Vlaams Instituut voor de Zee

platform voor marien onderzoek

In:

VLIZ-nieuws

 
PERSBERICHT: De Noordzee: van oernatuur naar beheerd onderwater mozaïeklandschap?
Toegevoegd op 2011-03-21

De Noordzee ziet er vandaag fundamenteel anders uit dan vroeger. Reuzentonijnen, rijke zeebodems en wilde oesterbanken hebben in de loop van de voorbije honderden jaren plaats geruimd voor diverse vormen van menselijke activiteit (visserij, scheepvaart, ontginning grondstoffen, vervuiling, etc.) en sterk beïnvloede onderwaterlandschappen. Vandaag lijkt het tij intussen langzaam te keren en is opnieuw 5,4% van de Noordzee beschermd gebied. Uit de prille ervaringen met deze ‘mariene beschermde gebieden’ (MPA’s) en met de nieuwe beheersmaatregelen die in elk van de oeverstaten in voorbereiding zijn, blijkt alvast dat wetenschappelijke kennis essentieel is voor een goede opvolging en inschatting van de kansen op succes. Tijdens het symposium “The North Sea, field lab for marine protection” op 22 maart 2011 in Leuven, geven wetenschappers een stand van zaken en buigen ze zich over de verdere uitdagingen van dit onderzoek.

Aanduiding van marien beschermde gebieden

De aanduiding van ‘mariene beschermde gebieden’ (MPA’s) past binnen het nieuwe concept van ‘ruimtelijke planning op zee’. Hiermee wordt erkend dat deze MPA’s belangrijke instrumenten zijn om zeeleven en zeeleefomgevingen te herstellen en te vrijwaren van schadelijke invloeden. Uit een recente analyse van OSPAR (www.ospar.org) blijkt alvast dat 5,4% van de Noordzee een juridische bescherming geniet. Hiermee scoort de Noordzee net iets beter dan de Middellandse Zee (4%), de Ierse Zee (3,5%), de Zwarte Zee (2,4%) en de Golf van Biskaje en aanpalende Iberische kusten (0,5%). Ook op mondiale schaal doet de Noordzee het op papier niet slecht. Wereldwijd omvatten de circa 5000 marien beschermde gebieden of MPA’s immers slechts een oppervlakte van 2,58 miljoen km² of 0,65% van het volledige oceaanoppervlak (voor het land is dit circa 12%).

Anderzijds hinkt deze Noordzee- en mondiale oceaanbescherming achterop op wat internationaal is vooropgesteld. Daarom werd recent nog in Nagoya (2010) afgesproken om tegen 2020 een nieuw streefcijfer van wereldwijd 10% marien beschermde natuur te verwezenlijken. Een eerder overeengekomen streefdoel om tegen 2012 een samenhangend en ecologisch representatief systeem van MPA’s af te bakenen en 10% van het zeeoppervlak daarvoor te reserveren, werd niet gehaald.

Feitelijke bescherming vergt onderzoek en monitoring

Het aanduiden van MPA’s is één zaak. Gesteld dat de aanwijzing is gebeurd op basis van degelijk onderzoek en representatief is voor het type habitatten dat men wil beschermen, blijft het feitelijke beheer sterk bepalend voor het finale succes van de bescherming. Beschermde zeegebieden waar in de praktijk alle menselijke activiteiten toegelaten blijven, verworden dan tot “papieren parken”. Zo kan vandaag slechts 0,08% van de wereldoceanen (of ca 15% van de MPA’s) als ‘no-take zone’ worden beschouwd, dit zijn beschermde gebieden waar geen exploitatie van vis, schaal- of schelpdieren of grondstoffen mag gebeuren.

Beleidsmatig dringt de tijd voor de Noordzeestaten. Binnen de Europese ‘Marine Strategy Framework’ Richtlijn (MSFD) is gestipuleerd dat tegen 2020 dient gestreefd te worden naar een “Good Environmental Status” (GES). Ter voorbereiding hiervan moeten lidstaten reeds in 2012 actieve stappen nemen voor het uitwerken van beheersmaatregelen. Bijkomende uitdaging hierbij is de noodzaak om een beheer te voeren dat sector- en grensoverschrijdend is. Er moeten beschermde gebieden gecreëerd worden die een samenhang vertonen en geen losse “eilanden” vormen waartussen dieren en planten niet vrij kunnen bewegen.

Het symposium

Tijdens het Noordzeesymposium op 22 maart zullen wetenschappers uit de verschillende oeverstaten een stand van zaken geven m.b.t. de beschermde zeenatuur in hun land en de wetenschappelijke inspanningen om dit beleid te ondersteunen. Ze zullen ook ingaan op de hiaten, noden en kansen bij het onderzoek naar de implementatie van beschermde gebieden in de Noordzee.

Het symposium is bedoeld voor wetenschappers, beheerders, vertegenwoordigers van NGO’s en beleidsmakers. Het is een samenwerking tussen vijf Belgische instituten (UGent, KU Leuven, BMM, INBO en VLIZ), een Nederlands instituut (NIOO-CEMO), Federaal Wetenschapsbeleid en de Marine Board van de European Science Foundation.


Praktische informatie

Website: www.vliz.be/projects/westbanks/symposium

Datum: dinsdag 22 maart 2011 van 9.30 – 17.00 uur

Plaats: K.U.Leuven, Auditorium Zeger Van Hee, College De Valk, Tiensestraat 41, Leuven

Perscontacten:

Dr. Jan Seys
Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ)
jan.seys@vliz.be
Tel: +32 (0)59 34 21 30
Gsm: +32 (0)478 37 64 13

Prof. Filip Volckaert
KU Leuven, Laboratorium voor Diversiteit en Systematiek van Dieren
filip.volckaert@bio.kuleuven.be
Tel: +32 (0)16 32 39 66 of +32 (0)16 32 39 72

Mr. Aurélien Carbonnière
Marine Board – European Science Foundation
acarbonniere@esf.org
Tel: +32 (0)59 34 01 56
Gsm: +32 (0)476 56 08 41



[Overzicht] [Login]