VLAAMS INSTITUUT VOOR DE ZEE
PLATFORM VOOR MARIEN ONDERZOEK


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen


Elegante honingvlokreeft: verschil tussen versies

Uit Kust Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
 
(33 tussenliggende versies door 2 gebruikers worden niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
{{Revision}}
+
__NOTITLE__
 
+
{{Kader4|Naam=Elegante honingvlokreeft
{{Nietinheemse|Naam=<span style="color:#FFFFFF">Elegante honingvlokreeft</span>
+
|Foto= <div style="padding:0.5em 0em 0em 0em">
|abstract=[[Image:Palaemon_macrodactylus.jpg|left|218px|]]<div style="float:right;width:60%">
+
[[Image:Melita nitida (habitus).jpg|caption|right|200px|]]<span style="color:#FFFFFF">Foto: Hans Hillewaert</span></div>
De elegante honingvlokreeft ''Melita nitida'' was oorspronkelijk enkel terug te vinden langs de oost- en westkusten van Noord-Amerika. Via scheepvaart (op scheepsrompen of in het ballastwater) kwam de soort naar Europa, waar hij voor het eerst opgemerkt werd in de Nederlandse Westerschelde in 1998. Dit niet-inheemse vlokreeftje werd voor het eerst in België waargenomen in 2003, in het Schelde-estuarium ter hoogte van Doel. Opmerkelijk is dat dit vlokreeftje vooral voorkomt onder Japanse oesters ''Crassostrea gigas'' en onder stenen: plekken die door inheemse vlokreeften minder bevolkt worden.</div>
+
|abstract= De elegante honingvlokreeft ''Melita nitida'' was oorspronkelijk enkel terug te vinden langs de oost- en westkusten van Noord-Amerika. Via scheepvaart (op scheepsrompen of in het ballastwater) kwam de soort naar Europa, waar hij voor het eerst opgemerkt werd in de Zeeschelde in 1996. Opmerkelijk is dat dit vlokreeftje vooral voorkomt onder Japanse oesters ''Crassostrea gigas'' en onder stenen: plekken die door inheemse vlokreeften minder bevolkt worden.}}
Foto: Marco Faasse (<span class="plainlinks">[http://www.acteon.nl/ www.acteon.nl]</span>)
+
}}
+
 
{{kader3}}
 
{{kader3}}
 
<P>
 
<P>
Regel 14: Regel 12:
  
  
[http://www.marinespecies.org/aphia.php?p=taxdetails&id=146922 ''Melita nitida'' Smith, 1873]
+
[http://www.marinespecies.org/berms/aphia.php?p=taxdetails&id=146922 ''Melita nitida'' Smith, 1873]
  
 
<P>
 
<P>
Regel 32: Regel 30:
 
De eerste waarneming van het elegante honingvlokreeftje in het studiegebied was tevens de eerste waarneming van de soort in Europa. Op 13 oktober 1998 werd in het brakke deel van de Nederlandse Westerschelde nabij Bath een vlokreeftje aangetroffen, dat oorspronkelijk als ''Melita sp''. gedetermineerd werd <ref name=vanmoorsel1999>van Moorsel, G.W.N.M.; Waardenburg, H.W. (1999). De sublitorale begroeiing van de geulwandverdediging bij Bath in de Westerschelde in 1998. Bureau Waardenburg Rapport, 99.02. Bureau Waardenburg: Culemborg. 39 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=135544 details]</ref>. Later bleek dat het hier om de elegante honingvlokreeft ''Melita nitida'' ging <ref name=faase2000>Faasse, M.; Van Moorsel, G. (2000). Nieuwe en minder bekende vlokreeftjes van sublitorale harde bodems in het Deltagebied (Crustacea: Amphipoda: Gammaridea) Ned. Faunist. Meded. 11: 19-44. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=37555 details]</ref>.  
 
De eerste waarneming van het elegante honingvlokreeftje in het studiegebied was tevens de eerste waarneming van de soort in Europa. Op 13 oktober 1998 werd in het brakke deel van de Nederlandse Westerschelde nabij Bath een vlokreeftje aangetroffen, dat oorspronkelijk als ''Melita sp''. gedetermineerd werd <ref name=vanmoorsel1999>van Moorsel, G.W.N.M.; Waardenburg, H.W. (1999). De sublitorale begroeiing van de geulwandverdediging bij Bath in de Westerschelde in 1998. Bureau Waardenburg Rapport, 99.02. Bureau Waardenburg: Culemborg. 39 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=135544 details]</ref>. Later bleek dat het hier om de elegante honingvlokreeft ''Melita nitida'' ging <ref name=faase2000>Faasse, M.; Van Moorsel, G. (2000). Nieuwe en minder bekende vlokreeftjes van sublitorale harde bodems in het Deltagebied (Crustacea: Amphipoda: Gammaridea) Ned. Faunist. Meded. 11: 19-44. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=37555 details]</ref>.  
 
<P>
 
<P>
Waarnemingen in de Belgische Zeeschelde lieten tot 2003 op zich wachten, toen de elegante honingvlokreeft werd waargenomen ter hoogte van Oude Doel (ten noorden van Doel) <ref name=faasse>Persoonlijke mededeling door [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=person&persid=16653 Marco Faasse] 2011.</ref>.
+
Bij het herbekijken eerder genomen stalen bleek dat het elegante honingvlokreeftje reeds eerder in de Belgische Zeeschelde voorkwam. Toen bleek immers dat er op 15 oktober 1996 ter hoogte van Doel een elegante honingvlokreeft ''Melita nitida'' verzameld werd die voorheen foutief als ''Melita palmata'' gedetermineerd werd <ref> Persoonlijke mededeling door [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=person&persid=2753 Jan Soors] 2011.</ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 39: Regel 37:
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in België</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in België</span>===
  
In ons studiegebied werden na de eerste waarneming in de Nederlandse Westerschelde nabij Bath in 1998 ook exemplaren van deze exoot aangetroffen bij Walsoorden in 1999, bij Baarland in 2000 <ref name=faase2003> </ref>. Stroomopwaarts verscheen de soort in 2003 voorbij de Belgische grens nabij Doel en werd hier in 2004, net als in Fort Liefkenshoek opnieuw waargenomen <ref name=faasse> </ref>. In dit beperkt verspreidingsgebied worden relatief grote hoeveelheden van deze exoot gevonden <ref name=faase2003> </ref>.
+
Na de eerste waarneming in de Zeeschelde uit 1996 werd de soort er in 2003 nabij Doel en in 2004 nabij Fort Liefkenshoek opnieuw waargenomen <ref name=faasse>Persoonlijke mededeling door [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=person&persid=16653 Marco Faasse] 2011.</ref>. Stroomafwaarts werden in de Nederlandse Westerschelde - na Bath in 1998 - ook exemplaren van deze exoot aangetroffen nabij Walsoorden in 1999 en in 2000 nabij Baarland <ref name=faase2003> </ref>. In dit beperkte verspreidingsgebied in het Schelde-estuarium worden relatief grote hoeveelheden van deze exoot gevonden <ref name=faase2003> </ref>.
 
<P>
 
<P>
In het najaar van 2009 werd de elegante vlokreeft aangetroffen in het verbindingsdok in Zeebrugge <ref name=boets2011>Boets, P.; Lock, K.; Goethals, P.L.M. (2011). Assessing the importance of alien macro-Crustacea (Malacostraca) within macroinvertebrate assemblages in Belgian coastal harbours Helgol. Mar. Res. Online First: 13 pp.[http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206987 details] </ref>. Het bleek hier slechts om twee individuen te gaan over een totaal van 43 stalen in de havens van Oostende, Nieuwpoort, Blankenberge en Zeebrugge. Dit wijst erop erop dat de soort maar in beperkte mate en in zeer lage dichtheden voorkomt in de Belgische kusthavens <ref name=boets2011> </ref>.  
+
In het najaar van 2009 werd de elegante vlokreeft aangetroffen in het verbindingsdok in Zeebrugge <ref name=boets2011>Boets, P.; Lock, K.; Goethals, P.L.M. (2011). Assessing the importance of alien macro-Crustacea (Malacostraca) within macroinvertebrate assemblages in Belgian coastal harbours Helgol. Mar. Res. Online First: 13 pp.[http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206987 details] </ref>. Het bleek hier om slechts twee individuen te gaan over een totaal van 43 stalen in de havens van Oostende, Nieuwpoort, Blankenberge en Zeebrugge. Dit wijst erop erop dat de soort maar in beperkte mate en in zeer lage dichtheden voorkomt in de Belgische kusthavens <ref name=boets2011> </ref>.  
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 69: Regel 67:
  
 
===<span style="color:#00787A">Factoren die de verspreiding beïnvloeden</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Factoren die de verspreiding beïnvloeden</span>===
 
+
<div style="float:right;width:170pt;padding:0.4em 1em 0.4em 0.5em">[[Image:Melita nitida.jpg|caption|right|220px|]]
 +
<div style="text-align: right;font-size:80%">Foto: Marco Faasse (<span class="plainlinks">[http://www.acteon.nl/ www.acteon.nl]</span>)</div></div>
 
De hoge tolerantiegraad en het grote aanpassingsvermogen van het elegant honingvlokreeftje zorgen ervoor dat het zich praktisch overal succesvol kan vestigen. De exoot wordt aangetroffen in brak water met zoutgehaltes van 3 tot 20 PSU (en uitzonderlijk tot 30 PSU) en watertemperaturen tot 32 °C <ref name=faase2003> </ref>. Ter vergelijking: het zeewater van de Noordzee heeft een zoutgehalte van ongeveer 35 PSU. <P>
 
De hoge tolerantiegraad en het grote aanpassingsvermogen van het elegant honingvlokreeftje zorgen ervoor dat het zich praktisch overal succesvol kan vestigen. De exoot wordt aangetroffen in brak water met zoutgehaltes van 3 tot 20 PSU (en uitzonderlijk tot 30 PSU) en watertemperaturen tot 32 °C <ref name=faase2003> </ref>. Ter vergelijking: het zeewater van de Noordzee heeft een zoutgehalte van ongeveer 35 PSU. <P>
 
Daarenboven komt de soort voor in een wijd spectrum van habitats, variërend van moerassen in intergetijdengebieden en modderige rivierbodems tot harde substraten onder de laagwaterlijn <ref name=faase2003> </ref><ref name=reichert2011> </ref>. Deze exoot kan zich probleemloos vestigen in vervuilde wateren gekenmerkt door lage zuurstofconcentraties <ref name=cadien2005> </ref>.  
 
Daarenboven komt de soort voor in een wijd spectrum van habitats, variërend van moerassen in intergetijdengebieden en modderige rivierbodems tot harde substraten onder de laagwaterlijn <ref name=faase2003> </ref><ref name=reichert2011> </ref>. Deze exoot kan zich probleemloos vestigen in vervuilde wateren gekenmerkt door lage zuurstofconcentraties <ref name=cadien2005> </ref>.  
Regel 79: Regel 78:
 
===<span style="color:#00787A">Effecten of potentiële effecten en maatregelen</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Effecten of potentiële effecten en maatregelen</span>===
  
De elegante honingvlokreeft (ongeveer 12 millimeter groot <Ref> Marine Biodiversity of Britisch Columbia. Bcbiodiversity.lifedesks.org ''Melita nitida'' [http://bcbiodiversity.lifedesks.org/pages/19651 beschikbaar online], geraadpleegd op 15-09-2011. </Ref>) komt in onze streken voor samen met twee inheemse vlokreeftjes; de grotere sprinkhaanvlokreeft ''Gammarus locusta'' (tot 30 millimeter groot <Ref> The Marine Flora & Fauna of Norway. Seawater.no Amphipod - ''Gammarus locusta'' [http://www.seawater.no/fauna/arthropoda/locusta.html beschikbaar online], geraadpleegd op 15-09-2011. </Ref>) en de sterk verwante soort ''Melita palmata'' (tot 16 millimeter groot <Ref> Marine Species Identification Portal. Species-identification.org ''Melita palmata'' [http://species-identification.org/species.php?species_group=crustacea&id=417 beschikbaar online], geraadpleegd op 15-09-2011. </Ref>). <P>
+
De elegante honingvlokreeft (ongeveer 12 millimeter groot <Ref> Marine Biodiversity of Britisch Columbia. Bcbiodiversity.lifedesks.org ''Melita nitida'' [http://bcbiodiversity.lifedesks.org/pages/19651 online beschikbaar], geraadpleegd op 15-09-2011. </Ref>) komt in onze streken voor samen met twee inheemse vlokreeftjes; de grotere sprinkhaanvlokreeft ''Gammarus locusta'' (tot 30 millimeter groot <Ref> The Marine Flora & Fauna of Norway. Seawater.no Amphipod - ''Gammarus locusta'' [http://www.seawater.no/fauna/arthropoda/locusta.html online beschikbaar], geraadpleegd op 15-09-2011. </Ref>) en de sterk verwante soort ''Melita palmata'' (tot 16 millimeter groot <Ref> Marine Species Identification Portal. Species-identification.org ''Melita palmata'' [http://species-identification.org/species.php?species_group=crustacea&id=417 online beschikbaar], geraadpleegd op 15-09-2011. </Ref>). <P>
 
Voorlopig werd er nog geen competitie waargenomen met de inheemse soorten, maar mogelijks komt hier verandering in als het verspreidingsgebied van de exoot groter wordt en de aantallen stijgen <ref name=faase2003> </ref>. De permanente vestiging van het elegant honingvlokreeftje in nieuwe gebieden wijst er immers op dat dit een robuuste en sterk competitieve soort is. Aan de andere kant kan competitie mogelijk toch beperkt blijven doordat het elegant honingvlokreeftje zich bij ons voornamelijk vestigt in een niche – in de spleten tussen oesters en stenen – dat niet door de inheemse soorten ingenomen wordt <ref name=faase2003> </ref>.
 
Voorlopig werd er nog geen competitie waargenomen met de inheemse soorten, maar mogelijks komt hier verandering in als het verspreidingsgebied van de exoot groter wordt en de aantallen stijgen <ref name=faase2003> </ref>. De permanente vestiging van het elegant honingvlokreeftje in nieuwe gebieden wijst er immers op dat dit een robuuste en sterk competitieve soort is. Aan de andere kant kan competitie mogelijk toch beperkt blijven doordat het elegant honingvlokreeftje zich bij ons voornamelijk vestigt in een niche – in de spleten tussen oesters en stenen – dat niet door de inheemse soorten ingenomen wordt <ref name=faase2003> </ref>.
 
<P>
 
<P>
Regel 87: Regel 86:
 
===<span style="color:#00787A">Specifieke kenmerken</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Specifieke kenmerken</span>===
 
Exemplaren van deze soort zijn meestal voorzien van grijsbruine, soms groene dwarsbanden op lichaam, poten en antennen. Met het blote oog is het elegant honingvlokreeftje moeilijk te onderscheiden van andere vlokreeftsoorten zoals ''Melita palmata'' <ref name=faase2000>Faasse, M.; Van Moorsel, G. (2000). Nieuwe en minder bekende vlokreeftjes van sublitorale harde bodems in het Deltagebied (Crustacea: Amphipoda: Gammaridea) Ned. Faunist. Meded. 11: 19-44. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=37555 details]</ref>. Met een microscoop kunnen kleine stekels langs de zijkanten van zijn schild worden waargenomen. Deze zijn uniek voor het elegante honingvlokreeftje <ref name=faase2003> </ref>.  
 
Exemplaren van deze soort zijn meestal voorzien van grijsbruine, soms groene dwarsbanden op lichaam, poten en antennen. Met het blote oog is het elegant honingvlokreeftje moeilijk te onderscheiden van andere vlokreeftsoorten zoals ''Melita palmata'' <ref name=faase2000>Faasse, M.; Van Moorsel, G. (2000). Nieuwe en minder bekende vlokreeftjes van sublitorale harde bodems in het Deltagebied (Crustacea: Amphipoda: Gammaridea) Ned. Faunist. Meded. 11: 19-44. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=37555 details]</ref>. Met een microscoop kunnen kleine stekels langs de zijkanten van zijn schild worden waargenomen. Deze zijn uniek voor het elegante honingvlokreeftje <ref name=faase2003> </ref>.  
 +
<P>
 +
<BR>
 +
<P>
 +
===<span style="color:#00787A">Hoe verwijzen naar deze pagina?</span>===
 +
{{Kader5|
 +
SoortnaamNL=Elegante honingvlokreeft |
 +
SoortnaamLt=Melita nitida|
 +
Naamlector=Pieter Boets|
 +
refid=210308|}}
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>

Huidige versie van 18 apr 2012 om 13:18

Elegante honingvlokreeft
De elegante honingvlokreeft Melita nitida was oorspronkelijk enkel terug te vinden langs de oost- en westkusten van Noord-Amerika. Via scheepvaart (op scheepsrompen of in het ballastwater) kwam de soort naar Europa, waar hij voor het eerst opgemerkt werd in de Zeeschelde in 1996. Opmerkelijk is dat dit vlokreeftje vooral voorkomt onder Japanse oesters Crassostrea gigas en onder stenen: plekken die door inheemse vlokreeften minder bevolkt worden.
Melita nitida (habitus).jpg
Foto: Hans Hillewaert




Wetenschappelijke naam

Melita nitida Smith, 1873


Oorspronkelijke verspreiding

Het oorspronkelijk verspreidingsgebied van de elegante honingvlokreeft strekt zich uit langs de Atlantische - van de Golf van St. Lawrence (Canada) tot het Yucatan schiereiland (Mexico) - en de Pacifische kusten van Noord-Amerika - van Straat van Georgia in Canada tot Elkhorn Slough in California [1].

Mogelijk ligt de oorsprong van dit vlokeeftje enkel aan de oostkust van Noord-Amerika en werd het geïntroduceerd in de westkust door de massale invoer van de Amerikaanse oester Crassostrea virginica voor aquacultuur [1].


Eerste waarneming in België

De eerste waarneming van het elegante honingvlokreeftje in het studiegebied was tevens de eerste waarneming van de soort in Europa. Op 13 oktober 1998 werd in het brakke deel van de Nederlandse Westerschelde nabij Bath een vlokreeftje aangetroffen, dat oorspronkelijk als Melita sp. gedetermineerd werd [2]. Later bleek dat het hier om de elegante honingvlokreeft Melita nitida ging [3].

Bij het herbekijken eerder genomen stalen bleek dat het elegante honingvlokreeftje reeds eerder in de Belgische Zeeschelde voorkwam. Toen bleek immers dat er op 15 oktober 1996 ter hoogte van Doel een elegante honingvlokreeft Melita nitida verzameld werd die voorheen foutief als Melita palmata gedetermineerd werd [4].


Verspreiding in België

Na de eerste waarneming in de Zeeschelde uit 1996 werd de soort er in 2003 nabij Doel en in 2004 nabij Fort Liefkenshoek opnieuw waargenomen [5]. Stroomafwaarts werden in de Nederlandse Westerschelde - na Bath in 1998 - ook exemplaren van deze exoot aangetroffen nabij Walsoorden in 1999 en in 2000 nabij Baarland [1]. In dit beperkte verspreidingsgebied in het Schelde-estuarium worden relatief grote hoeveelheden van deze exoot gevonden [1].

In het najaar van 2009 werd de elegante vlokreeft aangetroffen in het verbindingsdok in Zeebrugge [6]. Het bleek hier om slechts twee individuen te gaan over een totaal van 43 stalen in de havens van Oostende, Nieuwpoort, Blankenberge en Zeebrugge. Dit wijst erop erop dat de soort maar in beperkte mate en in zeer lage dichtheden voorkomt in de Belgische kusthavens [6].


Verspreiding in onze buurlanden

In Nederland werd dit vlokreeftje, naast de Westerschelde, ook geregistreerd in het Noordzeekanaal – dat Amsterdam met de Noordzee verbindt – ter hoogte van IJmuiden en in de Nieuwe Waterweg: de artificiële monding van de Rijn die Rotterdam met de Noordzee verbindt [7]. In maart van 2010 werden in het brakke deel van het Kielerkanaal in Duitsland een aantal exemplaren van dit vlokreeftje gevonden op artificieel hard substraat [7].


Wijze van introductie

Het elegant honingvlokreeftje heeft waarschijnlijk de Westerschelde bereikt vanuit Noord-Amerika, vastgehecht aan scheepsrompen of via ballastwater [1]. Na de introductie, maakt de goede zwemcapaciteit van volwassen exemplaren de actieve verspreiding van deze exoot mogelijk [8].


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

De verspreiding van het elegant honingvlokreeftje in de Westerschelde wordt voornamelijk begunstigd door de aanwezigheid aan harde substraten zoals stenen oeverversterkingen en kaaimuren. Oesters die zich op deze substraten bevestigen creëren vervolgens de ideale habitat voor deze exoot [1].


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

Melita nitida.jpg
Foto: Marco Faasse (www.acteon.nl)
De hoge tolerantiegraad en het grote aanpassingsvermogen van het elegant honingvlokreeftje zorgen ervoor dat het zich praktisch overal succesvol kan vestigen. De exoot wordt aangetroffen in brak water met zoutgehaltes van 3 tot 20 PSU (en uitzonderlijk tot 30 PSU) en watertemperaturen tot 32 °C [1]. Ter vergelijking: het zeewater van de Noordzee heeft een zoutgehalte van ongeveer 35 PSU.

Daarenboven komt de soort voor in een wijd spectrum van habitats, variërend van moerassen in intergetijdengebieden en modderige rivierbodems tot harde substraten onder de laagwaterlijn [1][7]. Deze exoot kan zich probleemloos vestigen in vervuilde wateren gekenmerkt door lage zuurstofconcentraties [8]. Opmerkelijk is dat het elegant honingvlokreeftje bij ons voornamelijk verzameld werd in spleten tussen Japanse oesters Crassostrea gigas en het substraat waaraan deze zijn vastgehecht [1].


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

De elegante honingvlokreeft (ongeveer 12 millimeter groot [9]) komt in onze streken voor samen met twee inheemse vlokreeftjes; de grotere sprinkhaanvlokreeft Gammarus locusta (tot 30 millimeter groot [10]) en de sterk verwante soort Melita palmata (tot 16 millimeter groot [11]).

Voorlopig werd er nog geen competitie waargenomen met de inheemse soorten, maar mogelijks komt hier verandering in als het verspreidingsgebied van de exoot groter wordt en de aantallen stijgen [1]. De permanente vestiging van het elegant honingvlokreeftje in nieuwe gebieden wijst er immers op dat dit een robuuste en sterk competitieve soort is. Aan de andere kant kan competitie mogelijk toch beperkt blijven doordat het elegant honingvlokreeftje zich bij ons voornamelijk vestigt in een niche – in de spleten tussen oesters en stenen – dat niet door de inheemse soorten ingenomen wordt [1].


Specifieke kenmerken

Exemplaren van deze soort zijn meestal voorzien van grijsbruine, soms groene dwarsbanden op lichaam, poten en antennen. Met het blote oog is het elegant honingvlokreeftje moeilijk te onderscheiden van andere vlokreeftsoorten zoals Melita palmata [3]. Met een microscoop kunnen kleine stekels langs de zijkanten van zijn schild worden waargenomen. Deze zijn uniek voor het elegante honingvlokreeftje [1].


Hoe verwijzen naar deze pagina?

VLIZ Alien Species Consortium (2011). Elegante honingvlokreeft – Melita nitida. Niet-inheemse soorten van het Belgisch deel van de Noordzee en aanpalende estuaria. Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Geraadpleegd op 30-08-2014. Beschikbaar op
http://www.vliz.be/wiki/Lijst_niet-inheemse_soorten_Belgisch_deel_Noordzee_en_aanpalende_estuaria


Lector: Pieter Boets
VLIZ Alien Species Consortium: http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=project&proid=2170
Deze fiche (versie 2011) is ook als pdf beschikbaar op http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=210308


Geraadpleegde bronnen

  1. 1,00 1,01 1,02 1,03 1,04 1,05 1,06 1,07 1,08 1,09 1,10 1,11 Faasse, M.; Van Moorsel, G. (2003). The North-American amphipods, Melita nitida Smith, 1873 and Incisocalliope aestuarius (Watling and Maurer, 1973) (Crustacea: Amphipoda: Gammaridea), introduced to the western Scheldt estuary (The Netherlands) Aquat. Ecol. 37(1): 13-22. details
  2. van Moorsel, G.W.N.M.; Waardenburg, H.W. (1999). De sublitorale begroeiing van de geulwandverdediging bij Bath in de Westerschelde in 1998. Bureau Waardenburg Rapport, 99.02. Bureau Waardenburg: Culemborg. 39 pp. details
  3. 3,0 3,1 Faasse, M.; Van Moorsel, G. (2000). Nieuwe en minder bekende vlokreeftjes van sublitorale harde bodems in het Deltagebied (Crustacea: Amphipoda: Gammaridea) Ned. Faunist. Meded. 11: 19-44. details
  4. Persoonlijke mededeling door Jan Soors 2011.
  5. Persoonlijke mededeling door Marco Faasse 2011.
  6. 6,0 6,1 Boets, P.; Lock, K.; Goethals, P.L.M. (2011). Assessing the importance of alien macro-Crustacea (Malacostraca) within macroinvertebrate assemblages in Belgian coastal harbours Helgol. Mar. Res. Online First: 13 pp.details
  7. 7,0 7,1 7,2 Reichert, K. (2011). First record of the Atlantic gammaridean amphipod Melita nitida Smith, 1873 (Crustacea) from German waters (Kiel Canal) Aquat. Invasions 6(1): 103-108. details
  8. 8,0 8,1 Cadien, D.B. (2005). Hadzioidea of the NEP (Equator to Aleutians, intertidal to abyss): a review. (revised 11 Oct. 2007)[S.n.][S.l.]. 26 pp. details
  9. Marine Biodiversity of Britisch Columbia. Bcbiodiversity.lifedesks.org Melita nitida online beschikbaar, geraadpleegd op 15-09-2011.
  10. The Marine Flora & Fauna of Norway. Seawater.no Amphipod - Gammarus locusta online beschikbaar, geraadpleegd op 15-09-2011.
  11. Marine Species Identification Portal. Species-identification.org Melita palmata online beschikbaar, geraadpleegd op 15-09-2011.