OLIEVERVUILING OP ZEE


De Noordzee vormt een bijzonder gebied waar geen visueel waarneembare operationele olielozingen zijn toegestaan (wetgeving MARPOL 73/78). Toch werden er in 1992 54 olielozingen vastgesteld vanuit de lucht. In 2006 werden er maar 13 olielozingen vastgesteld in een half jaar tijd. Ook het jaarlijks geschatte olievolume toont een dalende tendens. Blijkbaar hebben de strengere maatregelen en het verhoogde toezicht een positief effect.

Via het programma van observatie vanuit de lucht, uitgevoerd door de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM, departement van het KBIN), is het mogelijk een indicatie van de graad van olievervuiling weer te geven. Een kwantitatief onderzoek naar de graad van olievervuiling in de Belgische wateren is echter zo goed als onmogelijk.

Voor elke olievlek die aan het zeeoppervlak geobserveerd wordt, schatten de operatoren van de BMM het volume. De berekening gebeurt door het olieoppervlak in kaart te brengen, de dekkingsgraad vast te stellen en de dikte van de olielaag te schatten op basis van de kleur. Wanneer een schip op heterdaad betrapt wordt bij het illegaal lozen van olie, verzamelen de operatoren al het bewijsmateriaal en stellen zij een pv op voor een gerechtelijke vervolging.


>> Fiche : OLIEVERVUILING OP ZEE  Klik hier om naar de fiche te gaan

  • Aantal geobserveerde olievervuilingen
  • Jaarlijkse geschatte olievolume
  • Aantal geobserveerde olielozingen per vlieguur
  • Bron  : Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM)