IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Een overzicht van een aantal ecologische basisdeterminanten en hun potenties voor natuurontwikkeling in de duinen en aangrenzende gebieden langs de Belgische kust: verslag van de tweede fase (1990-1991), partim vegetatiekunde, van het onderzoeksproject "Natuurontwikkelingsplan voor de Belgische kust", in opdracht van het Instituut voor Natuurbehoud (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap)
De Raeve, F. (1991). Een overzicht van een aantal ecologische basisdeterminanten en hun potenties voor natuurontwikkeling in de duinen en aangrenzende gebieden langs de Belgische kust: verslag van de tweede fase (1990-1991), partim vegetatiekunde, van het onderzoeksproject "Natuurontwikkelingsplan voor de Belgische kust", in opdracht van het Instituut voor Natuurbehoud (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap). Universiteit Gent, Vakgroep morfologie, systematiek en ecologie: Gent. 170, maps pp.

Available in Author 
Document type: Project report

Keywords

Author  Top 
  • De Raeve, F.

Abstract
    De kust wijkt in een aantal opzichten zeer wezenlijk af van het binnenland, wat betreft haar potenties voor natuurontwikkeling. Dit geldt op basis van haar abiotische constellatie, zowel als van haar historische evolutie en haar recente ontwikkelingen. Qua abiotische constellatie moet men zich realiseren dat het om een zeer smalle strook (dus zeer kleine oppervlakte) land gaat, met een obligate ruimtelijke gebondenheid aan de zee, wat de meest basale ecologische determinanten betreft (klimaat en substraat). Dit klimaat en dit substraat vertonen daarenboven extreme waarden in diverse opzichten in vergelijking met overig Vlaanderen. Hieruit volgt dat kustmilieus in een extreem hoge mate onvervangbaar zijn (door elders, meer in het binnenland gelegen terreinen). Wat het beleid betreft noopt dit tot een uiterst doordacht en doelmatig ruimtegebruik. Zowel wat het natuurbehoud als wat het overig ruimtegebruik aangaat, zal hierbij de hoogste prioriteit moeten gaan naar ontwikkeling en/of optimalisering van die aspecten, die ook specifiek direkt zeegebonden zijn, en zal men er niet specifiek-zeegebonden functies zoveel mogelijk moeten weren. Breed-historisch neemt de kust in twee opzichten een zeer aparte positie in. Vooreerst is er de aberrante omstandigheid, dat de mens er aanwezig was, nog voor het aktuele substraat er werd afgezet. De (doorgaans, en vooral in termen van diversiteit, zeer hoog aangeslagen) relictuele waarden qua bodem, vegetatie en fauna van de kust moeten dus zowel in natuurlijkheids- als in historiciteitsopzicht naar deze situatie gerelativeerd worden. Daarnaast wordt er binnen de duinstrook geen parallellisme vastgesteld tussen het meest extensief (of zelfs ontbrekend) traditioneel grondgebruik, en de hoogste potenties qua biotische waarden; vaak is zelfs het tegendeel het geval, zoals hoger aangeduid. Kerngebieden t.a.v. relictuele biotiek (die ruimtelijk grotendeels samenvallen met de kerngebieden sensu de Groene Hoofdstructuur), vielen dus reeds voor 1950 geenszins meer samen met de kernen qua abiotische potenties voor ontwikkeling van maximale biotische diversiteit en optimale duurzaamheid van natuur onder welke vorm ook. Het zijn dan ook deze laatste kernen, die men als basis zal moeten kiezen - en zo vlug mogelijk ook effectief inrichten! -voor de natuur van de toekomst. De "kerngebieden" ss. Groene Hoofdstructuur daarentegen zal men in hoofdzaak moeten valoriseren als gene-pools, zo lang mogelijk in die hoedanigheid in stand gehouden door een speciaal hierop gericht, strak beschermend beheer. De recentere evolutie van het kustgebied laat zich omschrijven als een extreme scheefgroei qua urbanisatie en ruimtelijke ordening, als gevolg van het samengaan van de zeer geringe oppervlakte van het gebied, een zeer zware economische druk en een uitgesproken korte-termijnpolitiek. Deze chaotische ruimtelijke ontwikkeling is niet bevredigend, noch voor een duurzaam natuurbehoud, noch voor een duurzaam recreatiebeleid, noch voor welk sectorieel of intersectorieel-verwevend concept dan ook. Naast deze verregaande vernietiging van de ecologische infrastructuur is de kust echter ook gekenmerkt door een enorme voordeelspositie, onder de vorm van de direkte aanwezigheid en aanwendbaarheid van zeer krachtige natuurlijke agentia (windkracht, getij, stormvloedaktiviteiten, ...), die in het binnenland (zo goed als) geheelontbreken. Naast diverse mogelijkheden voor ecologische expansie, samenhangend met hoge relictuele diversiteitswaarden, onderscheidt de kust zich dus vooral door haar mogelijkheden voor reële grondige landschapsecologische wederopbouw, samenhangend met het krachtig, direkt-zeegebonden ecologisch instrumentarium. Zonder de meer klassiekgetinte ecologische expansie in de relictgebieden te kunnen vervangen, heeft deze complete nieuwvorming van jonge kustlandschappen middels doelgericht voorbereide dijkdoorbraken, grootschalige verstuivingen, …, daarenboven een aantal aantrekkelijke voordelen, vergeleken bij hers

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Author