Thalassiosira punctigera

Uit Kust Wiki
Versie door Daphnisd (Overleg | bijdragen) op 13 okt 2011 om 14:55

Ga naar: navigatie, zoeken
Thalassiosira punctigera
Thalassiosira punctigera is een kiezelwier of diatomee waarvan het oorsprongsgebied niet echt gekend is. Er wordt verondersteld dat de soort samen met getransporteerde kweekoesters of via ballastwater naar Europa gekomen is omstreeks 1978. Door mee te drijven met heersende zeestromingen kon dit kiezelwier zich vervolgens lokaal verder verspreiden langs de Europese kusten. Dit eencellig wier werd bij ons voor het eerst waargenomen in 1993, in de Westerschelde.





Wetenschappelijke naam

Thalassiosira punctigera (Castracane) Hasle 1983


Oorspronkelijke verspreiding

Het oorspronkelijk verspreidingsgebied van deze exoot is niet echt bekend. De soort werd oorspronkelijk beschreven in 1886 op basis van materiaal uit Japan. Tot 1950 was de soort enkel gekend uit de Noord-Pacifiche Oceaan, later ook uit de Zuid Pacifische Oceaan, de Zuidwest Atlantische Oceaan en de Noordzee (Hasle, 1983)[1]. Omdat het wier pas in 1978 in Noord-Atlantische wateren gemeld werd vermoedt men dat de soort hier niet inheems in (Hasle, 1983)[1]. Echter sommige wetenschappers vinden dit argument niet overtuigend genoeg en stellen de exotische status van dit kiezelwier nog steeds in vraag (Gomez, 2010)[2].


Eerste waarneming in België

Dit kiezelwier werd voor het eerst in ons studiegebied waargenomen in stalen die op 4 mei 1993 in de Nederlandse Westerschelde genomen werden. Deze stalen waren afkomstig uit het brakke water tussen Hansweert (op ongeveer 20 km van de grens met België) en de Belgische grens (Muylaert, K.; Sabbe, K. 1996)[3]. In de stalen uit de Zeeschelde, voorbij de Belgische grens, was dit kiezelwier niet aanwezig. (Muylaert, K.; Sabbe, K. 1996)[3]. Voorlopig zijn er nog geen meldingen in België gekend.


Verspreiding in België

De verspreiding van deze diatomee in ons studiegebied beperkt zich tot de Nederlandse Westerschelde. Hoewel meldingen in de Belgische Zeeschelde of het Belgisch deel van de Noordzee ontbreken is het erg waarschijnlijk is dat de soort ook voor de Belgische kust voorkomt (Persoonlijke mededeling door Koen Sabbe 2011)[4].

De identificatie op soortniveau is bij dit genus immers enkel mogelijk na een behandeling met een zuur, waardoor de soortspecifieke structuren van het skelet beter zichtbaar worden. Bij een standaard monitoring wordt hierdoor niet tot op soort gedetermineerd omwille van tijd en kosten. Hierdoor is er geen zekerheid over het meer recenter voorkomen en verspreiding van de soort in het studiegebied/Belgische wateren (Persoonlijke mededeling door Koen Sabbe 2011)[4].


Verspreiding in onze buurlanden

De eerste meldingen van dit eencellig wier in Europa dateren van 1978 toen het rond Helgoland in Duitsland (Eno, 1997)[5] en Plymouth in Groot-Brittanië waargenomen werd (Kat, 1982)[6]. In het Engelse kanaal was de soort in de periode 1980-1981 (Eno 1997)[5] erg abundant waarna de populatie in de hierop volgende jaren weer afnam. Tijdens de maand december 2005 werd de soort hier opnieuw tijdelijk erg abundant (Gomez, 2010)[2]. In 1979 werd deze exoot gesignaleerd in het Skagerrak voor de Noorse kust (Hasle, 1983)[1]. In Nederland werd deze soort voor het eerst gevonden in 1981. In dit jaar verspreidde hij zich ook tot de Duitse Waddenzee (Kat, 1982)[6]. In Duitsland werd de soort in 1993 eveneens teruggevonden in het Elbe-estuarium (Muylaert, K.; Sabbe, K. 1996)[3].



Wijze van introductie

De wijze waarop dit kiezelwier in onze streken werd geïntroduceerd is niet echt gekend. Mogelijk gebeurde dit via ballastwater of via de introductie van kweekoesters (Eno, 1997)[5]. Eens geïntroduceerd werd het eencellig wier verder verspreid door zeestromingen (Wolff, 1995).Omdat dit kiezelwier op verschillende plaatsen ter wereld wordt gesignaleerd en onzekerheid bestaat over het oorsprongsgebied van deze exoot, weet men niet of de soort rechtstreeks vanuit zijn oorsprongsgebied in onze streken werd geïntroduceerd of vanuit een gebied waar de soort eveneens uitheems was (Eno, 1997)[5]. Er wordt betwist dat het wel degelijk om een niet inheemse soort gaat. Mogelijk was dit kiezelwier altijd al aanwezig, maar werd het nooit opgemerkt omwille van de lage abundatie waarin het voorkwam (Gomez, 2010)[2].


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

Deze inwijkeling heeft in vergelijking met de meeste andere kiezelwieren een bredere tolerantie tegen saliniteit en temperatuurschommelingen. Hierdoor kan de soort het hele jaar door (behalve bij te hoge temperaturen in de zomer) relatief abundant voorkomen. (Dürselen, C.-D.; Rick, H.-J. (1999) Gomez, 2010)[7][2].


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

De concentraties van het eencellig wier zijn meestal het hoogst in estuaria zoals dat van de Schelde, de Maas of de Rijn, waar het water brak is. Naarmate men naar de open zee trekt, dalen de concentraties van deze exoot. Deze diatomee lijkt dus eerder van een minder zoute omgeving te houden. (Kat, 1982; Dürselen, C.-D.; Rick, H.-J. (1999); Gomez, 2010)[6][7][2]. Dit wordt ook bevestigd door de hoge abundantie van de soort in de periode 1980-1981 in het Engels kanaal, waar de soort tijdens normale jaren relatief zeldzaam is. Deze periode werd gekenmerkt door hoge regenval, en dus een verhoogde aanvoer van zoet water in het Engels kanaal (Gomez, 2010)[2].

Deze eencellige kan vrij rondzweven in de waterkolom en zich op deze manier via stromingen verder verspreiden. Maar het kiezelwier kan zich ook vasthechten op organismen en andere substraten om zo andere plaatsen te bereiken (Wolff, 1995).


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

De soort kan bij bepaalde omstandigheden zoals tijdens abnormale seizoenen – waardoor het water minder zout is, plots een sterke daling in temperatuur kent – zeer abundant worden (Gomez, 2010 Dürselen, C.-D.; Rick, H.-J. 1999)[2][7]. Het is echter niet geweten welke invloed dit heeft op het ecosysteem.


Specifieke kenmerken

Kiezelwieren, ook wel diatomeeën genoemd, zijn eencellige wieren en enkel microscopisch te bestuderen. Ze hebben een extern kiezelskelet (van siliciumdioxide) dat bestaat uit twee helften die als een doos en deksel in elkaar passen, met daar tussenin enkele zogenaamde gordelbanden. De twee helften worden de ‘schaaltjes’ genoemd (valvae). De schaaltjes hebben variabele vormen en ornamentaties en worden daarom gebruikt om soorten van elkaar te onderscheiden (Van der Werff 1958)[8]. Thalassiosira punctigera is een cirkelvormig kiezelwier van gemiddelde grootte (40-100 µm (Gomez, 2010)[2]) met een dikke celwand. Dit kiezelwier zweeft het hele jaar rond in de waterkolom (behalve bij te hoge watertemperaturen in de zomer), maar kan zich ook vasthechten op andere organismen als individueel ééncellig wier of in kleine kolonies van enkele cellen (Gomez, 2010)[2].


Weetjes

Verwarring...

De vorm en de grootte van dit kiezelwier kunnen erg verschillen tussen verschillende individuen. Om deze reden wordt dit kiezelwier vaak verward met andere kiezelwiersoorten (Hasle, 1983)[1]. Zo werd de soort ook beschreven als Ethmodiscus punctiger, Coscinodiscus verecundus, Coscinodiscus angstii, Thalassiosira angstii en Thalassiosira japonica (Gomez, 2010)[2].


Geraadpleegde bronnen

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 Hasle, G.R. (1983). Thalassiosira punctigera (Castr.) comb. nov., a widely distributed marine planktonic diatom Nord. J. Bot. 3(5): 593-608. details
  2. 2,0 2,1 2,2 2,3 2,4 2,5 2,6 2,7 2,8 2,9 Gómez, F.; Souissi, S. (2010). The diatoms Odontella sinensis, Coscinodiscus wailesii and Thalassiosira punctigera in the European Atlantic: recent introductions or overlooked in the past? Fresenius Envir. Bull. 19(8): 1424-1433. details
  3. 3,0 3,1 3,2 Muylaert, K.; Sabbe, K. (1996). The diatom genus Thalassiosira (Bacillariophyta) in the estuaries of the Schelde (Belgium-The Netherlands) and the Elbe (Germany) Bot. Mar. 39: 103-115. details
  4. 4,0 4,1 Persoonlijke mededeling door Koen Sabbe 2011
  5. 5,0 5,1 5,2 5,3 Eno, N.C.; Clark, R.A.; Sanderson, W.G. (Ed.) (1997). Non-native marine species in British waters: a review and directory. Joint Nature Conservation Committee: Peterborough. ISBN 1-86107-442-5. 152 pp. details
  6. 6,0 6,1 6,2 Kat, M. (1982). Effects of fluctuating salinities on development of Thalassiosira angstii, a diatom not observed before in the Dutch coastal area J. Mar. Biol. Ass. U.K. 62(2): 483-484. details
  7. 7,0 7,1 7,2 Dürselen, C.-D.; Rick, H.-J. (1999). Spatial and temporal distribution of two new phytoplankton diatom species in the German Bight in the period 1988 and 1996 Sarsia 84: 367-377. details
  8. Van der Werff, A. (1958). Kiezelwieren. Het Zeepaard 18(2): 19-22. details