VLAAMS INSTITUUT VOOR DE ZEE
PLATFORM VOOR MARIEN ONDERZOEK


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen


Violet buiswier: verschil tussen versies

Uit Kust Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
(<span style="color:#00787A">Oorspronkelijke verspreiding</span>)
(46 tussenliggende versies door 2 gebruikers worden niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
{{Revision}}
+
__NOTITLE__
 
+
{{Kader4|Naam=Violet buiswier
{{Nietinheemse|Naam=<span style="color:#FFFFFF">Violet buiswier</span>
+
|Foto=
|abstract= [[Image:Neosiphonia_harvei.jpg|left|260px|<div style="text-align: center;"> </div>]]
+
<div style="padding:1em 0em 0em 0em">
Het violet buiswier ''Neosiphonia harveyi'' kwam oorspronkelijk enkel voor rond Japan in het noorden van de Stille Oceaan. Waarschijnlijk kwam deze exoot samen met getransporteerde oesters en via vasthechting op andere wieren of scheepsrompen naar Europa.
+
[[Image:Neosiphonia_harvei.jpg|caption|right|215px|]]<span style="color:#FFFFFF"><div style="text-align: right;">Foto: Ignacio Bárbara</div></span></div>
Dit roodwier werd voor het eerst langs onze kust waargenomen in 2000, in de Spuikom van Oostende. In onze buurlanden werd de soort al eerder aangetroffen.
+
|abstract=
Het violet buiswier is vaak klein van omvang en komt vooral voor op andere niet inheemse wieren, zoals het Japans bessenwier ''Sargassum muticum'' en het vertakt viltwier ''Codium fragile''. Daarnaast groeit de soort ook op klassieke harde oppervlakken (kades, touwen, schelpdieren...) langs de kust, in getijdenpoeltjes en havens.
+
Het violet buiswier ''Neosiphonia harveyi'' kwam oorspronkelijk enkel voor rond Japan, in het noorden van de Stille Oceaan. Waarschijnlijk kwam deze exoot samen met getransporteerde oesters en via vasthechting op andere wieren of scheepsrompen naar Europa. Dit roodwier werd voor het eerst langs onze kust waargenomen in 2000, in de Spuikom van Oostende. Het violet buiswier is meestal klein van omvang en komt vooral voor op andere niet-inheemse wieren, zoals het Japans bessenwier ''Sargassum muticum'' en het vertakt viltwier ''Codium fragile'', maar is ook aan te treffen op harde substraten.}}
<P>
+
:Foto: Ignacio Bárbara
+
}}
+
 
{{kader3}}
 
{{kader3}}
 
<P>
 
<P>
Regel 18: Regel 15:
  
  
[http://www.marinespecies.org/aphia.php?p=taxdetails&id=233888 ''Neosiphonia harveyi'' (J.W.Bailey) M.-S.Kim, H.-G.Choi, Guiry & G.W.Saunders, 2001 ]
+
[http://www.marinespecies.org/berms/aphia.php?p=taxdetails&id=233888 ''Neosiphonia harveyi'' (J.W.Bailey) M.-S.Kim, H.-G.Choi, Guiry & G.W.Saunders, 2001 ]
  
 
<P>
 
<P>
Regel 26: Regel 23:
 
===<span style="color:#00787A">Oorspronkelijke verspreiding</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Oorspronkelijke verspreiding</span>===
  
Oorspronkelijk kwam dit roodwier enkel voor in de Noord-Pacifische Oceaan (Maggs & Stegenga, 1999) <ref name = Maggs1999>Maggs, C.A.; Stegenga, H. (1999). Red algal exotics on North Sea coasts Helgol. Meeresunters. 52: 243-258. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=110857 details]</ref> ; meer specifiek langsheen de kusten van Japan     <ref name = MCIvor>McIvor, L.; Maggs, C.A.; Provan, J.; Stanhope, M.J. (2001). rbcL sequences reveal multiple cryptic introductions of the Japanese red alga ''Polysiphonia harveyi'' Mol. Ecol. 10(4): 911-919. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206837 details]</ref>(McIvor et al., 2001)
+
Oorspronkelijk kwam dit roodwier enkel voor in de Noord-Pacifische Oceaan <ref name = Maggs1999>Maggs, C.A.; Stegenga, H. (1999). Red algal exotics on North Sea coasts Helgol. Meeresunters. 52: 243-258. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=110857 details]</ref> ; meer specifiek langsheen de kusten van Japan <ref name = MCIvor>McIvor, L.; Maggs, C.A.; Provan, J.; Stanhope, M.J. (2001). rbcL sequences reveal multiple cryptic introductions of the Japanese red alga ''Polysiphonia harveyi'' Mol. Ecol. 10(4): 911-919. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206837 details]</ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 32: Regel 29:
  
 
===<span style="color:#00787A">Eerste waarneming in België</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Eerste waarneming in België</span>===
De eerste melding van het violet buiswier in Belgische wateren dateert van 2000 in de Spuikom in Oostende     <ref name = Kerckhof2007>Kerckhof, F.; Haelters, J.; Gollasch, S. (2007). Alien species in the marine and brackish ecosystem: the situation in Belgian waters Aquat. Invasions 2(3): 243-257. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=114365 details] </ref>(Kerckhof 2007).  
+
De eerste melding van het violet buiswier in Belgische wateren dateert van 2000 in de Spuikom in Oostende <ref name = Kerckhof2007>Kerckhof, F.; Haelters, J.; Gollasch, S. (2007). Alien species in the marine and brackish ecosystem: the situation in Belgian waters Aquat. Invasions 2(3): 243-257. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=114365 details] </ref>.  
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 38: Regel 35:
  
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in België</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in België</span>===
Het violet buiswier werd in 2000 zeer abundant waargenomen in de Spuikom van Oostende. Dit wier werd hier in 2007 eveneens aangetroffen  <ref name = heytens>Heytens, M.; De Clerck, O.; Coppejans, E. (2007). Studie van macrowiergemeenschappen van de Spuikom van Oostende in functie van de Kaderrichtlijn water. Universiteit Gent, Vakgroep Biologie, Afdeling Algologie: Gent. 65 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=118621 details]</ref> (Heytens, 2007).  
+
Het violet buiswier werd in 2000 in grote aantallen waargenomen in de Spuikom van Oostende. Dit wier werd hier in 2007 eveneens aangetroffen  <ref name = heytens>Heytens, M.; De Clerck, O.; Coppejans, E. (2007). Studie van macrowiergemeenschappen van de Spuikom van Oostende in functie van de Kaderrichtlijn water. Universiteit Gent, Vakgroep Biologie, Afdeling Algologie: Gent. 65 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=118621 details]</ref>.  
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 44: Regel 41:
  
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in onze buurlanden</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Verspreiding in onze buurlanden</span>===
Deze exoot werd voor het eerst gesignaleerd in Europa langsheen de kusten van West-Frankrijk rond 1832, onder de niet correcte naam ''Polysiphonia insidiosa''    <ref name = maggs1993> Maggs, C.A.; Hommersand, M.H. (1993). Seaweeds of the British Isles: Volume 1 Rhodophyta, Part 3A. Ceramiales. Natural History Museum: London. ISBN 1-898298-81-5. 444 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=65109 details] </ref> (Maggs & Hommersand 1993).  
+
Deze exoot werd voor het eerst gesignaleerd in Europa langsheen de kusten van West-Frankrijk rond 1832, onder de niet correcte naam ''Polysiphonia insidiosa''    <ref name = maggs1993> Maggs, C.A.; Hommersand, M.H. (1993). Seaweeds of the British Isles: Volume 1 Rhodophyta, Part 3A. Ceramiales. Natural History Museum: London. ISBN 1-898298-81-5. 444 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=65109 details] </ref>.  
Mogelijk gebeurde de introductie in Groot-Brittannië – waar de soort in 1908 voor het eerst nabij Weymouth (een schiereiland in het zuiden van Groot-Brittannië) waargenomen werd – vanuit Frankrijk <ref name = maggs1999> </ref>(Maggs & Stegenga 1999). <P>
+
Mogelijk gebeurde de introductie in Groot-Brittannië – waar de soort in 1908 voor het eerst nabij Weymouth (een schiereiland in het zuiden van Groot-Brittannië) waargenomen werd – vanuit Frankrijk <ref name =Maggs1999> </ref>. <P>
In Nederland werd de soort voor de eerste keer waargenomen in 1960 in het Kanaal door Zuid-Beveland <ref name = maggs1999> </ref>(Maggs & Stegenga 1999). Momenteel kan je het violet buiswier ook terugvinden op verschillende plaatsen in de Waddenzee     <ref name = gittenberger>Gittenberger, A.; Rensing, M.; Stegenga, H.; Hoeksema, B. (2010). Native and non-native species of hard substrata in the Dutch Wadden Sea Ned. Faunist. Meded. 33: 21-76. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206549 details]</ref>(Gittenberger, 2010), het Grevelingenmeer, de Oosterschelde     <ref name = Stegenga>Stegenga, H. (2002). De Nederlandse zeewierflora: van kunstmatig naar exotisch? Het Zeepaard 62(1): 13-24. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=22955 details]</ref>(Stegenga 2002) en het Veerse meer <ref name = maggs1999> </ref>(Maggs & Stegenga 1999). <P>
+
In Nederland werd de soort voor de eerste keer waargenomen in 1960 in het kanaal door Zuid-Beveland <ref name = Maggs1999> </ref>. Momenteel kan je het violet buiswier ook terugvinden op verschillende plaatsen in de Waddenzee <ref name = gittenberger>Gittenberger, A.; Rensing, M.; Stegenga, H.; Hoeksema, B. (2010). Native and non-native species of hard substrata in the Dutch Wadden Sea Ned. Faunist. Meded. 33: 21-76. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206549 details]</ref>, het Grevelingenmeer, de Oosterschelde <ref name = Stegenga>Stegenga, H. (2002). De Nederlandse zeewierflora: van kunstmatig naar exotisch? Het Zeepaard 62(1): 13-24. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=22955 details]</ref> en het Veerse meer <ref name = Maggs1999> </ref>. <P>
Tegenwoordig kunnen in Europa populaties van het violet buiswier aangetroffen worden van Noorwegen tot in de Middellandse Zee, inclusief de oostkust van Groot-Brittannië en Ierland.    <ref name = Eno> Eno, N.C.; Clark, R.A.; Sanderson, W.G. (Ed.) (1997). Non-native marine species in British waters: a review and directory. Joint Nature Conservation Committee: Peterborough. ISBN 1-86107-442-5. 152 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=24400 details]</ref> (Eno et al. 1997).
+
Tegenwoordig kunnen in Europa populaties van het violet buiswier aangetroffen worden van Noorwegen tot in de Middellandse Zee, inclusief de oostkust van Groot-Brittannië en Ierland <ref name = Eno> Eno, N.C.; Clark, R.A.; Sanderson, W.G. (Ed.) (1997). Non-native marine species in British waters: a review and directory. Joint Nature Conservation Committee: Peterborough. ISBN 1-86107-442-5. 152 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=24400 details]</ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 53: Regel 50:
  
 
===<span style="color:#00787A">Wijze van introductie</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Wijze van introductie</span>===
Er is geen zekerheid over hoe het violet buiswier in Europa is terechtgekomen. Secundaire introducties van dit roodwier hebben mogelijk plaatsgevonden als aangroei op oesterbroed dat uit Japan werd ingevoerd <ref name =Eno> </ref>(Eno, 1997), of als aangroei op andere niet inheemse wieren (bijvoorbeeld [[Japans bessenwier]] ''Sargassum muticum'' of viltwier ''Codium fragile'') die uit Japan zijn meegebracht <ref name =Maggs1999> </ref>(Maggs & Stegenga, 1999).  
+
Er is geen zekerheid over hoe het violet buiswier in Europa is terechtgekomen. Secundaire introducties van dit roodwier hebben mogelijk plaatsgevonden als aangroei op oesterbroed dat uit Japan werd ingevoerd <ref name =Eno> </ref>, of als aangroei op andere niet inheemse wieren (bijvoorbeeld [[Japans bessenwier]] ''Sargassum muticum'' of viltwier ''Codium fragile'') die uit Japan zijn meegebracht <ref name =Maggs1999> </ref>.  
  
Eens in Europa aangekomen, verliep de verspreiding van de soort mogelijk op verscheidene manieren. Enerzijds als aangroei op andere niet inheemse wieren; soorten die worden gekenmerkt door een groot drijf- en driftvermogen waardoor ze gemakkelijk verspreiden langsheen kustgebieden <ref name =Maggs1999> </ref>(Maggs & Stegenga, 1999). Anderzijds kunnen ook artificiële drijvende substraten zoals visfuiken, touwen en rompen van boten de verspreiding van het wier in de hand werken <ref name =Maggs1999> </ref>(Maggs & Stegenga, 1999). Vermoedelijk zorgt ook het drukke verkeer van plezierjachten tussen jachthavens voor een verdere verspreiding van het roodwier <ref name = Kerckhof2003>Kerckhof, F.; Stegenga, H. (2003). Nieuwe ''Polysiphonia''-soorten voor België en Noord-Frankrijk, met een gereviseerde determineertabel voor de soorten van het geslacht ''Polysiphonia'' in deze regio Dumortiera 80: 40-45. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=38761 details]</ref>(Kerckhof, F. Stegenga, H. (2003).
+
Eens in Europa aangekomen, verliep de verspreiding van de soort mogelijk op verschillende manieren. Enerzijds als aangroei op andere niet inheemse wieren die worden gekenmerkt door een groot drijf- en driftvermogen, waardoor ze gemakkelijk verspreiden langsheen kustgebieden <ref name =Maggs1999> </ref>. Anderzijds kunnen ook artificiële drijvende substraten zoals visfuiken, touwen en rompen van boten de verspreiding van het wier in de hand werken <ref name =Maggs1999> </ref>. Vermoedelijk zorgt ook het drukke verkeer van plezierjachten tussen jachthavens voor een verdere verspreiding van het roodwier <ref name = Kerckhof2003>Kerckhof, F.; Stegenga, H. (2003). Nieuwe ''Polysiphonia''-soorten voor België en Noord-Frankrijk, met een gereviseerde determineertabel voor de soorten van het geslacht ''Polysiphonia'' in deze regio Dumortiera 80: 40-45. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=38761 details]</ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 61: Regel 58:
  
 
===<span style="color:#00787A">Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien</span>===
Het violet buiswier groeit snel en kan zich snel voortplanten. De sporen van dit roodwier kunnen lang overleven in ongunstige omstandigheden en zich ontwikkelen wanneer de omstandigheden verbeteren <ref name =Maggs1999> </ref>(Maggs & Stegenga 1999).<P>
+
Het violet buiswier groeit snel en kan zich snel voortplanten. De sporen van dit roodwier kunnen lang overleven in ongunstige omstandigheden en zich ontwikkelen wanneer de omstandigheden verbeteren <ref name =Maggs1999> </ref>.<P>
In een omgeving waar wieren sterk begraasd worden is het violet buiswier vaak één van de weinige soorten die kan overleven <ref name =Maggs1999> </ref>(Maggs & Stegenga, 1999). Dit komt vermoedelijk omdat het wier zoals nauw verwante wierensoorten chemische stoffen vormt, die mogelijk dienen als een chemisch afweermiddel tegen organismen die op algen grazen <ref name =Maggs1999> </ref>(Maggs & Stegenga, 1999).  
+
In een omgeving waar wieren sterk begraasd worden is het violet buiswier vaak één van de weinige soorten die kan overleven <ref name =Maggs1999> </ref>. Dit komt vermoedelijk omdat het wier - net als nauw verwante wierensoorten - chemische stoffen vormt die mogelijk dienen als afweermiddel tegen op algen grazende organismen <ref name =Maggs1999> </ref>.  
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 68: Regel 65:
  
 
===<span style="color:#00787A">Factoren die de verspreiding beïnvloeden</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Factoren die de verspreiding beïnvloeden</span>===
Deze exoot kan worden teruggevonden op locaties met verschillende zoutgehaltes. Zo is de soort in de Nederlandse Waddenzee terug te vinden op verschillende plaatsen met een zoutgehalte variërend van 19 PSU tot 31 PSU <ref name =gittenberger> </ref>(Gittenbergen, 2010). Ter vergelijking: het zeewater van de Noordzee - waar de soort ook aanwezig is - heeft een zoutgehalte van ongeveer 35 PSU.
+
Deze exoot kan worden aangetroffen op locaties met verschillende zoutgehaltes. Zo is de soort in de Nederlandse Waddenzee terug te vinden op verschillende plaatsen met een zoutgehalte variërend van 19 PSU tot 31 PSU <ref name =gittenberger> </ref>. Ter vergelijking: het zeewater van de Noordzee - waar de soort ook aanwezig is - heeft een zoutgehalte van ongeveer 35 PSU.<P>
Het violet buiswier tolereert ook grote temperatuurschommelingen. Experimenten tonen aan dat dit roodwier zich kan voortplanten bij temperaturen die variëren tussen 4°C en 22°C    <ref name = Koch>Koch, C. (1986). Attempted hybridization between ''Polysiphonia fibrillosa'' and ''P. violacea'' (Bangiophyceae) from Denmark; with culture studies primarily on ''P. fibrillosa'' Nord. J. Bot. 6(1): 123-128. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206897 details] </ref>(Koch, 1986).
+
Het violet buiswier tolereert ook grote temperatuurschommelingen. Experimenten toonden aan dat dit roodwier zich kan voortplanten bij temperaturen die variëren tussen 4 °C en 22 °C  <ref name = Koch>Koch, C. (1986). Attempted hybridization between ''Polysiphonia fibrillosa'' and ''P. violacea'' (Bangiophyceae) from Denmark; with culture studies primarily on ''P. fibrillosa'' Nord. J. Bot. 6(1): 123-128. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=206897 details] </ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 75: Regel 72:
  
 
===<span style="color:#00787A">Effecten of potentiële effecten en maatregelen</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Effecten of potentiële effecten en maatregelen</span>===
Zowel in België, Nederland als in Groot-Brittannië worden gelijkaardige effecten van de introductie van deze exoot vastgesteld. Op sommige plaatsen werd de inheemse wierenflora vervangen door uitheemse wierenflora, waar het violet buiswier vaak deel van uitmaakt als aangroei op andere wieren (Stegenga, H. & W.F. Prud’homme van Reine, 1999; Heytens, 2007). Mogelijk draagt her violet buiswier zelf bij aan de verdringing van inheemse soorten omwille van de hoge groeisnelheid van de soort (Eno, 1997). Echter omwille van de kleine omvang van dit wier is wordt dit laatste betwijfeld (Gittenberger, 2010). Ook de economische schade zou hierdoor gering zijn (Eno et al 1997). Er werden nog geen maatregelen ondernomen om deze soort te verwijderen. (Eno, et al. 1997)
+
Zowel in België, Nederland als in Groot-Brittannië worden gelijkaardige effecten van de introductie van deze exoot vastgesteld. Op sommige plaatsen werd de inheemse wierenflora vervangen door een uitheemse wierenflora, waar het violet buiswier vaak deel van uitmaakt als aangroei op andere wieren <ref name = heytens> </ref><ref name = Stegenga1999>Stegenga, H.; Prud'homme van Reine, W.F. (1999). Changes in the seaweed flora of the Netherlands, in: Scott, G.W. et al. (Ed.) (1999). Changes in the marine flora of the North Sea . pp. 77-87. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=205502 details]</ref>. <P> Mogelijk draagt het violet buiswier zelf bij aan de verdringing van inheemse soorten omwille van de hoge groeisnelheid van de soort <ref name = Eno> </ref>. Dit laatste wordt - omwille van de kleine omvang van dit wier - echter betwijfeld <ref name = gittenberger> </ref>. Ook de economische schade zou hierdoor gering zijn <ref name = Eno> </ref>.<P> Er werden nog geen maatregelen ondernomen om deze soort te verwijderen <ref name = Eno> </ref>.
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 81: Regel 78:
  
 
===<span style="color:#00787A">Specifieke kenmerken</span>===
 
===<span style="color:#00787A">Specifieke kenmerken</span>===
Het violet buiswier kan 10 tot 15 cm hoog worden, maar is meestal kleiner. Het is een sterk vertakt bruinrood gekleurd wier, en is vooral terug te vinden op andere organismen zoals oesters en wieren (zoals [[vertakt wiltwier|viltwier]] of [[Japans bessenwier]]) en op artificiële substraten zoals touwen en pontons. De soort komt veelvuldig voor in havens, poelen en zoute binnenwateren en dit van laag in het intergetijdengebied tot op een diepte van ongeveer 3 meter. De soort verkiest zones waar beschutting is tegen de golven (havens), maar komt ook voor langsheen de kust, op plaatsen waar een matige golfwerking heerst (Stegenga & Mol, 1983; Maggs & Stegenga1999). <P>
+
<div style="float:right;width:138pt;padding:0.4em 1em 0.4em 0.5em">[[Image:Neosiphonia harvei2.jpg|caption|right|165px|]]
Roodwieren die tot het geslacht ''Neosiphonia'' behoren kunnen enkel gedetermineerd worden onder de microscoop, niet omdat ze te klein zijn, maar omdat de verschillende soorten op het zicht bijna niet te onderscheiden zijn van elkaar. Uitsluitsel kan enkel worden gegeven op basis van de microscopische bouw van het wier (Kerckhof  Stegenga 2003).  
+
<div style="text-align: right;font-size:80%">
 
+
Microscopisch beeld <br> Foto: Ignacio Bárbara</div></div>
 +
Het violet buiswier kan 10 tot 15 centimeter hoog worden, maar is meestal kleiner. Het is een sterk vertakt, bruinrood gekleurd wier dat vooral is terug te vinden op andere organismen zoals oesters en wieren (zoals [[vertakt wiltwier|viltwier]] of [[Japans bessenwier]]) en op artificiële substraten zoals touwen en pontons. De soort komt veelvuldig voor in havens, poelen en zoute binnenwateren en dit van laag in het intergetijdengebied tot op een diepte van ongeveer 3 meter. De soort verkiest zones waar er beschutting is tegen de golven (havens), maar komt ook voor langsheen de kust, op plaatsen waar een matige golfwerking heerst <ref name =Maggs1999> </ref><ref name = Stegenga1983>Stegenga, H.; Mol, I. (1983). Flora van de Nederlandse zeewieren. Natuurhistorische Bibliotheek van de KNNV, 33. Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV): Hoogwoud. 263 pp. [http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=11712 details]</ref>. <P>
 +
Roodwieren die tot het geslacht ''Neosiphonia'' behoren kunnen enkel gedetermineerd worden onder de microscoop, niet omdat ze te klein zijn, maar omdat de verschillende soorten op het zicht bijna niet te onderscheiden zijn van elkaar. Uitsluitsel kan worden gegeven op basis van de microscopische bouw van het wier <ref name = Kerckhof2003> </ref>.  
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>
Regel 91: Regel 90:
  
 
====<span style="color:#00787A">''Wier op wier op wier''</span>====
 
====<span style="color:#00787A">''Wier op wier op wier''</span>====
Epifieten zijn planten die een andere plant als substraat gebruiken. In dit geval groeit het violet buiswier op andere wieren zoals viltwier of Japans bessenwier. Maar het violet buiswier is niet enkel een epifiet op andere wieren, het  wier dient ook zelf als substraat voor andere organismen (zoals niet inheemse [[drietakkig rooddonswier|rooddonswieren]] ''Antithamnionella'' sp.) (Heytens, 2007).
+
Epifieten zijn planten die een andere plant als substraat gebruiken. In dit geval groeit het violet buiswier op andere wieren zoals viltwier of Japans bessenwier. Maar het violet buiswier is niet enkel een epifiet op andere wieren, het  wier dient zelf ook als substraat voor andere organismen, zoals bijvoorbeeld de [[drietakkig rooddonswier|niet-inheemse rooddonswieren]] (''Antithamnionella'' sp.) <ref name = heytens> </ref>.
 +
<P>
 +
<BR>
 +
<P>
 +
===<span style="color:#00787A">Hoe verwijzen naar deze pagina?</span>===
 +
{{Kader5|
 +
SoortnaamNL=Violet buiswier |
 +
SoortnaamLt=Neosiphonia harveyi |
 +
Naamlector=Frédérique Steen |
 +
refid=210317|}}
 
<P>
 
<P>
 
<BR>
 
<BR>

Versie van 26 jan 2012 om 11:31

Violet buiswier
Het violet buiswier Neosiphonia harveyi kwam oorspronkelijk enkel voor rond Japan, in het noorden van de Stille Oceaan. Waarschijnlijk kwam deze exoot samen met getransporteerde oesters en via vasthechting op andere wieren of scheepsrompen naar Europa. Dit roodwier werd voor het eerst langs onze kust waargenomen in 2000, in de Spuikom van Oostende. Het violet buiswier is meestal klein van omvang en komt vooral voor op andere niet-inheemse wieren, zoals het Japans bessenwier Sargassum muticum en het vertakt viltwier Codium fragile, maar is ook aan te treffen op harde substraten.
Neosiphonia harvei.jpg
Foto: Ignacio Bárbara




Wetenschappelijke naam

Neosiphonia harveyi (J.W.Bailey) M.-S.Kim, H.-G.Choi, Guiry & G.W.Saunders, 2001


Oorspronkelijke verspreiding

Oorspronkelijk kwam dit roodwier enkel voor in de Noord-Pacifische Oceaan [1] ; meer specifiek langsheen de kusten van Japan [2].


Eerste waarneming in België

De eerste melding van het violet buiswier in Belgische wateren dateert van 2000 in de Spuikom in Oostende [3].


Verspreiding in België

Het violet buiswier werd in 2000 in grote aantallen waargenomen in de Spuikom van Oostende. Dit wier werd hier in 2007 eveneens aangetroffen [4].


Verspreiding in onze buurlanden

Deze exoot werd voor het eerst gesignaleerd in Europa langsheen de kusten van West-Frankrijk rond 1832, onder de niet correcte naam Polysiphonia insidiosa [5].

Mogelijk gebeurde de introductie in Groot-Brittannië – waar de soort in 1908 voor het eerst nabij Weymouth (een schiereiland in het zuiden van Groot-Brittannië) waargenomen werd – vanuit Frankrijk [1].

In Nederland werd de soort voor de eerste keer waargenomen in 1960 in het kanaal door Zuid-Beveland [1]. Momenteel kan je het violet buiswier ook terugvinden op verschillende plaatsen in de Waddenzee [6], het Grevelingenmeer, de Oosterschelde [7] en het Veerse meer [1].

Tegenwoordig kunnen in Europa populaties van het violet buiswier aangetroffen worden van Noorwegen tot in de Middellandse Zee, inclusief de oostkust van Groot-Brittannië en Ierland [8].


Wijze van introductie

Er is geen zekerheid over hoe het violet buiswier in Europa is terechtgekomen. Secundaire introducties van dit roodwier hebben mogelijk plaatsgevonden als aangroei op oesterbroed dat uit Japan werd ingevoerd [8], of als aangroei op andere niet inheemse wieren (bijvoorbeeld Japans bessenwier Sargassum muticum of viltwier Codium fragile) die uit Japan zijn meegebracht [1].

Eens in Europa aangekomen, verliep de verspreiding van de soort mogelijk op verschillende manieren. Enerzijds als aangroei op andere niet inheemse wieren die worden gekenmerkt door een groot drijf- en driftvermogen, waardoor ze gemakkelijk verspreiden langsheen kustgebieden [1]. Anderzijds kunnen ook artificiële drijvende substraten zoals visfuiken, touwen en rompen van boten de verspreiding van het wier in de hand werken [1]. Vermoedelijk zorgt ook het drukke verkeer van plezierjachten tussen jachthavens voor een verdere verspreiding van het roodwier [9].


Redenen waarom deze soort zo succesrijk is in onze contreien

Het violet buiswier groeit snel en kan zich snel voortplanten. De sporen van dit roodwier kunnen lang overleven in ongunstige omstandigheden en zich ontwikkelen wanneer de omstandigheden verbeteren [1].

In een omgeving waar wieren sterk begraasd worden is het violet buiswier vaak één van de weinige soorten die kan overleven [1]. Dit komt vermoedelijk omdat het wier - net als nauw verwante wierensoorten - chemische stoffen vormt die mogelijk dienen als afweermiddel tegen op algen grazende organismen [1].


Factoren die de verspreiding beïnvloeden

Deze exoot kan worden aangetroffen op locaties met verschillende zoutgehaltes. Zo is de soort in de Nederlandse Waddenzee terug te vinden op verschillende plaatsen met een zoutgehalte variërend van 19 PSU tot 31 PSU [6]. Ter vergelijking: het zeewater van de Noordzee - waar de soort ook aanwezig is - heeft een zoutgehalte van ongeveer 35 PSU.

Het violet buiswier tolereert ook grote temperatuurschommelingen. Experimenten toonden aan dat dit roodwier zich kan voortplanten bij temperaturen die variëren tussen 4 °C en 22 °C [10].


Effecten of potentiële effecten en maatregelen

Zowel in België, Nederland als in Groot-Brittannië worden gelijkaardige effecten van de introductie van deze exoot vastgesteld. Op sommige plaatsen werd de inheemse wierenflora vervangen door een uitheemse wierenflora, waar het violet buiswier vaak deel van uitmaakt als aangroei op andere wieren [4][11].

Mogelijk draagt het violet buiswier zelf bij aan de verdringing van inheemse soorten omwille van de hoge groeisnelheid van de soort [8]. Dit laatste wordt - omwille van de kleine omvang van dit wier - echter betwijfeld [6]. Ook de economische schade zou hierdoor gering zijn [8].

Er werden nog geen maatregelen ondernomen om deze soort te verwijderen [8].


Specifieke kenmerken

Neosiphonia harvei2.jpg
Microscopisch beeld
Foto: Ignacio Bárbara
Het violet buiswier kan 10 tot 15 centimeter hoog worden, maar is meestal kleiner. Het is een sterk vertakt, bruinrood gekleurd wier dat vooral is terug te vinden op andere organismen zoals oesters en wieren (zoals viltwier of Japans bessenwier) en op artificiële substraten zoals touwen en pontons. De soort komt veelvuldig voor in havens, poelen en zoute binnenwateren en dit van laag in het intergetijdengebied tot op een diepte van ongeveer 3 meter. De soort verkiest zones waar er beschutting is tegen de golven (havens), maar komt ook voor langsheen de kust, op plaatsen waar een matige golfwerking heerst [1][12].

Roodwieren die tot het geslacht Neosiphonia behoren kunnen enkel gedetermineerd worden onder de microscoop, niet omdat ze te klein zijn, maar omdat de verschillende soorten op het zicht bijna niet te onderscheiden zijn van elkaar. Uitsluitsel kan worden gegeven op basis van de microscopische bouw van het wier [9].


Weetjes

Wier op wier op wier

Epifieten zijn planten die een andere plant als substraat gebruiken. In dit geval groeit het violet buiswier op andere wieren zoals viltwier of Japans bessenwier. Maar het violet buiswier is niet enkel een epifiet op andere wieren, het wier dient zelf ook als substraat voor andere organismen, zoals bijvoorbeeld de niet-inheemse rooddonswieren (Antithamnionella sp.) [4].


Hoe verwijzen naar deze pagina?

VLIZ Alien Species Consortium (2011). Violet buiswier – Neosiphonia harveyi. Niet-inheemse soorten van het Belgisch deel van de Noordzee en aanpalende estuaria. Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Geraadpleegd op 10-07-2014. Beschikbaar op
http://www.vliz.be/wiki/Lijst_niet-inheemse_soorten_Belgisch_deel_Noordzee_en_aanpalende_estuaria


Lector: Frédérique Steen
VLIZ Alien Species Consortium: http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=project&proid=2170
Deze fiche (versie 2011) is ook als pdf beschikbaar op http://www.vliz.be/imis/imis.php?module=ref&refid=210317


Geraadpleegde bronnen

  1. 1,00 1,01 1,02 1,03 1,04 1,05 1,06 1,07 1,08 1,09 1,10 Maggs, C.A.; Stegenga, H. (1999). Red algal exotics on North Sea coasts Helgol. Meeresunters. 52: 243-258. details
  2. McIvor, L.; Maggs, C.A.; Provan, J.; Stanhope, M.J. (2001). rbcL sequences reveal multiple cryptic introductions of the Japanese red alga Polysiphonia harveyi Mol. Ecol. 10(4): 911-919. details
  3. Kerckhof, F.; Haelters, J.; Gollasch, S. (2007). Alien species in the marine and brackish ecosystem: the situation in Belgian waters Aquat. Invasions 2(3): 243-257. details
  4. 4,0 4,1 4,2 Heytens, M.; De Clerck, O.; Coppejans, E. (2007). Studie van macrowiergemeenschappen van de Spuikom van Oostende in functie van de Kaderrichtlijn water. Universiteit Gent, Vakgroep Biologie, Afdeling Algologie: Gent. 65 pp. details
  5. Maggs, C.A.; Hommersand, M.H. (1993). Seaweeds of the British Isles: Volume 1 Rhodophyta, Part 3A. Ceramiales. Natural History Museum: London. ISBN 1-898298-81-5. 444 pp. details
  6. 6,0 6,1 6,2 Gittenberger, A.; Rensing, M.; Stegenga, H.; Hoeksema, B. (2010). Native and non-native species of hard substrata in the Dutch Wadden Sea Ned. Faunist. Meded. 33: 21-76. details
  7. Stegenga, H. (2002). De Nederlandse zeewierflora: van kunstmatig naar exotisch? Het Zeepaard 62(1): 13-24. details
  8. 8,0 8,1 8,2 8,3 8,4 Eno, N.C.; Clark, R.A.; Sanderson, W.G. (Ed.) (1997). Non-native marine species in British waters: a review and directory. Joint Nature Conservation Committee: Peterborough. ISBN 1-86107-442-5. 152 pp. details
  9. 9,0 9,1 Kerckhof, F.; Stegenga, H. (2003). Nieuwe Polysiphonia-soorten voor België en Noord-Frankrijk, met een gereviseerde determineertabel voor de soorten van het geslacht Polysiphonia in deze regio Dumortiera 80: 40-45. details
  10. Koch, C. (1986). Attempted hybridization between Polysiphonia fibrillosa and P. violacea (Bangiophyceae) from Denmark; with culture studies primarily on P. fibrillosa Nord. J. Bot. 6(1): 123-128. details
  11. Stegenga, H.; Prud'homme van Reine, W.F. (1999). Changes in the seaweed flora of the Netherlands, in: Scott, G.W. et al. (Ed.) (1999). Changes in the marine flora of the North Sea . pp. 77-87. details
  12. Stegenga, H.; Mol, I. (1983). Flora van de Nederlandse zeewieren. Natuurhistorische Bibliotheek van de KNNV, 33. Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV): Hoogwoud. 263 pp. details