Stanford’s naaldkreeftje: verschil tussen versies

Uit Kust Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
(<span style="color:#00787A">Verspreiding in België</span>)
 
(21 tussenliggende revisies door 2 gebruikers niet weergegeven)
Regel 4: Regel 4:
 
[[Image:Sinelobus stanfordi3.jpg|caption|right|165px|]]<span style="color:#FFFFFF">Foto: Floris Bennema</span></div>
 
[[Image:Sinelobus stanfordi3.jpg|caption|right|165px|]]<span style="color:#FFFFFF">Foto: Floris Bennema</span></div>
 
|abstract=  
 
|abstract=  
Het Stanford’s naaldkreeftje ''Sinelobus stanfordi'' is vermoedelijk al sinds de 16de eeuw wereldwijd verspreid, waardoor het oorsprongsgebied van deze soort heel moeilijk te achterhalen is. Dit naaldkreeftje bewoont slibbuisjes die vastgehecht zijn aan harde, veelal artificiële substraten in het brak water van havens en estuaria. De verspreiding van het diertje gebeurde vermoedelijk via scheepvaart: het kreeftje kon zich vasthechtten aan scheepsrompen of kon verzeild raken in het vast ballastmateriaal en het ballastwater van schepen. Ondanks zijn nagenoeg wereldwijde verspreiding duurde het tot 2007 voordat dit naaldkreeftje voor het eerst in België waargenomen werd. De soort werd bij ons – kort na de eerste Europese observaties in de Nederlandse Rijndelta – gemeld in de haven van Antwerpen.}}
+
Stanford’s naaldkreeftje ''Sinelobus stanfordi'' is vermoedelijk al sinds de 16de eeuw wereldwijd verspreid, waardoor het oorsprongsgebied van deze soort heel moeilijk te achterhalen is. Dit naaldkreeftje bewoont slibbuisjes die vastgehecht zijn aan harde, veelal artificiële substraten in het brak water van havens en estuaria. De verspreiding van het diertje gebeurde vermoedelijk via scheepvaart: het kreeftje kon zich vasthechtten aan scheepsrompen of kon verzeild raken in het vast ballastmateriaal en het ballastwater van schepen. Ondanks zijn nagenoeg wereldwijde verspreiding duurde het tot 2007 voordat dit naaldkreeftje voor het eerst in België waargenomen werd. De soort werd bij ons – kort na de eerste Europese observaties in de Nederlandse Rijndelta – gemeld in de haven van Antwerpen.}}
 
{{kader3}}
 
{{kader3}}
 
<P>
 
<P>
Regel 14: Regel 14:
  
  
[http://www.marinespecies.org/aphia.php?p=taxdetails&id=247737 ''Sinelobus stanfordi'' (Richardson, 1901b)]
+
[http://www.marinespecies.org/berms/aphia.php?p=taxdetails&id=247737 ''Sinelobus stanfordi'' (Richardson, 1901b)]
  
 
<P>
 
<P>
Regel 22: Regel 22:
 
===<span style="color:#00787A">Oorspronkelijke verspreiding</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Oorspronkelijke verspreiding</span>===
  
Waarschijnlijk werd het Stanford’s naaldkreeftje al sinds de 16de eeuw over de wereld verspreid door het toen steeds toenemende transport van handelswaar over zee. Bijgevolg had dit naaldkreeftje op het moment waarop men het voor het eerst begon te registreren - in het begin van de 20ste eeuw - al een grote verspreiding, wat het niet meer mogelijk maakte zijn oorsprongsgebied te achterhalen <ref name = Vanhaaren>van Haaren, T.; Soors, J. (2009). ''Sinelobus stanfordi'' (Richardson, 1901): A new crustacean invader in Europe Aquat. Invasions 4(4): 703-711. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=203907 details]</ref>. In de jaren 1980 kon men deze soort wereldwijd terugvinden, zowel in tropische tot gematigde kustwateren, en dit aan beide zijden van de evenaar <ref name = Sieg>Sieg, J. (1986). Distribution of the Tanaidacea: synopsis of the known data and suggestions on possible distribution patterns, in: Gore, R.H. et al. (1986). Crustacean biogeography. Crustacean Issues, 4: pp. 165-194. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=12751 details]</ref>.
+
Waarschijnlijk werd Stanford’s naaldkreeftje al sinds de 16de eeuw over de wereld verspreid door het toen steeds toenemende transport van handelswaar over zee. Bijgevolg had dit naaldkreeftje op het moment waarop men het voor het eerst begon te registreren - in het begin van de 20ste eeuw - al een grote verspreiding, wat het niet meer mogelijk maakte zijn oorsprongsgebied te achterhalen <ref name = Vanhaaren>van Haaren, T.; Soors, J. (2009). ''Sinelobus stanfordi'' (Richardson, 1901): A new crustacean invader in Europe Aquat. Invasions 4(4): 703-711. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=203907 details]</ref>. In de jaren 1980 kon men deze soort wereldwijd terugvinden, zowel in tropische tot gematigde kustwateren, en dit aan beide zijden van de evenaar <ref name = Sieg>Sieg, J. (1986). Distribution of the Tanaidacea: synopsis of the known data and suggestions on possible distribution patterns, in: Gore, R.H. et al. (1986). Crustacean biogeography. Crustacean Issues, 4: pp. 165-194. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=12751 details]</ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 29: Regel 29:
 
===<span style="color:#00787A">Eerste waarneming in België</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Eerste waarneming in België</span>===
  
In België werd het Stanford’s naaldkreeftje voor het eerst aangetroffen op 19 juli 2007 in het Verrebroekdok van de haven van Antwerpen, op een artificieel substraat dat gebruikt wordt voor de monitoring van glasaal. Dit substraat werd gedomineerd door andere niet-inheemse soorten zoals de [[tijgervlokreeft]] ''Gammarus tigrinus'', het [[Zuiderzeekrabbetje]] ''Rhithropanopeus harrisii'' en [[Jenkins' waterhoren]] ''Potamopyrgus antipodarum'' <ref name = Vanhaaren> </ref>.
+
In België werd Stanford’s naaldkreeftje voor het eerst aangetroffen op 19 juli 2007 in het Verrebroekdok van de haven van Antwerpen, op een artificieel substraat dat gebruikt wordt voor de monitoring van glasaal. Dit substraat werd gedomineerd door andere niet-inheemse soorten zoals de [[tijgervlokreeft]] ''Gammarus tigrinus'', het [[Zuiderzeekrabbetje]] ''Rhithropanopeus harrisii'' en [[Jenkins' waterhoren]] ''Potamopyrgus antipodarum'' <ref name = Vanhaaren> </ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 35: Regel 35:
  
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in België</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in België</span>===
[[Image:Sinelobus stanfordi.jpg|thumb|right|160px| <div style="text-align: center;font-size:80%">Een mannelijk Stanford’s naaldkreeftje met het achterlijf in een zelfgemaakte slijkkoker. <P> Foto: Floris Benema</span></div>]]
+
In 2007 – een paar maanden na de eerste vondst van Stanford’s naaldkreeftje in de Antwerpse haven – werden grote aantallen van de soort (tot 4200 exemplaren per staal) in ons studiegebied aangetroffen in het Kanaal Gent-Terneuzen, ter hoogte van Terneuzen. In het daaropvolgende jaar werd de vondst uit de Zeeschelde bevestigd door nieuwe waarnemingen en bleek Stanford’s naaldkreeftje ook meer landinwaarts – tot aan de instroomplaats van het Albertkanaal – voor te komen <ref name = Vanhaaren> </ref>.
In 2007 – een paar maanden na de eerste vondst van het Stanford’s naaldkreeftje in de Antwerpse haven – werden grote aantallen van de soort (tot 4200 exemplaren per staal) in ons studiegebied aangetroffen in het Kanaal Gent-Terneuzen, ter hoogte van Terneuzen. In het daaropvolgende jaar werd de vondst uit de Zeeschelde bevestigd door nieuwe waarnemingen en bleek het Stanford’s naaldkreeftje ook meer landinwaarts – tot aan de instroomplaats van het Albertkanaal – voor te komen <ref name = Vanhaaren> </ref>.
+
  
Ondanks de tot op heden beperkte aantallen - steeds minder dan 10 exemplaren per staal - in de Zeeschelde, wordt er verwacht dat de soort zich hier en in aanpalende kanalen (met zowel brak als zoet water) op artificiële substraten zoals boeien en dokmuren zal vestigen <ref name = Vanhaaren> </ref>.  
+
Ondanks de tot op heden beperkte aantallen - steeds minder dan 10 exemplaren per staal - in de Zeeschelde, wordt verwacht dat de soort zich hier en in aanpalende kanalen (met zowel brak als zoet water) op artificiële substraten zoals boeien en dokmuren zal vestigen <ref name = Vanhaaren> </ref>.  
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 45: Regel 44:
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in onze buurlanden</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in onze buurlanden</span>===
  
De eerste Europese melding van het Stanford’s naaldkreeftje dateert van 14 september 2006 toen dit naaldkreeftje in de Oude Maas, nabij Hoogvliet (Rotterdam, Nederland) werd aangetroffen. Enkele dagen later bleek – met waarnemingen in Nieuwe waterweg en de Hollandse IJssel – dat de soort ook al voorkwam in de waterwegen rond de Rotterdamse haven. Ook meer noordelijk - nabij de monding van het Noordzeekanaal dat Amsterdam met de Noordzee verbindt - werd de soort in dit jaar aangetroffen <ref name = Vanhaaren> </ref>.  
+
De eerste Europese melding van Stanford’s naaldkreeftje dateert van 14 september 2006 toen dit naaldkreeftje in de Oude Maas, nabij Hoogvliet (Rotterdam, Nederland) werd aangetroffen. Enkele dagen later – met waarnemingen in Nieuwe waterweg en de Hollandse IJssel – bleek de soort ook al voor te komen in de waterwegen rond de Rotterdamse haven. Ook meer noordelijk - nabij de monding van het Noordzeekanaal dat Amsterdam met de Noordzee verbindt - werd de soort in dit jaar aangetroffen <ref name = Vanhaaren> </ref>.  
In 2009 en 2010 werd het naaldkreeftje nog verder noordelijk aangetroffen; namelijk in de Waddenzee ter hoogte van Harlingen (Noord-Nederland), en de havens van Emden (Duits-Nederlandse grens) en in Brunsbüttel (aan de Duitse Elbe) <ref name = Gittenberger>Gittenberger, A.; Rensing, M.; Stegenga, H.; Hoeksema, B. (2010). Native and non-native species of hard substrata in the Dutch Wadden Sea Ned. Faunist. Meded. 33: 21-76. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206549 details]</ref>.
+
In 2009 en 2010 werd het naaldkreeftje nog verder noordelijk aangetroffen, namelijk in de Waddenzee ter hoogte van Harlingen (Noord-Nederland), en de havens van Emden (Duits-Nederlandse grens) en in Brunsbüttel (aan de Duitse Elbe) <ref name = Gittenberger>Gittenberger, A.; Rensing, M.; Stegenga, H.; Hoeksema, B. (2010). Native and non-native species of hard substrata in the Dutch Wadden Sea Ned. Faunist. Meded. 33: 21-76. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206549 details]</ref>.
  
 
Het blijft vreemd dat deze bijna wereldwijd verspreide soort zo veel tijd nodig heeft gehad om ook de estuaria van de Noordzee te bereiken <ref name = Vanhaaren> </ref>. Mogelijk was de soort hier al langer aanwezig, maar wordt er nu pas specifiek naar gezocht.  
 
Het blijft vreemd dat deze bijna wereldwijd verspreide soort zo veel tijd nodig heeft gehad om ook de estuaria van de Noordzee te bereiken <ref name = Vanhaaren> </ref>. Mogelijk was de soort hier al langer aanwezig, maar wordt er nu pas specifiek naar gezocht.  
Regel 54: Regel 53:
  
 
===<span style="color:#00787A">Wijze van introductie</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Wijze van introductie</span>===
 +
<div style="float:right;width:180pt;padding:0.4em 1em 0.4em 0.5em">[[Image:Sinelobus stanfordi.jpg|caption|right|235px|]]
 +
<div style="text-align: right;font-size:80%">Mannetje, met zijn achterlijf nog in de zelfgemaakte koker <br> Foto: Floris Bennema</div></div>
 +
 
Vermoedelijk heeft dit diertje zich initieel verspreid door zich met zijn koker vast te hechten aan scheepsrompen of via vast ballastmateriaal <ref name = Vanhaaren> </ref>. Schepen werden vroeger verzwaard met stenen, grind of zand om de stabiliteit te verhogen als er geen goederen werden vervoerd. Dit materiaal – en de ermee geassocieerde organismen – gingen terug overboord op het moment dat het schip geladen werd. Zo gebeurden wereldwijd heel wat introducties van niet-inheemse soorten.  
 
Vermoedelijk heeft dit diertje zich initieel verspreid door zich met zijn koker vast te hechten aan scheepsrompen of via vast ballastmateriaal <ref name = Vanhaaren> </ref>. Schepen werden vroeger verzwaard met stenen, grind of zand om de stabiliteit te verhogen als er geen goederen werden vervoerd. Dit materiaal – en de ermee geassocieerde organismen – gingen terug overboord op het moment dat het schip geladen werd. Zo gebeurden wereldwijd heel wat introducties van niet-inheemse soorten.  
  
Later werd het Stanford’s naaldkreeftje waarschijnlijk ook verspreid via het transport van weekdieren voor aquacultuur en in het ballastwater van vrachtschepen <ref name = Sytsma>    Sytsma, M.D.; Cordell, J.R.; Chapman, J.W.; Draheim, R. (2004). Lower Columbia River aquatic nonindigenous species survey 2001-2004: final technical report. Portland State University: Portland. 69 + appendices pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206971 details]</ref>. Dit laatste heeft wellicht gezorgd voor de relatief recente introductie van deze soort in de havengebieden langs de Noordzee <ref name = Vanhaaren> </ref>.
+
Later werd Stanford’s naaldkreeftje waarschijnlijk ook verspreid via het transport van weekdieren voor aquacultuur en in het ballastwater van vrachtschepen <ref name = Sytsma>    Sytsma, M.D.; Cordell, J.R.; Chapman, J.W.; Draheim, R. (2004). Lower Columbia River aquatic nonindigenous species survey 2001-2004: final technical report. Portland State University: Portland. 69 + appendices pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206971 details]</ref>. Dit laatste heeft wellicht gezorgd voor de relatief recente introductie van deze soort in de havengebieden langs de Noordzee <ref name = Vanhaaren> </ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 63: Regel 65:
 
===<span style="color:#00787A">Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien</span>===
  
Harde substraten zijn voor deze soort essentieel: ze moeten hun zelfgebouwde slibbuisjes namelijk kunnen vasthechten. Het Stanford’s naaldkreeftje haalt voordeel uit de steeds talrijker wordende hoeveelheid artificiële harde substraten in het Schelde-estuarium, waar van nature voornamelijk zachte sedimenten voorkomen <ref name = Soors>Soors, J.; Faasse, M.; Stevens, M.; Verbessem, I.; De Regge, N.; Van den Bergh, E. (2010). New crustacean invaders in the Schelde estuary (Belgium) Belg. J. Zool. 140(1): 3-10. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=145536 details]</ref>. Voor de bouw van de buisjes waarin ze leven, hebben ze nood aan een zekere hoeveelheid slib in het water <ref name = Vanhaaren> </ref>. En daar is in het Schelde-estuarium geen tekort aan.
+
Harde substraten zijn voor deze soort essentieel: ze moeten hun zelfgebouwde slibbuisjes namelijk kunnen vasthechten. Stanford’s naaldkreeftje haalt voordeel uit de steeds talrijker wordende hoeveelheid artificiële harde substraten in het Schelde-estuarium, waar van nature voornamelijk zachte sedimenten voorkomen <ref name = Soors>Soors, J.; Faasse, M.; Stevens, M.; Verbessem, I.; De Regge, N.; Van den Bergh, E. (2010). New crustacean invaders in the Schelde estuary (Belgium) Belg. J. Zool. 140(1): 3-10. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=145536 details]</ref>. Voor de bouw van de buisjes waarin ze leven, hebben ze nood aan een zekere hoeveelheid slib in het water <ref name = Vanhaaren> </ref>, en daar is in het Schelde-estuarium geen tekort aan.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 70: Regel 72:
 
===<span style="color:#00787A">Factoren die de verspreiding beïnvloeden</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Factoren die de verspreiding beïnvloeden</span>===
  
In tegenstelling tot de meeste andere naaldkreeftjes komt het Stanford’s naaldkreeftje ook in zoet water voor, maar wordt het voornamelijk geregistreerd in brakke wateren en estuaria <ref name = Vanhaaren> </ref>. De soort kan de sterke schommelingen in zoutgehalte - kenmerkend voor estuaria - gemakkelijk weerstaan. In Noordwest-Europa werd de soort tot nu toe aangetroffen van licht zoet water (1,5 PSU in het Schelde-estuarium) tot bijna zout water (20 PSU in de Waddenzee). Ter vergelijking: het zoutgehalte van het zeewater in de Noordzee bedraagt ongeveer 35 PSU. In andere delen van de wereld werd deze soort zowel gevonden in zoetwatermeren (< 0,5 PSU), als in meren met een zeer hoog zoutgehalte tot 52 PSU <ref name = Vanhaaren> </ref>.  
+
In tegenstelling tot de meeste andere naaldkreeftjes komt Stanford’s naaldkreeftje ook in zoet water voor, maar wordt het voornamelijk geregistreerd in brakke wateren en estuaria <ref name = Vanhaaren> </ref>. De soort kan de sterke schommelingen in zoutgehalte - kenmerkend voor estuaria - gemakkelijk weerstaan. In Noordwest-Europa werd de soort tot nu toe aangetroffen van licht zoet water (1,5 PSU in het Schelde-estuarium) tot bijna zout water (20 PSU in de Waddenzee). Ter vergelijking: het zoutgehalte van de Noordzee bedraagt ongeveer 35 PSU. In andere delen van de wereld werd deze soort zowel gevonden in zoetwatermeren (< 0,5 PSU), als in meren met een zeer hoog zoutgehalte tot 52 PSU <ref name = Vanhaaren> </ref>.  
  
De temperatuur van het water waarin het Stanford’s naaldkreeftje in onze streken werd gevonden varieert tussen 13 °C en 21 °C <ref name = Vanhaaren> </ref>.  
+
De temperatuur van het water waarin Stanford’s naaldkreeftje in onze streken werd gevonden varieert tussen 13 °C en 21 °C <ref name = Vanhaaren> </ref>.  
  
 
Het Stanford’s naaldkreeftje wordt aangetroffen op schelpen, zeepokken, planten, rotsen, artificiële constructies, tussen stenen, in het water en zelfs in de doorstroomkanaaltjes van sponzen <ref name = Gardiner>Gardiner, L.F. (1975). A fresh- and brackish-water Tanaidacean, ''Tanais stanfordi'' Richardson, 1901, from a hypersaline lake in the Galapagos Archipelago, with a report on West Indian specimens Crustaceana 29(2): 127-140. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206825 details]</ref>. Hoewel harde substraten de grootste aantallen huisvesten, worden ze ook in mindere mate gevonden op zachtere slib-, klei- of zandbodems <ref name = Gardiner> </ref>.  
 
Het Stanford’s naaldkreeftje wordt aangetroffen op schelpen, zeepokken, planten, rotsen, artificiële constructies, tussen stenen, in het water en zelfs in de doorstroomkanaaltjes van sponzen <ref name = Gardiner>Gardiner, L.F. (1975). A fresh- and brackish-water Tanaidacean, ''Tanais stanfordi'' Richardson, 1901, from a hypersaline lake in the Galapagos Archipelago, with a report on West Indian specimens Crustaceana 29(2): 127-140. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206825 details]</ref>. Hoewel harde substraten de grootste aantallen huisvesten, worden ze ook in mindere mate gevonden op zachtere slib-, klei- of zandbodems <ref name = Gardiner> </ref>.  
Regel 81: Regel 83:
 
===<span style="color:#00787A">Effecten of potentiële effecten en maatregelen</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Effecten of potentiële effecten en maatregelen</span>===
  
In België en Nederland komen er enkele inheemse soorten voor – zoals de vlokreeftjes ''Apocorophium lacustre'' en ''Corophium multisetosum'' – die net als het Stanford’s naaldkreeftje slibbuisjes vormen en zich voeden met gelijkaardig voedsel. De verwachte competitie voor plaats en voedsel met deze inheemse soorten is nog niet bewezen <ref name = Vanhaaren> </ref>.
+
In België en Nederland komen er enkele inheemse soorten voor – zoals de vlokreeftjes ''Apocorophium lacustre'' en ''Corophium multisetosum'' – die net als Stanford’s naaldkreeftje slibbuisjes vormen en zich voeden met gelijkaardig voedsel. De verwachte competitie voor plaats en voedsel met deze inheemse soorten is nog niet bewezen <ref name = Vanhaaren> </ref>.
  
 
Andere potentiële effecten van deze exoot op zijn leefomgeving zijn ongekend <ref name = Gittenberger> </ref>.  
 
Andere potentiële effecten van deze exoot op zijn leefomgeving zijn ongekend <ref name = Gittenberger> </ref>.  
Regel 89: Regel 91:
  
 
===<span style="color:#00787A">Specifieke kenmerken</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Specifieke kenmerken</span>===
 +
<div style="float:right;width:220pt;padding:0.4em 1em 0.4em 0.9em">[[Image:Sinelobus stanfordi2.jpg|caption|right|295px|]]
 +
<div style="text-align: right;font-size:80%">Een mannelijk  (boven) en een vrouwelijk (beneden) Stanford’s naaldkreeftje. <Br> Foto: Ton Van Haaren (Grontmij - team Ecologie)</div></div>
 +
Volwassen exemplaren van Stanford’s naaldkreeftje zijn 4 á 7 millimeter groot <ref name = Vanhaaren> </ref>.
  
[[Image:Sinelobus stanfordi2.jpg|thumb|right|280px| <div style="text-align: center;">
+
Zoals andere naaldkreeftjes bestaat Stanford’s naaldkreeftje uit een kopborststuk (cephalothorax) - met een schild (carapax), een paar scharen (chelipoden), ogen en twee paar antennes - en een achterlijf (abdomen), bestaande uit zes segmenten met kleine pootjes (pereopoden) en een staart (pleon). Bij de buisbewonende soorten worden de pootjes op het achterlichaam niet gebruikt om te zwemmen, maar om een stroom van zuurstofrijk water in het buisje te creëren. Bij vrouwtjes vormen afgeplatte plaatjes aan de pootjes een broedzak (marsupium) waarin de eitjes en vervolgens de larven zich ontwikkelen tot bijna volmaakte exemplaren <ref name = ALR>Animal Life Resource. Tanaids: Tanaidacea - Physical Characteristics. [http://animals.jrank.org/pages/1809/Tanaids-Tanaidacea-PHYSICAL-CHARACTERISTICS.html online beschikbaar], geraadpleegd op 03-08-2011.</ref>.  
Een mannelijk  (boven) en een vrouwelijk (beneden) Stanford’s naaldkreeftje. <P> Foto: Ton Van Haaren</span></div>]]
+
In tegenstelling tot andere naaldkreeftjes is er bij Stanford’s naaldkreeftje een duidelijk verschil in lichaamsbouw tussen de mannetjes en vrouwtjes. Bij mannetjes is het kopborststuk opvallend minder breed (zie foto) en zijn de scharen groter dan bij de vrouwtjes <ref name = Vanhaaren> </ref>.
 
+
Volwassen exemplaren van het Stanford’s naaldkreeftje zijn 4 á 7 millimeter groot <ref name = Vanhaaren> </ref>.
+
 
+
Zoals andere naaldkreeftjes bestaat het Stanford’s naaldkreeftje uit een kopborststuk (cephalothorax) met een schild (carapax), een paar scharen (chelipoden), ogen en twee paar antennes, en uit een achterlijf (abdomen) bestaande uit zes segmenten met kleine pootjes (pereopoden) en een staart (pleon). Bij de buisbewonende soorten worden de pootjes op het achterlichaam niet gebruikt om te zwemmen, maar om een stroom van zuurstofrijk water in het buisje te creëren. Bij vrouwtjes vormen afgeplatte plaatjes aan de pootjes een broedzak (marsupium) waarin de eitjes en vervolgens de larven zich ontwikkelen tot bijna volmaakte exemplaren <ref name = ALR>Animal Life Resource. Tanaids: Tanaidacea - Physical Characteristics. [http://animals.jrank.org/pages/1809/Tanaids-Tanaidacea-PHYSICAL-CHARACTERISTICS.html online beschikbaar], geraadpleegd op 03-08-2011.</ref>.  
+
In tegenstelling tot andere naaldkreeftjes is er bij het Stanford’s naaldkreeftje een duidelijk verschil in lichaamsbouw tussen de mannetjes en vrouwtjes. Bij mannetjes is het kopborststuk opvallend minder breed (zie foto) en zijn de scharen groter dan bij de vrouwtjes <ref name = Vanhaaren> </ref>.
+
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 105: Regel 105:
 
====<span style="color:#00787A">''Familie in de diepte''</span>====
 
====<span style="color:#00787A">''Familie in de diepte''</span>====
  
Hoewel het Stanford’s naaldkreeftje voornamelijk in ondiep water voorkomt, worden  veel verwante soorten naaldkreeftjes aangetroffen op waterdiepten van 200 meter tot zelfs meer dan 9000 meter. In sommige van deze diepwaterhabitats behoren de naaldkreeftjes tot de meest diverse en talrijkste onder de aanwezige fauna <ref>The University of Southern Mississippi. Tanaidacea Home Page. [http://www.usm.edu//gcrl/tanaids/ online beschikbaar], geraadpleegd op 02-08-2011.</ref>.
+
Hoewel Stanford’s naaldkreeftje voornamelijk in ondiep water voorkomt, worden  veel verwante soorten naaldkreeftjes aangetroffen op waterdiepten van 200 meter tot zelfs meer dan 9000 meter. In sommige van deze diepwaterhabitats behoren de naaldkreeftjes tot de meest diverse en talrijkste onder de aanwezige fauna <ref>The University of Southern Mississippi. Tanaidacea Home Page. [http://www.usm.edu//gcrl/tanaids/ online beschikbaar], geraadpleegd op 02-08-2011.</ref>.
  
 
====<span style="color:#00787A">''Eén soort?''</span>====
 
====<span style="color:#00787A">''Eén soort?''</span>====
  
Hoewel de exemplaren van het Stanford’s naaldkreeftje uit de Noordzee qua uitzicht en gedrag quasi identiek zijn aan tropische en subtropische exemplaren is het onzeker of het om dezelfde soort gaat <ref name = >Persoonlijke mededeling door [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=person&persid=8466 Roger Bamber] 2011. </ref>. Individuen die door grote afstand van elkaar gescheiden zijn, kunnen immers op een verschillende manier evolueren waardoor ze zich op een bepaald moment niet meer succesvol met elkaar kunnen voortplanten. Eens dit gebeurt, moet de oorspronkelijke soort opgesplitst worden in meerdere soorten. Het correct identificeren en beschrijven van deze soorten vormt echter een grote uitdaging voor taxonomen en ecologen.
+
Hoewel de exemplaren van Stanford’s naaldkreeftje uit de Noordzee qua uitzicht en gedrag quasi identiek zijn aan tropische en subtropische exemplaren, is het toch onzeker of het om dezelfde soort gaat <ref name = >Persoonlijke mededeling door [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=person&persid=8466 Roger Bamber] 2011. </ref>. Individuen die door grote afstand van elkaar gescheiden zijn, kunnen immers op een verschillende manier evolueren, waardoor ze zich op een bepaald moment niet meer succesvol met elkaar kunnen voortplanten. Eens dit gebeurt, moet de oorspronkelijke soort opgesplitst worden in meerdere soorten. Het correct identificeren en beschrijven van deze soorten vormt echter een grote uitdaging voor taxonomen en ecologen.
 +
<P>
 +
<BR>
 +
<P>
 +
===<span style="color:#00787A">Hoe verwijzen naar deze pagina?</span>===
 +
{{Kader5|
 +
SoortnaamNL=Stanford’s naaldkreeftje |
 +
SoortnaamLt=Sinelobus stanfordi|
 +
Naamlector=Jan Soors|
 +
refid=210335|}}
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>

Huidige versie van 26 jan 2012 om 11:27

Stanford’s naaldkreeftje
Stanford’s naaldkreeftje Sinelobus stanfordi is vermoedelijk al sinds de 16de eeuw wereldwijd verspreid, waardoor het oorsprongsgebied van deze soort heel moeilijk te achterhalen is. Dit naaldkreeftje bewoont slibbuisjes die vastgehecht zijn aan harde, veelal artificiële substraten in het brak water van havens en estuaria. De verspreiding van het diertje gebeurde vermoedelijk via scheepvaart: het kreeftje kon zich vasthechtten aan scheepsrompen of kon verzeild raken in het vast ballastmateriaal en het ballastwater van schepen. Ondanks zijn nagenoeg wereldwijde verspreiding duurde het tot 2007 voordat dit naaldkreeftje voor het eerst in België waargenomen werd. De soort werd bij ons – kort na de eerste Europese observaties in de Nederlandse Rijndelta – gemeld in de haven van Antwerpen.
Sinelobus stanfordi3.jpg
Foto: Floris Bennema




Wetenschappelijke naam

Sinelobus stanfordi (Richardson, 1901b)


Oorspronkelijke verspreiding

Waarschijnlijk werd Stanford’s naaldkreeftje al sinds de 16de eeuw over de wereld verspreid door het toen steeds toenemende transport van handelswaar over zee. Bijgevolg had dit naaldkreeftje op het moment waarop men het voor het eerst begon te registreren - in het begin van de 20ste eeuw - al een grote verspreiding, wat het niet meer mogelijk maakte zijn oorsprongsgebied te achterhalen [1]. In de jaren 1980 kon men deze soort wereldwijd terugvinden, zowel in tropische tot gematigde kustwateren, en dit aan beide zijden van de evenaar [2].


Eerste waarneming in België

In België werd Stanford’s naaldkreeftje voor het eerst aangetroffen op 19 juli 2007 in het Verrebroekdok van de haven van Antwerpen, op een artificieel substraat dat gebruikt wordt voor de monitoring van glasaal. Dit substraat werd gedomineerd door andere niet-inheemse soorten zoals de tijgervlokreeft Gammarus tigrinus, het Zuiderzeekrabbetje Rhithropanopeus harrisii en Jenkins' waterhoren Potamopyrgus antipodarum [1].


Verspreiding in België

In 2007 – een paar maanden na de eerste vondst van Stanford’s naaldkreeftje in de Antwerpse haven – werden grote aantallen van de soort (tot 4200 exemplaren per staal) in ons studiegebied aangetroffen in het Kanaal Gent-Terneuzen, ter hoogte van Terneuzen. In het daaropvolgende jaar werd de vondst uit de Zeeschelde bevestigd door nieuwe waarnemingen en bleek Stanford’s naaldkreeftje ook meer landinwaarts – tot aan de instroomplaats van het Albertkanaal – voor te komen [1].

Ondanks de tot op heden beperkte aantallen - steeds minder dan 10 exemplaren per staal - in de Zeeschelde, wordt verwacht dat de soort zich hier en in aanpalende kanalen (met zowel brak als zoet water) op artificiële substraten zoals boeien en dokmuren zal vestigen [1].


Verspreiding in onze buurlanden

De eerste Europese melding van Stanford’s naaldkreeftje dateert van 14 september 2006 toen dit naaldkreeftje in de Oude Maas, nabij Hoogvliet (Rotterdam, Nederland) werd aangetroffen. Enkele dagen later – met waarnemingen in Nieuwe waterweg en de Hollandse IJssel – bleek de soort ook al voor te komen in de waterwegen rond de Rotterdamse haven. Ook meer noordelijk - nabij de monding van het Noordzeekanaal dat Amsterdam met de Noordzee verbindt - werd de soort in dit jaar aangetroffen [1]. In 2009 en 2010 werd het naaldkreeftje nog verder noordelijk aangetroffen, namelijk in de Waddenzee ter hoogte van Harlingen (Noord-Nederland), en de havens van Emden (Duits-Nederlandse grens) en in Brunsbüttel (aan de Duitse Elbe) [3].

Het blijft vreemd dat deze bijna wereldwijd verspreide soort zo veel tijd nodig heeft gehad om ook de estuaria van de Noordzee te bereiken [1]. Mogelijk was de soort hier al langer aanwezig, maar wordt er nu pas specifiek naar gezocht.


Wijze van introductie

Sinelobus stanfordi.jpg
Mannetje, met zijn achterlijf nog in de zelfgemaakte koker
Foto: Floris Bennema

Vermoedelijk heeft dit diertje zich initieel verspreid door zich met zijn koker vast te hechten aan scheepsrompen of via vast ballastmateriaal [1]. Schepen werden vroeger verzwaard met stenen, grind of zand om de stabiliteit te verhogen als er geen goederen werden vervoerd. Dit materiaal – en de ermee geassocieerde organismen – gingen terug overboord op het moment dat het schip geladen werd. Zo gebeurden wereldwijd heel wat introducties van niet-inheemse soorten.

Later werd Stanford’s naaldkreeftje waarschijnlijk ook verspreid via het transport van weekdieren voor aquacultuur en in het ballastwater van vrachtschepen [4]. Dit laatste heeft wellicht gezorgd voor de relatief recente introductie van deze soort in de havengebieden langs de Noordzee [1].


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

Harde substraten zijn voor deze soort essentieel: ze moeten hun zelfgebouwde slibbuisjes namelijk kunnen vasthechten. Stanford’s naaldkreeftje haalt voordeel uit de steeds talrijker wordende hoeveelheid artificiële harde substraten in het Schelde-estuarium, waar van nature voornamelijk zachte sedimenten voorkomen [5]. Voor de bouw van de buisjes waarin ze leven, hebben ze nood aan een zekere hoeveelheid slib in het water [1], en daar is in het Schelde-estuarium geen tekort aan.


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

In tegenstelling tot de meeste andere naaldkreeftjes komt Stanford’s naaldkreeftje ook in zoet water voor, maar wordt het voornamelijk geregistreerd in brakke wateren en estuaria [1]. De soort kan de sterke schommelingen in zoutgehalte - kenmerkend voor estuaria - gemakkelijk weerstaan. In Noordwest-Europa werd de soort tot nu toe aangetroffen van licht zoet water (1,5 PSU in het Schelde-estuarium) tot bijna zout water (20 PSU in de Waddenzee). Ter vergelijking: het zoutgehalte van de Noordzee bedraagt ongeveer 35 PSU. In andere delen van de wereld werd deze soort zowel gevonden in zoetwatermeren (< 0,5 PSU), als in meren met een zeer hoog zoutgehalte tot 52 PSU [1].

De temperatuur van het water waarin Stanford’s naaldkreeftje in onze streken werd gevonden varieert tussen 13 °C en 21 °C [1].

Het Stanford’s naaldkreeftje wordt aangetroffen op schelpen, zeepokken, planten, rotsen, artificiële constructies, tussen stenen, in het water en zelfs in de doorstroomkanaaltjes van sponzen [6]. Hoewel harde substraten de grootste aantallen huisvesten, worden ze ook in mindere mate gevonden op zachtere slib-, klei- of zandbodems [6].


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

In België en Nederland komen er enkele inheemse soorten voor – zoals de vlokreeftjes Apocorophium lacustre en Corophium multisetosum – die net als Stanford’s naaldkreeftje slibbuisjes vormen en zich voeden met gelijkaardig voedsel. De verwachte competitie voor plaats en voedsel met deze inheemse soorten is nog niet bewezen [1].

Andere potentiële effecten van deze exoot op zijn leefomgeving zijn ongekend [3].


Specifieke kenmerken

Sinelobus stanfordi2.jpg
Een mannelijk (boven) en een vrouwelijk (beneden) Stanford’s naaldkreeftje.
Foto: Ton Van Haaren (Grontmij - team Ecologie)

Volwassen exemplaren van Stanford’s naaldkreeftje zijn 4 á 7 millimeter groot [1].

Zoals andere naaldkreeftjes bestaat Stanford’s naaldkreeftje uit een kopborststuk (cephalothorax) - met een schild (carapax), een paar scharen (chelipoden), ogen en twee paar antennes - en een achterlijf (abdomen), bestaande uit zes segmenten met kleine pootjes (pereopoden) en een staart (pleon). Bij de buisbewonende soorten worden de pootjes op het achterlichaam niet gebruikt om te zwemmen, maar om een stroom van zuurstofrijk water in het buisje te creëren. Bij vrouwtjes vormen afgeplatte plaatjes aan de pootjes een broedzak (marsupium) waarin de eitjes en vervolgens de larven zich ontwikkelen tot bijna volmaakte exemplaren [7]. In tegenstelling tot andere naaldkreeftjes is er bij Stanford’s naaldkreeftje een duidelijk verschil in lichaamsbouw tussen de mannetjes en vrouwtjes. Bij mannetjes is het kopborststuk opvallend minder breed (zie foto) en zijn de scharen groter dan bij de vrouwtjes [1].


Weetjes

Familie in de diepte

Hoewel Stanford’s naaldkreeftje voornamelijk in ondiep water voorkomt, worden veel verwante soorten naaldkreeftjes aangetroffen op waterdiepten van 200 meter tot zelfs meer dan 9000 meter. In sommige van deze diepwaterhabitats behoren de naaldkreeftjes tot de meest diverse en talrijkste onder de aanwezige fauna [8].

Eén soort?

Hoewel de exemplaren van Stanford’s naaldkreeftje uit de Noordzee qua uitzicht en gedrag quasi identiek zijn aan tropische en subtropische exemplaren, is het toch onzeker of het om dezelfde soort gaat [9]. Individuen die door grote afstand van elkaar gescheiden zijn, kunnen immers op een verschillende manier evolueren, waardoor ze zich op een bepaald moment niet meer succesvol met elkaar kunnen voortplanten. Eens dit gebeurt, moet de oorspronkelijke soort opgesplitst worden in meerdere soorten. Het correct identificeren en beschrijven van deze soorten vormt echter een grote uitdaging voor taxonomen en ecologen.


Hoe verwijzen naar deze pagina?

VLIZ Alien Species Consortium (2011). Stanford’s naaldkreeftje – Sinelobus stanfordi. Niet-inheemse soorten van het Belgisch deel van de Noordzee en aanpalende estuaria. Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Geraadpleegd op 20-11-2014. Beschikbaar op
http://www.vliz.be/wiki/Lijst_niet-inheemse_soorten_Belgisch_deel_Noordzee_en_aanpalende_estuaria


Lector: Jan Soors
VLIZ Alien Species Consortium: http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=project&proid=2170
Deze fiche (versie 2011) is ook als pdf beschikbaar op http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=210335


Geraadpleegde bronnen

  1. 1,00 1,01 1,02 1,03 1,04 1,05 1,06 1,07 1,08 1,09 1,10 1,11 1,12 1,13 1,14 van Haaren, T.; Soors, J. (2009). Sinelobus stanfordi (Richardson, 1901): A new crustacean invader in Europe Aquat. Invasions 4(4): 703-711. details
  2. Sieg, J. (1986). Distribution of the Tanaidacea: synopsis of the known data and suggestions on possible distribution patterns, in: Gore, R.H. et al. (1986). Crustacean biogeography. Crustacean Issues, 4: pp. 165-194. details
  3. 3,0 3,1 Gittenberger, A.; Rensing, M.; Stegenga, H.; Hoeksema, B. (2010). Native and non-native species of hard substrata in the Dutch Wadden Sea Ned. Faunist. Meded. 33: 21-76. details
  4. Sytsma, M.D.; Cordell, J.R.; Chapman, J.W.; Draheim, R. (2004). Lower Columbia River aquatic nonindigenous species survey 2001-2004: final technical report. Portland State University: Portland. 69 + appendices pp. details
  5. Soors, J.; Faasse, M.; Stevens, M.; Verbessem, I.; De Regge, N.; Van den Bergh, E. (2010). New crustacean invaders in the Schelde estuary (Belgium) Belg. J. Zool. 140(1): 3-10. details
  6. 6,0 6,1 Gardiner, L.F. (1975). A fresh- and brackish-water Tanaidacean, Tanais stanfordi Richardson, 1901, from a hypersaline lake in the Galapagos Archipelago, with a report on West Indian specimens Crustaceana 29(2): 127-140. details
  7. Animal Life Resource. Tanaids: Tanaidacea - Physical Characteristics. online beschikbaar, geraadpleegd op 03-08-2011.
  8. The University of Southern Mississippi. Tanaidacea Home Page. online beschikbaar, geraadpleegd op 02-08-2011.
  9. Persoonlijke mededeling door Roger Bamber 2011.