Vlaams Instituut voor de Zee

platform voor marien onderzoek

In:

VLIZ-nieuws

 
Nieuwe website: Tellingen aangespoelde vogels langs Belgische kust
Toegevoegd op 2009-04-30

De Belgische kust is steeds minder vervuild met olie. Dat leidt het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) af uit tellingen van met olie besmeurde dode zeekoeten. Minder dan 50% van de zeekoeten die aanspoelen op het strand zijn nu besmeurd met olie, tegen bijna 100% in het verleden. De resultaten van de tellingen kan je raadplegen op een nieuwe, door het VLIZ ontwikkelde, website: www.vliz.be/vogelslachtoffers

De zeekoet is een vogel die in grote aantallen overwintert op het Belgische deel van de Noordzee. Daarom is het aantal zeekoeten dat met olie besmeurd dood aangetroffen wordt een goede graadmeter van de algemene olievervuiling. De tellingen door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) zijn sinds 2006 structureel verankerd dankzij de financiering door de afdeling Kust van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (iva MDK), en de samenwerking met het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Eric Stienen coördineert het onderzoek voor INBO: “In 2008 is minder dan 50% van de aangespoelde zeekoeten besmeurd met olie. Tot 1980 was dat bijna 100%. Maar we staan nog een eind af van het streefdoel van 10%.” Dit streefdoel wordt vooropgesteld door de Convention for the Protection of the Marine Environment of the North-East Atlantic, ook wel OSPAR-conventie genoemd, naar de vergaderingen in Oslo en Parijs die aan de basis ervan lagen.

De metingen aan de kust zijn één van de langstlopende onderzoeken in ons land: de eerste tellingen werden uitgevoerd in de winter van 1961/62, en waren een primeur voor Europa. Sinds 1991/92 is het INBO verantwoordelijk voor de tellingen en wordt met de hulp van vele vrijwilligers de hele kust minstens één keer per maand onderzocht. Deze metingen richten zich op de chronische vervuiling van onze kust, en niet op pieken in de vervuiling na bijvoorbeeld een scheepsramp. Chronische, “gewone”, vervuiling is minder spectaculair, maar uiteindelijk wel belangrijker.

Strandtellingen zijn eenvoudig maar zeer doeltreffend: de onderzoeker wandelt of fietst op het strand langs de laatste hoogwaterlijn en noteert wat hij of zij ziet. Bij elke dode vogel wordt gekeken of er olie op de veren zit. Ongewoon hoge hoeveelheden vermagerde dode vogels fungeren als “early warning system” van voedselgebrek. In combinatie met waarnemingen vanop schepen en vanuit vliegtuigen verkrijgt men zo mogelijk al bepaalde indicaties rond de oorzaak van de sterfte.

De dode vogels worden geteld, geïdentificeerd, en meegenomen voor dissectie. Zo bijvoorbeeld de noordse stormvogel: deze vogel pikt op zoek naar eten allerlei kleine deeltjes op van het wateroppervlak. Helaas gaat het hierbij vaak om plastic, dat zich vervolgens in de maag van de vogel ophoopt. Zo krijgt men een beeld van de plasticverontreiniging op zee. Maar liefst 97% van de noordse stormvogels bevatten plastic: gemiddeld vindt men in een maag 74 stukjes plastic, maar liefst een luciferdoosje vol. De noordse stormvogel weegt zo’n 500 gram, bij een mens zou die hoeveelheid plastic een boterhammendoos vol zijn. Zo nu en dan treft men een geringd exemplaar aan bij de kadavers – van deze vogel kan men de oorsprong achterhalen.

België heeft de OSPAR-conventie ondertekend, en engageert zich om bepaalde normen te halen: nu behoort de Belgische kust op het gebied van olieslachtoffers nog steeds tot één van de meest vervuilde gebieden in de Noordzee. Chronische olievervuiling wordt veroorzaakt door het al dan niet moedwillig lozen van brandstof. Dat zou mede verholpen kunnen worden als men ook in de kleinere (jacht)havens goedkoop het scheepsafval zou kunnen achterlaten. Nu kan dat alleen in de grote havens. De afdeling Kust van het MDK, die de uitbating van de vier Vlaamse kustjachthavens aan erkende watersportverenigingen in concessie geeft, neemt alvast in haar overeenkomsten voor de uitbaters de verplichtingen op om over een door OVAM goedgekeurd afvalbeheersplan te beschikken en gescheiden opvang te voorzien voor zowel olie als andere afval. Daarnaast blijft controle op illegale lozingen een noodzaak. Aan de Belgische kust wordt dit gedaan door het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee).

Op de door het VLIZ ontwikkelde website www.vliz.be/vogelslachtoffers kan je het resultaat van al dit telwerk raadplegen, en zelf aan de slag gaan met de cijfers. Zo kan je nagaan welke vogels precies gevonden werden, op welke stroken van de Belgische kust, en gedurende welke periodes. Aan de hand van de cijfers kan je grafieken genereren en afdrukken. De site bevat ook een schat aan achtergrondinformatie en links.

Download de pdf van persbericht gelanceerd door INBO (15.03.2009)



[Overzicht] [Login]