DE VLEET · Zee- & kustencyclopedie

Nieuws

Momenteel wordt de Ecomare encyclopedie gemigreerd naar VLIZ.
De versie die je nu ziet is tijdelijk, en wordt binnenkort voorzien van een nieuwe en opgefriste lay-out.

Waddengebied

Wadden bij de Cocksdorp, Texel | © Foto Fitis, www.fotofitis.nl

Het waddengebied strekt zich uit van Den Helder in Nederland via Duitsland tot het Deense schiereiland Skallingen. In totaal is het waddengebied ruim 500 kilometer lang en 310.000 hectare groot. Het is bijna net zo groot als Zuid-Holland. Het beslaat 30% van de Nederlandse, 20% van de Deense en 60% van de Duitse kust. Er liggen 50 eilanden en grote zandplaten in het gebied. Het gebied is uniek omdat grote delen ervan droogvallen bij laagwater. Dat brengt een unieke flora en fauna met zich mee. Hieraan dankt het buitendijkse deel van het waddengebied zijn status van Werelderfgoed.

Het ontstaan van het waddengebied

Het waddengebied is gevormd door verschillende ijstijden en de warme periodes die daar tussenin liggen. Iedere ijstijd maakte dat het gebied er weer anders uitzag. Vanaf zo’n tienduizend jaar gelden, toen het ijs van de laatste ijstijd begon te smelten, ontstond het waddengebied zoals we dat vandaag kennen. Doordat de Noordzee in die tijd nog grotendeels droog lag, had de wind veel zand naar de Nederlandse, Duitse en Deense kust geblazen. Er was daardoor een bijna aaneengesloten duinenrij ontstaan, de strandwal. Achter de strandwal lagen grote veenmoerassen. De zee werd door het smelten van het ijs steeds hoger. Langzaamaan ontstonden er meer en meer openingen in de duinenrij en kon het zeewater de veenmoerassen afbreken. Tijdens stormen werden grote stukken veen weggeslagen. Zo ontstonden geulen waar het zeewater doorheen kon stromen. Gedurende de duizenden jaren werden de geulen langer en breder. Langzamerhand ontstond een zee achter een lange rij duineilanden: de Waddenzee.

De mens helpt mee

Het waddengebied heeft er duizenden jaren over gedaan om eruit te zien zoals we het nu kennen. Het meeste werk is door de natuur zelf verricht, maar ook de mens heeft een flinke rol gespeeld en we doen dat nog steeds. Vroeger verhoogden we de hoge en droge delen van het veenmoeras om op te kunnen wonen. De zogenaamde terpen of wierden. Rond terpen en akkers werden later dijken gebouwd om mens, vee en oogst te beschermen tegen overstromingen.  Aan de zeekant van de huidige dijken vind je kwelders, die vaak met hulp van de mens zijn ontstaan. Vaargeulen slibben regelmatig dicht en worden daarom uitgebaggerd. Zo vormen ook wij het waddengebied!

Planten en dieren

Wil je veel verschillende planten en dieren zien? Dan is het waddengebied the place to be. Er leven en groeien duizenden soorten en ieder jaargetijde is anders. Zeehonden luieren er op zandbanken, miljoenen trekvogels komen voorbij, kwelders kleuren paars van de lamsoor die er groeit. Sommige dieren in het waddengebied zijn net even anders uit dan in gebieden elders in Nederland, Duitsland of Denemarken. Een voorbeeld is de waterspitsmuis op Texel. Deze muis is veel kleiner dan op het vaste land en heeft een andere kleur!