IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Impact van baggeractiviteiten in de Beneden-Zeeschelde op de ecologie van de rivierprik
Maes, J.; Ollevier, F.P. (2005). Impact van baggeractiviteiten in de Beneden-Zeeschelde op de ecologie van de rivierprik. Studierapport in opdracht van de Afdeling Maritieme Toegangeerste versie 08/09/2005. Katholieke Universiteit Leuven, Laboratorium voor Aquatische Ecologie: Leuven. 17 pp.

Available in Authors 
    VLIZ: Open Repository 75970 [ OMA ]
Document type: Project report

Keywords
    Dredging; Ecology; Environmental impact; Lampetra fluviatilis (Linnaeus, 1758) [WoRMS]; Belgium, Zeeschelde [Marine Regions]; Brackish water; Fresh water

Authors  Top 

Abstract
    1. Rivierprik is een beschermde soort in Vlaanderen. De soort brengt het volwassen levensstadium door op zee en migreert naar zoet water om zich voort te planten. De migraties van volwassen prik die stroomopwaarts trekt en van jonge prik die naar zee migreert, verlopen noodzakelijkerwijze via de Beneden-Zeeschelde. Momenteel is de levenscyclus van de Scheldepopulatie gesloten. Alhoewel de paaigronden van rivierprik nog niet gekend zijn, worden jaarlijks jonge rekruten aangetroffen in visstalen genomen in het koelwater van de centrale Doel. Er bestaat bezorgdheid dat verschillende activiteiten die gerelateerd zijn aan de baggerwerken, en meer specifiek het storten van opgebaggerde specie de levenscyclus van de rivierprik verstoren. Deze werken verlopen in opdracht van de Afdeling Maritieme Toegang (AWZ) en zijn vergunningsplichtig.2. Deze studie is een antwoord op een vraag van de vergunning verlenende administratie om een risicoanalyse te maken van de aan baggerwerken verbonden effecten op de biologie van de rivierprik. Concreet wordt nagegaan of het storten van specie en het verbreden van de geul schade kan toebrengen aan het essentieel habitat van de rivierprik en of geassocieerde activiteiten de rivierprik negatief beïnvloeden.3. Na een analyse van de essentiële habitatten van de rivierprik - habitatten die noodzakelijk zijn om de levenscyclus te vervolledigen - blijkt dat geen van de betrokken stortplaatsen noch de drempels die in aanmerking komen voor onderhoud of verruiming kunnen beschouwd worden als een essentiële habitat voor de rivierprik.4. Een extrapolatie van de biologische respons van verschillende vissoorten op toegenomen sedimentconcnetratie naar de situatie voor rivierprik suggereert dat, rekening houdend met huidige sedimentconcentraties in de Beneden-Zeeschelde, het risico op verstoring van de migraties of verhoogde mortaliteit te gevolge van speciestortingen verwaarloosbaar klein is.5. Het is wenselijk dat de bevoegde administratie een studie laat uitvoeren met als doel de ecologie van deze en andere beschermde soorten verder uit te diepen teneinde toekomstige menselijke ingrepen beter te kunnen evalueren.

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Authors