DE VLEET · Zee- & kustencyclopedie

Nieuws

Momenteel wordt de Ecomare encyclopedie gemigreerd naar VLIZ.
De versie die je nu ziet is tijdelijk, en wordt binnenkort voorzien van een nieuwe en opgefriste lay-out.

Makreel

Makreel | © © Biopix: JC Schou

De meeste mensen kennen de makreel van de visboer, en dan vooral in gerookte vorm. Levende makrelen zijn snelle roofvissen. Ze eten voornamelijk plankton. Makrelen zwemmen in de zomermaanden in grote scholen in de oppervlakkige waterlagen, op jacht naar roeipootkreeftjes, vislarven en dergelijke. Vooral na de paaitijd jagen ze ook op kleine haring, sprot en zandspiering. Daarbij komen ze in de zomer tot dicht aan de kust. Er zijn meldingen van scholen makreel die 9 bij 4 kilometer wijd en 40 meter diep waren.

'Winterslaap'

Als het zeewater kouder wordt laat de makreel zich naar de zeebodem zakken en gaat daar in een soort 'winterslaap': ze eten dan erg weinig.

Snelle zwemmers

Makrelen hebben geen zwemblaas. Dit stelt ze in staat om snel te duiken in diep water of om snel naar de wateroppervlakte te stijgen. Het zijn bijzonder snelle zwemmers, die veel zuurstof nodig hebben. Daarvoor moeten ze continu blijven zwemmen om er voor te zorgen dat er voortdurend zuurstofrijk water door hun kieuwen stroomt. Het totale oppervlak van die kieuwen is tien keer zo groot als het oppervlak van het hele lichaam van de makreel.

Voortplanting

Makrelen zijn aan het eind van hun derde levensjaar geslachtsrijp. De vrouwtjes leggen in de zomermaanden ongeveer 1250 eitjes per gram lichaamsgewicht. Elk eitje bevat een oliedruppeltje, waardoor het 7 tot 9 meter onder het wateroppervlak blijft zweven. Na vier dagen komt het eitje uit en begint de larve zijn plankton-bestaan.

Verspreiding

Verspreiding van makreel | © Kaartje getekend door Sherri Huwer

Bij de makreel in de noordoost-Atlantische wateren wordt een verdeling gemaakt tussen de westelijke, de Noordzee- en de zuidelijke populatie. De laatste populatie is voor Nederland niet van belang, wel voor Spanje en Portugal. De Noordzee-populatie paait in mei en juni in de centrale Noordzee en overwintert dicht bij de bodem in de wateren bij Schotland, in het Kanaal en in het Skagerak. De westelijke populatie is verreweg het grootst. Deze populatie paait van maart tot juni ten zuiden van Ierland en trekt daarna naar de noordelijke Noordzee. Deze populatie is voor de Nederlandse trawlvisserij in de wateren ten westen van de Britse eilanden het belangrijkste.

Hoe gaat het met de makreel?

Paaibestand en vangst makreel (Noordzee) | © Ecomare, Oscar Bos  | Naar gegevens van de I

De Nederlandse vissers vangen de makreel niet alleen in de Noordzee, maar ook in het Noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan. In die gebieden samen zwom er in 2015 meer dan 4 miljoen ton volwassen makreel rond. Dat is ruim boven de makreelstand die voor veilig wordt gehouden. Jaarlijks vangen de grote trawlers tussen de 0,5 en 0,8 miljoen ton makreel. Bij die vangsthoeveelheden blijft de makreelstand al sinds 1980 redelijk op peil.

Namen

  • Ned: Gewone makreel (makreel)
  • Lat: Scomber scombrus
  • Eng: Mackerel
  • Dui: Makrele
  • Fra: Maquereau (maquereau de l'Atlantique)
  • Dan: Makrel
  • Nor: Makrell

Info

CC-BY-NC, Ecomare 2017
Bijgewerkt: 06/10/2015