[Home]

Home > dieren (Animalia) > geleedpotigen (Arthropoda) > zeespinnen (Pycnogonida)

De meeste zeespinnen hebben - net als landspinnen - vier paar poten; sommige soorten bezitten meer potenparen. Deze merkwaardige dieren zijn er in groot en klein, van minder dan 2 cm tot een spanwijdte van wel 70 cm, waarbij de mannetjes altijd kleiner blijven dan de vrouwtjes. Opmerkelijk is dat - net als bij zeepaardjes - de mannelijke zeespinnen de bevruchte eitjes bij zich dragen tot deze uitkomen; ze hebben hiervoor vaak speciaal aangepaste poten. Zeespinnen hebben – afhankelijk van de soort – heel gevarieerde eetgewoonten. Sommigen zijn echte vleeseters, terwijl anderen hun energie hoofdzakelijk uit plantaardig of dood materiaal halen. Net als alle andere geleedpotigen hebben zeespinnen een hard uitwendig skelet en moeten ze vervellen om te kunnen groeien. Zeespinnen zijn stenomarien. Dit betekent dat ze enkel en alleen in zee voorkomen. Je vindt ze wereldwijd vanaf het intergetijdengebied tot op dieptes van bijna 7000 meter!

Naamsverklaring:
  • Pantos = alle (Grieks)
  • Podos = poten (Grieks)


  • Pycnogonida
    Nymphon gracile Leach, 1814, author: IMARES    Pycnogonum litorale, male and female in copula, author: Richard Lord   

    Soorten (16):

    [Back]