Strandgaper

Uit Kust Wiki
Versie door Daphnisd (Overleg | bijdragen) op 24 okt 2011 om 15:32

Ga naar: navigatie, zoeken
Category:Revision


Strandgaper
De strandgaper Mya arenaria zou uit Amerika in de 16e of 17e eeuw geïntroduceerd zijn. Er zijn echter aanwijzingen dat de Vikingen deze soort - intentioneel als voedsel of toevallig in het water in de onderste regio van het schip - al omstreeks 1245-1295 naar Europa brachten. Omwille van de mogelijkheid om in verschillende omgevingstypes te overleven, heeft de strandgaper een wereldwijde verspreiding. Het is een grote schelpensoort - wel tot 15 centimeter - die wanneer hij in grote aantallen aanwezig is, de omgeving sterk kan beïnvloeden. Omwille van de ingegraven levenswijze (soms tot wel 50 centimeter diep in de zeebodem!) is de aanwezigheid ervan vaak moeilijk vast te stellen.




Wetenschappelijke naam

Mya arenaria Linnaeus, 1758


Oorspronkelijke verspreiding

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de strandgaper bevindt zich aan de Atlantische kust van Amerika, van Labrador tot de staat North Carolina. De huidige verspreiding langs de Pacifische kustlijn van Californië tot Canada en in het zuiden van Alaska is het gevolg van zowel bewuste en onbewuste introducties gedurende de 20e eeuw, in combinatie met natuurlijke verspreiding [1][2][1,2].


Eerste waarneming in België

De strandgaper Mya arenaria was waarschijnlijk de eerste door de mens geïntroduceerde soort in België en in de rest van Europa [3][3]. Lang werd aangenomen dat deze soort in de 16e of 17e eeuw in Europa moet zijn terecht gekomen [4][4]. Er zijn echter aanwijzingen dat de strandgaper al eerder - tussen 1245 en 1295 - in Europa aanwezig was. Deze soort zou dan vanuit Amerika – via Groenland [5](Wolf 2005) –meegereisd zijn met Vikingschepen. Dit zou dan een tastbaar bewijs vormen dat de Vikingen reeds vóór Columbus in 1492 Amerika ontdekten, of zoals de Engelse wetenschappers het verwoordden: “Clams before Columbus” [6][5].

Belgische wetenschappers vonden oude resten van schelpen in Belgische poldergebieden - bijvoorbeeld de Snaaskerke polder - waar mariene afzetting van schelpmateriaal plaatsvond tussen 1721 en 1810. In deze periode werd de polder namelijk gebruikt als overstromingsgebied [3][3], waardoor de schelpen achterbleven in de bodem. Hoe dan ook, onderzoek toont aan dat de strandgaper al in de 19e eeuw een algemene soort rond Oostende was [7][6].


Verspreiding in België

TEKST


Verspreiding in onze buurlanden

TEKST


Wijze van introductie

TEKST


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

TEKST


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

TEKST


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

TEKST


Specifieke kenmerken

TEKST


Weetjes

TITEL

TEKST


Geraadpleegde bronnen

  1. Strauch, F. (1972). Phylogenese, Adaptation und Migration einiger nordischer mariner Molluskengenera (Neptunea, Panomya, Cyrtodaria und Mya). Abhandlungen der Senckenbergischen Naturforschenden Gesellschaft, 531. Verlag Waldemar Kramer: Frankfurt. ISBN 3-7829-2531-9. 211, ill. tab., pl. pp. details
  2. Powers, S.P.; Bishop, M.A.; Grabowski, J.H.; Peterson, C.H. (2006). Distribution of the invasive bivalve Mya arenaria L. on intertidal flats of southcentral Alaska J. Sea Res. 55(3): 207-216. details
  3. 3,0 3,1 Kerckhof, F.; Haelters, J.; Gollasch, S. (2007). Alien species in the marine and brackish ecosystem: the situation in Belgian waters Aquat. Invasions 2(3): 243-257. details
  4. Hessland, I. (1946). On the Quaternary Mya period in Europe Ark. Zool. 37A(8): 1-52. details
  5. Wolff, W.J. (2005). Non-indigenous marine and estuarine species in the Netherlands Zool. Meded. 79(1): 3-116. details
  6. Petersen, K.S.; Rasmussen, K.L.; Heinemeier, J.; Rud, N. (1992). Clams before Columbus? Nature (Lond.) 359: 679. details
  7. Forbes, E.; Hanley, S. (1853). A history of British Mollusca, and their shells: IV. Pulmonifera and Cephalopoda. John Van Voorst: London. 301, plates I-CXXXIII pp. details