VLAAMS INSTITUUT VOOR DE ZEE
PLATFORM VOOR MARIEN ONDERZOEK


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen


Oesterpark Vermeersch

Uit Kust Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

>>Naar de introductiepagina<<



Oesterparken "A. Vermeersch & Cie" (ca. 1925-ca. WO II)

Bezig met het laden van de kaart...
Hedendaagse kaart van Oostende, met de ligging van de voormalige oesterparken van "A. Vermeersch & Cie"



Eerste oesterpark "A. Vermeersch & Cie" (ca. 1925-ca. 1932)

Opvolger van het tweede oesterpark "Stichert-Stracké & Cie"
Voorloper van het oesterpark "A. Rau et Fils"

Rond mei 1925 liet August Stracké de oesterkwekerij “Stichert-Stracké & Cie”, die hij sinds ca. 1896 uitbaatte aan de Mosselhoek in Oostende, over aan Albert en René Rau. [1][2] Vermoedelijk waren deze twee heren familie van Strackés eerste vrouw Anna Maria Rau. Albert was reeds sinds het begin van de twintigste eeuw betrokken in de uitbating van de oesterkwekerij oesterpark “Stichert-Stracké & Cie” en blijkbaar volgde zijn zoon René in zijn voetsporen. [3][2] De familie Rau ging in deze periode echter een tijdlang een samenwerking aan met de firma “A. Vermeersch & Cie” uit Brussel, waardoor het oude park van “Stichert-Stracké & Cie” vanaf 1925 dan ook uitgebaat werd onder de naam “A. Vermeersch & Cie”.[4]


De moedermaatschappij van de nieuwe oesterkwekerij was de bekende Brusselse viswinkel “Poissonnerie Thielemans”, gelegen aan de Baksteenkaai 16. In Oostende specialiseerde “A. Vermeersch & Cie” zich echter eerder in grote leveringen aan hotels en restaurant. Naast verse oesters, konden deze etablissementen bij de firma ook terecht voor onder andere kaviaar, kreeft, rivierkreeft, langoesten, garnalen, zalm, paling, snoek, haring en mosselen.[5][6] “A. Vermeersch & Cie” begon hier vanaf 1925 met de grootschalige teelt van de Portugese oester, die toen nog niet helemaal ingeburgerd was in onze streken. Deze oesters, die een eerder groen uitzicht hadden, werden ook al voor WO I verkocht, maar slechts in zeer beperkte mate. Het waren immers oesters van een inferieur niveau vergeleken met de platte Engelse tegenhangers. Nadat de aanvoer van dit laatste type begin jaren 1920 echter stokte omwille van een epidemie in de Britse kwekerijen, kwamen de Portugese dieren sterken opzetten. Aanvankelijk wekten ze enige afkeer op bij de consumenten, maar na enkele jaren werden ze toch vrij populair.[4] Naast Portugese waren ook platte Zeeuwse oesters te verkrijgen bij “A. Vermeersch & Cie”, al waren deze omwille van hun superieure kwaliteit enorm duur en daarom ook eerder zeldzaam.[7]


Tweede Oesterpark "A. Vermeersch & Cie" (ca. 1928-ca. 1932)

Opvolger van tweede oesterpark "Roger-Lohr"
Voorloper van oesterpark "A. Rau et Fils"

Rond ca. 1928 moet de onderneming “A. Vermeersch & Cie” haar oesterpark uitgebreid hebben naar de naburige putten van de oude kwekerij “Roger-Lohr”. In de lokale krant La Carillon werd op 1 september 1928 immers gemeld dat het park dat sinds ca. 1896 gelegen was aan de Oostendse Mosselhoek, in handen was gekomen van “A. Vermeersch & Cie”.[8] De Brusselse firma maakte in de daaropvolgende jaren volop gebruik van de goede reputatie van haar voorgangers om reclame te maken voor de eigen zaak. In plaatselijke kranten verklaarden de uitbaters immers meermaals dat het hun bedoeling was om, in navolging van “Roger-Lohr” en “Stichert-Stracké & Cie”, de Oostendse oester opnieuw naam en faam te bezorgen in heel Europa. [9]


Vermoedelijk werd de samenwerking tussen de familie Rau en de maatschappij “A. Vermeersch & Cie” ergens in november 1932 stopgezet. Op 26 november 1932 verscheen in La Carillon immers nog reclame voor de parken van “A. Vermeersch & Cie”, op 30 november 1932 publiceerde dezelfde krant een advertentie van de 'Grand Parcs Aux Huîtres et Homards "A. Rau et Fils", anciennement "A. Vermeersch & Cie".'[10] Tijdens WO II werden de putten grotendeels vernield, waarna de familie Rau de oesterkweek stopzette.[4] De oude parken van “Roger-Lohr” en “Stichert-Stracké & Cie” kwamen uiteindelijk in handen van ”Halewyck & Cie”, die ze tot 1953 als oester- en tot 1991 als kreeftenkwekerij aanwendde. [11] De putten werden uiteindelijk in 1995, bijna 100 jaar na hun aanleg, gedempt.[12]


Verderzetting "A. Vermeersch & Cie" (ca. 1933-WO II)

Deelnemer aan de proeven van de “N.V. Ostrea”


De firma “A. Vermeersch & Cie” bleef, ondanks de overname van haar parken rond 1932 door de familie Rau, toch actief in de oesterindustrie aan de Belgische kust. Of ze zelf nog een kwekerij in Oostende uitbaatte is zeer onduidelijk, maar algauw dook in de lokale kranten wel weer reclame op voor de oester- en kreeftenhandel van “A. Vermeersch & Cie” aan de Oostendse Visserskaai.[13] Bovendien nam de maatschappij, als lid van de “N.V. Ostrea”, vanaf 1933 deel aan de proeven tot integrale oesterteelt in de Nieuwpoortse Vlotkom. De oesters die in de winkels van “A. Vermeersch & Cie” in Brussel en Oostende verkocht werden kwamen vermoedelijk dus deels uit Nieuwpoort.[14][15] Ook nadat de “N.V. Ostrea” in 1938 de vereffening aangevraagd had, bleef de firma "A. Vermeersch & Cie" actief in de Vlotkom. [16] Tijdens WO II werd de haveninfrastrucuur in Nieuwpoort echter vernield, wat bijgevolg ook een einde maakte aan de oesterteelt in de Vlotkom.[17]


Referenties


  1. Stadsarchief Oostende, Briefwisseling concessie oesterputten Rau René (archiefbestanddeel van 1925).
  2. 2,0 2,1 Billiet, G. (1993). August Stracké, een levensschets De Plate 22(6-7-8): 163-197.
  3. L’Echo d’Ostende, 7 juli 1908.
  4. 4,0 4,1 4,2 Halewyck, R.; Hostyn, N. (1978). Oostends oesterboek: historiek van de Oostendse oesterteelt vanaf de 18e eeuw tot op heden. Oostendse Heem- en Geschiedkundige Kring "De Plate": Oostende. 68, 34 pl. pp.
  5. Le Carillon, 29 juni 1925.
  6. L’Echo d’Ostende, 1 juli 1925.
  7. Le Carillon, 25 juni 1927.
  8. Le Carillon, 1 september 1928.
  9. Zie bijvoorbeeld: De Zeewacht, 22 februari 1930. en L’Echo d’Ostende, 8 februari 1930.
  10. Zie: Le Carillon, 26 november 1932. en Le Carillon, 30 november 1932.
  11. Interview Georges Halewyck, 16 maart 2012.
  12. Gevaert, F. (2006). De metamorfose van de haven van Oostende (Deel 9) De Plate 35(9): 236-242.
  13. Zie bijvoorbeeld: Het Visserijblad 16 november 1935.
  14. Archief Raoul Halewyck: Artikelenreeks over Belgische oesterkweek uit jaren 40.
  15. Archief Dienst voor Zeevisserij, Vlaamse overheid: Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Landbouw- en Visserijbeleid: map M4II: documenten 1936.
  16. Archief Dienst voor Zeevisserij, Vlaamse overheid: Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Landbouw- en Visserijbeleid: map AB, mapje oesterproeven, documenten 1939.
  17. Debergh, R. (2006). Nieuwpoort: een illusie van ongerepte natuur, in: Uyttenhove, P. et al. (2006). Recollecting landscapes: herfotografie, geheugen en transformatie 1904-1980-2004. pp. 216-244.

Meer weten


>>Naar de introductiepagina<<