VLAAMS INSTITUUT VOOR DE ZEE
PLATFORM VOOR MARIEN ONDERZOEK


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen


Machospookkreeft

Uit Kust Wiki
Versie door Daphnisd (Overleg | bijdragen) op 16 nov 2011 om 11:50

Ga naar: navigatie, zoeken
Machospookkreeft
Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van het machospookkreeftje Caprella mutica ligt in Oost-Azië, bij Japan. De scheepvaart of de oesterkweek bracht de soort naar Europa. Het machospookkreeftje werd voor het eerst aan onze kust waargenomen in 1998, toen men exemplaren vond op boeien vóór de kust van Zeebrugge. Dit diertje heeft zich ondertussen ook verspreid naar de andere havens aan de Belgische kust. De soort verdraagt een brede gradiënt van temperatuur en zoutgehalte en kan ecologisch negatieve effecten met zich meebrengen door in competitie te treden met inheemse soorten.
Foto: Jean-Paul Vanderperren




Wetenschappelijke naam

Caprella mutica Schurin, 1935


Oorspronkelijke verspreiding

Het machospookkreeftje - ook wel harig spookkreeftje genoemd - is oorspronkelijk afkomstig van de kust van Noordoost Azië, bij Japan [1]. Daar leeft het vastgehecht aan drijvende algen of constructies voor aquacultuur. Buiten zijn natuurlijke omgeving wordt deze soort vaak aangetroffen in havens: op pontons, boeien en andere harde substraten en op mosselen of wieren [2].


Eerste waarneming in België

In januari 1998 [3] is het machospookkreeftje voor het eerst waargenomen op een boei die de toegang tot de haven van Zeebrugge markeerde [4].


Verspreiding in België

Het machospookkreeftje was sinds 1999 vrij algemeen op pontons in de jachthaven van Zeebrugge, al wordt hier sinds 2007 een serieuze terugval in de aantallen waargenomen [5]. Het machospookkreeftje wordt gesignaleerd in de haven van Oostende en eveneens op pontons en boeien, zowel in open water als nabij de kust, ter hoogte van onder andere voor de monding van het Schelde-estuarium, Knokke-Heist, Zeebrugge, Blankenberge, Oostende, Nieuwpoort en Koksijde [3].


Verspreiding in onze buurlanden

De eerste waarneming in Nederland - tevens de eerste waarneming voor Europa - dateert van de zomer 1993, in de Roompotsluis in de Oosterschelde. Daar bleef de soort ook in 1994 talrijk [6]. Een jaar later werd de soort ook gesignaleerd in de binnenhaven van Neeltje Jans (Oosterschelde) [3]. In 1995, vond men exemplaren in Burghsluis, ook aan de Oosterschelde [7]. Aanvankelijk dacht men dat het om een voor de wetenschap nieuwe soort ging en benoemde men deze Caprella macho. Later bleek dat het machospookkreeftje reeds in 1935 beschreven was onder de naam Caprella mutica, die dan ook geldt als zijn correcte wetenschappelijke naam [8]. Sindsdien werd dit diertje in Nederland gevonden op de wanden van schepen, op visnetten, op havenstructuren en pontons, op boeien en vastgehecht aan algen en dit over nagenoeg de hele kustlijn [3][9].

Vanuit Nederland verspreidde het machospookkreeftje zich naar de westkust van Schotland, waar het sinds 2000 gesignaleerd wordt [10]. Hier is het spookkreeftje uitzonderlijk succesvol en vormt het op sommige locaties kolonies van meer dan 300 000 diertjes per vierkante meter [11]. Vanaf 2003 wordt deze exoot ook waargenomen in Ierland [12] en vanaf 2000 in de havens van Sylt en Helgoland, twee eilanden ten noorden van Duitsland [3]. Meer noordelijk werd de Noorse haven van Hordaland reeds in 1999 bereikt [3].

In Frankrijk zijn er enkel meldingen uit Le Havre in 2004, maar er wordt verwacht dat de soort binnenkort de meer zuidelijke westkust van Frankrijk en Spanje zal koloniseren [3].


Wijze van introductie

Zowel scheepvaart als de import van Japanse oesters hielpen mee in de verspreiding van het machospookkreeftje [10]. Deze exoot kan zowel in het ballastwater van schepen als op de scheepsrompen als verstekeling meeliften naar andere havens [13]. Het diertje beschikt op zijn achterlijf over drie paar kleine pootjes waarmee het zich kan vasthaken aan een substraat, maar het is ook in staat om zich vrij voort te bewegen [14].


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

Machospookkreeftjes kunnen zich heel snel voortplanten. Zo produceren wijfjes gemiddeld 2 broedsels, waarvan hun eerste reeds op hun 53ste levensdag, hun tweede 20 dagen nadien [11]. Gemiddeld telt een broedsel 11 tot 25 jongen [11], al kan dit uitzonderlijk oplopen tot 300 [15].

Deze exoot hecht zich vast aan verschillende harde substraten zoals wieren en touwen, maar ook op pontons en boeien die typisch in onze havens voorkomen [2].

Tot slot zijn machospookkreeftjes gekend als opportunisten wat hun voeding betreft. Dit betekent dat ze niet echt kieskeurig zijn in wat ze precies eten noch in de manier waarop ze het verzamelen. Zo kunnen ze kiezen tussen verscheidene voedingsstrategieën, afhankelijk van het type voedsel dat aanwezig is. Indien er voornamelijk algen groeien, kan het machospookkreeftje het oppervlak ervan afschrapen. Kiezelwieren kunnen uit de waterkolom gefilterd worden met de kleine haartjes op hun antennes [16]. Tenslotte werd aangetoond dat de soort zich ook kan voeden met pekelkreeftjes en ook afgezet dood organisch materiaal van de bodem kan oppikken [15].


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

Het machospookkreeftje kan overleven in water met temperaturen tussen -1,8 °C en 25 °C en met zoutgehaltes tussen 16 en 40 PSU (zout brakwater). Ter vergelijking: het zeewater in onze Noordzee heeft een gemiddeld zoutgehalte van 35 PSU. Praktisch houdt dit in dat de temperatuur en het zoutgehalte van de Noordzee zeer geschikt zijn voor dit spookkreeftje. Inlandse wateren, estuaria en enkele andere zeeën, zoals de Baltische en de Middellandse zee zijn minder geschikt omwille van een te laag zoutgehalte of in het geval van de Middellandse Zee, een te hoge watertemperatuur [15][17]. Gezien het machospookkreeftje niet over een vrijzwemmend larvaal stadium beschikt, speelt transport via vasthechting op verschillende substraten de grootste rol in de verspreiding van deze soort. Verplaatsing over lange afstand gebeurt vooral door transport via scheepvaart of met oesters. Pleziervaart en drijvende wieren zijn dan meer verantwoordelijk voor lokaal transport [2].


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

Er wordt regelmatig gemeld dat het machospookkreeftje in grote dichtheden voorkomt, tot zelfs meer dan 300 000 individuen per vierkante meter [11]. Dit kan competitie voor ruimte met andere soorten veroorzaken, hoewel het bestaan hiervan in de vrije natuur nog niet bewezen is. In het laboratorium bleek echter dat het machospookkreeftje (Europese) spookkreeftjes zoals het ‘wandelend geraamte’ Caprella linearis kan wegconcurreren [18].

Het machospookkreeftje wordt ook aanzien als een pest voor aquacultuur [19]. De soort komt immers veelvuldig voor op en rond de hangculturen van onder andere mosselkweken. De hoge concentraties van de soort kunnen het verstoppen van waterleidingen in de hand werken en mogelijk ook de vestiging van mossellarven op de touwen voor mosselkweek verhinderen, hoewel voor deze laatste bewering nog niet kon aangetoond worden [15].

Tot op heden zijn er nog geen pogingen gedaan om het machospookkreeftje te bestrijden. Er gaan in tegenstelling zelfs stemmen op om van een nood deugt te maken en na te gaan of het diertje als visvoedsel in aquacultuur gebruikt kan worden [15].


Specifieke kenmerken

Het machospookkreeftje is één van de grootste spookkreeftjes. Met hun langgerekt lichaam kunnen mannetjes groter worden dan 25 millimeter. Vrouwtjes zijn een stuk kleiner en worden niet groter dan 20 millimeter [15]. Ze zijn erg variabel van kleur: van bijna transparant via lichtbruin tot donkerbruin en van oranje- tot roodachtig van kleur waarbij de broedbuidel van het vrouwtje gespikkeld is met rode vlekken [10][20].

Het lichaam is duidelijk verdeeld in segmenten. Op het 3de tot en met het 7e segment bevinden zich uitsteeksels aan de rugzijde en de zijkant. Kenmerkend voor deze soort is dat de twee eerste lichaamsegmenten (pereonieten) van de mannetjes sterk behaard zijn. De poten (gnathopoden) op het tweede segment zijn vergroot en bevatten scharen die behaard zijn bij de mannetjes, maar niet bij de vrouwtjes. Verder zijn er nog drie paar achterste kleine pootjes en op de kop twee paar antennes waarvan het eerste paar bij de mannetjes sterk verlengd is [7][10].

Bij het zoeken naar voedsel richt het machospookkreeftje zich op en spreidt het zijn antennes en scharen uit, wachtend op zijn prooi. Met zijn drie achterste paar kleine pootjes hecht het zich hierbij vast aan het substraat (zie foto). Door deze positie aan te nemen zullen kleine deeltjes of organismen door de haartjes op de antennes gefilterd worden. De scharen worden - in tegenstelling tot wat verwacht zou worden - niet gebruikt om voedsel te zoeken maar wel om zich te verdedigen of de strijd aan te gaan met andere mannetjes bij het veroveren van een vrouwtje [21].


Weetjes

Het spanrupsje van de zee

Om zich te verplaatsen maakt het machospookkreeftje een eigenaardige beweging die veel wegheeft van een kruipende spanrups. Eerst buigt deze exoot zich voorover waarbij hij zich met zijn monddelen vastgrijpt aan het substraat om dan vervolgens het achterlijf bij te trekken [21].

Het stoere borsthaar van een machoman

Ongetwijfeld vraagt iedereen zich af waar deze grappige Nederlandse naam ‘machospookkreeftje ’ vandaan komt. De verklaring is te vinden in het harige uiterlijk van deze soort (zie figuur bij ‘specifieke kenmerken’). De beharing - die enkel bij de mannetjes voorkomt en daarenboven enkel op de twee eerste lichaamsegmenten - doet denken aan het borsthaar van machomannen [7].


Geraadpleegde bronnen

  1. Arimoto, I. (1976). Taxonomic studies of caprellids (Crustacea, Amphipoda, Caprellidae) found in the Japanese and adjacent waters. Special publications from the Seto Marine Biological Laboratory (Series 3) 3: 1-229. details
  2. 2,0 2,1 2,2 Ashton, G.V.; Willis, K.J.; Cook, E.J. (2007). Distribution of the introduced amphipod, Caprella mutica Schurin, 1935 (Amphipoda: Caprellida: Caprellidae) on the west coast of Scotland and a review of its global distribution. Hydrobiologia 590:31-41. details
  3. 3,0 3,1 3,2 3,3 3,4 3,5 3,6 Cook, E.J.; Jahnke, M.; Kerckhof, F.; Minchin, D.; Faasse, M.; Boos, K.; Ashton, G. (2007). European expansion of the introduced amphipod Caprella mutica Schurin 1935. Aquatic Invasions 2(4): 411-421. details
  4. Kerckhof, F. (2001). National report for Belgium, in: ICES Advisory Committee on the Marine Environment (2001). Report of the Working Group on Introductions and Transfers of Marine Organisms, Barcelona, Spain 21–23 March 2001. C.M. - International Council for the Exploration of the Sea, CM 2001(ACME: 08): pp. 24-26. details
  5. De Blauwe, H.; Dumoulin, E. (2009). De zeefauna en -flora uit de jachthaven van Zeebrugge, in het bijzonder de fouling-organismen van drijvende pontons. De Strandvlo 29(2): 41-63. details
  6. Faasse, M. (1996). Caprella macho Platvoet e.a., 1995, een nieuwe spookkreeft. Zeepaard 56:2-3. details
  7. 7,0 7,1 7,2 Platvoet, D.; De Bruyne, R.H.; Gmelig Meyling, A.W. (1995). Description of a new Caprella species from The Netherlands: Caprella macho nov. spec. (Crustacea, Amphipoda, Caprellidae). Bull. Zoöl. Mus., Amsterdam 15(1):1-4. details
  8. Faasse, M. (2005). Notes on diagnostic characters and morphological variability of Caprella mutica Schurin, 1935 in The Netherlands (Crustacea: Amphipoda: Caprellidea). Het Zeepaard 65(1): 22-28. details
  9. Faasse, M. (1999). Nieuwe vindplaatsen van de spookkreeft Caprella macho Platvoet et al. 1993. Zeepaard 59(3):86-87. details
  10. 10,0 10,1 10,2 10,3 Willis, K.J.; Cook, E.J.; Lozano-Fernandez, M.; Takeuchi, I. (2004). First record of the alien caprellid amphipod, Caprella mutica, for the UK. J. Mar. Biol. Ass. U.K. 84(5): 1027-1028. details
  11. 11,0 11,1 11,2 11,3 Cook, E.J.; Willis, K.J.; Lozano-Fernandez, M. (2007). Survivorship, growth and reproduction of the non-native Caprella mutica Schurin (Crustacea: Amphipoda). Hydrobiologia 590: 55-64. details
  12. Tierney, T.D.; Kane, F.; Naughton, O.; Kennedy, S.; O’Donohoe, P.; Copley, L., Jackson, D. (2004). On the occurrence of the caprellid amphipod, Caprella mutica Schurin 1935, in Ireland. Irish Naturalists’ Journal 27:437-439. details
  13. Buschbaum, C.; Gutow, L. (2005). Mass occurrence of an introduced crustacean (Caprella cf. mutica) in the south-eastern North Sea. Helgol. Mar. Res. 59(3): 252-253. details
  14. Ruppert, E.E.; Barnes, R.D. (1994). Invertebrate zoology. 6th edition. Saunders College Publishing: Orlando, FL (USA). ISBN 0-03-026668-8. 1056 pp. details
  15. 15,0 15,1 15,2 15,3 15,4 15,5 Boos, K.; Ashton, G.V.; Cook, E.J. (2011). The Japanese skeleton shrimp Caprella mutica (Crustacea, Amphipoda): A global invader of coastal waters, in: Galil, B.S. et al. (Ed.) (2011). In the wrong place - alien marine crustaceans: Distribution, biology and impacts. Invading Nature - Springer Series in Invasion Ecology, 6: pp. 129-156. details
  16. Caine, E.A. (1977). Feeding mechanism and possible resource partitioning of the caprillidae (Crustacea: Amphipoda) from Puget Sound, USA. Marine Biology 42(4):331-336. details
  17. Ashton, G.V.; Willis, K.J.; Burrows, M.; Cook, E.J. (2007). Environmental tolerance of Caprella mutica: implications for its distribution as a non-native species. Marine Environmental Research 59: 252-253. details
  18. Shucksmith, R.; Cook, E.J.; Hughes, D.J.; Burrows, M.T. (2009). Competition between the non-native amphipod Caprella mutica and two native species of caprellids Pseudoprotella phasma and Caprella linearis. Journal of the Marine Biological Association of the United Kingdom 89(6): 1125-1132. details
  19. ICES Advisory Committee on the Marine Environment (2004). Working Group on Introductions and Transfers of Marine Organisms (WGITMO) 25-26 March 2004 Cesenatico, Italy. ICES Committee Meetings Documents, CM 2004(ACME:05). ICES: Copenhagen, Denmark. 151 pp. details
  20. Persoonlijke mededeling door Marco Faasse 2011.
  21. 21,0 21,1 Stichting Anemoon – Analyse, Educatie en Marien Oecologisch onderzoek. Harig spookkreeftje - Caprella mutica. online beschikbaar, geraadpleegd op 7-8-2009.