IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Analyse en verbruik van voedsel van Gadus morhua L., Gadus aeglefinus L. en Gadus merlangus L.
Luyckx, V. (1977). Analyse en verbruik van voedsel van Gadus morhua L., Gadus aeglefinus L. en Gadus merlangus L.. BSc Thesis. Katholieke Universiteit Leuven. Faculteit Wetenschappen: Leuven. 134 pp.

Available in Author 
  • VLIZ: Archive VLIZ ARCHIVE A.THES20 [6044]
  • VLIZ: Non-open access 226688
Document type: Dissertation

Keyword
    Marine

Author  Top 
  • Luyckx, V.

Abstract
    In de Noordzee is sinds enkele jaaren een wijziging in de verhouding tussen de commerciële visstocks merkbaar. Het gaat om een afname van de biomassa van haring en makreel enerzijds, en een toename van deze van kabeljauw, schelvis en wijting ander zijds. Naar aanleiding van dit verschijnsel werd er getracht het voedselverbruik door de populaties van deze 3 Gadidae in de zuidelijke Noordzee na ta gaan,uitgaande van hun individueel voedselverbruik. Vandaar werd er vooral aandacht besteed aan één aspect van kabeljauw, schelvis en wijting: nl. de voeding en het verbruik ervan. Het eerste deel omvat de litteratuurstudie omtrent dit onderwerp. In 3 hoofdstukken wordt een schets gegeven van de levenswijze en voeding van de 3 vermelde Gadidae. Het dieet en de onderlinge verhouding van de diverse componenten in het voedselpatroon kunnen gemakkelijk afgeleid worden uit de onderzoekingen van verschillende auteurs. De pelagische larven van de kabeljauw, schelvis en wijting zijn planktoneters. De aard van hun voedsel wordt volledig door hun leefmilieu bepaald en is hoofdzakelijk beperkt tot kleine Crustacea, zoals Copepoda en Euphausiacea. De eenvormigheid in het dieet van de gadidelarven verdwijnt in de loop van de verdere ontwikkeling, om wille van het verschil in anatomische bouw en levenswijze van de kabeljauw, schelvisen wijting. Als juveniele vis leeft de kabeljauw bijna uitsluitend van Crustacea en in mindere mate van kleine vis. Naarmate de predator ouder wordt, keert de verhouding tussen Crustacea en vis in het voedselpatroon om. De volwassen kabeljauw is in de eerste plaats een predator van kleinere en grotere vis. Crustacea zijn voor hem van minder belang; Annelida, Mollusca en Echinodermata zijn gelegenheidsvoedsel. Na de overgang naar het leven bij de bodem, wordt de schelvis, in tegenstelling met de kabeljauw en de wijting, zelden terug pelagisch. Deze weinig aktieve demersale predator is door zijn levenswijze aangewezen op benthosorganismen. Echinodermata en Annelida zijn voor hem de voornaamste voedselcomponenten. Mollusca, Crustacea en vis komen op de tweede plaats in het dieet van de volwassen schelvis. De opgroeiende Wijting schakelt reeds vroeg over van een Crustacea- naar een visdieet. Op zijn pelagische rooftochten zijn kleinere vissen voor hem een belangrijke prooi. Hij behoort ook tot de voornaamste predators van Cragon sp. en kan, in groep, veel schade berokkenen aan de garnaalstand in de Noordzee. Uit de voedselsamenstelling van de 3 Gadidae blijkt dat de kabeljauw en de Wijting kalorierijker voedsel opnemen naarmate ze ouder worden. De schelvis blijft bij een kaloriearm dieet. De regionale variaties in hun voedselpatroon zijn te wijten aan de verschillende leefgemeenschappen van prooien in de Noordzee. Ze zijn meer uitgesproken bij de kabeljauw, wegens zijn wijde verspreiding, en bij de schelvis, wegens zijn migrerende aard. Bij de Wijting zijn ze te verwaarlozen. Deze regionale variaties resulteren in een verschil in groeisnelheid binnen de soorten. Kabeljauw en schelvis zouden minder of zelfs niet eten tijdens de paaitijd. De ritmiciteit in de voedselopname en de verteringsduur zijn echter moeilijk te bepalen, zodat er hieromtrent weinig eensgezindheid bestaat onder de auteurs. De bewering dat er al dan niet voorkeur Voor bepaald voedsel zou bestaan, is ook erg subjectief. Het tweede deel omvat het eigen onderzoek. In het eerste hoofdstuk zijn het materiaal en de methode Voor de kwalitatieve maaganalyse van kabeljauw en Wijting beschreven. Om praktische redenen kon er geen schelvis onderzocht worden. De proefdieren waren hoofdzakelijk jonge exemplaren. De resultaten stemmen goed overeen met de litteratuurgegevens: een overwicht van Crustacea, voornamelijk van Crangon crangon L. Kleine vis komt op de tweede plaats. In het tweede hoofdstuk is het voedselverbruik door kabeljauw, schelvis en wijting, op basis van een empirische formule van JONES (1976), behandeld. Voor de 3 predators neemt het indiv

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Author