VLAAMS INSTITUUT VOOR DE ZEE
PLATFORM VOOR MARIEN ONDERZOEK


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen


Blauwe zwemkrab: verschil tussen versies

Uit Kust Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
(<span style="color:#00787A">Factoren die de verspreiding beïnvloeden</span>)
 
(47 tussenliggende versies door 2 gebruikers worden niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
{{Revision}}
+
__NOTITLE__
 
+
{{Kader4|Naam=Blauwe zwemkrab
{{Nietinheemse|Naam=<span style="color:#FFFFFF">''Coscinodiscus wailesii''</span>
+
|Foto= <div style="padding:1em 0em 0em 0em">
|abstract= [[Image:coscinodiscus_wailesii.jpg|left|230px|<div style="text-align: center;"> </div>]]
+
[[Image:Callinectes sapidus .jpg|caption|right|260px|]]<span style="color:#FFFFFF">Foto: Wendy Kaveney </span></div>
Het mariene kiezelwier ''Coscinodiscus wailesii'' kwam oorspronkelijk enkel voor in de Indische en de Stille Oceaan. Vermoedelijk is de soort in Europa terecht gekomen via transport met jonge Japanse oesters, al kan dit ook via het ballastwater van vrachtschepen gebeurd zijn. Dit kiezelwier behoort tot het plantaardig plankton, wat impliceert dat deze organismen gemakkelijk lokaal verder kunnen verspreiden door gebruik te maken van de heersende zeestromingen. De soort werd eind de jaren zeventig voor het eerst in België waargenomen en is nu het ganse jaar door een algemene planktonische wiersoort in onze kustwateren.<P>
+
|abstract=
<BR>
+
De blauwe zwemkrab ''Callinectes sapidus'' is een krabbensoort die van nature voorkomt langs de Atlantische kust van Amerika. Het is een bewoner van ondiepe riviermondingen, waarbij de wijfjes enkel naar zee trekken om hun eitjes te leggen. Na het uitkomen van de eitjes migreren de jonge krabben vervolgens naar estuaria. In België werd in 1981 één dood exemplaar aangetroffen in het koelwatersysteem van een fabriek te Antwerpen en in 1993 werd in de Zeeschelde een eerste levend exemplaar aangetroffen in het koelwatersysteem van de kerncentrale van Doel. Meer dan waarschijnlijk beletten de lage wintertemperaturen bij ons een explosieve toename van deze soort... }}
<P>
+
{{kader3}}
:Foto:  Catharina Philippart
+
}}
+
 
+
 
<P>
 
<P>
 
<Br>
 
<Br>
<P>
 
 
<Br>
 
<Br>
 
<P>
 
<P>
 
  
 
===<span style="color:#00787A">Wetenschappelijke naam</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Wetenschappelijke naam</span>===
  
  
[http://www.marinespecies.org/aphia.php?p=taxdetails&id=156632 ''Coscinodiscus wailesii'' Gran & Angst, 1931]
+
[http://www.marinespecies.org/berms/aphia.php?p=taxdetails&id=107379 ''Callinectes sapidus'' Rathbun, 1896]
 
+
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
 
<P>
 
<P>
 
 
===<span style="color:#00787A">Oorspronkelijke verspreiding</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Oorspronkelijke verspreiding</span>===
  
Dit kiezelwier is afkomstig uit de Indische en Pacifische Oceaan (Wallentinus 1999)<ref name=eno1997>Eno, N.C.; Clark, R.A.; Sanderson, W.G. (Ed.) (1997). Non-native marine species in British waters: a review and directory. Joint Nature Conservation Committee: Peterborough, UK. ISBN 1-86107-442-5. 152 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=24400 details] </ref>. De exoot behoort tot het plantaardig plankton en leeft in de bovenste lagen van de waterkolom, daar waar voldoende licht doordringt om aan fotosynthese te kunnen doen (het proces om met behulp van zonlicht en zuurstof energie aan te maken en CO<sub>2</sub> te produceren). De soort komt zowel voor nabij de kust als in open zee, en dit zowel in zout als brak water (Gollasch 2009)<ref name=gollasch2009>Gollasch, S. (2009). ''Coscinodiscus wailesii'' (Gran & Angst) (Coscinodiscaeae, Bacillariophyta), in: DAISIE (Delivering Alien Invasive Species Inventories for Europe) (2009). Handbook of alien species in Europe. Invading nature - Springer series in invasion ecology, 3: pp. 278. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=135000 details] </ref>.  
+
De blauwe zwemkrab ''Callinectes sapidus'' is een krabbensoort die van nature voorkomt langs de Atlantische kusten van Amerika, namelijk van Nova Scotia in het noorden tot aan Uruguay in het zuiden <ref name = 1a>Christiansen, M.E. (1969). Crustacea Decapoda Brachyura. Marine invertebrates of Scandinavia, 2. Universitetsforlaget: Oslo. 143 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=121060 details]</ref><ref name = 2a>Adema, J.P.H.M. (1984). De Blauwe zwemkrab, ''Callinectes sapidus'' Rathbun, 1896, in: [S.a.] Vita Marina Zeebiol. Doc. Geleedpotigen. Vita Marina Zeebiologische Documentatie: zeebiologie, zeeaquariologie, malacologie, : pp. 67-70. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=75675 details]</ref>. De volwassen blauwe zwemkrab is een bewoner van ondiepe wateren in riviermondingen en estuaria, en kan voorkomen tot op een diepte van 35 meter. Na paring trekken de wijfjes naar zee om eieren te leggen en de jonge krabben migreren vervolgens vanuit zee naar het estuarium <ref name = 2a> </ref>.
 
+
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 35: Regel 27:
 
===<span style="color:#00787A">Eerste waarneming in België</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Eerste waarneming in België</span>===
  
Het is onzeker vanaf wanneer dit planktonische kiezelwier in het Belgische deel van de Noordzee voorkwam. In de literatuur wordt eveneens geen eerste waarneming gegeven (Kerckhoff et al 2007)<ref name=kerckhoff2007>Kerckhof, F.; Haelters, J.; Gollasch, S. (2007). Alien species in the marine and brackish ecosystem: the situation in Belgian waters. Aquatic Invasions 2(3): 243-257. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=114365 details]</ref>. Het kiezelwier werd in Europa voor het eerst in Engeland in 1977 gerapporteerd, waarna het in 1979 voor het eerst in stalen uit het zuidelijke deel van de Noordzee (Nederland) werd waargenomen. Het duurde echter nog tot 1984 voordat de soort zich in het Zuidelijke deel van de Noordzee (waar ook het Belgische deel toebehoort) permanent kon vestigen en er relatieve hoge aantallen werden waargenomen (Edwards et al 2001)<ref name=edwards2001>Edwards, M.; John, A.W.G.; Johns, D.G.; Reid, P.C. (2001). Case history and persistence of the non-indigenous diatom ''Coscinodiscus wailesii'' in the north-east Atlantic. J. Mar. Biol. Ass. U.K. 81(2): 207-211. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=14333 details] </ref>.  
+
De eerste melding van de blauwe zwemkrab in het studiegebied dateert van 1950, toen er 2 gekookte exemplaren in de Nederlandse Westerschelde nabij Vlissingen werden aangetroffen. Daar het waarschijnlijk exemplaren waren die vanop schepen overboord gegooid werden, gaat het hier nog niet om een waarneming <ref name = denHartog1951>   den Hartog, C.; Holthuis, L.B. (1951). De Noord-Amerikaanse "Blue Crab" in Nederland De Levende Natuur 54: 121-125. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=207307 details]</ref>. Deze kwam er op 4 september 1973 toen er nabij Terneuzen (eveneens in de Westerschelde) een levend mannetje werd waargenomen <ref name = Adema1991>Adema, J.P.H.M. (1991). De krabben van Nederland en Belgie (Crustacea, Decapoda, Brachyura). Nationaal Natuurhistorisch Museum: Leiden. ISBN 90-73239-02-8. 244 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=5876 details]</ref>.<P>
 +
In België werd in 1981 één dood exemplaar aangetroffen in het koelwatersysteem van de Bayerfabriek te Antwerpen <ref name = Adema1991> </ref>. In oktober 1993 werd in de Schelde een eerste levend (mannelijk) exemplaar aangetroffen in het koelwatersysteem van de kerncentrale van Doel <ref name =3a>Van Damme, P.; Maes, J. (1993). De Blauwe Zwemkrab ''Callinectes sapidus'' Rathbun, 1896 in de Westerschelde (België) De Strandvlo 13(4): 120-121. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=18820 details]</ref>.<P>
 +
Als eerste officiële waarneming in België geldt dus: oktober 1993 in Doel.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 42: Regel 36:
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in België</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in België</span>===
  
De soort komt voor in het open water van het Belgische deel van de Noordzee (Laing & Gollasch 2002)<ref name=laing2002>Laing, I.; Gollasch, S. (2002). ''Coscinodiscus wailesii'': a nuisance diatom in European waters, in: Leppäkoski, E. et al. (2002). Invasive aquatic species of Europe: distribution, impacts and management. pp. 53-55. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=40581 details] </ref>. Tijdens de lente en de herfst wordt de soort doorgaans in grotere aantallen waargenomen (Edwards 2001)<ref name=edwards2001> </ref>.
+
Voor de Belgische kust werd de soort gerapporteerd aan zowel de west- (Oostduinkerke) als de oostkust (Knokke-Heist). Kustvissers komen deze soort regelmatig tegen. In 2004 brachten ze verscheidene exemplaren naar het Oostendse aquarium en zelfs een levend wijfje met eitjes naar het Sea Life Center in Blankenberge <ref name = 4a> Kerckhof, F.; Haelters, J. (2005). Enkele opmerkelijke waarnemingen en strandingen in 2004 en 2005 De Strandvlo 25(3-4): 101-105. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=78684 details] </ref>. In 2006 werden door garnalenvissers eveneens enkele wijfjes met eitjes gevangen <ref name = ICES2007>Kerckhof, F. (2007). National report Belgium, 2006, in: ICES (2007). Report of the Working Group on Introductions and Transfers of Marine Organisms (WGITMO) 21-23 March 2007 Dubrovnik, Croatia. C.M. - International Council for the Exploration of the Sea, 2007(ACME:05): pp. 44-48. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=208968 details]</ref>.<P>
 +
 
 +
De vele meldingen van deze soort voor onze kust doet sommige wetenschappers vermoeden dat de blauwe zwemkrab permanent voorkomt in sommige havens en/of riviermondingen <ref name = ICES2007> </ref><ref name = 5a>Kerckhof, F.; Haelters, J.; Gollasch, S. (2007). Alien species in the marine and brackish ecosystem: the situation in Belgian waters Aquat. Invasions 2(3): 243-257. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=114365 details]</ref>. <P>
 +
 
 +
Na 1993, werd de soort verscheidene malen gemeld aan de Zeeschelde <ref name = VDN>Van den Neucker T., Stevens M., Breine J. & Coeck J. (in voorbereiding). De blauwe zwemkrab blijft zeldzaam in de Zeeschelde. De Strandvlo xx:xx-xx.</ref>, zo ook nog in 2011 <ref>Waarnemingen afkomstig van Waarnemingen.be, een initiatief van Natuurpunt Studie vzw en de Stichting Natuurinformatie. Blauwe Zwemkrab - ''Callinectes sapidus''. [http://waarnemingen.be/soort/view/26995?from=1900-11-10&to=2011-11-10&prov=0&maand=0&os=0 online beschikbaar], geraadpleegd op 10-11-2011.</ref>. Men vermoedt dan ook dat in Zeeschelde, nabij Antwerpen, er zich een populatie gevestigd heeft <ref name = ICES2001>Kerckhof, F. (2001). National report for Belgium, in: ICES Advisory Committee on the Marine Environment (2001). Report of the Working Group on Introductions and Transfers of Marine Organisms, Barcelona, Spain 21–23 March 2001. C.M. - International Council for the Exploration of the Sea, CM 2001(ACME: 08): pp. 24-26. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=208978 details]</ref>. Deze populatie is mogelijk verbonden met de gevestigde populatie in de Nederlandse Westerschelde <ref name = Nehring2011>Nehring, S. (2011). Invasion history and success of the American blue crab ''Callinectes sapidus'' in European and adjacent waters , in: Galil, B.S. et al. (Ed.) (2011). In the wrong place - alien marine crustaceans: Distribution, biology and impacts. Invading Nature - Springer Series in Invasion Ecology, 6: pp. 607-624. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=205538 details]</ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 49: Regel 47:
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in onze buurlanden</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in onze buurlanden</span>===
  
De eerste waarneming van ''Coscinodiscus wailesii'' in Europa dateert van 1977 en vond plaats in Het Kanaal nabij Plymouth, in het zuidwesten van Groot-Brittannië (Boalch & Harbour 1977)<ref name=boalch1977>Boalch, G.T.; Harbour, D.S. (1977). Unusual diatom off the coast of south-west England and its effect on fishing. Nature (Lond.) 269: 687-688. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=113662 details] </ref>. Aanvankelijk identificeerde men deze soort verkeerdelijk als Coscinodiscus nobilis, maar later bleek dat het wel degelijk ging om ''Coscinodiscus wailesii'' (Boalch 1987)<ref name=boalch1987>Boalch, G.T. (1987). Changes in the phytoplankton of the western English Channel in recent years. British Phycological Journal 22:225-235. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=142914 details] </ref>.  
+
De laatste decennia is de blauwe zwemkrab succesvol geïntroduceerd op verschillende plaatsen in Europa en Azië, soms per ongeluk en soms opzettelijk. <P>
 
+
De eerste Europese melding dateert van 1900 <ref name = 6a>Bouvier, E.L. (1901). Sur un ''Callinectes sapidus'' M. Rathbun trouvé à Rochefort Bulletin du Muséum d'histoire naturelle 7: 16-17. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=121061 details]</ref>, toen een mannelijk exemplaar werd gevonden in de haven van Rochefort (zuidwesten van Frankrijk). De volgende waarneming in Frankrijk liet echter 60 jaar op zich wachten, tot een pladijsvisser op 16 september 1960 de soort bovenhaalde uit het Gironde-estuarium nabij Bordeaux <ref name = Holthuis1969>Holthuis, L.B. (1969). Enkele interessante Nederlandse Crustacea. Bijdragen tot de faunistiek van Nederland I Zoologische Bijdragen 11: 34-48, pl. I. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=207599 details]</ref>. Meer recent werd de blauwe zwemkrab vooral in en rond de Seine (Noord-Frankrijk) waargenomen. De lage aantallen langs de Franse kusten doen vermoeden dat hier geen gevestigde populatie voorkomt <ref name = Nehring2011> </ref>. <P>
Dit kiezelwier verspreidde zich sindsdien bijzonder snel. In 1978 kwam de soort terecht in het noorden van de Ierse Zee (Edwards et al. 2001)<ref name=edwards2001> </ref>, in het noorden van de Golf van Biscaje (Rincé & Paulmier 1986)<ref name=rince1986>Rincé, Y.; Paulmier, G. (1986). Donnée novelles sur la distribution de la diatomée marine ''Coscinodiscus wailesii'' Gran & Angst (Bacillariophyceae). Phycologia 25:73-79. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=141107 details] </ref>, in Normandische wateren (Rincé & Paulmier 1986)<ref name=rince1986> </ref> en in de Nederlandse kustwateren (Tripos 1995)<ref name=tripos1995>Tripos(1995). Biomonitoring van fytoplankton in de Nederlandse zoute en brakke wateren, 1994. Geannoteerde soortenlijst. Bijlage 1 bij TRIPOS-rapport 95003.1, 94p (www.watermarkt.nl).  </ref>. In 1979 kwamen waarnemingen binnen uit het Skagerrak (Hasle 1990) en in 1983 uit de Baltische Zee (Edwards et al. 2001)<ref name=edwards2001> </ref>. Vanaf 1982 werd de soort ook in de Westerschelde, nabij Breskens gevonden (Rick & Dürselen 1995)<ref name=rick1995>Rick, H.-J.; Dürselen, C.-D. (1995). Importance and abundance of the recently established species ''Coscinodiscus wailesii'' Gran & Angst in the German Bight. Helgoländer Meeresuntersuchungen 49:355-374. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=142937 details] </ref>.
+
In Nederland werd de soort voor het eerst waargenomen in 1932, en tot aan 1989 waren er 22 meldingen van deze krab bekend in Nederland, vooral uit de Westerschelde en de Waddenzee <ref name = Adema1991> </ref>. In de Amsterdamse en Rotterdamse havens worden er sinds 1995 elk jaar exemplaren aangetroffen. De eerste waarneming uit de Oosterschelde dateert van 2002 <ref name = Nehring2011> </ref>.<P>
De verspreiding ging gestaag verder, waarbij ''Coscinodiscus wailesii'' momenteel gevestigd is langs de Oost-Atlantische kusten vanaf centraal Frankrijk tot centraal Noorwegen(Rincé & Paulmier 1986; ICES 2006)<ref name=rince1986> </ref><ref name=ices>ICES Advisory Committee on the Marine Environment (2006). Working Group on Introductions and Transfers of Marine Organisms (WGITMO) 16–17 March 2006 Oostende, Belgium. ICES Committee Meetings Documents, CM 2006(ACME:05). ICES: Copenhagen, Denmark. 330 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=111237 details] </ref>. De hoogste densiteiten worden echter waargenomen tijdens de herfst en de lente in het zuidelijke deel van de Noord-Zee en aan de ingang van de Skagerrak. Er bestaan omvangrijke populaties langs de zuidwestelijke kust van Noorwegen, het westelijke gedeelte van het Engels kanaal, het noorden van de Ierse Zee, de westkust van Ierland en de Shetlandeilanden (Edwards 2001)<ref name=edwards2001> </ref>.
+
De blauwe zwemkrab werd eveneens aangetroffen in Denemarken (de Sont bij Kopenhagen), Duitsland (het Elbe-estuarium),  Spanje (het Guadalquivir-estuarium)  en Engeland (de Theems) <ref name = Adema1991> </ref><ref name = Nehring2011> </ref>. <P>
 +
Deze krabbensoort heeft ook zich permanent gevestigd in diverse landen rond de Middellandse Zee. Vooral in het oostelijk deel van de Middellandse Zee was de komst van deze krab nogal overdonderend. In Griekenland kon de blauwe zwemkrab zich tijdens de jaren 1930 vestigen, waarna hij snel uitgroeide tot een populaire soort op de plaatselijke markt. Tijdens de jaren 1960 leidde overbevissing samen met vervuiling tot het ineenstorten van de populatie. Anno 2011 bestaat er nog steeds een gedecimeerde populatie langs de oostelijke kusten van Griekenland <ref name = Nehring2011> </ref> en in de Adriatische Zee <ref name = Dulcic2011>Dulcic, J.; Tutman, P.; Matic-Skoko, S.; Glamuzina, B. (2011). Six years from first record to population establishment: The case of the blue crab, ''Callinectes sapidus'' Rathbun, 1896 (Brachyura, Portunidae) in the Neretva river delta (South-eastern Adriatic Sea, Croatia) Crustaceana 84(10): 1211-1220. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=208815 details]</ref>.<P>
  
 +
Het patroon in de West-Europese waarnemingen stemt overeen met dat in Amerikaanse wateren: in beide gebieden verblijft de soort tijdens de zomer in brak water, om zich dan in de winter richting zee te verplaatsen en zich te gaan voortplanten in dieper en zouter water.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 60: Regel 60:
 
===<span style="color:#00787A">Wijze van introductie</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Wijze van introductie</span>===
  
Het is niet helemaal duidelijk hoe Coscinodiscus wailesii in Europa is terechtgekomen, maar er zijn wel enkele vermoedens (Eno et al. 1997)<ref name=eno1997>Eno, N.C.; Clark, R.A.; Sanderson, W.G. (Ed.) (1997). Non-native marine species in British waters: a review and directory. Joint Nature Conservation Committee: Peterborough, UK. ISBN 1-86107-442-5. 152 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=24400 details] </ref>. Deze soort produceert rustcellen die ongunstige omstandigheden kunnen overleven. Eens de licht-, temperatuur- en nutriëntcondities weer optimaal zijn, zal dit kiezelwier weer naar zijn normale toestand transformeren (Laing & Gollasch 2002)<ref name=laing2002> </ref>. Deze rustcellen zijn al aangetroffen in ballastwatertanks in schepen, waardoor transport via ballastwater zeker tot de mogelijkheden behoort (Gollasch 2009)<ref name=gollasch2009> </ref>. Anderzijds kan transport samen met de import van jonge Japanse oesters ''Crassostrea gigas'' vanuit Japan en Noord-Amerika ook tot de mogelijkheden behoren (Rincé & Paulmier 1986)<ref name=rince1986> </ref>. De rustcellen worden door de oesters uit het water gefilterd als voedsel en in het spijsverteringskanaal mee getransporteerd met de oesters. Uiteindelijk komt de rustcel in zijn nieuwe leefomgeving vrij via de uitwerpselen (Gollasch 2009)<ref name=gollasch2009> </ref>. Na introductie kunnen de kiezelwieren dan weer een snelle lokale verspreiding kennen door mee te drijven met de heersende zeestromingen (Rincé & Paulmier 1986)<ref name=rince1986> </ref>. <P>
+
Het is onbekend op welke wijze de blauwe zwemkrab in Europa geïntroduceerd werd. Men veronderstelt dat verscheidene onafhankelijke introducties – al dan niet op de zelfde wijze – hebben plaatsgevonden <ref name = Nehring2011> </ref>.<P>
 +
De oorspronkelijke introductie in Frankrijk heeft waarschijnlijk plaatsgevonden door scheepvaart. Mogelijk hebben exemplaren de reis uit Amerika overleefd in een reddingssloep, of in een natte hoek op het schip. Recentere introducties kunnen plaats hebben gevonden via larven die in het ballastwater van schepen verzeild raakten <ref name = Nehring2011> </ref>.
 +
<P>
 
<BR>
 
<BR>
 
<P>
 
<P>
Regel 66: Regel 68:
 
===<span style="color:#00787A">Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien</span>===
  
''Coscinodiscus wailesii'' kan zich in een zeer snel tempo ongeslachtelijk voortplanten. Als er veel voedingsstoffen aanwezig zijn in het water, gebeurt dit explosief en spreekt men van een bloei. Men schat dat de soort zijn gewicht kan verdubbelen in 70 uur tijd.
+
De blauwe zwemkrab is goed bestand tegen schommelende temperaturen en kan overleven in een brede waaier van zoutgehaltes. Eerder werd de soort al gevonden in water met temperaturen van amper 3 °C tot zelfs 35 °C en in vrijwel zoet tot extreem zout water (met een zoutgehalte van 48 PSU) <ref name = 2a> </ref>. De blauwe zwemkrab kan vervellen en zich voortplanten in water met een temperatuur tussen 15 en 30 °C.<P>
''Coscinodiscus wailesii'' kan tot een halve millimeter groot worden, wat groot is voor een soort behorende tot het plantaardig plankton (= fytoplankton). Dit heeft als gevolg dat dit kiezelwier te groot is om opgegeten te kunnen worden door het inheemse dierlijk plankton (=zooplankton; plankton dat zich voedt met andere organismen zoals fytoplankton) (Rick & Dürselen 1995)<ref name=rick1995> </ref>.  
+
Daarenboven zijn het opportunistische alleseters, zodat ze in verschillende habitattypes kunnen overleven. Ze eten vooral schelpdieren, vis, vlokreeften, andere krabben, wormen, stekelhuidigen, organisch afval, algen, vaatplanten en zelfs insecten. De soort kent in zijn prille ontwikkeling vele planktonische larvale stadia. Deze larven kunnen zich makkelijk over grote afstanden verspreiden door simpelweg mee te liften op de zeestromingen of als verstekeling in ballastwater van schepen. Meer dan waarschijnlijk beletten de lage wintertemperaturen bij ons een explosieve toename van deze soort... Toch blijft de blauwe zwemkrab een heel vruchtbaar dier: één wijfje kan – onder gunstige omstandigheden – namelijk tot twee miljoen eitjes per broedsel produceren <ref name = 2a> </ref>.  
Een ander gevolg van zijn massale bloei en grote omvang is dat het in competitie treedt voor ruimte en voedingsstoffen met andere fytoplanktonsoorten en macroalgen (Gollasch 2009)<ref name=gollasch2009> </ref>.
+
Tenslotte heeft dit kiezelwier zijn succes ook te danken aan het feit dat het – in vergelijking met andere kiezelwieren – in mindere mate toxische metalen opstapelt in zijn lichaam en daardoor toleranter is voor hogere metaalconcentraties (zink, koper, lood en cadmium) in zijn omgeving (Rick & Dürselen 1995)<ref name=rick1995> </ref>.  
+
 
+
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 76: Regel 75:
  
 
===<span style="color:#00787A">Factoren die de verspreiding beïnvloeden</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Factoren die de verspreiding beïnvloeden</span>===
Daar dit kiezelwier een planktonische soort is, zullen heersende zeestromingen zijn lokale verspreiding bepalen. Dit verklaart dan ook de snelle uitbreiding van ''Coscinodiscus wailesii'' in Europa sinds zijn introductie in Groot-Brittannië in 1977.
 
  
Deze exoot kan daarenboven transformeren in een resistente rustcel die langer dan 15 maanden aan het donker kan weerstaan. Hierdoor is transport over grote afstanden met ballastwater of in de maag en darmen van oesters mogelijk (Laing & Gollasch 2002)<ref name=laing2002> </ref>.  
+
De veronderstelling dat de blauwe zwemkrab zich in ons studiegebied blijvend heeft gevestigd staat ter discussie. Enerzijds wordt gesuggereerd dat alleen in industrieel koelwater met voldoende hoge temperatuur een stabiele populatie kan worden opgebouwd. Ter hoogte van Doel (België), waar de Schelde wordt opgewarmd door het koelwater van de kerncentrale, is aan deze basisvoorwaarde voldaan. Of het zeewater van de Noordzee echter voldoende warm is voor de ontwikkeling van jonge larven is een open vraag <ref name = 2a> </ref>.  
Een andere belangrijke factor is zijn brede tolerantie voor verschillende milieuomstandigheden. Dit kiezelwier overleeft bij temperaturen tussen 8 en 32°C en in zoutgehaltes van 25 (brak) tot 35 PSU (zout). De soort verdraagt ook goed een wisselende beschikbaarheid van voedingsstoffen (Rincé & Plaumier 1986)<ref name=rince1986> </ref>.  
+
 
 +
Het is opmerkelijk dat er voorlopig nog geen melding gemaakt werd van waarnemingen van jonge dieren <ref name = 2a> </ref>. Dit heeft mogelijk te maken met het verlaagde zoutgehalte in de Zeeschelde. Larven van deze soort zouden immers enkel kunnen opgroeien in water met zoutgehaltes boven de 22 PSU <ref name = Dulcic2011> </ref>. Ter vergelijking, het zoutgehalte van het zeewater is de Noordzee bedraagt ongeveer 35 PSU. De wijfjes zouden zich dan net voordat de eieren uitkomen naar zouter water begeven <ref name = Dulcic2011> </ref>.<P>
 +
 
 +
De groei van krabben is doorgaans sterk afhankelijk van de watertemperatuur en de voedselkwaliteit en -beschikbaarheid. De blauwe zwemkrab heeft in onze streken wellicht het meeste last van de lage watertemperatuur in de winter, waardoor het waarschijnlijk veel moeite kost om zich permanent in de zuidelijke Noordzee te vestigen. Temperaturen lager dan 10 °C belemmeren de ontwikkeling van de geslachtsorganen (gonaden) en verlagen bovendien drastisch de groeisnelheid van de blauwe zwemkrab. Fysiologisch gezien kan de blauwe zwemkrab dan ook enkel groeien bij temperaturen hoger dan 15 °C <ref name = 2a> </ref>.<P>
 +
 
 +
De blauwe zwemkrab is een heel mobiel dier. De omvorming van het achterste paar poten tot ‘peddelachtige’ structuren, zorgen ervoor dat het een goede, actieve zwemmer is. Zo is deze krabbensoort in staat om een afstand van 140 meter te overbruggen in één uur tijd, wat betekent dat exemplaren van deze soort zich razendsnel in een nieuw gebied kunnen verspreiden. Daarnaast kunnen ook de planktonische larven - door passief mee te drijven op de zeestromingen – zich vele kilometers van hun geboortegebied verplaatsen en ook verspreiding via ballastwater in schepen komt voor <ref name = 2a> </ref><ref name = 8a>ICES Advisory Committee on the Marine Environment (2006). Working Group on Introductions and Transfers of Marine Organisms (WGITMO) 16-17 March 2006 Oostende, Belgium. C.M. - International Council for the Exploration of the Sea, CM 2006(ACME:05). ICES: Copenhagen. 330 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=111237 details]</ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 86: Regel 89:
 
===<span style="color:#00787A">Effecten of potentiële effecten en maatregelen</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Effecten of potentiële effecten en maatregelen</span>===
  
Hoewel deze exoot op zich geen toxische soort is, kan het slijm dat de soort massaal produceert wel een impact hebben op mens en omgeving (Laing & Gollasch 2002)<ref name=laing2002> </ref>. Deze omvangrijke slijmlaag wordt gevormd wanneer de beschikbare voedingsstoffen in het water bij een bloei stilaan uitgeput geraken. Het gewicht van dit slijm zorgt ervoor dat de kiezelwieren zinken naar diepere, zeg koudere waterlagen. De lagere temperatuur maakt dat hun stofwisseling op een lager pitje komt te staan en ze minder nood hebben aan voedingsstoffen. Het resultaat is een dikke slijmlaag die visnetten verstopt en aanklit op ander vismateriaal (Boalch & Harbour 1977)<ref name=boalch1977> </ref>.
+
Krabben hebben de eigenschap de aantallen van andere soorten binnenin hun leefgebied te controleren. Dit is vooral het geval voor jonge schelp-, mossel- en oesterpopulaties. Wanneer het krabbenbestand explosief toeneemt, kan dit leiden tot sterke verschuivingen in een ecosysteem, wat dan op zijn beurt een negatieve impact heeft op belangrijke visserijsoorten. Voorlopig is een dergelijk ecosysteemeffect als gevolg van de blauwe zwemkrab in onze wateren nog niet waargenomen, waarschijnlijk omdat hun aantallen in onze streken relatief laag zijn.<P>
Voor bodemorganismen is deze dikke slijmlaag op de zeebodem zeer hinderlijk. Bij het afbreken ervan door bacteriën, ontstaan lokaal zuurstofloze condities (Manabe & Ishio 1991)<ref name=manabe1991>Manabe, T.; Ishio, S. (1991). Bloom of Coscinodiscus wailesii and DO deficit of bottom water in Seto Island Sea. Marine Pollution Bulletin 23:181-184. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=142946 details$ </ref>. Tijdens een massale bloei van ''Coscinodiscus wailesii'' zijn ook de organismen (voornamelijk fytoplanktonsoorten en macrowieren) uit de open waterkolom bedreigd, omwille van competitie voor ruimte en voedsel (Gollasch 2009)<ref name=gollasch2009> </ref>.
+
Ook in andere streken waar de blauwe zwemkrab niet-inheems voorkomt – zelfs in het Middellandse Zeegebied waar de soort reeds decennia permanent gevestigd is – werden er nog geen effecten van deze krab op het ecosysteem vastgesteld. Mogelijk heeft dit te maken met een gebrek aan onderzoek <ref name = Nehring2011> </ref>.<P>
 
+
Omdat de blauwe zwemkrab gegeten kan worden, is de commerciële exploitatie een logische stap wanneer de populaties te groot zouden worden. Deze maatregel bleek reeds succesvol in Griekenland, waar de visserij de populatie decimeerde <ref name = Nehring2011> </ref>. Hiernaast brengt de krab ook economische schade toe aan de visserij. De blauwe zwemkrab beschadigt immers de netten en de vissen erin verstrikt raken <ref name = Dulcic2011> </ref>. Ook kan de krab mogelijk tot volksgezondheidsproblemen leiden, omdat de krab een potentiële drager is van de Vibrio cholerae bacterie die verantwoordelijk is voor cholera-epidemies <ref name = Nehring2011> </ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 94: Regel 97:
  
 
===<span style="color:#00787A">Specifieke kenmerken</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Specifieke kenmerken</span>===
 
+
De wetenschappelijke naam van de blauwe zwemkrab ''Callinectes sapidus'' is eigenlijk een samentrekking van een Grieks en een Latijns woord. “Callinectes” komt uit het Grieks en betekent "mooie zwemmer" en “sapidus” is afkomstig uit het Latijn en betekent "smakelijk".<P>
Kiezelwieren, ook wel diatomeeën genoemd, zijn eencellige wieren en enkel microscopisch te bestuderen. Ze hebben een extern kiezelskelet (van siliciumdioxide) dat bestaat uit twee helften die als een doos en deksel in elkaar passen, met daar tussenin enkele zogenaamde gordelbanden. De twee helften worden de ‘schaaltjes’ genoemd (valvae). De schaaltjes hebben variabele vormen en ornamentaties en worden daarom gebruikt om soorten van elkaar te onderscheiden (Van der Werff 1958)<ref name=werff1958>Van der Werff, A. (1958). Kiezelwieren. Het Zeepaard 18(2): 19-22. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=114551 details] </ref>. ''Coscinodiscus wailesii'' is één van de grotere kiezelwieren, wel tot een halve millimeter diameter (Gollasch 2009)<ref name=gollasch2009> </ref>. Kenmerkend voor deze soort is dat de schalen cirkelvormig en gestreept zijn (Laing & Gollasch 2009: figuur).<P>
+
De krab is gemakkelijk herkenbaar aan de typische blauwe kleur van de looppoten, de oranje-blauwe kleur van de scharen en de grote, laterale stekels. Het rugschild of carapax kan in doorsnede maximaal 22,3 centimeter worden bij de mannetjes en 17,5 centimeter bij de vrouwtjes <ref name = 2a> </ref>.
 +
<P>
 
<BR>
 
<BR>
 
<P>
 
<P>
Regel 101: Regel 105:
 
===<span style="color:#00787A">Weetjes</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Weetjes</span>===
  
====<span style="color:#00787A">''Krimpen diatomeeën?''</span>====
+
====<span style="color:#00787A">''Eten en gegeten worden''</span>====
 
+
Bij de ongeslachtelijke voortplanting worden een nieuw ‘doosje’ en ‘dekseltje’ gevormd binnen de moedercel. Dit heeft tot gevolg dat na de celdeling twee nieuwe cellen van ongelijke grootte ontstaan. Binnenin de moedercel worden twee nieuwe schaaltjes gevormd. De schaaltjes van de moedercel worden nu de nieuwe dekseltjes, terwijl de nieuwgevormde schaaltjes de nieuwe doosjes vormen. Een van de nieuwe cellen (die met het oorspronkelijke dekseltje van de moedercel en een nieuw doosje) is even groot als de moedercel. Het andere individu bestaat uit het oorspronkelijke doosje van de moedercel (dat nu het dekseltje van de nieuwe cel vormt) en een nieuwgevormd doosje. Hierdoor is deze cel kleiner is dan de moedercel. Met als gevolg dat bij elke deling een deel van de populaties alsmaar kleiner worden, tot ze op een bepaald moment niet meer leefbaar zijn. Af en toe wordt aan geslachtelijke voortplanting gedaan, waardoor de dochtercel ongelimiteerd kan groeien en de diatomeeën opnieuw hun oorspronkelijke grootte bereiken (Mennema 1958  figuur)<ref name=mennema1958>Mennema, J. (1958). De voortplanting van de kiezelwieren. Het Zeepaard 18(6-7): 85-88. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=114658 details] </ref>.
+
 
+
====<span style="color:#00787A">''Met ‘ups’ en ‘downs’ doorheen het jaar''</span>====
+
 
+
Doorheen het jaar komt de exotische diatomee ''Coscinodiscus wailesii'' in grotere en mindere mate voor. Dit hangt samen met de beschikbaarheid van de voedingstoffen, wat op zijn beurt weer afhankelijk is van de temperatuur, wind en diepte van het water.
+
Wanneer de zon inwerkt op een watermassa zullen de bovenste lagen warmer worden. Warm zeewater is lichter en zal bovenop de koudere lagen blijven drijven. Hoe warmer, en dus hoe lichter de bovenste laag zeewater; hoe minder het met de diepere lagen zal mengen. De wind heeft een tegenovergesteld effect en zorgt ervoor dat de lagen gaan vermengen. Wanneer het temperatuurverschil van de waterlagen kleiner is, zal het effect van de wind groter zijn en zullen de waterlagen dieper vermengen. Bij het mengen zullen eerder gezonken (voedsel)deeltjes en op en in de bodem gerecycleerde voedingsstoffen terug in de bovenste waterlagen terechtkomen. Wieren, en ook de diatomee ''Coscinodiscus wailesii'' profiteren daarvan en zullen op deze momenten een explosieve groei kennen.
+
In de zuidelijke Noordzee is het temperatuurverschil tussen de waterlagen kleiner tijdens de lente en de herfst, waardoor de wind de waterlagen kan mengen en de gezonken voedseldeeltjes weer in de bovenste waterlagen komen. Hier zijn deze beter beschikbaar voor het fytoplankton, dat daardoor in de zuidelijke Noordzee tijdens de lente en de herfst vaker een bloei zal kennen dan in de zomer (Edwards et al. 2001)<ref name=edwards2001> </ref>.
+
  
 +
In Amerika is de soort van groot commercieel belang <ref name = 9a>Rappé, G. (1985). Vestigt de blauwe zwemkrab, ''Callinectes sapidus'' zich blijvend in de Zuidelijke Noordzee? De Strandvlo 5(1): 8-11. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=18185 details]</ref>. Het is de meest gegeerde krabbensoort aan de oostkust van de Verenigde Staten, met een nationale jaaromzet tot 35 000 ton. Vooral de zachte, pas vervelde exemplaren zijn erg in trek omdat deze in hun geheel kunnen gegeten worden, waarbij men dan spreekt van “soft shell crabs” <ref name = 2a> </ref>. Ook exemplaren die op het punt staan te vervellen zijn in trek, omdat deze “peeler crabs” makkelijk gepeld kunnen worden <ref name = Dulcic2011> </ref>.
 +
Op Europese stranden werden ook al resten gevonden van gekookte individuen, maar hier gaat het dan om kombuisafval afkomstig van schepen.
 +
<P>
 +
<BR>
 +
<P>
 +
===<span style="color:#00787A">Hoe verwijzen naar deze pagina?</span>===
 +
{{Kader5|
 +
SoortnaamNL=Blauwe zwemkrab |
 +
SoortnaamLt=Callinectes sapidus|
 +
Naamlector=Cédric d'Udekem d'Acoz|
 +
refid=210388|
 +
}}
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 121: Regel 129:
  
  
[[Category:Algen en wieren]]
+
[[Category:Geleedpotigen]]
 
[[Category:Niet-inheemse soorten van het Belgisch deel van de Noordzee en aanpalende estuaria ]]
 
[[Category:Niet-inheemse soorten van het Belgisch deel van de Noordzee en aanpalende estuaria ]]

Huidige versie van 26 jan 2012 om 12:10

Blauwe zwemkrab
De blauwe zwemkrab Callinectes sapidus is een krabbensoort die van nature voorkomt langs de Atlantische kust van Amerika. Het is een bewoner van ondiepe riviermondingen, waarbij de wijfjes enkel naar zee trekken om hun eitjes te leggen. Na het uitkomen van de eitjes migreren de jonge krabben vervolgens naar estuaria. In België werd in 1981 één dood exemplaar aangetroffen in het koelwatersysteem van een fabriek te Antwerpen en in 1993 werd in de Zeeschelde een eerste levend exemplaar aangetroffen in het koelwatersysteem van de kerncentrale van Doel. Meer dan waarschijnlijk beletten de lage wintertemperaturen bij ons een explosieve toename van deze soort...
Callinectes sapidus .jpg
Foto: Wendy Kaveney




Wetenschappelijke naam

Callinectes sapidus Rathbun, 1896


Oorspronkelijke verspreiding

De blauwe zwemkrab Callinectes sapidus is een krabbensoort die van nature voorkomt langs de Atlantische kusten van Amerika, namelijk van Nova Scotia in het noorden tot aan Uruguay in het zuiden [1][2]. De volwassen blauwe zwemkrab is een bewoner van ondiepe wateren in riviermondingen en estuaria, en kan voorkomen tot op een diepte van 35 meter. Na paring trekken de wijfjes naar zee om eieren te leggen en de jonge krabben migreren vervolgens vanuit zee naar het estuarium [2].


Eerste waarneming in België

De eerste melding van de blauwe zwemkrab in het studiegebied dateert van 1950, toen er 2 gekookte exemplaren in de Nederlandse Westerschelde nabij Vlissingen werden aangetroffen. Daar het waarschijnlijk exemplaren waren die vanop schepen overboord gegooid werden, gaat het hier nog niet om een waarneming [3]. Deze kwam er op 4 september 1973 toen er nabij Terneuzen (eveneens in de Westerschelde) een levend mannetje werd waargenomen [4].

In België werd in 1981 één dood exemplaar aangetroffen in het koelwatersysteem van de Bayerfabriek te Antwerpen [4]. In oktober 1993 werd in de Schelde een eerste levend (mannelijk) exemplaar aangetroffen in het koelwatersysteem van de kerncentrale van Doel [5].

Als eerste officiële waarneming in België geldt dus: oktober 1993 in Doel.


Verspreiding in België

Voor de Belgische kust werd de soort gerapporteerd aan zowel de west- (Oostduinkerke) als de oostkust (Knokke-Heist). Kustvissers komen deze soort regelmatig tegen. In 2004 brachten ze verscheidene exemplaren naar het Oostendse aquarium en zelfs een levend wijfje met eitjes naar het Sea Life Center in Blankenberge [6]. In 2006 werden door garnalenvissers eveneens enkele wijfjes met eitjes gevangen [7].

De vele meldingen van deze soort voor onze kust doet sommige wetenschappers vermoeden dat de blauwe zwemkrab permanent voorkomt in sommige havens en/of riviermondingen [7][8].

Na 1993, werd de soort verscheidene malen gemeld aan de Zeeschelde [9], zo ook nog in 2011 [10]. Men vermoedt dan ook dat in Zeeschelde, nabij Antwerpen, er zich een populatie gevestigd heeft [11]. Deze populatie is mogelijk verbonden met de gevestigde populatie in de Nederlandse Westerschelde [12].


Verspreiding in onze buurlanden

De laatste decennia is de blauwe zwemkrab succesvol geïntroduceerd op verschillende plaatsen in Europa en Azië, soms per ongeluk en soms opzettelijk.

De eerste Europese melding dateert van 1900 [13], toen een mannelijk exemplaar werd gevonden in de haven van Rochefort (zuidwesten van Frankrijk). De volgende waarneming in Frankrijk liet echter 60 jaar op zich wachten, tot een pladijsvisser op 16 september 1960 de soort bovenhaalde uit het Gironde-estuarium nabij Bordeaux [14]. Meer recent werd de blauwe zwemkrab vooral in en rond de Seine (Noord-Frankrijk) waargenomen. De lage aantallen langs de Franse kusten doen vermoeden dat hier geen gevestigde populatie voorkomt [12].

In Nederland werd de soort voor het eerst waargenomen in 1932, en tot aan 1989 waren er 22 meldingen van deze krab bekend in Nederland, vooral uit de Westerschelde en de Waddenzee [4]. In de Amsterdamse en Rotterdamse havens worden er sinds 1995 elk jaar exemplaren aangetroffen. De eerste waarneming uit de Oosterschelde dateert van 2002 [12].

De blauwe zwemkrab werd eveneens aangetroffen in Denemarken (de Sont bij Kopenhagen), Duitsland (het Elbe-estuarium), Spanje (het Guadalquivir-estuarium) en Engeland (de Theems) [4][12].

Deze krabbensoort heeft ook zich permanent gevestigd in diverse landen rond de Middellandse Zee. Vooral in het oostelijk deel van de Middellandse Zee was de komst van deze krab nogal overdonderend. In Griekenland kon de blauwe zwemkrab zich tijdens de jaren 1930 vestigen, waarna hij snel uitgroeide tot een populaire soort op de plaatselijke markt. Tijdens de jaren 1960 leidde overbevissing samen met vervuiling tot het ineenstorten van de populatie. Anno 2011 bestaat er nog steeds een gedecimeerde populatie langs de oostelijke kusten van Griekenland [12] en in de Adriatische Zee [15].

Het patroon in de West-Europese waarnemingen stemt overeen met dat in Amerikaanse wateren: in beide gebieden verblijft de soort tijdens de zomer in brak water, om zich dan in de winter richting zee te verplaatsen en zich te gaan voortplanten in dieper en zouter water.


Wijze van introductie

Het is onbekend op welke wijze de blauwe zwemkrab in Europa geïntroduceerd werd. Men veronderstelt dat verscheidene onafhankelijke introducties – al dan niet op de zelfde wijze – hebben plaatsgevonden [12].

De oorspronkelijke introductie in Frankrijk heeft waarschijnlijk plaatsgevonden door scheepvaart. Mogelijk hebben exemplaren de reis uit Amerika overleefd in een reddingssloep, of in een natte hoek op het schip. Recentere introducties kunnen plaats hebben gevonden via larven die in het ballastwater van schepen verzeild raakten [12].


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

De blauwe zwemkrab is goed bestand tegen schommelende temperaturen en kan overleven in een brede waaier van zoutgehaltes. Eerder werd de soort al gevonden in water met temperaturen van amper 3 °C tot zelfs 35 °C en in vrijwel zoet tot extreem zout water (met een zoutgehalte van 48 PSU) [2]. De blauwe zwemkrab kan vervellen en zich voortplanten in water met een temperatuur tussen 15 en 30 °C.

Daarenboven zijn het opportunistische alleseters, zodat ze in verschillende habitattypes kunnen overleven. Ze eten vooral schelpdieren, vis, vlokreeften, andere krabben, wormen, stekelhuidigen, organisch afval, algen, vaatplanten en zelfs insecten. De soort kent in zijn prille ontwikkeling vele planktonische larvale stadia. Deze larven kunnen zich makkelijk over grote afstanden verspreiden door simpelweg mee te liften op de zeestromingen of als verstekeling in ballastwater van schepen. Meer dan waarschijnlijk beletten de lage wintertemperaturen bij ons een explosieve toename van deze soort... Toch blijft de blauwe zwemkrab een heel vruchtbaar dier: één wijfje kan – onder gunstige omstandigheden – namelijk tot twee miljoen eitjes per broedsel produceren [2].


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

De veronderstelling dat de blauwe zwemkrab zich in ons studiegebied blijvend heeft gevestigd staat ter discussie. Enerzijds wordt gesuggereerd dat alleen in industrieel koelwater met voldoende hoge temperatuur een stabiele populatie kan worden opgebouwd. Ter hoogte van Doel (België), waar de Schelde wordt opgewarmd door het koelwater van de kerncentrale, is aan deze basisvoorwaarde voldaan. Of het zeewater van de Noordzee echter voldoende warm is voor de ontwikkeling van jonge larven is een open vraag [2].

Het is opmerkelijk dat er voorlopig nog geen melding gemaakt werd van waarnemingen van jonge dieren [2]. Dit heeft mogelijk te maken met het verlaagde zoutgehalte in de Zeeschelde. Larven van deze soort zouden immers enkel kunnen opgroeien in water met zoutgehaltes boven de 22 PSU [15]. Ter vergelijking, het zoutgehalte van het zeewater is de Noordzee bedraagt ongeveer 35 PSU. De wijfjes zouden zich dan net voordat de eieren uitkomen naar zouter water begeven [15].

De groei van krabben is doorgaans sterk afhankelijk van de watertemperatuur en de voedselkwaliteit en -beschikbaarheid. De blauwe zwemkrab heeft in onze streken wellicht het meeste last van de lage watertemperatuur in de winter, waardoor het waarschijnlijk veel moeite kost om zich permanent in de zuidelijke Noordzee te vestigen. Temperaturen lager dan 10 °C belemmeren de ontwikkeling van de geslachtsorganen (gonaden) en verlagen bovendien drastisch de groeisnelheid van de blauwe zwemkrab. Fysiologisch gezien kan de blauwe zwemkrab dan ook enkel groeien bij temperaturen hoger dan 15 °C [2].

De blauwe zwemkrab is een heel mobiel dier. De omvorming van het achterste paar poten tot ‘peddelachtige’ structuren, zorgen ervoor dat het een goede, actieve zwemmer is. Zo is deze krabbensoort in staat om een afstand van 140 meter te overbruggen in één uur tijd, wat betekent dat exemplaren van deze soort zich razendsnel in een nieuw gebied kunnen verspreiden. Daarnaast kunnen ook de planktonische larven - door passief mee te drijven op de zeestromingen – zich vele kilometers van hun geboortegebied verplaatsen en ook verspreiding via ballastwater in schepen komt voor [2][16].


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

Krabben hebben de eigenschap de aantallen van andere soorten binnenin hun leefgebied te controleren. Dit is vooral het geval voor jonge schelp-, mossel- en oesterpopulaties. Wanneer het krabbenbestand explosief toeneemt, kan dit leiden tot sterke verschuivingen in een ecosysteem, wat dan op zijn beurt een negatieve impact heeft op belangrijke visserijsoorten. Voorlopig is een dergelijk ecosysteemeffect als gevolg van de blauwe zwemkrab in onze wateren nog niet waargenomen, waarschijnlijk omdat hun aantallen in onze streken relatief laag zijn.

Ook in andere streken waar de blauwe zwemkrab niet-inheems voorkomt – zelfs in het Middellandse Zeegebied waar de soort reeds decennia permanent gevestigd is – werden er nog geen effecten van deze krab op het ecosysteem vastgesteld. Mogelijk heeft dit te maken met een gebrek aan onderzoek [12].

Omdat de blauwe zwemkrab gegeten kan worden, is de commerciële exploitatie een logische stap wanneer de populaties te groot zouden worden. Deze maatregel bleek reeds succesvol in Griekenland, waar de visserij de populatie decimeerde [12]. Hiernaast brengt de krab ook economische schade toe aan de visserij. De blauwe zwemkrab beschadigt immers de netten en de vissen erin verstrikt raken [15]. Ook kan de krab mogelijk tot volksgezondheidsproblemen leiden, omdat de krab een potentiële drager is van de Vibrio cholerae bacterie die verantwoordelijk is voor cholera-epidemies [12].


Specifieke kenmerken

De wetenschappelijke naam van de blauwe zwemkrab Callinectes sapidus is eigenlijk een samentrekking van een Grieks en een Latijns woord. “Callinectes” komt uit het Grieks en betekent "mooie zwemmer" en “sapidus” is afkomstig uit het Latijn en betekent "smakelijk".

De krab is gemakkelijk herkenbaar aan de typische blauwe kleur van de looppoten, de oranje-blauwe kleur van de scharen en de grote, laterale stekels. Het rugschild of carapax kan in doorsnede maximaal 22,3 centimeter worden bij de mannetjes en 17,5 centimeter bij de vrouwtjes [2].


Weetjes

Eten en gegeten worden

In Amerika is de soort van groot commercieel belang [17]. Het is de meest gegeerde krabbensoort aan de oostkust van de Verenigde Staten, met een nationale jaaromzet tot 35 000 ton. Vooral de zachte, pas vervelde exemplaren zijn erg in trek omdat deze in hun geheel kunnen gegeten worden, waarbij men dan spreekt van “soft shell crabs” [2]. Ook exemplaren die op het punt staan te vervellen zijn in trek, omdat deze “peeler crabs” makkelijk gepeld kunnen worden [15]. Op Europese stranden werden ook al resten gevonden van gekookte individuen, maar hier gaat het dan om kombuisafval afkomstig van schepen.


Hoe verwijzen naar deze pagina?

VLIZ Alien Species Consortium (2011). Blauwe zwemkrab – Callinectes sapidus. Niet-inheemse soorten van het Belgisch deel van de Noordzee en aanpalende estuaria. Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Geraadpleegd op 29-08-2014. Beschikbaar op
http://www.vliz.be/wiki/Lijst_niet-inheemse_soorten_Belgisch_deel_Noordzee_en_aanpalende_estuaria


Lector: Cédric d'Udekem d'Acoz
VLIZ Alien Species Consortium: http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=project&proid=2170
Deze fiche (versie 2011) is ook als pdf beschikbaar op http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=210388


Geraadpleegde bronnen

  1. Christiansen, M.E. (1969). Crustacea Decapoda Brachyura. Marine invertebrates of Scandinavia, 2. Universitetsforlaget: Oslo. 143 pp. details
  2. 2,0 2,1 2,2 2,3 2,4 2,5 2,6 2,7 2,8 2,9 Adema, J.P.H.M. (1984). De Blauwe zwemkrab, Callinectes sapidus Rathbun, 1896, in: [S.a.] Vita Marina Zeebiol. Doc. Geleedpotigen. Vita Marina Zeebiologische Documentatie: zeebiologie, zeeaquariologie, malacologie, : pp. 67-70. details
  3. den Hartog, C.; Holthuis, L.B. (1951). De Noord-Amerikaanse "Blue Crab" in Nederland De Levende Natuur 54: 121-125. details
  4. 4,0 4,1 4,2 4,3 Adema, J.P.H.M. (1991). De krabben van Nederland en Belgie (Crustacea, Decapoda, Brachyura). Nationaal Natuurhistorisch Museum: Leiden. ISBN 90-73239-02-8. 244 pp. details
  5. Van Damme, P.; Maes, J. (1993). De Blauwe Zwemkrab Callinectes sapidus Rathbun, 1896 in de Westerschelde (België) De Strandvlo 13(4): 120-121. details
  6. Kerckhof, F.; Haelters, J. (2005). Enkele opmerkelijke waarnemingen en strandingen in 2004 en 2005 De Strandvlo 25(3-4): 101-105. details
  7. 7,0 7,1 Kerckhof, F. (2007). National report Belgium, 2006, in: ICES (2007). Report of the Working Group on Introductions and Transfers of Marine Organisms (WGITMO) 21-23 March 2007 Dubrovnik, Croatia. C.M. - International Council for the Exploration of the Sea, 2007(ACME:05): pp. 44-48. details
  8. Kerckhof, F.; Haelters, J.; Gollasch, S. (2007). Alien species in the marine and brackish ecosystem: the situation in Belgian waters Aquat. Invasions 2(3): 243-257. details
  9. Van den Neucker T., Stevens M., Breine J. & Coeck J. (in voorbereiding). De blauwe zwemkrab blijft zeldzaam in de Zeeschelde. De Strandvlo xx:xx-xx.
  10. Waarnemingen afkomstig van Waarnemingen.be, een initiatief van Natuurpunt Studie vzw en de Stichting Natuurinformatie. Blauwe Zwemkrab - Callinectes sapidus. online beschikbaar, geraadpleegd op 10-11-2011.
  11. Kerckhof, F. (2001). National report for Belgium, in: ICES Advisory Committee on the Marine Environment (2001). Report of the Working Group on Introductions and Transfers of Marine Organisms, Barcelona, Spain 21–23 March 2001. C.M. - International Council for the Exploration of the Sea, CM 2001(ACME: 08): pp. 24-26. details
  12. 12,0 12,1 12,2 12,3 12,4 12,5 12,6 12,7 12,8 12,9 Nehring, S. (2011). Invasion history and success of the American blue crab Callinectes sapidus in European and adjacent waters , in: Galil, B.S. et al. (Ed.) (2011). In the wrong place - alien marine crustaceans: Distribution, biology and impacts. Invading Nature - Springer Series in Invasion Ecology, 6: pp. 607-624. details
  13. Bouvier, E.L. (1901). Sur un Callinectes sapidus M. Rathbun trouvé à Rochefort Bulletin du Muséum d'histoire naturelle 7: 16-17. details
  14. Holthuis, L.B. (1969). Enkele interessante Nederlandse Crustacea. Bijdragen tot de faunistiek van Nederland I Zoologische Bijdragen 11: 34-48, pl. I. details
  15. 15,0 15,1 15,2 15,3 15,4 Dulcic, J.; Tutman, P.; Matic-Skoko, S.; Glamuzina, B. (2011). Six years from first record to population establishment: The case of the blue crab, Callinectes sapidus Rathbun, 1896 (Brachyura, Portunidae) in the Neretva river delta (South-eastern Adriatic Sea, Croatia) Crustaceana 84(10): 1211-1220. details
  16. ICES Advisory Committee on the Marine Environment (2006). Working Group on Introductions and Transfers of Marine Organisms (WGITMO) 16-17 March 2006 Oostende, Belgium. C.M. - International Council for the Exploration of the Sea, CM 2006(ACME:05). ICES: Copenhagen. 330 pp. details
  17. Rappé, G. (1985). Vestigt de blauwe zwemkrab, Callinectes sapidus zich blijvend in de Zuidelijke Noordzee? De Strandvlo 5(1): 8-11. details