Japans bessenwier: verschil tussen versies

Uit Kust Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
(<span style="color:#00787A">Verspreiding in België</span>)
Regel 33: Regel 33:
 
[[Image:Sargassum_muticum1.jpg|thumb|right|250px| <div style="text-align: center;">
 
[[Image:Sargassum_muticum1.jpg|thumb|right|250px| <div style="text-align: center;">
 
Foto: Filip Nuyttens </div>]]
 
Foto: Filip Nuyttens </div>]]
Aanspoelsels van Japans bessenwier komen vaak voor langs onze kustlijn <ref name=2a> </ref>. Van alle drijvende wierpakketten voor onze kust zijn immers de meeste toe te schrijven aan dit grote bruinwier <ref name="4a">Vandendriessche, S. (2007). Floating seaweed as ephemeral neustonic habitat. PhD Thesis. Universiteit Gent, Faculteit Wetenschappen: Gent, Belgium. X, 145 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=106496 details]</ref>. De soort werd in België voor het eerst vastgehecht waargenomen in Zeebrugge <ref name=3a> </ref>, waar het zich in het hele havengebied stabiel verspreidde <ref name="5a">Kerckhof, F.; Haelters, J.; Gollasch, S. (2007). Alien species in the marine and brackish ecosystem: the situation in Belgian waters. Aquatic Invasions 2(3): 243-257. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=114365 details]</ref>. In het jaar 2000 werden er exemplaren in de Spuikom in Oostende gevonden. Bizar genoeg bleken er in de Spuikom tussen 2002 en 2004 geen vastgehechte exemplaren meer voor te komen. Vanaf 2005 kwam het wier er dan weer wel voor <ref name=5a> </ref>. Vandaag worden groeiende exemplaren van het Japans bessenwier eveneens in De Panne, de Oostendse haven, De Haan en het Zwin waargenomen <ref name="waarnemingen">Waarnemingen afkomstig van Waarnemingen.be, een initiatief van Natuurpunt Studie vzw en de Stichting Natuurinformatie. Japans bessenwier - ''Sargassum muticum'' [http://waarnemingen.be/soort/view/20187?from=1900-08-04&to=2011-08-18&species=soort+20187&prov=0&maand=0&os=0&prov_wg=0&page=1 online beschikbaar], geraadpleegd op 4/07/2011</ref>.
+
Aanspoelsels van Japans bessenwier komen vaak voor langs onze kustlijn <ref name=2a> </ref>. Van alle drijvende wierpakketten voor onze kust zijn immers de meeste toe te schrijven aan dit grote bruinwier <ref name="4a">Vandendriessche, S. (2007). Floating seaweed as ephemeral neustonic habitat. PhD Thesis. Universiteit Gent, Faculteit Wetenschappen: Gent, Belgium. X, 145 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=106496 details]</ref>. De soort werd in België voor het eerst vastgehecht waargenomen in Zeebrugge <ref name=3a> </ref>, waar het zich in het hele havengebied stabiel verspreidde <ref name="5a">Kerckhof, F.; Haelters, J.; Gollasch, S. (2007). Alien species in the marine and brackish ecosystem: the situation in Belgian waters. Aquatic Invasions 2(3): 243-257. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=114365 details]</ref>. In het jaar 2000 werden er exemplaren in de Spuikom in Oostende gevonden. Bizar genoeg bleken er in de Spuikom tussen 2002 en 2004 geen vastgehechte exemplaren meer voor te komen. Vanaf 2005 kwam het wier er dan weer wel voor <ref name=5a> </ref>. Vandaag worden groeiende exemplaren van het Japans bessenwier eveneens in De Panne, de Oostendse haven, De Haan en het Zwin waargenomen <ref name="waarnemingen">Waarnemingen afkomstig van Waarnemingen.be, een initiatief van Natuurpunt Studie vzw en de Stichting Natuurinformatie. Japans bessenwier - ''Sargassum muticum'' [http://waarnemingen.be/soort/view/20187?from=1900-08-04&to=2011-08-18&species=soort+20187&prov=0&maand=0&os=0&prov_wg=0&page=1 online beschikbaar], geraadpleegd op 4-07-2011.</ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>

Versie van 16 nov 2011 om 09:20

Japans bessenwier

Het Japans bessenwier Sargassum muticum kwam oorspronkelijk enkel voor langs de kusten van Japan, Rusland, Korea en China. Dit bruinwier werd in Europa ingevoerd samen met de Japanse oesters (rechtstreeks uit Azië of met Japans bessenwier geïnfecteerde kweek uit Canada). Hoewel Japans bessenwier al sinds de jaren zeventig regelmatig bij ons aanspoelt werden de eerste vastzittende exemplaren pas in 1999 aangetroffen, in de haven van Zeebrugge. In gebieden waar het Japans bessenwier een succesvolle invasie kent (niet zo in België), verdringt het de oorspronkelijke soorten door zijn snelle groei. Anderzijds ondersteunen drijvende wierpakketten op zee een rijke gemeenschap van mariene organismen die het zeewier gebruiken als voedselbron, beschutting, foerageergebied of vasthechtingsoppervlak.

Foto: Ignacio Bárbara




Wetenschappelijke naam

Sargassum muticum (Yendo) Fensholt, 1955


Oorspronkelijke verspreiding

Japans bessenwier kwam oorspronkelijk enkel voor in het noordwesten van de Stille Oceaan langs de kusten van Japan, Rusland, Korea en China [1].


Eerste waarneming in België

Losgeslagen en met de stroming meegevoerde pakketten Japans bessenwier spoelen sinds 1972-1973 aan op de Belgische kust [2]. De eerste vondst van een hier ter plaatste groeiend exemplaar dateert van 18 juni 1999. Er werd toen in het Verbindingsdok in de haven van Zeebrugge op 3 meter diepte een vastzittend exemplaar ontdekt [3].


Verspreiding in België

Foto: Filip Nuyttens

Aanspoelsels van Japans bessenwier komen vaak voor langs onze kustlijn [2]. Van alle drijvende wierpakketten voor onze kust zijn immers de meeste toe te schrijven aan dit grote bruinwier [4]. De soort werd in België voor het eerst vastgehecht waargenomen in Zeebrugge [3], waar het zich in het hele havengebied stabiel verspreidde [5]. In het jaar 2000 werden er exemplaren in de Spuikom in Oostende gevonden. Bizar genoeg bleken er in de Spuikom tussen 2002 en 2004 geen vastgehechte exemplaren meer voor te komen. Vanaf 2005 kwam het wier er dan weer wel voor [5]. Vandaag worden groeiende exemplaren van het Japans bessenwier eveneens in De Panne, de Oostendse haven, De Haan en het Zwin waargenomen [6].


Verspreiding in onze buurlanden

De eerste waarneming van Japans bessenwier in Europa vond plaats op 17 februari 1973. Het ging meteen om een dertigtal vastgehechte exemplaren in de lagunes rond Bembridge, op het eiland Wright (ten zuiden van Engeland) [7][8][9]. Het is echter zeker dat het Japans bessenwier al enkele jaren eerder in die regio aanwezig was, aangezien er sinds 1971 exemplaren langs de Engelse kust aanspoelden [9].

In Frankrijk werden er pas voor het eerst in 1976 groeiende exemplaren van het wier waargenomen [10]. Het Japans bessenwier verspreidde zich verder langs de Atlantische kusten, van Noorwegen tot Spanje en in de Middellandse Zee. Deze verspreiding gebeurde voornamelijk op natuurlijke wijze - met behulp van de heersende zeestromingen - maar werd waarschijnlijk ook geholpen door oestertransport [7][10].

De eerste aangespoelde wierfragmenten werden in Nederland op het eiland Texel in april-mei 1977 waargenomen [2][11]. De eerste vastgehechte wieren werden in Nederland pas in 1980 aangetroffen. De soort was plots wijd verspreid en kwam zowel langs het eiland Texel, in het Grevelingenmeer, in het havenkanaal van Goes en in de Oosterschelde voor [12][13]. Vandaag groeien er vooral in het Grevelingenmeer en in de Europoort in de Rotterdamse haven veel exemplaren [10].


Wijze van introductie

De import van oesters bracht het wier van Japan naar West-Canada, waar het Japans bessenwier voor het eerst in 1944 opgemerkt werd. Men vermoedt nu dat het wier op dezelfde manier vanuit West-Canada in Frankrijk geïntroduceerd werd. Vanuit Frankrijk verspreidde het wier zich waarschijnlijk op natuurlijke wijze verder doorheen Europa [7][10].

Natuurlijke verspreiding gebeurt voornamelijk via fertiele zijtakken. Deze kunnen zich losrukken, zich via de zeestroming verspreiden en vervolgens in nieuwe gebieden voor nakomelingen zorgen. Zelfs het hele wier kan - samen met het substraat waaraan het is vastgehecht - beginnen drijven en zo in nieuwe gebieden terechtkomen. Hoewel het wier - eens losgerukt - zich niet op een nieuwe plek kan vestigen, kan het zich wel nog voortplanten [7][14].


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

Foto: Misjel Decleer

Het Japans bessenwier kent een hoge groeisnelheid [15] en kan in het wild tot 4 centimeter per dag groeien [7]. Dit niet-inheemse wier kan tot 10 meter [7] lang worden en produceert een groot aantal nakomelingen [16].

Tijdens de zomer en het najaar breken de zijtakken af en daarmee soms ook rijpe voortplantingsstructuren, ook wel receptacula genoemd. Deze drijven verder weg en kunnen tot drie maanden overleven [17]. De receptacula produceren zowel eicellen (tot 300) als zaadcellen en doen aan zelfbevruchting. Eén exemplaar van amper 15 gram kan meer dan een half miljoen nakomelingen produceren [16], vaak op aanzienlijke afstand van de ouderorganismen. Dit nomadisch bestaan draagt sterk bij tot het succes van de wiersoort.

Ondanks deze eigenschappen gedraagt het Japans bessenwier zich niet als een typische exoot. De typische exoot heeft namelijk een korte levenscyclus, waarin hij op een zo jong mogelijke leeftijd zo veel mogelijk nakomelingen produceert en vervolgens een vroege dood sterft. Het Japans bessenwier verschilt hiervan door zijn lange levensduur van gemiddeld 7 jaar. Daarenboven zou de aanwezigheid van andere exemplaren de jonge wieren helpen om zich te vestigen. Dit laatste suggereert dat deze soort zijn omgeving kan aanpassen aan zijn eigen noden [18].


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

Japans bessenwier kan een brede waaier van omgevingsomstandigheden aan. Hoge temperaturen zijn echter gunstig en bespoedigen de verspreiding van deze soort. Het wier vindt ideale groeiomstandigheden bij 25 °C en bij een zoutgehalte van 34 PSU. Het Japans bessenwier kan echter ook in ongunstigere omstandigheden – bij temperaturen die variëren tussen 10 en 30 °C en een zoutgehalte dat schommelt tussen 6,8 en 34 PSU – groeien [19]. De soort kan zich voortplanten in zowel warme als koude wateren, op voorwaarde dat het zoutgehalte niet lager is dan 16 PSU [1]. Ter vergelijking: het zeewater van de Noordzee heeft een zoutgehalte van ongeveer 35 PSU.

Deze bruinwiersoort heeft een groot drijfvermogen, waardoor de verspreiding over grote afstanden via de zeestromingen mogelijk wordt. Zo kon het Japans bessenwier zijn leefgebied in Engeland jaarlijks meer dan 100 kilometer uitbreiden in noordoostelijke richting wegens een gunstige zeestroming die wierfragmenten met zich meenam [10].


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

Foto: Francisco Arenas

Het Japans bessenwier verdringt inheemse soorten door zijn snelle groei. De grote wiertakken werpen schaduw op andere wiersoorten die dichter tegen de bodem groeien [20], waardoor deze onvoldoende zonlicht krijgen om te kunnen overleven. Op deze manier verdwenen bijvoorbeeld het suikerwier Laminaria saccharina en het zeegras Zostera marina langs de Franse Atlantische kust [21].

Japans bessenwier kan ook voor de mens overlast veroorzaken [20]. Hieronder vind je enkele voorbeelden van problemen uit streken waar de soort in grote aantallen aanwezig is:

  • Drijvende wiermatten raken verstrikt in visnetten en in schroeven van schepen.
  • Bij massale stranding van wierpakketten kan na een poos een (korstondige) reukginder ontstaan door het rottingsproces [22].
  • Japans bessenwier verstopt leidingen van zowel schepen als industriële installaties.
  • Begroeiing op kweekbedden van oesters en mosselen (bv. in Frankrijk) vertraagt de groei en bemoeilijkt het oogsten.
  • Dichte wierpakketten hinderen recreatievaartuigen met buitenboordmotor, zwemmers, hengelaars,…

Het proberen uitroeien van Japans bessenwier in Britse wateren is telkens mislukt. Courant gebruikte technieken zijn het manueel of machinaal verwijderen of het besproeien van het wier met herbiciden. De herbiciden bleken echter niet selectief genoeg en vereisten een te hoge dosis. Ook de mogelijkheid om de soort biologisch onder controle te houden werd onderzocht. Er werd helaas geen enkele soort gevonden die het Japans bessenwier boven andere wieren prefereerde [17][20].


Specifieke kenmerken

In het oorspronkelijke verspreidingsgebied aan de Japanse kust is dit bessenwier veel kleiner dan in het Verenigd Koninkrijk [23]. Bij ons kan één enkel wier 5 tot 10 meter lang worden.

Het wier vormt lange, jaarlijks teruggroeiende takken die uitgerust zijn met talloze kleine drijfblazen. Deze drijfblazen zorgen ervoor dat deze zijtakken in de waterkolom rechtop staan, of drijven aan de oppervlakte [7]. In de zomer en najaar breken deze zijtakken met de rijpe voortplantingsstructuren af. Deze kunnen tot drie maand al drijvend overleven [17] en zo grote afstanden afleggen en nieuwe plaatsen koloniseren; Eenzelfde zijtak produceert zowel eicellen als zaadcellen en is in staat zichzelf te bevruchten. De jonge wiertjes vestigen zich op harde ondergronden – soms op aanzienlijke afstand van de ouderplanten – en groeien gedurende koudere wintermaanden traag door. In het volgende voorjaar en zomer groeien ze uit tot volwassen afmetingen. Bij het afbreken van zijtakken in de late zomer en najaar is de cyclus rond. De basis van de ouderplanten blijven echter staan en schieten in het voorjaar opnieuw uit [3].

Dijkvoeten, grinddammen en pieren worden meestal tot ongeveer 2,5 meter diep massaal gekoloniseerd [3]. Het wier groeit gewoonlijk dicht tegen de oppervlakte, al kan het ook dieper, tot op 25 meter, voorkomen [7].


Weetjes

Een nomadisch ecosysteem

Planten en dieren die voorkomen in de oppervlaktelaag van de waterkolom behoren tot het zogenaamde neuston. Uit onderzoek is gebleken dat drijvende zeewierpakketten een belangrijke rol spelen in de productie van de neustonische zone van de oceanen. Veel mariene organismen maken immers gebruik van deze pakketten: ze liften mee, vinden er beschutting of een aanhechtingsoppervlak, en gebruiken het wier ondertussen als een voedselbron [4]. Van kleine planktonische kreeftjes tot jonge visjes; allen maken gebruik van deze wierpakketten. Zeevogels (vb. alkachtigen, jan-van-genten) worden aangetrokken door de prooidieren die in deze paketten schuilgaan en worden vaak rond dergelijke paketten aangetroffen...


Geraadpleegde bronnen

  1. 1,0 1,1 Wallentinus, I. (1999). Sargassum muticum (Yendo) Fensholt, Sargassaceae, Fucales, Phaeophyceae (Japweed, wire weed, strangle weed), in: Gollasch, S. et al. (Ed.) (1999). Exotics across the ocean. Case histories on introduced species: their general biology, distribution, range expansion and impact: prepared by Members of the European Union Concerted Action on testing monitoring systems for risk assessment of harmful introductions by ships to European waters (MAS-CT-97-0111). pp. 21-30. details
  2. 2,0 2,1 2,2 Coppejans, E.; Rappé, G.; Podoor, N.; Asperges, M. (1980). Sargassum muticum (Yendo) Fensholt ook langs de Belgische kust aangespoeld. Dumortiera 16: 7-13. details
  3. 3,0 3,1 3,2 3,3 De Blauwe, H. (2000). Japans bessenwier Sargassum muticum gevestigd te Zeebrugge. De Strandvlo 20(1): 33-35. details
  4. 4,0 4,1 Vandendriessche, S. (2007). Floating seaweed as ephemeral neustonic habitat. PhD Thesis. Universiteit Gent, Faculteit Wetenschappen: Gent, Belgium. X, 145 pp. details
  5. 5,0 5,1 Kerckhof, F.; Haelters, J.; Gollasch, S. (2007). Alien species in the marine and brackish ecosystem: the situation in Belgian waters. Aquatic Invasions 2(3): 243-257. details
  6. Waarnemingen afkomstig van Waarnemingen.be, een initiatief van Natuurpunt Studie vzw en de Stichting Natuurinformatie. Japans bessenwier - Sargassum muticum online beschikbaar, geraadpleegd op 4-07-2011.
  7. 7,0 7,1 7,2 7,3 7,4 7,5 7,6 7,7 Gollasch, S.; Minchin, D.; Rosenthal, H.; Voigt, M. (Ed.) (1999). Exotics across the ocean. Case histories on introduced species: their general biology, distribution, range expansion and impact: prepared by Members of the European Union Concerted Action on testing monitoring systems for risk assessment of harmful introductions by ships to European waters (MAS-CT-97-0111). Department of Fishery Biology, Institute for Marine Science, University of Kiel, Germany: Germany. ISBN 3-89722-248-5. 73 pp. details
  8. Farnham, W.F.; Fletcher, R.L.; Irvine, L.M. (1973). Attached Sargassum found in Britain Nature (Lond.) 243: 231-232. details
  9. 9,0 9,1 Critchley, A.T.; Farnham, W.F.; Morrell, S.L. (1983). A chronology of new European sites of attachment for the invasive brown alga, Sargassum muticum, 1973–1981 J. Mar. Biol. Ass. U.K. 63(4): 799-811 details
  10. 10,0 10,1 10,2 10,3 10,4 Wolff, W.J. (2005). Non-indigenous marine and estuarine species in the Netherlands. Zool. Med. Leiden 79 (1): 1-116. details
  11. Prud’homme van Reine, W.F. (1977). Japans bessenwier aan onze kust. Het Zeepaard 37(4): 58-63. details
  12. Prud’homme van Reine, W.F.; Nienhuis, P.H. (1982). Occurence of the brown alga Sargassum muticum (Yendo) Fensholt in The Netherlands. Bot. Mar. 25: 37-39. details
  13. Prud’homme van Reine, W.F. (1980). De invasie van het Japans bessenwier in Nederland. In: Vita Marina Zeebiologische Documentatie: zeebiologie, zeeaquariologie, malacologie. pp. 35-40. details
  14. Naylor, M. (2006). Alien species in Swedish seas: Japweed (Sargassum muticum). Second update. Informationscentralerna för Bottniska viken, Egentliga Östersjön och Västerhavet: Sweden. 4 pp. details
  15. Hales, J.M.; Fletcher, R.L. (1989). Studies on the recently introduced brown alga Sargassum muticum (Yendo) Fensholt. IV Effect of temperature, irradiance and salinity on germling growth. Bot. Mar. 32: 167-176. details
  16. 16,0 16,1 Norton, T.A.; Deysher, L.E. (1989). The reproductive ecology of Sargassum muticum at different latitudes: 147-152. In: Ryland, J.S.; Tyler, P.A. (Ed.) (1989). Reproduction, Genetics and Distributions of Marine Organisms: 23rd European Marine Biology Symposium, School of Biological Sciences, University of Wales, Swansea, 5-9 September 1988. European Marine Biology Symposia, 23: pp. 147-152. details
  17. 17,0 17,1 17,2 Farnham, W.; Murfin, C.; Critchley, A.; Morrell, S. (1981). Distribution and control of the brown alga Sargassum muticum. In: Proceedings of the Xth International Seaweed Symposium, 277-282. details
  18. Engelen, A.; Santos, R. (2009). Which demographic traits determine population growth in the invasive brown seaweed Sargassum muticum? J. Ecol. 97: 675-684 details
  19. Eno, N.C.; Clark, R.A.; Sanderson, W.G. (Ed.). (1997). Non-native marine species in British waters: a review and directory. Joint Nature Conservation Committee: Peterborough, UK. ISBN 1-86107-442-5. 152 pp. details
  20. 20,0 20,1 20,2 Critchley, A. T.; Farnham, W. F.; Morrell, S.L.(1986). An account of the attempted control of an introduced marine alga Sargassum muticum in Southern England UK. Biological-Conservation. 1986; 35(4): 313-332. details
  21. Givernaud, T.; Cosson, J.; Givernaud-Mouradi, A. (1991). Etude des populations de Sargassum muticum (Yendo) Fensholt sur les côtes de Basse-Normandie (France). In: Elliott, M.; Ducrotoy, J.-P. (Ed.) (1991). Estuaries and coasts: spatial and temporal intercomparisons. Pp. 129-132. details
  22. Global Invasive Species Database, 2005. Sargassum muticum. Available from http://www.issg.org/database/species/ecology.asp?si=727&fr=1&sts=sss&lang=EN. Accessed on 4th March 2008.
  23. Rueness, J. (1989). Sargassum muticum and other introduced Japanese macroalgae: biological pollution of European coasts. Marine Pollution Bulletin 20: 173-176. details