VLAAMS INSTITUUT VOOR DE ZEE
PLATFORM VOOR MARIEN ONDERZOEK


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen


Elegante honingvlokreeft: verschil tussen versies

Uit Kust Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 2: Regel 2:
  
 
{{Nietinheemse|Naam=<span style="color:#FFFFFF">Elegante honingvlokreeft</span>
 
{{Nietinheemse|Naam=<span style="color:#FFFFFF">Elegante honingvlokreeft</span>
|abstract=[[Image:Melita nitida.jpg|left|215px|]]<div style="float:right;width:61%">
+
|abstract=[[Image:Melita nitida.jpg|left|218px|]]<div style="float:right;width:60%">
 
De elegante honingvlokreeft ''Melita nitida'' was oorspronkelijk enkel terug te vinden langs de oost- en westkusten van Noord-Amerika. Via scheepvaart (op scheepsrompen of in het ballastwater) kwam de soort naar Europa, waar hij voor het eerst opgemerkt werd in de Nederlandse Westerschelde in 1998. Dit niet-inheemse vlokreeftje werd voor het eerst in België waargenomen in 2003, in het Schelde-estuarium ter hoogte van Doel. Opmerkelijk is dat dit vlokreeftje vooral voorkomt onder Japanse oesters ''Crassostrea gigas'' en onder stenen: plekken die door inheemse vlokreeften minder bevolkt worden.</div>
 
De elegante honingvlokreeft ''Melita nitida'' was oorspronkelijk enkel terug te vinden langs de oost- en westkusten van Noord-Amerika. Via scheepvaart (op scheepsrompen of in het ballastwater) kwam de soort naar Europa, waar hij voor het eerst opgemerkt werd in de Nederlandse Westerschelde in 1998. Dit niet-inheemse vlokreeftje werd voor het eerst in België waargenomen in 2003, in het Schelde-estuarium ter hoogte van Doel. Opmerkelijk is dat dit vlokreeftje vooral voorkomt onder Japanse oesters ''Crassostrea gigas'' en onder stenen: plekken die door inheemse vlokreeften minder bevolkt worden.</div>
 
Foto: Marco Faasse (<span class="plainlinks">[http://www.acteon.nl/ www.acteon.nl]</span>)
 
Foto: Marco Faasse (<span class="plainlinks">[http://www.acteon.nl/ www.acteon.nl]</span>)

Versie van 21 nov 2011 om 10:44

Category:Revision


Elegante honingvlokreeft
Melita nitida.jpg
De elegante honingvlokreeft Melita nitida was oorspronkelijk enkel terug te vinden langs de oost- en westkusten van Noord-Amerika. Via scheepvaart (op scheepsrompen of in het ballastwater) kwam de soort naar Europa, waar hij voor het eerst opgemerkt werd in de Nederlandse Westerschelde in 1998. Dit niet-inheemse vlokreeftje werd voor het eerst in België waargenomen in 2003, in het Schelde-estuarium ter hoogte van Doel. Opmerkelijk is dat dit vlokreeftje vooral voorkomt onder Japanse oesters Crassostrea gigas en onder stenen: plekken die door inheemse vlokreeften minder bevolkt worden.
Foto: Marco Faasse (www.acteon.nl)




Wetenschappelijke naam

Melita nitida Smith, 1873


Oorspronkelijke verspreiding

Het oorspronkelijk verspreidingsgebied van de elegante honingvlokreeft strekt zich uit langs de Atlantische - van de Golf van St. Lawrence (Canada) tot het Yucatan schiereiland (Mexico) - en de Pacifische kusten van Noord-Amerika - van Straat van Georgia in Canada tot Elkhorn Slough in California [1].

Mogelijk ligt de oorsprong van dit vlokeeftje enkel aan de oostkust van Noord-Amerika en werd het geïntroduceerd in de westkust door de massale invoer van de Amerikaanse oester Crassostrea virginica voor aquacultuur [1].


Eerste waarneming in België

De eerste waarneming van het elegante honingvlokreeftje in het studiegebied was tevens de eerste waarneming van de soort in Europa. Op 13 oktober 1998 werd in het brakke deel van de Nederlandse Westerschelde nabij Bath een vlokreeftje aangetroffen, dat oorspronkelijk als Melita sp. gedetermineerd werd [2]. Later bleek dat het hier om de elegante honingvlokreeft Melita nitida ging [3].

Waarnemingen in de Belgische Zeeschelde lieten tot 2003 op zich wachten, toen de elegante honingvlokreeft werd waargenomen ter hoogte van Oude Doel (ten noorden van Doel) [4].


Verspreiding in België

In ons studiegebied werden na de eerste waarneming in de Nederlandse Westerschelde nabij Bath in 1998 ook exemplaren van deze exoot aangetroffen bij Walsoorden in 1999, bij Baarland in 2000 [1]. Stroomopwaarts verscheen de soort in 2003 voorbij de Belgische grens nabij Doel en werd hier in 2004, net als in Fort Liefkenshoek opnieuw waargenomen [4]. In dit beperkt verspreidingsgebied worden relatief grote hoeveelheden van deze exoot gevonden [1].

In het najaar van 2009 werd de elegante vlokreeft aangetroffen in het verbindingsdok in Zeebrugge [5]. Het bleek hier slechts om twee individuen te gaan over een totaal van 43 stalen in de havens van Oostende, Nieuwpoort, Blankenberge en Zeebrugge. Dit wijst erop erop dat de soort maar in beperkte mate en in zeer lage dichtheden voorkomt in de Belgische kusthavens [5].


Verspreiding in onze buurlanden

In Nederland werd dit vlokreeftje, naast de Westerschelde, ook geregistreerd in het Noordzeekanaal – dat Amsterdam met de Noordzee verbindt – ter hoogte van IJmuiden en in de Nieuwe Waterweg: de artificiële monding van de Rijn die Rotterdam met de Noordzee verbindt [6]. In maart van 2010 werden in het brakke deel van het Kielerkanaal in Duitsland een aantal exemplaren van dit vlokreeftje gevonden op artificieel hard substraat [6].


Wijze van introductie

Het elegant honingvlokreeftje heeft waarschijnlijk de Westerschelde bereikt vanuit Noord-Amerika, vastgehecht aan scheepsrompen of via ballastwater [1]. Na de introductie, maakt de goede zwemcapaciteit van volwassen exemplaren de actieve verspreiding van deze exoot mogelijk [7].


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

De verspreiding van het elegant honingvlokreeftje in de Westerschelde wordt voornamelijk begunstigd door de aanwezigheid aan harde substraten zoals stenen oeverversterkingen en kaaimuren. Oesters die zich op deze substraten bevestigen creëren vervolgens de ideale habitat voor deze exoot [1].


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

De hoge tolerantiegraad en het grote aanpassingsvermogen van het elegant honingvlokreeftje zorgen ervoor dat het zich praktisch overal succesvol kan vestigen. De exoot wordt aangetroffen in brak water met zoutgehaltes van 3 tot 20 PSU (en uitzonderlijk tot 30 PSU) en watertemperaturen tot 32 °C [1]. Ter vergelijking: het zeewater van de Noordzee heeft een zoutgehalte van ongeveer 35 PSU.

Daarenboven komt de soort voor in een wijd spectrum van habitats, variërend van moerassen in intergetijdengebieden en modderige rivierbodems tot harde substraten onder de laagwaterlijn [1][6]. Deze exoot kan zich probleemloos vestigen in vervuilde wateren gekenmerkt door lage zuurstofconcentraties [7]. Opmerkelijk is dat het elegant honingvlokreeftje bij ons voornamelijk verzameld werd in spleten tussen Japanse oesters Crassostrea gigas en het substraat waaraan deze zijn vastgehecht [1].


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

De elegante honingvlokreeft (ongeveer 12 millimeter groot [8]) komt in onze streken voor samen met twee inheemse vlokreeftjes; de grotere sprinkhaanvlokreeft Gammarus locusta (tot 30 millimeter groot [9]) en de sterk verwante soort Melita palmata (tot 16 millimeter groot [10]).

Voorlopig werd er nog geen competitie waargenomen met de inheemse soorten, maar mogelijks komt hier verandering in als het verspreidingsgebied van de exoot groter wordt en de aantallen stijgen [1]. De permanente vestiging van het elegant honingvlokreeftje in nieuwe gebieden wijst er immers op dat dit een robuuste en sterk competitieve soort is. Aan de andere kant kan competitie mogelijk toch beperkt blijven doordat het elegant honingvlokreeftje zich bij ons voornamelijk vestigt in een niche – in de spleten tussen oesters en stenen – dat niet door de inheemse soorten ingenomen wordt [1].


Specifieke kenmerken

Exemplaren van deze soort zijn meestal voorzien van grijsbruine, soms groene dwarsbanden op lichaam, poten en antennen. Met het blote oog is het elegant honingvlokreeftje moeilijk te onderscheiden van andere vlokreeftsoorten zoals Melita palmata [3]. Met een microscoop kunnen kleine stekels langs de zijkanten van zijn schild worden waargenomen. Deze zijn uniek voor het elegante honingvlokreeftje [1].


Geraadpleegde bronnen

  1. 1,00 1,01 1,02 1,03 1,04 1,05 1,06 1,07 1,08 1,09 1,10 1,11 Faasse, M.; Van Moorsel, G. (2003). The North-American amphipods, Melita nitida Smith, 1873 and Incisocalliope aestuarius (Watling and Maurer, 1973) (Crustacea: Amphipoda: Gammaridea), introduced to the western Scheldt estuary (The Netherlands) Aquat. Ecol. 37(1): 13-22. details
  2. van Moorsel, G.W.N.M.; Waardenburg, H.W. (1999). De sublitorale begroeiing van de geulwandverdediging bij Bath in de Westerschelde in 1998. Bureau Waardenburg Rapport, 99.02. Bureau Waardenburg: Culemborg. 39 pp. details
  3. 3,0 3,1 Faasse, M.; Van Moorsel, G. (2000). Nieuwe en minder bekende vlokreeftjes van sublitorale harde bodems in het Deltagebied (Crustacea: Amphipoda: Gammaridea) Ned. Faunist. Meded. 11: 19-44. details
  4. 4,0 4,1 Persoonlijke mededeling door Marco Faasse 2011.
  5. 5,0 5,1 Boets, P.; Lock, K.; Goethals, P.L.M. (2011). Assessing the importance of alien macro-Crustacea (Malacostraca) within macroinvertebrate assemblages in Belgian coastal harbours Helgol. Mar. Res. Online First: 13 pp.details
  6. 6,0 6,1 6,2 Reichert, K. (2011). First record of the Atlantic gammaridean amphipod Melita nitida Smith, 1873 (Crustacea) from German waters (Kiel Canal) Aquat. Invasions 6(1): 103-108. details
  7. 7,0 7,1 Cadien, D.B. (2005). Hadzioidea of the NEP (Equator to Aleutians, intertidal to abyss): a review. (revised 11 Oct. 2007)[S.n.][S.l.]. 26 pp. details
  8. Marine Biodiversity of Britisch Columbia. Bcbiodiversity.lifedesks.org Melita nitida beschikbaar online, geraadpleegd op 15-09-2011.
  9. The Marine Flora & Fauna of Norway. Seawater.no Amphipod - Gammarus locusta beschikbaar online, geraadpleegd op 15-09-2011.
  10. Marine Species Identification Portal. Species-identification.org Melita palmata beschikbaar online, geraadpleegd op 15-09-2011.