VLAAMS INSTITUUT VOOR DE ZEE
PLATFORM VOOR MARIEN ONDERZOEK


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen


Oesterpark Royon-Bettger

Uit Kust Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

>>Naar de introductiepagina<<



Oesterpark "Royon-Bettger & Cie" (1856-ca. 1866)

Bezig met het laden van de kaart...
Hedendaagse kaart van Oostende, met de ligging van de voormalige oesterparken van “Royon-Bettger & Cie”


Voorloper van oesterpark "Royon-Hertoghe & Cie"

Op 4 oktober 1856 riepen de Oostendse handelaar Louis Royon-Hertoghe en zijn Keulse collega Gustave Bettger de maatschappij “Royon-Bettger & Cie” in het leven, met als doel een oester-en kreeftenpark en een hotel-restaurant te stichten aan de Vlaamse kust. Twee derde van het ingebracht kapitaal voor deze onderneming kwam van Royon, één derde werd geleverd door Bettger. 10 dagen later had de nieuwe maatschappij reeds een huurcontract beet voor een 5442 m² groot terrein gelegen in de duinen op de grens van Oostende en Mariakerke, ten westen van het oesterpark “Van Loo-Bernier". De ligging en het reliëf van de grond bleken ideaal voor de plannen van het duo. Er liep immers een oude stadsgracht doorheen het domein, die afgesloten werd door een duinglooiing aan de zeekant. De gracht kon geïntegreerd worden in de oesterput, terwijl de duin de ideale plek bood voor de bouw van een hotel-restaurant. Op 16 december 1856 kreeg de firma ten slotte ook de toestemming van het Ministerie van Oorlog (het gehuurde terrein was immers een militair domein) voor de aanleg van al deze bouwwerken.[1][2] De krant Feuille d’Ostende meldde op 29 januari 1857 dat de werken voor de constructie van de nieuwe oesterput “Royon-Bettger & Cie” weldra van start gingen. Het park en het hotel-restaurant zouden bij het begin van het nieuwe badseizoen reeds hun eerste klanten moeten ontvangen.[3] Deze planning bleek haalbaar: op 1 juli 1857 werd het complex, “Pavillon du Rhin” genaamd, feestelijk ingehuldigd en de dag erop werd het al vereerd met een bezoek van prins Leopold en prinses Marie-Henriette, het latere vorstenpaar.[2]

Het “Pavillon du Rhin” was slechts het tweede hotel-restaurant aan het Oostendse westerstrand. Het was een houten gebouw met één verdieping en twee licht vooruitspringende zijgevels. Een balkon liep over de hele lengte van de voorgevel, aan de kant van de Zeedijk. Aan de achterkant lag een goed tegen de westenwind beschut terras, vanwaar je een mooi zicht had op de werkzaamheden in de oester- en kreeftenput. Het complex kende onmiddellijk veel succes. Het restaurant genoot een grote vermaardheid en ook het hotel kende de nodige bijval. In 1858 konden de eigenaars bijvoorbeeld het grootste aantal verblijfstoeristen lokken van alle dijk- en strandhotels: 22 van de 58 vermeldde toeristen op de 'Liste des étrangers' kozen voor het “Pavillon du Rhin”.[2][1]

Ook de firma “Royon-Bettger & Cie” haalde zijn jonge oesters uit Engeland. Schepen als Four Brothers, Enigma, of Gipsy zorgden voor een bevoorrading uit Burnham, sloepen als Czerina, Friendship, Robert Elisabeth, Three Brothers en Sea Solter brachten hun lading mee vanuit Whitstable. In de jaren 1871-1876 hadden de Royons ook een eigen bark in vaart. De Etoile de la Mer zorgde vooral voor de aanvoer van kreeften uit Scandinavische oorden als oa. Lodshaven, Ny Hellesund en Egersund.[1]

In augustus 1858 werd een coalitie van 10 jaar gesloten tussen zes Oostendse oesterparken. De firma’s “Vanderheyde”, “De Brock”, “Valcke-De Knuyt”, “Van Imschoot-De Brock”, “Musin” en “Royon-Bettger & Cie” wilden zo de onderlinge concurrentie tegengaan en hun gezamenlijke belangen beter verdedigen. In 1860-1861 kwam echter reeds een vroegtijdig einde aan deze samenwerking, nadat grote problemen ontstaan waren tussen de zes oesterkwekerijen en de Duitse firma “Bettger & Cie”.[1] De zaak draaide zelfs uit op een proces, waarbij Gustave Bettger tegenover de zes oesterbedrijven, en dus ook tegenover de directeur van zijn eigen oesterpark, kwam te staan.[4] Een misverstand over de kwaliteit, grootte en prijs van een zending oesters naar Keulen bracht uiteindelijk definitief een einde aan het vennootschap tussen Bettger en Royon. Bij akte van 4 januari 1865 werd de maatschappij opgedoekt. Het jaar erop, op 10 augustus 1866, verkocht Bettger zijn één derde eigendomsaandeel in de oesterput aan de Brugse advocaat Charles Meynne. Deze laatste veroverde ook één zesde van het aandeel van Louis Royon, waardoor Meynne en Royon vanaf dan elk de helft van de oesterput bezaten. Het hotel-restaurant “Pavillon du Rhin” bleef echter wel volledig in handen van de familie Royon-Hertoghe. Op 18 augustus 1866 liet Bettger zijn aandeel in het complex immers over aan Royon.[2] Niet veel later, op 18 oktober 1866 overleed Louis Antoine Royon te Mariakerke. Het “Pavillon du Rhin” kwam volledig in handen van zijn erfgenamen, de oesterput slechts deels. De effectieve uitbating van het park, nu met de naam “Royon-Hertoghe & Cie”, gebeurde echter wel door Michel Halewyck, echtgenoot van Eugénie Royon en dus de schoonzoon van Louis.[1]


Referenties

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 Halewyck, R.; Hostyn, N. (1978). Oostends oesterboek: historiek van de Oostendse oesterteelt vanaf de 18e eeuw tot op heden. Oostendse Heem- en Geschiedkundige Kring "De Plate": Oostende. 68, 34 pl. pp.
  2. 2,0 2,1 2,2 2,3 Farasyn, D. (2001). Historiek van de eerste gebouwen langs de Oostendse zeedijk 1830-1878. Tweede uitgave. Oostendse Heem- en Geschiedkundige Kring "De Plate": Oostende. 88 pp.
  3. Feuille d'Ostende, 29 januari 1857.
  4. Handschriftencollectie UGent - Documenten Betreffende Oostende: Lauwers, J.B., Jugements prononcés par le tribunal de commerce d'Ostende, Gent, 1861.

Meer weten

>>Naar de introductiepagina<<