. Vakgroep Morfologie, Systematiek en Ecologie: Gent. 54 pp.

Thesis info:

Available in Author 
  • VLIZ: Archive VLIZ ARCHIVE A.THES2 [5841]
  • VLIZ: Non-open access 226663
Document type: Dissertation

Keyword
    Marine

Author  Top 
  • Hermans, S.

Abstract
    Het voornaamste doel van deze scriptie was de overleving en mogelijke groei van de brakwater-aasgarnaal Neomysis integer gevoed op estuarien geflocculeerd materiaal te volgen. Een techniek voor het vormen van vlokken in het laboratorium uit natuurlijk estuarien water werd op punt gesteld. Het vormingsproces gebeurde met behulp van een roltafel waarop cilindrische containers in rotatie gebracht werden. Het kwantificeren en meten van de gevormde vlokken gebeurde aan de hand van fotografie en beeldanalysetechnieken. De vorming van estuariene vlokken met behulp van de roltafel werd gevolgd in de tijd voor Scheldewater bemonsterd op 5 tijdstippen ten opzichte van de diurnale tidale cyclus. De vorming van vlokken gebeurde zeer snel. Een eerste piek in het aantal vlokken werd bereikt 20 minuten tot 2 uur na de start van het experiment. Na 3 uur roteren werd een stabiele situatie in het aantal en de grootte van de gevormde vlokken bereikt. De grootste vlokken werden gevormd met water bemonsterd 1 uur na hoog water, de kleinste vlokken met Scheldewater bemonsterd op hoog water. De grootte van de artificieel gevormde vlokken is te vergelijken met de verwachte vlokgrootte in het veld. De mogelijke overleving en groei van Neomysis integer op een dieet van estuariene vlokken werd gevolgd in het laboratorium. De groei van Neomysis integer werd gevolgd aan de hand van de opeenvolgende vervellingen. De volgende groeiparameters werden bepaald: de gemiddelde groeisnelheid (in mm/dag), de 'intermoult period' als het aantal dagen tussen 2 opeenvolgende vervellingen en de groeifactor als de procentuele lengtetoename tussen opeenvolgende vervellingen. De N. integer individuen werden gevolgd in hun lineaire faze (standaardlengte 3 - 10 mm). Vooraf werd een methodologisch experiment uitgevoerd om het effect van de rotatie op de groei te bepalen. De rotatie bleek geen effect te hebben op de groei van Neomysis integer. Vervolgens werd een experiment uitgevoerd waarbij de groei van Neomysis integer gevolgd werd met als voedsel de uit natuurlijk Scheldewater gevormde vlokken. De omgevingsvariabelen van het toegediende Scheldewater, werden dagelijks gevolgd. De concentratie aan gesuspendeerd particulair materiaal en particulair organisch materiaal en het aantal gevormde vlokken per liter varieerden gedurende het 44 dagen durende experiment volgens de semi-lunaire cyclus. Er werd tijdens het experiment een daling in saliniteit waargenomen, te wijten aan de hoge regenval. Het aantal vlokken was gerelateerd met de concentratie aan gesuspendeerd materiaal. De grootte van de gemeten vlokken, gemeten aan de hand van de oppervlakte, de lengte, de breedte en de omtrek bleef relatief constant gedurende het experiment. Als controle werd de groei gevolgd van Neomysis integer individuen in stilstaande containers met Artemia salina nauplii als voedsel. Uit de resultaten bleek dat Neomysis integer kan overleven op een dieet van estuariene vlokken en er significant op kan groeien, weliswaar trager dan de controle-individuen. De 'gut passage time' voor de estuariene vlokken en Artemia salina nauplii werd bepaald via de methode van Willoughby & Earnshaw (1982). De opgenomen estuariene vlokken verlaten de darm van Neomysis integer in ongeveer een half uur, Artemia salina nauplii na ongeveer 6 uur. De lengte aan fecale pellets geproduceerd na 24 uur voeden in het 'gut passage time' experiment was gemiddeld 376 mm voor 1 individu, het volume was gemiddeld 3.84 mm³. De opnamesnelheid van estuariene vlokken door Neomysis integer werd bepaald via fotografie. De resultaten van deze methode zijn zeer ruw en geven een opnamesnelheid aan van 38 vlokken per uur per individu met een standaarderror van 18 vlokken. Het aantal vlokken daalde na 24 uur voeden door Neomysis integer het sterkst in de lengteklassen van 0.6-0.7 mm en 0.7-0.8 mm. Dit wijst op een mogelijke grootteselectie van

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Author