Header logo
|  Inleiding |  Beeldbank |  Zoeken |  Historische personen |  Gebruikte bronnen |
Niet ingelogd [Log in] [Registeer]

Beeldbank

Beeldbank > Beelden per thema > Visserij > Scheepswerven

« Vorige Volgende »

De Borger (1901, fig. 21)

De Borger (1901, fig. 21)
Beschrijving: Aanmerking.
Men begint dus met, op den dwarsscheepschen uitslag, de snijpunten der langscheepsche doorsneden met de spanten, en, op het horizontaal plan, die der water- dek- en leuninglijnen te nemen. Ziehier hoe men te werk gaat voor de snijpunten der spanten. Zij A. B. eene langscheepsche doorsnede; men plaatst er eene zwarte lat van voldoende lengte tegen en neemt van aan de bazislijn X Y de hoogten op der punten waar zij de spantenomtrekken snijdt. Men draagt deze hoogten op de overeenkomende ordonnaten der langscheepsche oprichting over, en men bekomt aldus eene eerste reeks punten der doorsnede. Doch dit getal punten is niet voldoende om haar volledig te bepalen, en bijzonder niet bij het voorschip. Om er dus meer te bekomen, neemt men op den horizontalen uitslag de snijpunten der langscheepsche doorsnede met de water- dek- en leuninglijnen, zooals wij hiervoor gezien hebben, en men draagt ze over op de langscheepsche oprichting. Ziehier hoe men daartoe handelt. Zij a in het horizontaal plan, het punt waar de doorsnede de 2de waterlijn bijvoorbeeld kruist, en zij 2 deze waterlijn op de langscheepsche oprichting. Men neemt op den horizontalen uitslag den afstand van het punt a tot de dichtst bijgelegen ordonnaat en men zet op de langscheepsche oprichting dezen afstand van dezelfde ordonnaat op de overeenstemmende waterlijn af. Men handelt op dezelfde wijze voor de snijpunten der andere waterlijnen. Voor de lijnen met dubbele bocht, ‘t is te zeggen voor de dek- en leuninglijnen is de bewerking dezelfde: Men neemt op de horizontale projektie, de afstanden b en c der vóórloodlijn- of der dichtst bijgelegen ordonnaat tot het snijpunt der langscheepsche sent met de dek- en leuninglijnen, en men draagt ze op dezelfde lijnen en van uit dezelfde ordonnaat of der vóórloodlijn, op de langscheepsche oprichting over ; men bekomt aldus eenige punten welke van groot belang zijn, vermits het eene (der leuning) het einde der sent bepaalt en het andere (van het dek - zoo mogelijk van het tusschendek - ) de richting der doorsneden verzekeren boven de lastlijn en onontbeerlijk zijn voor den vorm van het doode gedeelte.
Auteur: J. De Borger
Uit bron: De Borger, J. (1901). Uitslaan van ijzeren of stalen sche... (pagina 41)

[Download de volledige versie]


Creative Commons LicenseDit werk is gelicentieerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Gelijk 3.0 Licentie


Klik hier om terug te keren naar miniatuurweergave.



Site ontwikkeld en gehost door het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ)
Met steun van de provincie West-Vlaanderen
Logo VLIZ Logo provincie West-Vlaanderen