|
|
Zoals hun naam aangeeft zit het lichaam van manteldieren omvat in een taaie huls, de mantel (tunica). Het grootste deel van de lichaamsholte wordt ingenomen door een grote, netvormige kieuwdarm, die instaat voor de ademhaling en de voedselopname. Langs een instroomopening stroomt water over de mazen van de kieuwdarm, waar voedseldeeltjes worden uitgezeefd, om vervolgens het lichaam te verlaten langs een uitstroomopening. Manteldieren komen wereldwijd voor en zijn er in alle kleuren en vormen. Ze leven zowel solitair als kolonievormend. De meerderheid van de manteldieren hebben een vastzittende levenswijze, maar enkele soorten zijn aangepast aan een leven in de waterkolom (planktonisch).
Naamsverklaring:
Tunica = mantel (Latijn)
|
 |
Soorten (11):
- doorschijnende zakpijp · Ciona intestinalis (Linnaeus, 1767)
- druipzakpijp · Didemnum vexillum Kott, 2002
- gele zakpijp · Clavelina lepadiformis (Müller, 1776)
- geleikorstzakpijp · Diplosoma listerianum (Milne-Edwards, 1841)
- gewone slingerzakpijp · Botrylloides violaceus Oka, 1927
- glanzende bolzakpijp · Aplidium glabrum (Verrill, 1871)
- harige zakpijp · Ascidiella scabra (Müller, 1776)
- knotszakpijp · Styela clava Herdman, 1881
- paarse geleikorst · Botryllus schlosseri (Pallas, 1766)
- ronde zakpijp · Molgula manhattensis (De Kay, 1843)
- vuilwitte zakpijp · Ascidiella aspersa (Müller, 1776)
[Back]
|
|
|