IMIS | Flanders Marine Institute
 

Flanders Marine Institute

Platform for marine research

IMIS

Publications | Institutes | Persons | Datasets | Projects | Maps
[ report an error in this record ]basket (0): add | show Printer-friendly version

Kartering van de morfodynamiek met behulp van multibeamwaarnemingen voor de Schelde te Rupelmonde
Reyns, J. (2002). Kartering van de morfodynamiek met behulp van multibeamwaarnemingen voor de Schelde te Rupelmonde. MSc Thesis. Universiteit Gent: Gent. 205 pp.

Thesis info:

Available in Author 
Document type: Dissertation

Keywords
    Fluvial morphology; Mapping; Multibeam sonar; River beds; Belgium, Zeeschelde, Rupelmonde [Marine Regions]; Brackish water

Author  Top 

Abstract
    In deze scriptie wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de residuele morfodynamiek van de oppervlakkige sedimentaire bodemstructuren ter hoogte van de samenvloeiing van de Schelde en de Rupel in kaart te brengen met behulp van multibeamwaarnemingen . Men spreekt van residuele morfodynamiek vermits men enkel beschikt over waarnemingen op twee discrete ogenblikken. Hetgeen zich tussen deze twee tijdstippen heeft voorgedaan blijft voor de waarnemer onbekend. Er werd bij aanvang van het onderzoek een aantal doelstellingen geformuleerd. Een eerste doelstelling is het maken van een literatuurstudie over twee onderwerpen. Enerzijds worden de fysisch-geografische kenmerken van de Beneden-Schelde in het algemeen, en van het studiegebied ter hoogte van de Rupelmonding in het bijzonder bestudeerd. Anderzijds wordt een uitgebreide studie gemaakt over de werking van de singlebeam en de multi-beam echo sounders, en over de mogelijk foutenbronnen die de nauwkeurigheid van de metingen met deze toestellen nadelig beïnvloeden. Aan dit theoretische luik wordt een praktische kant verbonden door een onderlinge vergelijking te maken van de prestaties van beide toestellen onder dezelfde omstandigheden. De tweede doelstelling van dit onderzoek is het trachten bepalen van de verplaatsingsrichting van de oppervlakkige sedimentaire bodemstructuren ter hoogte van de Rupelmonding. Hiertoe worden twee methodes aangewend. Een eerste benadering, het model van McLaren, gaat uit van de ruimtelijke variatie van een aantal korrelgrootteparameters (gemiddelde korrelgrootte, sortering, scheefheid) om sedimentverplaatsingstrends uit af te leiden. Een tweede benadering gaat er van uit dat de geometrie van de getijdenduinen een indicator is van residuele sedimentverplaatsingen, waarbij transport plaatsvindt loodrecht op de richting van de kamlijn en in de richting van de lijzijde. De derde doelstelling is het in kaart brengen van de residuele morfodynamiek van de oppervlakkig sedimentaire bodemstructuren ter hoogte van de Rupelmonding.. Dit gebeurt op drie manieren. Een eerste manier is het aanmaken van consecutieve diepteverschilkaarten op basis van een aantal historische multi-beam datasets, en op basis van twee metingen die zelf werden uitgevoerd. Deze kaarten verschaffen een beeld van de erosie en de accretie binnen het studiegebied op twee tijdschalen: één van de grootteorde van enkele weken tot maanden, en één van de grootteorde van twee getijdencycli. Hierbij wordt nagegaan in hoeverre de haalbare planimetrische nauwkeurigheid van het multi-beam systeem de karteringsmogelijkheden beperkt. Een tweede manier om de residuele morfodynamiek voor te stellen is het vergelijken van temporeel opeenvolgende profielen die worden geconstrueerd op basis van regelmatige grids die zijn afgeleid uit de multi-beam datasets. De voor- en nadelen van deze methode worden kort toegelicht. De derde en laatste manier om de residuele morfodynamiek te karteren is het gebruik van de zogenaamde ‘stabiliteitskaart van Van Cauwenberghe’, die wordt geconstrueerd op basis van de temporele variatie van een karakteristieke isobaat.

All data in IMIS is subject to the VLIZ privacy policy Top | Author