Oevervlokreeft: verschil tussen versies

Uit Kust Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 1: Regel 1:
 
__NOTITLE__
 
__NOTITLE__
 
{{Kader4|Naam=Oevervlokreeft
 
{{Kader4|Naam=Oevervlokreeft
|Foto= <div style="padding:0em 0em 0em 0em">
+
|Foto= <div style="padding:1.5em 0em 0em 0em">
 
[[Image:47097 orchestia-cavimana.jpg|caption|right|230px|]]<span style="color:#FFFFFF">Foto: Roger Key</span></div>
 
[[Image:47097 orchestia-cavimana.jpg|caption|right|230px|]]<span style="color:#FFFFFF">Foto: Roger Key</span></div>
 
|abstract=  
 
|abstract=  

Versie van 24 nov 2011 om 15:38

Oevervlokreeft
Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de oevervlokreeft Orchestia cavimana strekt zich uit over de Kaspische Zee, de Zwarte Zee en het oosten van de Middellandse Zee. Hoe deze soort - die zowel in zoet als in brak water voorkomt - precies tot in België raakte is nog niet gekend. Wel staat vast dat de vele (zoetwater)kanalen bij ons en in onze buurlanden de verspreiding hebben bespoedigd. De soort werd voor de eerste keer in België waargenomen op 26 maart 1927. Al snel was dit een heel algemene soort in zowel zoete als licht brakke wateren. Vooral in de IJzer, de Schelde en de Maas is de oevervlokreeft nu een algemene soort geworden.
47097 orchestia-cavimana.jpg
Foto: Roger Key




Wetenschappelijke naam

Orchestia cavimana Heller, 1865


Oorspronkelijke verspreiding

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de oevervlokreeft Orchestia cavimana strekt zich uit over de Kaspische Zee, de Zwarte Zee en het oosten van de Middellandse Zee [1].


Eerste waarneming in België

Bij het bekijken van collecties van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) bleek het oudste bewaarde exemplaar verzameld te zijn in Antwerpen, aan de linkeroever van de Schelde op 26 maart 1927 [2]. Men vermoedt echter dat de soort al rond 1900 in de Belgische Schelde aanwezig was [3].


Verspreiding in België

Vooral in de estuaria van de IJzer, de Schelde en de Maas en hun bovenlopen is de oevervlokreeft algemeen. De soort is tot ver landinwaarts terug te vinden, en voelt zich in het zoete water perfect thuis. Toch gedijt de oevervlokreeft ook in de brakke riviermondingen van zowel de IJzer als de Schelde [1][2][4] en werd deze exoot daarom opgenomen in deze niet-inheemse soortenlijst.

In ons studiegebied werd deze soort in maart 2009 eveneens in zeer hoge densiteiten (meer dan 200 exemplaren per m2) teruggevonden langsheen het Kanaal Gent-Terneuzen [5].


Verspreiding in onze buurlanden

De eerste West-Europese waarneming dateert van 1878 in Nederland, onder bloempotten in een tuin te Zaltbommel (provincie Gelderland). Waarschijnlijk kwam dit vlokreeftje er terecht bij het overgieten van de bloemen met water afkomstig uit de nabijgelegen beekje, in de buurt van de rivier de Waal [6].

Na de oorspronkelijke introductie in de Nederlandse Waal, verspreidde de soort zich over de gehele Rijn-Maas-Schelde delta. Vanuit de Schelde - waarlangs de oevervlokreeft al in 1906 het Noord-Franse stadje Cambrai bereikte - kon de soort verder stroomopwaarts oprukken tot de Seine [1]. Vervolgens kon deze exoot via de Marne - langs het Rijn-Marne-Moezelkanaal - naar Duitsland trekken. De kolonisatie van de Duitse Boven-Rijn en de Moezel vond pas plaats na 1950 [1].

Deze exoot migreerde recentelijk ook vanuit de Baltische Zee tot de Poolse Wisla rivier [7].


Wijze van introductie

Hoe de soort precies in de Nederlandse Waal terecht is gekomen, is niet gekend. Wel staat vast dat de vele (zoetwater)kanalen de verdere verspreiding hebben bespoedigd [1]. Ook transport via ballastwater in vrachtschepen kan een rol gespeeld hebben [8].


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

De oevervlokreeft is in staat zich razendsnel te vermenigvuldigen. Daarenboven blijken onze koudere winters geen probleem te vormen en leiden ze niet tot sterfte binnen de populaties [9]. Ook het vermogen van deze soort om boven de waterlijn – op vochtige plekken – te overleven draagt bij tot zijn succes. Hierdoor ondervindt hij immers minder negatieve effecten door watervervuiling [10].


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

De oevervlokreeft is een soort van zowel het zoete als het brakke milieu. Hij kan niet in volle zee gedijen, omdat het zoutgehalte daar te hoog is [8][9].

De soort kan vervoerd worden in het zoete of brakke ballastwater van schepen en zo nieuwe gebieden bereiken. Deze exoot is daarenboven waargenomen op drijvende plantenresten en kan hierop via de waterstromingen een eind verder worden getransporteerd [9][11].


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

Tot dusver zijn er geen meldingen van de effecten van de oevervlokreeft op onze lokale soorten en hun leefomgeving. Al dient hierbij opgemerkt te worden dat er al heel hoge densiteiten - zelfs tot 1975 individuen per m2 - werden opgemeten. Het spreekt voor zich dat als een soort in zulke grote getale voorkomt, dit een effect kan hebben op de andere aanwezige organismen [9][11].


Specifieke kenmerken

Mannetjes van de oevervlokreeft bereiken een lengte van 22 millimeter, vrouwtjes worden 16 millimeter lang. De oevervlokreeft is donkerbruin gekleurd met ronde zwarte ogen [12]. De oevervlokreeft behoort tot de familie van de strandvlooien of Talitridae. Hoewel dit een grote familie is, zijn er slechts 5 genera, waaronder het genus Orchestia, waartoe de oevervlokreeft behoort. De soorten binnen dit genus hebben een “semi-terrestrische” levenswijze. Dit betekent dat deze soorten zowel onder water als op vochtige plekjes boven de waterlijn voorkomen, zoals onder stenen, tussen vochtige vegetatie en in de bovenste laag van het sediment [12].


Weetjes

Een zoutminnende neef

Binnen de familie van de Talitridae vindt men ook onze inheemse strandvlo Talitrus saltator. Soorten van het genus Talitrus worden gekenmerkt door een volledige terrestrische levenswijze, dit in tegenstelling tot de semi-terrestrische levenswijze van de soorten behorende tot het genus Orchestia (zoals de oevervlokreeft). Men vindt de inheemse strandvlo enkel terug op het strand in de zone waar wieren en ander organisch materiaal door het getij op het strand geworpen worden [12].

En een inheemse broer

De oevervlokreeft heeft in Belgische wateren eveneens een inheemse tegenhanger: Orchestia gammarellus. Deze kan in Nieuwpoort in het natuurgebied de ijzermonding en in Oostende aan de halve maandijk worden waarnemen. Deze soort heeft een gelijkaardige levenswijze als de oevervlokreeft [10].


Geraadpleegde bronnen

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 Kinzelbach, R. (1972). Zur Verbreitung und Ökologie des Süßwasser-strandflohs Orchestia cavimana Heller, 1865 (Crustacea: Amphipoda: Talitridae). Bonn. Zool. Beitr 23: 267-282. details
  2. 2,0 2,1 Wouters, K. (2002). On the distribution of alien non-marine and estuarine macro-crustaceans in Belgium. Bull. Kon. Belg. Inst. Natuurwet. Biologie 72: 119-129. details
  3. van der Velde, G.; Rajagopal, S.; Kelleher, B.; Muskó, I.; Bij de Vaate, A. (2000). Ecological impact of crustacean invaders: general considerations and examples from the Rhine River, in: von Pauwel Klein, J.C. et al. (Ed.) (2000). The biodiversity crisis and Crustacea: Proceedings of the 4th International Crustacean Congress, Amsterdam, Netherlands, 20-24 July, 1998, volume 2. Crustacean Issues, 12: pp. 3-33. details
  4. den Hartog, J.C. (1963). The amphipods of the deltaic region of the rivers Rhine, Meuse and Scheldt in relation to the hydrography of the area. II. The talitridae. Neth. J. Sea Res. 2(1): 40-67. details
  5. Boets, P.; Lock, K.; Goethals, P.L.M. (2011). Using long-term monitoring to investigate the changes in species composition in the harbour of Ghent (Belgium) Hydrobiologia 663: 155-166. details
  6. Hoek, P.P.C. (1879). Carcinologisches. III Eine Orchestide des Festlandes. Tijdschrift der Nederlandsche Dierkundige Vereeniging 4: 130-134. details
  7. Konopacka, Al; Michal Grabowski, Karolina Bącela-Spychalska and Tomasz Rewicz (2009) Orchestia cavimana Heller, 1865 (Amphipoda: Talitridae) enters freshwater inland habitats in the Vistula River, Poland Aquatic Invasions (2009) Volume 4, Issue 4: 689-691. details
  8. 8,0 8,1 ICES Advisory Committee on the Marine Environment (2006). Working Group on Introductions and Transfers of Marine Organisms (WGITMO) 16–17 March 2006 Oostende, Belgium. ICES Committee Meetings Documents, 2006(ACME:05). ICES: Copenhagen, Denmark. 330 pp. details
  9. 9,0 9,1 9,2 9,3 Herkül, K.; Kotta, J.; Kotte, I. (2006). Distribution and population characteristics of the alien talitrid amphipod Orchestia cavimana in relation to environmental conditions in the Northeastern Baltic Sea. Helgol. Mar. Res. 60(2): 121-126. details
  10. 10,0 10,1 Persoonlijke mededeling door Pieter Boets 2011.
  11. 11,0 11,1 Herkül, K. (2006). Invasion history of the amphipods Orchestia cavimana and Gammarus tigrinus in the Estonian Coastal Sea. University of Tartu: Tartu, Estonia. 60 pp. details
  12. 12,0 12,1 12,2 Lincoln, R.J. (1979). British marine Amphipoda: Gammaridea. British Museum (Natural History): London, UK. ISBN 0-565-00818-8. vi, 658 pp. details