VLAAMS INSTITUUT VOOR DE ZEE
PLATFORM VOOR MARIEN ONDERZOEK


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen


Rugstreepsteurgarnaal: verschil tussen versies

Uit Kust Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
(<span style="color:#00787A">Specifieke kenmerken</span>)
 
(3 tussenliggende versies door één gebruiker worden niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
 
__NOTITLE__
 
__NOTITLE__
 
{{Kader4|Naam=Rugstreepsteurgarnaal
 
{{Kader4|Naam=Rugstreepsteurgarnaal
|Foto= <div style="padding:2em 0em 0em 0em">
+
|Foto= <div style="padding:1em 0em 0em 0em">
 
[[Image:Palaemon_macrodactylus.jpg|caption|right|210px|]]<span style="color:#FFFFFF">Foto: Marco Faasse (www.acteon.nl)</span></div>
 
[[Image:Palaemon_macrodactylus.jpg|caption|right|210px|]]<span style="color:#FFFFFF">Foto: Marco Faasse (www.acteon.nl)</span></div>
 
|abstract=  
 
|abstract=  
Regel 14: Regel 14:
  
  
[http://www.marinespecies.org/aphia.php?p=taxdetails&id=181372 ''Palaemon macrodactylus'' Rathbun, 1902]
+
[http://www.marinespecies.org/berms/aphia.php?p=taxdetails&id=181372 ''Palaemon macrodactylus'' Rathbun, 1902]
  
 
<P>
 
<P>
Regel 89: Regel 89:
 
<div style="float:left;width:167pt;padding:0.4em 1em 0.4em 0em">[[Image:Palaemon macrodactylus2.jpg|caption|left|220px|]]
 
<div style="float:left;width:167pt;padding:0.4em 1em 0.4em 0em">[[Image:Palaemon macrodactylus2.jpg|caption|left|220px|]]
 
<div style="text-align: left;font-size:80%">Foto: Marco Faasse (<span class="plainlinks">[http://www.acteon.nl/ www.acteon.nl]</span>)</div></div>
 
<div style="text-align: left;font-size:80%">Foto: Marco Faasse (<span class="plainlinks">[http://www.acteon.nl/ www.acteon.nl]</span>)</div></div>
[[Image:Palaemon macrodactylus3.jpg|caption|right|200px|]]
+
<div style="float:right;width:200pt;padding:0.4em 0em 0.4em 1.5em">[[Image:Palaemon macrodactylus3.jpg|caption|200px|]][[Image:Palaemon macrodactylus4.jpg|caption|265px|]]
 +
<div style="text-align: left;font-size:80%"><u>Boven</u>: schematische tekening van een steurgarnaal, met aanduiding van het rostrum <br> <u>Midden</u>: rostrum van de rugstreepsteurgarnaal ''Palaemon macrodactylus'' <br> <u>Onder</u>: rostrum van de langneussteurgarnaal ''Palaemon longirostris'' <br> <u>Tekening</u>: D’Udekem d’Acoz ''et al''. (2005) <ref name = 2a/></div></div>
 
De rugstreepsteurgarnaal heeft een goed veldkenmerk, namelijk een lichtgekleurde rugstreep bij volwassen exemplaren. Jonge individuen kan men zo wel over het hoofd zien <ref name = 9a> </ref>. De kleur van deze garnaal is rood- tot bruin- of groen- tot blauwgroenachtig <ref name = 2a> </ref>. Het kenmerkende kleurpatroon vervaagt echter snel wanneer de dieren in een aquarium gehouden worden <ref name = 4a> </ref>.  
 
De rugstreepsteurgarnaal heeft een goed veldkenmerk, namelijk een lichtgekleurde rugstreep bij volwassen exemplaren. Jonge individuen kan men zo wel over het hoofd zien <ref name = 9a> </ref>. De kleur van deze garnaal is rood- tot bruin- of groen- tot blauwgroenachtig <ref name = 2a> </ref>. Het kenmerkende kleurpatroon vervaagt echter snel wanneer de dieren in een aquarium gehouden worden <ref name = 4a> </ref>.  
<div style="float:right;width:200pt;padding:0.4em 0em 0.4em 1.5em">[[Image:Palaemon macrodactylus4.jpg|caption|right|265px|]]
+
 
<div style="text-align: left;font-size:80%"><u>Boven</u>: schematische tekening van een steurgarnaal, met aanduiding van het rostrum <br> <u>Midden</u>: rostrum van de rugstreepsteurgarnaal ''Palaemon macrodactylus'' <br> <u>Onder</u>: rostrum van de langneussteurgarnaal ''Palaemon longirostris'' <br> <u>Tekening</u>: D’Udekem d’Acoz et al. (2005) <ref name = 2a/></div></div>
+
Opmerkelijk is het ontbreken van de verticale lijntjes die de gewone steurgarnaal ''Palaemon elegans'' en de gezaagde steurgarnaal ''Palaemon  serratus'' typeren <ref name = 8a> </ref>. Er kan ook verwarring optreden met de langneussteurgarnaal ''Palaemon longirostris''. Men kan beiden onderscheiden door te kijken naar het rostrum: de langneussteurgarnaal heeft 7 tot 9 dorsale tanden op het rostrum, terwijl de rugstreepsteurgarnaal er 10 tot 12 heeft <ref name = 2a> </ref>.  
Opmerkelijk is het ontbreken van de verticale lijntjes die de gewone steurgarnaal ''Palaemon elegans'' en de gezaagde steurgarnaal ''Palaemon  serratus'' typeren <ref name = 8a> </ref>. Er kan ook verwarring optreden met de langneussteurgarnaal ''Palaemon longirostris''. Men kan beiden onderscheiden door te kijken naar het rostrum: de langneussteurgarnaal heeft 7 tot 9 dorsale tanden op het rostrum, terwijl de rugstreepsteurgarnaal er 10 tot 12 heeft <ref name = 2a> </ref>. <P>
+
 
 +
 
 
Net zoals bij ''Crangon'' soorten. (bv. “onze” grijze garnaal ''Crangon crangon'') wordt het vrouwtje van de rugstreepsteurgarnaal groter dan het mannetje. In een studie in Groot-Brittannië varieerde de lengte van de mannetjes tussen 2,5 en 3,5 centimeter en dat van de vrouwtjes tussen 2,5 en 7 centimeter. Grotere vrouwtjes droegen doorgaans ook meer eitjes <ref name = 10a> </ref>.<P>
 
Net zoals bij ''Crangon'' soorten. (bv. “onze” grijze garnaal ''Crangon crangon'') wordt het vrouwtje van de rugstreepsteurgarnaal groter dan het mannetje. In een studie in Groot-Brittannië varieerde de lengte van de mannetjes tussen 2,5 en 3,5 centimeter en dat van de vrouwtjes tussen 2,5 en 7 centimeter. Grotere vrouwtjes droegen doorgaans ook meer eitjes <ref name = 10a> </ref>.<P>
  

Huidige versie van 26 jan 2012 om 12:25

Rugstreepsteurgarnaal
Het oorspronkelijk verspreidingsgebied van de rugstreepsteurgarnaal Palaemon macrodactylus zijn de riviermondingen langs de kusten van Japan, China en Korea. Via transport in het ballastwater van schepen zou de soort naar Europa gekomen zijn. De rugstreepsteurgarnaal werd in België voor de allereerste keer waargenomen in 1998 in de het Kanaal Gent-Terneuzen, ter hoogte van de Nederlandse grens. Later bleek de soort ook aanwezig in de Zeeschelde nabij Doel, de jachthaven van Zeebrugge, de Spuikom van Oostende, in het IJzer-estuarium en werden zelfs exemplaren gevonden op het strand van Heist. Deze exoot verdraagt grote schommelingen in temperatuur en zoutgehalte en komt doorgaans voor op beschutte plekjes.
Palaemon macrodactylus.jpg
Foto: Marco Faasse (www.acteon.nl)




Wetenschappelijke naam

Palaemon macrodactylus Rathbun, 1902


Oorspronkelijke verspreiding

Het oorspronkelijk verspreidingsgebied van de rugstreepsteurgarnaal Palaemon macrodactylus ligt in de noordwestelijke Stille Oceaan, waar de soort voorkomt langs de kusten van Japan, China en Korea [1]. Deze exoot komt doorgaans voor op beschutte plekjes, vooral in estuaria [2].


Eerste waarneming in België

De eerste publicatie over de aanwezigheid van de rugstreepsteurgarnaal in België betrof exemplaren die op 12 juni 2004 aangetroffen werden tussen de pontons in de jachthaven van Zeebrugge [3]. Bij het herbekijken van stalen die door de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) verzameld werden, bleek echter dat de rugstreepsteurgarnaal reeds in 1998 in het Kanaal Gent-Terneuzen, nabij de Nederlandse grens aanwezig was [4].


Verspreiding in België

In november 1998 werd de soort in ons studiegebied aangetroffen nabij Walsoorden langs de Nederlandse Westerschelde [2]. Het duurde echter tot 5 december 2002, voordat deze soort over de grens met België, in de Zeeschelde ter hoogte van Doel werd aangetroffen [5]. De soort werd later ter hoogte van Doel en Fort Liefkenshoek opnieuw aangetroffen [5][6].

In 2004 is deze exoot langs de kust ook aangetroffen rond pontons in de jachthaven van Blankenberge [2], tussen de pontons in de jachthaven van Zeebrugge [3], in het IJzer-estuarium te Nieuwpoort en in de Oostendse Spuikom [2]. Latere waarnemingen volgden elkaar op in zowel de jachthaven van Zeebrugge als op het strand van Heist [7][8].

In het Kanaal Gent-Terneuzen breidde de soort zijn verspreidingsgebied langzaam stroomopwaarts uit en kan hij vanaf 2003 ook in Gent worden aangetroffen [4].


Verspreiding in onze buurlanden

Na uitbreiding vanuit Japan, China en Korea naar de west- en oostkust van de Verenigde Staten van Amerika en de kust van Argentinië bereikte de rugstreepsteurgarnaal in 1992 Europa, waar de soort voor het eerst in het Theems-estuarium (Groot-Brittannië) werd aangetroffen [9]. De soort breidde zijn verspreidingsgebied hier uit en kon vanaf 2001 in de estuaria van Orwell en Steur (in het Westen van Groot-Brittannië) aangetroffen worden. Het feit dat men hier vaak eierdragende wijfjes waarnam - gaande van 12 % tot zelfs 100 % van de wijfjes - duidt op permanente vestiging in deze streken [9][10].

Momenteel komt dit diertje in Nederland voor in het Noordzeekanaal, de Nieuwe Waterweg en de Oosterschelde rond de Zeelandbrug en Wemeldinge [2]. Verder is de soort algemeen in het Veerse Meer, de Grevelingen en in het Waddengebied (Harlingen, Lauwersoog en Eemshaven) [11][12].

In Frankrijk is deze exoot in 1998 voor het eerst aangetroffen in het Gironde-estuarium. De soort bleek in bepaalde delen van het estuarium heel algemeen. Ook hier werden vaak eierdragende vrouwtjes waargenomen [13] en de soort wordt hier anno 2011 als gevestigd beschouwd [14]. De soort is in Frankrijk ook aan te treffen in het Seine-estuarium (sinds 2006) [15].

In mei 1999 werd deze garnaal gevangen in Spanje [16], waar hij anno 2011 in het Guadalquivir-estuarium als gevestigd beschouwd wordt [14]. De rugstreepsteurgarnaal is onder andere ook aan te treffen in de Zwarte Zee (sinds 2002) [17] het Wezer- en het Hooksiel-estuarium (in Duitsland, sinds 2004) [18]. Er wordt voorspeld dat de soort spoedig ook de Baltische Zee zal koloniseren [18].


Wijze van introductie

Volgens een aantal onderzoekers is de verspreiding van de rugstreepsteurgarnaal sterk gekoppeld aan de internationale scheepvaart, gezien dit diertje in hogere densiteiten voorkomt in havens waar veel buitenlandse transportschepen aanmeren, bijvoorbeeld het Noordzeekanaal, de haven van Zeebrugge of de Westerschelde. Op plaatsen waar dit niet het geval is zoals de Oosterschelde - waar geen internationale handel via scheepvaart optreedt maar zich wel belangrijke mossel- en oesterkweekcentra bevinden - komt de soort minder voor. Hierdoor is er een sterk vermoeden dat deze exoot de wereld wordt rondgeleid via ballastwater in schepen en niet via de import van oesterzaad [2].


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

De eigenschap om zich aan te passen aan een breed spectrum van omgevingsfactoren - zoals wisselende temperatuur, zoutgehalte en zuurstofconcentratie - draagt bij tot het succes van de rugstreepsteurgarnaal [19]. Bovendien dragen de vrouwtjes veel eitjes - van 100 tot 2800 eitjes per vrouwtje per broedsel - waarbij het aantal eitjes afhankelijk is van de grootte van het vrouwtje. Er worden twee broedsels per jaar gelegd [10].

Opmerkelijk is dat de eitjes van de rugstreepsteurgarnaal resistent zijn tegen een bepaalde schimmelinfectie die veelvuldig optreedt bij andere schaaldieren. Rond de eitjes is een laagje bacteriën (Alteromonas sp.) aanwezig die een specifieke chemische stof produceren om de ziekte-verwekkende schimmel te verdringen, waardoor meer eitjes kunnen overleven [20].


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

De mondiale verspreiding van de rugstreepsteurgarnaal zal meer dan waarschijnlijk verder bespoedigd worden door de intercontinentale scheepvaart [2].

De capaciteit om sterk wisselende omgevingsomstandigheden (temperatuur, vervuiling, zoutgehalte, zuurstofgehalte) te tolereren bevordert de definitieve vestiging van de soort na een toevallige introductie [19]. Het vaak aantreffen van eierdragende wijfjes bevestigt dit ook. Gezien de soort een voorkeur heeft voor water met een verlaagd zoutgehalte - van 27 tot 32,5 PSU - kan hij goed gedijen in estuaria [10]. Deze exoot komt zelfs voor in zoutgehaltes van slechts 1 of 2 PSU, wat bijna overeenkomt met zoetwater [21]. Ter vergelijking: het zeewater in onze Noordzee heeft een zoutgehalte van ongeveer 35 PSU.


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

Aan de Pacifische kust van de Verenigde Staten kent de rugstreepsteurgarnaal weinig tot geen competitie van andere Palaemonidae (= garnalen behorende tot dezelfde familie als de rugstreepsteurgarnaal). Hierdoor kunnen ze met hoge snelheid veel nieuwe geschikte gebieden gaan koloniseren. In Europa daarentegen zijn er wel inheemse Palaemonidae-soorten. Deze zijn wijdverbreid langs de Europese kusten en bezetten bovendien een heel scala aan habitats. Hier zal de rugstreepsteurgarnaal niet alleen de aanwezige voedselbronnen, maar ook de ruimte moeten delen met de oorspronkelijk aanwezige Palaemonidae, wat leidt tot competitie met inheemse soorten [2].

Deze exoot is echter bevoordeeld ten opzichte van inheemse soorten. Bij aankomst bestaat immers de mogelijkheid dat deze nieuwkomer voor bepaalde tijd gevrijwaard is van de negatieve invloed van (soort)specifieke parasieten die in hun oorspronkelijke verspreidingsgebied hun vooruitgang belemmeren [22].


Specifieke kenmerken

Palaemon macrodactylus2.jpg
Foto: Marco Faasse (www.acteon.nl)
Palaemon macrodactylus3.jpgPalaemon macrodactylus4.jpg
Boven: schematische tekening van een steurgarnaal, met aanduiding van het rostrum
Midden: rostrum van de rugstreepsteurgarnaal Palaemon macrodactylus
Onder: rostrum van de langneussteurgarnaal Palaemon longirostris
Tekening: D’Udekem d’Acoz et al. (2005) [2]

De rugstreepsteurgarnaal heeft een goed veldkenmerk, namelijk een lichtgekleurde rugstreep bij volwassen exemplaren. Jonge individuen kan men zo wel over het hoofd zien [12]. De kleur van deze garnaal is rood- tot bruin- of groen- tot blauwgroenachtig [2]. Het kenmerkende kleurpatroon vervaagt echter snel wanneer de dieren in een aquarium gehouden worden [3].

Opmerkelijk is het ontbreken van de verticale lijntjes die de gewone steurgarnaal Palaemon elegans en de gezaagde steurgarnaal Palaemon serratus typeren [11]. Er kan ook verwarring optreden met de langneussteurgarnaal Palaemon longirostris. Men kan beiden onderscheiden door te kijken naar het rostrum: de langneussteurgarnaal heeft 7 tot 9 dorsale tanden op het rostrum, terwijl de rugstreepsteurgarnaal er 10 tot 12 heeft [2].


Net zoals bij Crangon soorten. (bv. “onze” grijze garnaal Crangon crangon) wordt het vrouwtje van de rugstreepsteurgarnaal groter dan het mannetje. In een studie in Groot-Brittannië varieerde de lengte van de mannetjes tussen 2,5 en 3,5 centimeter en dat van de vrouwtjes tussen 2,5 en 7 centimeter. Grotere vrouwtjes droegen doorgaans ook meer eitjes [10].

Het dieet van steurgarnalen bestaat over het algemeen uit kleine dierlijke organismen (75 tot 93 %), met daarnaast ook plantenresten [23].


Weetjes

’s Nachts is de kust veilig

De rugstreepsteurgarnaal doet aan vertikale diurnale migratie. Dit betekent dat deze diertjes zich overdag dieper in de waterkolom ophouden en ’s nachts omhoog migreren, richting wateroppervlak [10]. De verborgen levenswijze (overdag) bemoeilijkt de studie van de geografische verspreiding van de soort.


Hoe verwijzen naar deze pagina?

VLIZ Alien Species Consortium (2011). Rugstreepsteurgarnaal – Palaemon macrodactylus. Niet-inheemse soorten van het Belgisch deel van de Noordzee en aanpalende estuaria. Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Geraadpleegd op 28-08-2014. Beschikbaar op
http://www.vliz.be/wiki/Lijst_niet-inheemse_soorten_Belgisch_deel_Noordzee_en_aanpalende_estuaria


Lector: Sammy De Grave
VLIZ Alien Species Consortium: http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=project&proid=2170
Deze fiche (versie 2011) is ook als pdf beschikbaar op http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=210323


Geraadpleegde bronnen

  1. Holthuis, L.B. (1980). FAO species catalogue: Vol. 1. Shrimps and prawns of the world. An annotated catalogue of species of interest to fisheries. FAO Fisheries Synopsis, 125. FAO: Rome. 271 pp. details
  2. 2,00 2,01 2,02 2,03 2,04 2,05 2,06 2,07 2,08 2,09 2,10 d'Udekem d'Acoz, C.; Faasse, M.; Dumoulin, E.; De Blauwe, H. (2005). Occurrence of the Asian shrimp Palaemon macrodactylus in the Southern Bight of the North Sea, with a key to the Palaemonidae of north-western Europe (Crustacea: Decapoda: Caridae) Ned. Faunist. Meded. 22: 95-111. details
  3. 3,0 3,1 3,2 De Blauwe, H. (2006). De rugstreepsteurgarnaal Palaemon macrodactylus in België De Strandvlo 26(1): 22-23. details
  4. 4,0 4,1 Boets, P.; Lock, K.; Goethals, P.L.M. (2011). Using long-term monitoring to investigate the changes in species composition in the harbour of Ghent (Belgium) Hydrobiologia 663: 155-166. details
  5. 5,0 5,1 ENDIS-RISKS project data (2002-2006). Data verzameld tijdens het project ‘Endocriene verstoring in het Schelde-estuarium: distributie, blootstelling en effecten (ENDIS-RISKS)’. Ongepubliceerde data. details
  6. Soors, J.; Faasse, M.; Stevens, M.; Verbessem, I.; De Regge, N.; Van den Bergh, E. (2010). New crustacean invaders in the Schelde estuary (Belgium) Belg. J. Zool. 140(1): 3-10. details
  7. De Blauwe, H.; Dumoulin, E. (2009). De zeefauna en -flora uit de jachthaven van Zeebrugge, in het bijzonder de fouling-organismen van drijvende pontons De Strandvlo 29(2): 41-63. details
  8. Informatie afkomstig van Waarnemingen.be, een initiatief van Natuurpunt Studie vzw en de Stichting Natuurinformatie. Rugstreepsteurgarnaal - Palaemon macrodactylus Rathbun, 1902. online beschikbaar, geraadpleegd op 27-08-2009.
  9. 9,0 9,1 Worsfold, T.M.; Ashelby, C.W. (2008). Additional UK records of the non-native prawn Palaemon macrodactylus (Crustacea: Decapoda) Marine Biodiversity Records 1: e48. details
  10. 10,0 10,1 10,2 10,3 10,4 Ashelby, C.W.; Worsfold, T.M.; Fransen, C.H.J.M. (2004). First records of the oriental prawn Palaemon macrodactylus (Decapoda: Caridea), an alien species in European waters, with a revised key to British Palaemonidae J. Mar. Biol. Ass. U.K. 84(3): 1041-1050. details
  11. 11,0 11,1 Faasse, M. (2005). Een Aziatische steurgarnaal in Nederland: Palaemon macrodactylus Rathbun, 1902 (Crustacea: Decapoda: Caridea) Het Zeepaard 65(6): 193-195. details
  12. 12,0 12,1 Tulp, A. (2006). De rugstreepsteurgarnaal Palaemon macrodactylus in meerdere Waddenhavens Het Zeepaard 66(1): 27-28. details
  13. Beguer, M.; Girardin, M.; Boët, P. (2007). First record of the invasive oriental shrimp Palaemon macrodactylus Rathbun, 1902 in France (Gironde Estuary) Aquat. Invasions 2(2): 132-136. details
  14. 14,0 14,1 Beguer, M.; Bergé, J.; Martin, J.; Martinet, J.; Pauliac, G.; Girardin, M.; Boët, P. (2011). Presence of Palaemon macrodactylus in a European estuary: evidence for a successful invasion of the Gironde (SW France) Aquat. Invasions 6(3): 401–418. details
  15. Lavesque , N.; Bachelet, G.; Beguer, M.; Girardin, M.; Lepage, M.; Blanchet, B.; Sorbe, J.-C.; Modéran, J.; Sauriau, P.-G.; Auby, I. (2010). Recent expansion of the oriental shrimp Palaemon macrodactylus (Crustacea: Decapoda) on the western coasts of France Aquat. Invasions 5(Suppl. 1): S103-S108. details
  16. Cuesta, J.A.; Gonzalez-Ortegon, E.; Drake, P.; Rodriguez, A. (2004). First record of Palaemon macrodactylus Rathbun, 1902 (Decapoda, Caridea, Palaemonidae) from European waters Crustaceana 77: 377-380. details
  17. Micu, D.; Nita, V. (2009). First record of the Asian prawn Palaemon macrodactylus Rathbun, 1902 (Caridea: Palaemonoidea: Palaemonidae) from the Black Sea Aquat. Invasions 4(4): 497-604. details
  18. 18,0 18,1 González-Ortegón, E.; Cuesta, J.A.; Schubart, C.D. (2007). First report of the oriental shrimp Palaemon macrodactylus Rathbun, 1902 (Decapoda, Caridea, Palaemonidae) from German waters Helgol. Mar. Res. 61(1): 67-69. details
  19. 19,0 19,1 Newman, W.A. (1963). On the introduction of an edible oriental shrimp (Caridea, Palaemonidae) to San Francisco Bay Crustaceana 5(2): 119-132. details
  20. Gil-Turnes, M.S.; Hay, M.E.; Fenical, W. (1989). Symbiotic marine bacteria chemically defend crustacean embryos from a pathogenic fungus Science (Wash.) 246(4926): 116-118. details
  21. Nancy Elder and Pam Fuller. 2011. Palaemon macrodactylus. USGS Nonindigenous Aquatic Species Database, Gainesville, FL. http://nas.er.usgs.gov/queries/FactSheet.aspx?speciesID=1206 RevisionDate: 1/11/2011.
  22. Torchin, M.E.; Lafferty, K.D.; Dobson, A.P.; McKenzie, V.J.; Kuris, A.M. (2003). Introduced species and their missing parasites Nature (Lond.) 421(6923): 628-630. details
  23. Sitts, R.M.; Knight, A.W. (1979). Predation by the estuarine shrimps Crangon franciscorum Stimpson and Palaemon macrodactylus Rathbun Biol. Bull. 156(3): 356-368. details