IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

In vitro embryogenese van Neomysis integer (Crustacea: Mysidacea) als potentiële indicator voor endocriene verstoring
Bruwiere, S. (2004). In vitro embryogenese van Neomysis integer (Crustacea: Mysidacea) als potentiële indicator voor endocriene verstoring. MSc Thesis. Universiteit Gent: Gent. IV, 95 + annexes pp.

Thesis info:

Available in Author 
    VLIZ: Non-open access 60275
Document type: Dissertation

Keywords
    Embryology; Endocrinology; Neomysis integer (Leach, 1814) [WoRMS]; Belgium, Zeeschelde [Marine Regions]; Marine; Brackish water

Author  Top 
  • Bruwiere, S., more

Abstract
    Zowel natuurlijke als antropogene vervuilende stoffen komen in aquatische milieus terecht en kunnen er een impact hebben op de hormoonwerking van de aanwezige organismes. Er zijn momenteel weinig betrouwbare tests beschikbaar om de risico’s van zo’n hormoonverstorende stoffen in te schatten. De impact van die endocriene verstoring op estuariene organismes zou relatief groter zijn dan de impact op zuiver mariene organismes. In de Westerschelde is de brakwateraasgarnaal Neomysis integer omwille van zijn abundant voorkomen en zijn belangrijke positie in het voedselweb een geschikte kandidaat voor ecotoxicologische testen. In deze studie werd met succes een methodiek opgesteld voor de in vitro embryogenese van Neomysis integer. Door vervolgens de optimale temperatuurs- en saliniteitscondities te bepalen en de gebruikte eindpunten te evalueren werd uiteindelijk een test verkregen die potentiële endocriene verstoorders op een efficiënte en snelle manier zou kunnen screenen. Graviede vrouwtjes van Neomysis integer werden uit het veld (BASF) geselecteerd en door adulte mannetjes in het laboratorium bevrucht. Drie dagen later werden de embryo’s uit het marsupium verwijderd en in vitro tot ontwikkeling gebracht. Daarbij werden het overlevingspercentage per dag, het “percentage survival days” (Jones 1972), het percentage hatching tot juveniel, de duur van ieder ontwikkelingsstadium en de afmetingen van de embryo’s als eindpunten van de embryogenese onderzocht. Door een gedetailleerde morfologische studie uit te voeren konden de 3 ontwikkelingsstadia voor Neomysis integer duidelijk afgebakend worden: het embryologisch stadium I, het naupliair stadium II en het postnaupliair stadium III. Er werd aangetoond dat de in vitro embryogenese gevoelig verbeterd kan worden door het omgevingswater continu in beweging te houden door horizontale rotatie op een schudtafel (80 rpm).Dit positief effect was het duidelijkst merkbaar bij de postnaupliaire larven. De waterstromen worden ook in natuurlijke omstandigheden door de lamellen van de broedkamer opgewekt. Er werden 12 verschillende temperatuurs- en saliniteitscombinaties opgevolgd en door een “response surface model”(Statistica 6.0) te fitten kon het optimum voor de in vitro embryogenese rond 15 PSU bepaald worden, terwijl de meeste populaties van Neomysis integer bij lagere saliniteiten in de Westerschelde worden teruggevonden. Mogelijke verklaringen voor dit fenomeen kunnen gezocht worden in de verhoogde competitieve voordelen van het leven in lagere saliniteitszones, een osmotische regulatie binnenin het marsupium en het optreden van seizoenale migraties van adulte wijfjes. De bevindingen uit dit onderzoek bevestigen de stelling dat de variabele saliniteit een zeer beperkte invloed heeft op de ontwikkelingsduur maar wel op de kans tot een succesvolle embryologische ontwikkeling. De ontwikkelingsduur wordt daarentegen hoofdzakelijk door de temperatuur bepaald. Er kan voor Neomysis integer met dalende temperatuur een significante toename van de ontwikkelingsduur vastgesteld worden. Het pesticide methopreen is een analoog van het juveniel hormoon dat mede instaat voor de metamorfose bij Insecta en werd als endocriene verstoorder bij de reproductie en de ontwikkeling van Mysidacea geïdentificeerd. In deze studie zorgen blootstellingen van 1 en 100 µg methopreen/l voor een lager hatchingspercentage en bij blootstellingen vanaf 0.01 µg methopreen/l wordt een vertraagde ontwikkeling van stadium II en III waargenomen, waardoor deze twee eindpunten van de embryogenese geschikt worden bevonden voor de signalisatie van endocriene verstoorders. De embryologie bij Neomysis integer is een alternatief gevoelig eindpunt voor toxiciteitstesten en kan in vergelijking met de gestandaardiseerde multigeneratietesten van mysids in een veel kortere tijdsspanne opgevolgd worden.

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Author