Overzichtslijst beleidsinstrumenten: verschil tussen versies

Uit Kust Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 1: Regel 1:
 
=== Globale verdragen en akkoorden ===
 
=== Globale verdragen en akkoorden ===
 
<br>
 
<br>
1)  Het [http://www.cbd.int '''Verdrag inzake Biologische Diversiteit'''] (Convention on Biological Diversity, CBD, afgesloten in 1992, van kracht sinds 1993) is een overeenkomst om actie te ondernemen op specifieke punten in verband met biodiversiteit, waaronder de opzettelijke en niet-opzettelijke introductie van niet-inheemse soorten. Artikel 8 van de conventie stelt dat ‘''ondertekenende partijen, voor zover mogelijk en op passende wijze, de introductie van niet-inheemse soorten dienen te voorkomen en niet-inheemse soorten die ecosystemen, habitats of soorten bedreigen, dienen te bestrijden of uit te roeien''’. De bijeenkomst van de partijen in Nagoya (COP10, oktober 2010) stelde als doelstelling om - tegen 2020 - invasieve niet-inheemse soorten en hun verspreidingskanalen te identificeren, prioriteiten te stellen in de controle en uitroeiing van prioritiaire soorten en maatregelen te treffen voor het beheer van verspreidingskanalen zodoende de introductie en de inburgering van niet-inheemse soorten te vermijden. Meer dan 180 landen hebben het verdrag ondertekend. Het verdrag werkt op basis van juridisch bindende overeenkomsten. Informatie over niet-inheemse soorten in de context van de CBD is beschikbaar via het [http://www.cbd.int/invasive/ ‘Alien Species Portal’].
+
1)  Het [http://www.cbd.int '''Verdrag inzake Biologische Diversiteit'''] (Convention on Biological Diversity, CBD, afgesloten in 1992, van kracht sinds 1993) is een overeenkomst om actie te ondernemen op specifieke punten in verband met biodiversiteit, waaronder de opzettelijke en niet-opzettelijke introductie van niet-inheemse soorten.  
 +
Artikel 8 van de conventie stelt dat ‘''ondertekenende partijen, voor zover mogelijk en op passende wijze, de introductie van niet-inheemse soorten dienen te voorkomen en niet-inheemse soorten die ecosystemen, habitats of soorten bedreigen, dienen te bestrijden of uit te roeien''’.  
 +
De bijeenkomst van de partijen in Nagoya (COP10, oktober 2010) stelde als doelstelling om - tegen 2020 - invasieve niet-inheemse soorten en hun verspreidingskanalen te identificeren, prioriteiten te stellen in de controle en uitroeiing van prioritiaire soorten en maatregelen te treffen voor het beheer van verspreidingskanalen zodoende de introductie en de inburgering van niet-inheemse soorten te vermijden. Meer dan 180 landen hebben het verdrag ondertekend. Het verdrag werkt op basis van juridisch bindende overeenkomsten. Informatie over niet-inheemse soorten in de context van de CBD is beschikbaar via het [http://www.cbd.int/invasive/ ‘Alien Species Portal’].
 +
 
 +
 
 +
2)  Het [http://www.cms.int '''Verdrag inzake Migrerende Wilde Diersoorten'''] (Convention on Migratory Species of Wild Animals, CMS of Verdrag van Bonn, afgesloten in 1979, van kracht sinds 1983) is gericht op de bescherming van migrerende terrestrische en mariene soorten en vogels in hun hele verspreidingsgebied.
 +
Trekkende soorten waarvoor een internationale samenwerking wenselijk of noodzakelijk is, zijn opgenomen in bijlage II van het verdrag. Exoten die de trekkende soorten zoals opgenomen in bijlage II van de CMS in gevaar kunnen brengen, kunnen volgens het CMS aan controle worden onderworpen. Artikel III, 4c. stelt dat de partijen zich ertoe verbinden een strikte controle uit te voeren op de introductie van, of het terugdringen of uitroeien van  reeds geïntroduceerde exotische soorten die de doelsoorten opgenomen in de bijlage I van dit verdrag op hun grondgebied dreigen in gevaar te brengen. Artikel V, 5 bepaalt dat de lidstaten in overeenkomst met de bepalingen van de bijlage II moeten voorzien in ''‘Behouden en waar nodig en mogelijk, herstellen van de habitats van belang in het behoud van een gunstige staat van instandhouding, en het beschermen van deze habitats tegen verstoringen, waaronder een strikte controle van de introductie van, of controle van reeds geïntroduceerde, exotische soorten die schadelijk zijn voor de trekkende soorten’''
 +
 
 +
3) Het [http://www.cites.org Verdrag inzake internationale handel in bedreigde soorten] (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora, CITES of Washington Convention, afgesloten in 1973, van kracht sinds 1975) regelt de handel in bedreigde dieren en planten, evenals daarvan afgeleide producten, tussen 172 aangesloten landen. Het verdrag werkt met 3 bijlagen, afhankelijk van de graad van bescherming in het land van uitvoer.
 +
De Bijlage I lijst bedreigde dieren en planten op die direct met uitsterven bedreigd zijn (bv. walvissen, dolfijnen, … bepaalde orchideeënsoorten) en waarvoor geen handel toegestaan wordt. De soorten opgenomen in de Bijlage II zijn deze die mogelijks met uitsterven worden bedreigd, en waarvoor een CITES vergunning vereist is voor in- en uitvoer. De Bijlage III bevat alle dieren en planten die in minstens één land worden beschermd en waarvoor bilaterale handelsakkoorden bestaan. Relevant voor de problematiek van niet-inheemse soorten is een bepaling in Artikel XIV a waaronder het aan de partijen toegelaten is nationale maatregelen te treffen met betrekking tot soorten die niet in de CITES Bijlagen opgenomen zijn. Het is via deze bepaling dat EU lidstaten bepaalde exotische soorten behandelen.
  
  
2)  Het [http://www.cms.int '''Verdrag inzake Migrerende Wilde Diersoorten'''] (Convention on Migratory Species of Wild Animals, CMS of Verdag van Bonn, afgesloten in 1979, van kracht sinds 1983) is gericht op de bescherming van migrerende terrestrische en mariene soorten en vogels in hun hele verspreidingsgebied.
 
-> Trekkende soorten waarvoor een internationale samenwerking wenselijk of noodzakelijk is, zijn opgenomen in bijlage II van het verdrag. Exoten die de trekkende soorten zoals opgenomen in bijlage II van de CMS in gevaar kunnen brengen, kunnen volgens het CMS aan controle worden onderworpen. Artikel III, 4c. stelt dat de partijen zich ertoe verbinden een strikte controle uit te voeren op de introductie van, of het terugdringen of uitroeien van  reeds geïntroduceerde exotische soorten die de doelsoorten opgenomen in de bijlage I van dit verdrag op hun grondgebied dreigen in gevaar te brengen. Artikel V, 5 bepaalt dat de lidstaten in overeenkomst met de bepalingen van de bijlage II moeten voorzien in  "Behouden en waar nodig en mogelijk, herstellen van de habitats van belang in het behoud van een gunstige staat van instandhouding, en het beschermen van deze habitats tegen verstoringen, waaronder een strikte controle van de introductie van, of controle van reeds geïntroduceerde, exotische soorten die schadelijk zijn voor de trekkende soorten; "
 
3) Het Verdrag inzake internationale handel in bedreigde soorten (CITES of Washington Convention www.cites.org, afgesloten in 1973; van kracht sinds 1975) regelt de handel in bedreigde dieren en planten, evenals daarvan afgeleide producten, tussen 172 aangesloten landen. Het verdrag werkt met 3 bijlagen, afhankelijk van de graad van bescherming in het land van uitvoer.
 
-> De Bijlage I lijst bedreigde dieren en planten op die direct met uitsterven bedreigd zijn (bv. walvissen, dolfijnen, … bepaalde orchideeënsoorten) en waarvoor geen handel toegestaan wordt. De soorten opgenomen in de Bijlage II zijn deze die mogelijks met uitsterven worden bedreigd, en waarvoor een CITES vergunning vereist is voor in- en uitvoer. De Bijlage III bevat alle dieren en planten die in minstens één land worden beschermd en waarvoor bilaterale handelsakkoorden bestaan. Relevant voor de problematiek van niet-inheemse soorten is een bepaling in Artikel XIV a waaronder het aan de partijen toegelaten is nationale maatregelen te treffen met betrekking tot soorten die niet in de CITES Bijlagen opgenomen zijn: het is via deze bepaling dat EU lidstaten bepaalde exotische soorten behandelen.
 
 
4) Het Internationaal Verdrag voor de Controle en het Beheer van Ballastwater en Sediment van de Scheepvaart (ook IMO Ballastwater Conventie, BWM-13.02.2004, eng benaming, afgesloten in 2004). Het verdrag is gericht op de inspanningen die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat schadelijke aquatische organismen via ballastwater en sedimenten verspreid worden. Om de introductie van niet-inheemse soorten via de ballastanken van schepen tegen te gaan verplicht de IMO Ballastwater Conventie schepen om een ‘Ballast Water and Sediment Management Plan’ op te stellen en een ‘Ballast Water Record Book’ aan boord te hebben waarin alle ballastoperaties worden bijgehouden. Daarnaast dient het beheer van het ballastwater te gebeuren volgens standaardprocedures (zie website IMO). Een derde element in de conventie betreft ballastwater uitwisseling ('Ballast Water Exchange') op zee, die bij voorkeur voorbij de 200 zeemijl van het vasteland plaatsvindt. Indien dit niet mogelijk is, moet de uitwisseling van ballastwater in ieder geval verder dan 50 zeemijl uit de kust plaatsvinden en dit in water van minstens 200 meter diep. In afwachting van de ratificatie van deze conventie wordt aangeraden door OSPAR om bepaalde maatregelen met betrekking tot het ballastwater van schepen reeds op een vrijwillige basis na te leven (OSPAR general guidance 07/2010). Voorafgaand aan de IMO Ballastwater Conventie gaf de IMO resolutie (A.868(20)) uit 1997 richtlijnen voor de controle en behandeling van ballastwater teneinde de overdracht van schadelijke organismen te beperken.  
 
4) Het Internationaal Verdrag voor de Controle en het Beheer van Ballastwater en Sediment van de Scheepvaart (ook IMO Ballastwater Conventie, BWM-13.02.2004, eng benaming, afgesloten in 2004). Het verdrag is gericht op de inspanningen die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat schadelijke aquatische organismen via ballastwater en sedimenten verspreid worden. Om de introductie van niet-inheemse soorten via de ballastanken van schepen tegen te gaan verplicht de IMO Ballastwater Conventie schepen om een ‘Ballast Water and Sediment Management Plan’ op te stellen en een ‘Ballast Water Record Book’ aan boord te hebben waarin alle ballastoperaties worden bijgehouden. Daarnaast dient het beheer van het ballastwater te gebeuren volgens standaardprocedures (zie website IMO). Een derde element in de conventie betreft ballastwater uitwisseling ('Ballast Water Exchange') op zee, die bij voorkeur voorbij de 200 zeemijl van het vasteland plaatsvindt. Indien dit niet mogelijk is, moet de uitwisseling van ballastwater in ieder geval verder dan 50 zeemijl uit de kust plaatsvinden en dit in water van minstens 200 meter diep. In afwachting van de ratificatie van deze conventie wordt aangeraden door OSPAR om bepaalde maatregelen met betrekking tot het ballastwater van schepen reeds op een vrijwillige basis na te leven (OSPAR general guidance 07/2010). Voorafgaand aan de IMO Ballastwater Conventie gaf de IMO resolutie (A.868(20)) uit 1997 richtlijnen voor de controle en behandeling van ballastwater teneinde de overdracht van schadelijke organismen te beperken.  
 
5) Het UNCLOS Verdrag van de Verenigde Naties 'United Nations Convention on the Law of the Sea (UNCLOS, afgesloten in 1982; van kracht sinds 1994) verplicht de lidstaten ertoe het mariene milieu in de zeegebieden onder hun rechtsbevoegdheid te beschermen en te vrijwaren van "significante en schadelijke wijzigingen" als gevolg van de (on)opzettelijke introductie van niet-inheemse soorten. Artikel 196 (1) van het Verdrag meldt dat: "…staten alle noodzakelijke maatregelen moeten treffen voor de reductie, preventie en controle van vervuiling van het mariene milieu als resultaat van het gebruik van technologieën of de (on)opzettelijke introductie van nieuwe of niet-inheemse soorten in bepaalde delen van het mariene milieu, dewelke daar schadelijke gevolgen kunnen veroorzaken."
 
5) Het UNCLOS Verdrag van de Verenigde Naties 'United Nations Convention on the Law of the Sea (UNCLOS, afgesloten in 1982; van kracht sinds 1994) verplicht de lidstaten ertoe het mariene milieu in de zeegebieden onder hun rechtsbevoegdheid te beschermen en te vrijwaren van "significante en schadelijke wijzigingen" als gevolg van de (on)opzettelijke introductie van niet-inheemse soorten. Artikel 196 (1) van het Verdrag meldt dat: "…staten alle noodzakelijke maatregelen moeten treffen voor de reductie, preventie en controle van vervuiling van het mariene milieu als resultaat van het gebruik van technologieën of de (on)opzettelijke introductie van nieuwe of niet-inheemse soorten in bepaalde delen van het mariene milieu, dewelke daar schadelijke gevolgen kunnen veroorzaken."

Versie van 1 dec 2011 om 10:44

Globale verdragen en akkoorden


1) Het Verdrag inzake Biologische Diversiteit (Convention on Biological Diversity, CBD, afgesloten in 1992, van kracht sinds 1993) is een overeenkomst om actie te ondernemen op specifieke punten in verband met biodiversiteit, waaronder de opzettelijke en niet-opzettelijke introductie van niet-inheemse soorten. Artikel 8 van de conventie stelt dat ‘ondertekenende partijen, voor zover mogelijk en op passende wijze, de introductie van niet-inheemse soorten dienen te voorkomen en niet-inheemse soorten die ecosystemen, habitats of soorten bedreigen, dienen te bestrijden of uit te roeien’. De bijeenkomst van de partijen in Nagoya (COP10, oktober 2010) stelde als doelstelling om - tegen 2020 - invasieve niet-inheemse soorten en hun verspreidingskanalen te identificeren, prioriteiten te stellen in de controle en uitroeiing van prioritiaire soorten en maatregelen te treffen voor het beheer van verspreidingskanalen zodoende de introductie en de inburgering van niet-inheemse soorten te vermijden. Meer dan 180 landen hebben het verdrag ondertekend. Het verdrag werkt op basis van juridisch bindende overeenkomsten. Informatie over niet-inheemse soorten in de context van de CBD is beschikbaar via het ‘Alien Species Portal’.


2) Het Verdrag inzake Migrerende Wilde Diersoorten (Convention on Migratory Species of Wild Animals, CMS of Verdrag van Bonn, afgesloten in 1979, van kracht sinds 1983) is gericht op de bescherming van migrerende terrestrische en mariene soorten en vogels in hun hele verspreidingsgebied. Trekkende soorten waarvoor een internationale samenwerking wenselijk of noodzakelijk is, zijn opgenomen in bijlage II van het verdrag. Exoten die de trekkende soorten zoals opgenomen in bijlage II van de CMS in gevaar kunnen brengen, kunnen volgens het CMS aan controle worden onderworpen. Artikel III, 4c. stelt dat de partijen zich ertoe verbinden een strikte controle uit te voeren op de introductie van, of het terugdringen of uitroeien van reeds geïntroduceerde exotische soorten die de doelsoorten opgenomen in de bijlage I van dit verdrag op hun grondgebied dreigen in gevaar te brengen. Artikel V, 5 bepaalt dat de lidstaten in overeenkomst met de bepalingen van de bijlage II moeten voorzien in ‘Behouden en waar nodig en mogelijk, herstellen van de habitats van belang in het behoud van een gunstige staat van instandhouding, en het beschermen van deze habitats tegen verstoringen, waaronder een strikte controle van de introductie van, of controle van reeds geïntroduceerde, exotische soorten die schadelijk zijn voor de trekkende soorten’

3) Het Verdrag inzake internationale handel in bedreigde soorten (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora, CITES of Washington Convention, afgesloten in 1973, van kracht sinds 1975) regelt de handel in bedreigde dieren en planten, evenals daarvan afgeleide producten, tussen 172 aangesloten landen. Het verdrag werkt met 3 bijlagen, afhankelijk van de graad van bescherming in het land van uitvoer. De Bijlage I lijst bedreigde dieren en planten op die direct met uitsterven bedreigd zijn (bv. walvissen, dolfijnen, … bepaalde orchideeënsoorten) en waarvoor geen handel toegestaan wordt. De soorten opgenomen in de Bijlage II zijn deze die mogelijks met uitsterven worden bedreigd, en waarvoor een CITES vergunning vereist is voor in- en uitvoer. De Bijlage III bevat alle dieren en planten die in minstens één land worden beschermd en waarvoor bilaterale handelsakkoorden bestaan. Relevant voor de problematiek van niet-inheemse soorten is een bepaling in Artikel XIV a waaronder het aan de partijen toegelaten is nationale maatregelen te treffen met betrekking tot soorten die niet in de CITES Bijlagen opgenomen zijn. Het is via deze bepaling dat EU lidstaten bepaalde exotische soorten behandelen.


4) Het Internationaal Verdrag voor de Controle en het Beheer van Ballastwater en Sediment van de Scheepvaart (ook IMO Ballastwater Conventie, BWM-13.02.2004, eng benaming, afgesloten in 2004). Het verdrag is gericht op de inspanningen die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat schadelijke aquatische organismen via ballastwater en sedimenten verspreid worden. Om de introductie van niet-inheemse soorten via de ballastanken van schepen tegen te gaan verplicht de IMO Ballastwater Conventie schepen om een ‘Ballast Water and Sediment Management Plan’ op te stellen en een ‘Ballast Water Record Book’ aan boord te hebben waarin alle ballastoperaties worden bijgehouden. Daarnaast dient het beheer van het ballastwater te gebeuren volgens standaardprocedures (zie website IMO). Een derde element in de conventie betreft ballastwater uitwisseling ('Ballast Water Exchange') op zee, die bij voorkeur voorbij de 200 zeemijl van het vasteland plaatsvindt. Indien dit niet mogelijk is, moet de uitwisseling van ballastwater in ieder geval verder dan 50 zeemijl uit de kust plaatsvinden en dit in water van minstens 200 meter diep. In afwachting van de ratificatie van deze conventie wordt aangeraden door OSPAR om bepaalde maatregelen met betrekking tot het ballastwater van schepen reeds op een vrijwillige basis na te leven (OSPAR general guidance 07/2010). Voorafgaand aan de IMO Ballastwater Conventie gaf de IMO resolutie (A.868(20)) uit 1997 richtlijnen voor de controle en behandeling van ballastwater teneinde de overdracht van schadelijke organismen te beperken. 5) Het UNCLOS Verdrag van de Verenigde Naties 'United Nations Convention on the Law of the Sea (UNCLOS, afgesloten in 1982; van kracht sinds 1994) verplicht de lidstaten ertoe het mariene milieu in de zeegebieden onder hun rechtsbevoegdheid te beschermen en te vrijwaren van "significante en schadelijke wijzigingen" als gevolg van de (on)opzettelijke introductie van niet-inheemse soorten. Artikel 196 (1) van het Verdrag meldt dat: "…staten alle noodzakelijke maatregelen moeten treffen voor de reductie, preventie en controle van vervuiling van het mariene milieu als resultaat van het gebruik van technologieën of de (on)opzettelijke introductie van nieuwe of niet-inheemse soorten in bepaalde delen van het mariene milieu, dewelke daar schadelijke gevolgen kunnen veroorzaken." 6) Het verdrag met betrekking tot de ‘wet van het niet aan scheepvaart gebonden gebruik van internationale waterlopen’ (Convention on the Law of Non-navigational Uses of International Watercourses, afgesloten in 1997, is nog niet van kracht wegens onvoldoende ratificaties). In artikel 22 van het verdrag verbinden lidstaten zich tot het treffen van “alle noodzakelijke maatregelen ter preventie van de introductie van niet-inheemse of nieuwe soorten die significante negatieve effecten kunnen veroorzaken in het ecosysteem van de waterlopen, en als gevolg hiervan schade berrokkenen aan een andere staat”. 7) Het Ramsar Verdrag (Ramsar Convention, afgesloten in 1971; van kracht sinds 1975). De doelstelling van het Verdrag is het behoud en het rationeel gebruik van alle ‘wetlands’ door lokale, regionale en nationale acties en internationale samenwerking, als bijdrage tot een duurzame ontwikkeling. In het Ramsar Verdrag werden invasieve soorten geïdentificeerd als één van de bedreigingen voor ‘wetlands’. 8) Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Plantensoorten (www.ippc.int, IPPC International Plant Protection Convention afgesloten in 1951; van kracht sinds 1952; gewijzigd in 1987). Het IPPC is een international verdrag met betrekking tot fytosanitaire afspraken, incl. plagen van wieren en de indirecte gevolgen ervan. Het IPPC organiseerde een workshop over invasieve niet-inheemse soorten in 2003. In aansluiting met dit verdrag melden we ook het Akoord met betrekking tot Sanitaire en Fytosanitaire Maatregelen (Agreement on the Application of Sanitary and Phytosanitary Measures SPS agreement, afgesloten in 1994; van kracht sinds 1995). Hoewel dit akkoord niet specifiek gericht is op niet-inheemse soorten, zijn vele plagen van oorsprong niet-inheems.

Europese richtlijnen en regelgeving

Regionale verdragen

Richtlijnen en gedragscodes