VLAAMS INSTITUUT VOOR DE ZEE
PLATFORM VOOR MARIEN ONDERZOEK


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen


Struikaster

Uit Kust Wiki
Versie door Daphnisd (Overleg | bijdragen) op 13 jan 2012 om 14:34

Ga naar: navigatie, zoeken
Struikaster
Struikaster Baccharis halimifolia is een exoot van Noord-Amerikaanse origine die in de loop van de 17de eeuw in Europa geïntroduceerd is als sierplant. Deze struik is zeer geliefd bij siertelers in kustgebieden vanwege zijn tolerantie voor een zoutrijke omgeving en de grote verscheidenheid aan bodems waarop de plant kan groeien. De eerste waarneming in België dateert van 1924. Het ging om een aanplanting in de duinen van Raversijde. Sindsdien wordt de plant regelmatig in het wild waargenomen in de buurt van aangeplante exemplaren.

Baccharis halimifolia.jpg
Foto: Edward Vercruysse




Wetenschappelijke naam

Baccharis halimifolia Linnaeus, 1753


Oorspronkelijke verspreiding

Struikaster is een zoutminnende plant die oorspronkelijk voorkomt langs de Atlantische kust van Noord-Amerika en het noordoostelijk deel van de Golf Van Mexico [1]. Struikaster is ook gekend onder de namen breedbladig roerkruid [2] en kruisstruik [3].


Eerste waarneming in België

De eerste waarneming van struikaster in België dateert van 1924. Het ging om een aanplanting in de duinen van Raversijde, ten westen van Oostende. De eerste waarneming van niet-aangeplante struikaster dateert van 1948 in de haven van Oostende [4].


Verspreiding in België

Sinds 1924 is de opmars van struikaster zeer geleidelijk verlopen. Het is pas sinds de tweede helft van de jaren negentig dat de struik regelmatiger wordt waargenomen langs de Belgische kust [4]: onder meer in Knokke in het natuurreservaat “Baai van Heist”, de achterhaven in Zeebrugge, de oude vissershaven in Blankenberge, in Bredene, Koksijde, De Panne en meer landinwaarts in Veurne [4][5].

Struikasters aanwezig in een natuurlijke omgeving zijn vaak verwilderde exemplaren afkomstig van aanplantingen in de buurt [1]. Er bevonden zich sterk uitbreidende populaties in het natuurgebieden ‘Baai van Heist’ en de Panne [4] maar deze worden actief bestreden en onder controle gehouden [6].

Deze exoot komt overal langs de kust voor, maar is eerder zeldzaam. In de rest van België komt struikaster niet voor [1].


Verspreiding in onze buurlanden

Baccharis haliminifolia.jpg
Foto: Edward Vercruysse

In Europa werd struikaster waarschijnlijk voor het eerst in 1683 als sierplant geïntroduceerd in Frankrijk [7][8].

Aanplantingen gebeurden in het begin vooral langs de Zuid-Atlantische kust en later meer noordelijk langs de kusten van Bretagne en Normandië [9], waar struikaster ook als windkerende haag wordt gebruikt [4].

In Groot-Brittannië werd de plant voor het eerst in het wild gerapporteerd in 1924 aan de kust in Hamworthy (Dorset) als een ontsnapte sierplant [10]. Struikaster wordt in Groot-Brittannië ook aangeplant omwille van haar windbestendigheid [11].

De eerste aanplantingen van struikaster in De Nederlanden vonden plaats in het begin van de negentiende eeuw [2]. Recent (2003) is de plant nog waargenomen in het zuidwesten van Nederland (“De Kwade Hoek”, ten noorden van Goeree) [4]. Ook hier gaat het om aanplantingen of waarnemingen in de buurt van waar de plant is aangeplant.


Wijze van introductie

Struikaster werd in 1683 in Frankrijk geïntroduceerd als sierplant [7][8][11]. De soort wordt vooral in kustgebieden zeer gewaardeerd door siertelers omwille van zijn tolerantie voor hoge zoutconcentraties en sterke wind. Vandaag wordt de soort meestal geïntroduceerd als sierplant in tuinen, parken, bermen enz. omwille van de opvallende en rijkelijke bloei [4]. Eenmaal aangeplant doet de natuur verder haar werk. Via de wind worden de grote hoeveelheid zaden door de plant geproduceerd over grote afstanden verspreid [12].


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

Baccharis haliminifolia2.jpg
Foto: David Smith (www.delawarewildflowers.org)

Struikaster produceert een gigantische hoeveelheid zaden die zeer licht zijn en een pluizig aanhangsel hebben. De wind brengt ze honderden meters ver van de moederplant. Soms gebeurt de verspreiding ook via het water [12]. De plant kent een snelle groei en is bestand tegen de milde vorst in onze streken [12].

Struikaster voelt zich thuis in tal van natuurlijke habitats, zoals periodiek onderlopende zoute graslanden (hoge schorren), vloedmerken, brakke poelen, duinen en stranden. De soort verdraagt ook een hoge menselijke invloed en is dan ook aanwezig in ruderale duinen (duinen die door de mens sterk verrijkt zijn met onder andere organisch materiaal), opgespoten terreinen en braakliggende kleiakkers langs onze kust [1][4].

In Frankrijk wordt struikaster vaak waargenomen daar waar een zoete en zoute omgeving met elkaar in contact komen. In brakke milieus is deze exoot vaak succesvoller dan de inheemse soorten, wat kan leiden tot een monotone vegetatie bijna uitsluitend bestaande uit struikaster [13].


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

Baccharis halimifolia2.jpg
Foto: Filip Verloove
Temperatuur bepaalt in belangrijke mate de verspreiding van struikaster. Net als in Noord-Amerika heeft de plant in onze contreien een noordelijke grens in haar verspreidingsgebied omdat ze slechts een milde vorstperiode kan verdragen. In de loop van de twintigste eeuw is deze grens opgeschoven naar het noorden vanwege een veranderend klimaat [4], maar toch wordt de noordwaartse en inlandse verspreiding hierdoor nog beperkt [1].

Struikaster kan zowel in een zoute als in een zoete omgeving groeien (van 1 PSU tot 30 PSU), al dalen de overlevingskansen van de plant met een stijgend zoutgehalte omwille van de stress die een zoute omgeving teweegbrengt [14]. Struikaster groeit op een grote variëteit aan bodems zoals zand, klei, grind tot turf, maar is niet terug te vinden in zware kleibodems [15]. Wilde exemplaren van struikaster worden vaak aangetroffen in de buurt van aanplantingen. Als meer exemplaren aangeplant worden - omdat de struik populairder wordt bij siertelers - kan dit aanleiding geven tot een grotere verspreiding van de soort in het wild [4].


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

Ondanks de vergelijkbare ecologische omstandigheden - bijvoorbeeld de beschikbaarheid van substraat en weinig competitie met andere soorten) en klimatologische omstandigheden (zoals temperatuur - is struikaster minder prominent aanwezig in onze streken dan in haar oorsprongsgebied. Hier kan men besluisten dat de soort zich hier nog aan het inburgeren is [4]. Gezien deze situatie is een toekomstige invasie - en dus een bedreiging van de lokale biodiversiteit - niet uit te sluiten [4].

In gebieden waar de soort invasief is (bijvoorbeeld in West-Frankrijk [10] en Australië [16]),wordt hij vaak gezien als een agressieve pestsoort of hardnekkig onkruid, ondanks het feit dat de soort een geliefde sierplant blijft bij telers en tuinders in kustgebieden [4]. Ook in Zuid-Europa (Spanje) is struikaster een agressieve invasieve soort die de inheemse kruidachtige plantengemeenschappen die normaal voorkomen in een brakke kustmilieus en getijdenmoerassen aan het vervangen is [14]. Het stuifmeel van de plant kan bij de mens allergische reacties opwekken en haar bladeren zijn giftig voor het vee [15][16].

Op basis van de hierboven beschreven invasieve eigenschappen en effecten lijkt het verstandig om de plant te verwijderen in natuurgebieden langsheen de Belgische kust [1]. In het natuurgebied ‘Baai van Heist’ worden exemplaren manueel verwijderd wanneer deze worden waargenomen. Een andere mogelijke maatregel – die echter nog niet in praktijk werd gebracht – is het sensibiliseren van sierplantkwekers over de mogelijke effecten van geïmporteerde sierplanten op de lokale biodiversiteit [4] en hen niet-invasieve alternatieve planten voor te stellen [17].


Specifieke kenmerken

Baccharis haliminifolia3.jpgBaccharis halimifolia3.jpg

Foto's: David Smith (www.delawarewildflowers.org) (links),
Filip Verloove (rechts)

Struikaster is een matig uitstaande struik (soms ook beschreven als boom) die gemiddeld 1 tot 2 meter hoog wordt, maar soms een hoogte van 6 meter bereikt. De plant verliest in onze streken normaal haar bladeren in de winter. Deze bladeren zijn omgekeerd eirond tot ruitvormig, groen zilverachtig van kleur en met een leerachtige textuur.

Struikaster produceert groepjes geelwitte, buisvormige bloemen op het uiteinde van de takken van de plant (eindstandige bloemhoofden). Er zijn planten met uitsluitend mannelijke bloemen en planten met uitsluitend vrouwelijke bloemen. Na de bloei krijgt het bloemhoofd een penseelvormig uiterlijk. Bestuiving van de bloemen gebeurt via de wind, net als de verspreiding van de zaden [4][14][16][18].


Weetjes

Eet met mate

De bladeren van struikaster bevatten een gif dat dodelijk kan zijn voor schapen die regelmatig grazen op de plant, wanneer ze meer dan één percent van hun lichaamsgewicht in bladeren eten [1].

Bladeren of geen bladeren

In onze streken verliest struikaster haar bladeren in de winter. Dit is echter niet overal het geval. In het noorden van Australië bijvoorbeeld houdt de plant het hele jaar door haar bladeren. In haar oorsprongsgebied, de Verenigde staten, verliest struikaster gedurende de winter wel weer haar bladeren, omdat het er over het algemeen kouder is [4].


Hoe verwijzen naar deze pagina?

VLIZ Alien Species Consortium (2011). Struikaster – Baccharis halimifolia. Niet-inheemse soorten van het Belgisch deel van de Noordzee en aanpalende estuaria. Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Geraadpleegd op 28-08-2014. Beschikbaar op
http://www.vliz.be/wiki/Lijst_niet-inheemse_soorten_Belgisch_deel_Noordzee_en_aanpalende_estuaria


Lector: Wouter Landuyt en Sam Provoost
VLIZ Alien Species Consortium: http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=project&proid=2170
Deze fiche (versie 2011) is ook als pdf beschikbaar op http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=210384


Geraadpleegde bronnen

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 1,6 Van Landuyt, W.; Hoste, I.; Vanhecke, L.; Van Den Bremt, P.; Vercruysse, W.; de Beer, D. (Ed.) (2006). Atlas van de flora van Vlaanderen en het Brussels Gewest. Nationale Plantentuin van België/Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek/Flo.Wer: Brussel. ISBN 90-726-1968-4. 1007 pp. details
  2. 2,0 2,1 Krauss, J.C. (1802). Afbeeldingen der fraaiste, meest uitheemsche boomen en heesters, die tot versiering van Engelsche bosschen en tuinen, op onzen grond, kunnen geplant en gekweekt worden, benevens de beschrijving van derzelver kenmerken, voortkweeking, nuttigheden en andere bijzonderheden, ingericht om aan de liefhebbers van zodanige bosschen of tuinen de kennis van dezelve zo aangenaam als nuttig te maken. Published in 21 fasc. (1802-[1808]). Johannes Allart: Amsterdam. VIII, 126 plates pp. details
  3. Boom, B.K. (1949). Nederlandse dendrologie: Geïllustreerde handleiding bij het bepalen van de in Nederland voorkomende soorten en variëteiten der gekweekte houtgewassen. Derde druk. De Sikkel/H. Veenman & Zonen: Wageningen en Antwerpen. 444 pp. details
  4. 4,00 4,01 4,02 4,03 4,04 4,05 4,06 4,07 4,08 4,09 4,10 4,11 4,12 4,13 4,14 4,15 Rappé, G.; Verloove, F.; Van Landuyt, W.; Vercruysse, W. (2004). Baccharis halimifolia (Asteraceae) aan de Belgische kust Dumortiera 82: 18-26. details
  5. Waarnemingen afkomstig van Waarnemingen.be, een initiatief van Natuurpunt Studie vzw en de Stichting Natuurinformatie. Struikaster - Baccharis halimifolia L. online beschikbaar, geraadpleegd op 02-08-2011.
  6. Persoonlijke mededeling door Wouter Van Landuyt 2011.
  7. 7,0 7,1 Fournier, P. (1977). Les quatre flores de la France, Corse comprise (générale, alpine, méditerranéenne, littorale). 2ième édition. Editions Lechevalier: Paris. ISBN 2-720-50493-9. 1105 pp. details
  8. 8,0 8,1 Loudon, J.C. (1842). An Encyclopaedia of Trees and Shrubs; Being the Arboretum et Fruticetum Britannicum abridged: containing the Hardy Trees and Shrubs of Britain, Native and Foreign, scientifically and popularly described; with their Propagation, Culture, and Uses in the Arts; and with Engravings of nearly all the Species. Abridged from the large edition in eight volumes, and adapted for the use of nurserymen, gardeners, and foresters. Printed for the Author, and sold by Longman, Brown, Green, and Longmans: London. lxxi, [1], 1162, 2, 32 pp. details
  9. Gèze, M. (1999). Le Baccharis: un envahisseur indésirable Bull. Soc. Sci. Nat. Ouest Fr. (1983) 21(1): 39-40. details
  10. 10,0 10,1 Clement, E.J.; Foster, M.C.; Kent, D.H. (1994). Alien plants of the British Isles: a provisional catalogue of vascular plants (excluding grasses). Botanical Society of the British Isles: London. ISBN 0-901158-23-2. xviii, 590 pp. details
  11. 11,0 11,1 Webster, A.D. (1918). Seaside planting for shelter, ornament & profit. T. Fisher Unwin: London. 156 pp. details
  12. 12,0 12,1 12,2 Westman, W.E.; Panetta, F.D.; Stanley, T.D. (1975). Ecological studies on reproduction and establishment of the woody weed, groundsel bush (Baccharis halimifolia L.: Asteraceae) Australian Journal of Agricultural Research 26: 855-870. details
  13. Vanden Berghen, C. (1967). Notes sur la végétation du sud-ouest de la France: V. Les peuplements de Scirpus americanus Pers. dans le département des Landes Bull. Jardin Bot. Nat. Belg. 37(3): 335-355. details
  14. 14,0 14,1 14,2 96th ESA Annual Meeting (August 7 -- 12, 2011). The role of plasticity, genetic variation and maternal effects in the tolerance to salinity in the invasive plant Baccharis halimifolia. online beschikbaar, geraadpleegd op 02-08-2011.
  15. 15,0 15,1 Nesom, G. (2001). Plant guide: Groundsel tree, Baccharis halimifolia L. . Edited version 31 May 2006. USDA National Resources Conservation Service: Washington DC. 3 pp. details
  16. 16,0 16,1 16,2 US Forest Service, Pacific Island Ecosystems at Risk (PIER). Baccharis halimifolia . online beschikbaar, geraadpleegd op 02-08-2011.
  17. Alternatieven voor invasieve planten. Alternatieve planten. online beschikbaar, geraadpleegd op 28-09-2011.
  18. Miller, C.; Skaradek, W. (2002). Plant fact sheet: Eastern Baccharis, Baccharis halimifolia L. . Edited version 31 May 2006. USDA National Resources Conservation Service: Washington DC. 2 pp. details