Kleuren onze stranden straks roze? | Vlaams Instituut voor de Zee
 

Vlaams Instituut voor de Zee

Platform voor marien onderzoek

Kleuren onze stranden straks roze?

Oostende (2020.05.12) – Het hoogstrand kent momenteel een nooit eerder geziene begroeiing met de plant zeeraket. Een VLIZ-INBO-survey over de ganse kust toont op een derde van de stranden een opmerkelijke kieming van deze “duinvormer”, planten die aan het begin van het ontstaan van duinen staan, met aantallen 10 tot 1000 keer hoger dan in de periode 2003‑2019. Het uitstel van strandwerken en het zeer beperkte strandbezoek liggen aan de basis. Of deze kiemplantjes – gemiddeld zo’n 1000 per lopende kilometer – zullen overleven en het strand met hun bloemen zomers roze zullen kleuren, is nog maar de vraag.

Persbericht door: Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) en Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)

Het was al heel wat plaatselijke strandbezoekers opgevallen, maar de afgelopen weken verschenen her en der kiemplantjes van zeeraket op het hoogstrand, tussen de vloedlijn en de duin- of dijkvoet. Deze vlezige eenjarige plant is uitzonderlijk goed aangepast aan het leven op deze onherbergzame plek. Zeeraket kan zout en wat bedekking met zand verdragen, en heeft genoeg aan wat ondergestoven vloedmerkmateriaal (zoals zeewier) om te kiemen. De plant heeft vlezige bladen en vormt roze bloemen in het zomerhalfjaar. De zaden, met duizenden gevormd in het najaar, verspreiden zich vooral via zeestromingen, en kiemen pas na een koudere periode. April is normaliter de topmaand voor dit kiemingsproces, bij zandtemperaturen van 10 tot 30°C.

Alleen steken strandvoorbereidingen en -bezoeken voor en tijdens de Paasvakantie daar in normale jaren een stokje voor. Het ‘corona- voorjaar’ 2020 was anders, ook op het hoogstrand:

  • Op een derde van de stranden, verspreid over de kust en in de directe nabijheid van een badgemeente, kiemden nu wel honderden tot duizenden jonge zeeraketjes. In vergelijking met najaarsurveys op dezelfde trajecten tussen 2003 en 2019, uitgevoerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, zijn er nu 10 tot 1000 keer meer zeeraketplantjes.
  • Op een ander derde van de strandtrajecten was er geen verschil merkbaar.
  • Een laatste derde toonde een duidelijke daling t.o.v. de referentieperiode. In zo goed als elk van deze laatste gevallen ontbrak de ruimte voor kieming. Ofwel waren hier al ophogings­werken gestart. Of de stranden waren eerder smal en tot in de duinvoet door de voorbije winterstormen genivelleerd en ontdaan van hoger gelegen vloedmerken, de noodzakelijke voedingsbron voor kieming van zeeraket.

Uit extrapolatie volgt dat nu zo’n duizend plantjes zeeraket per lopende kilometer strand te zien zijn.

Samengevat toont deze coronaperiode hoe onze hoogstranden, zonder menselijke ingreep en mits breed genoeg, deels spontaan begroeien met duinpioniers. Deze zeeraket komt overigens niet alleen; we stelden ook op een aantal plekken andere duinpioniers vast zoals stekend loogkruid en biestarwegras. Elk van die pioniersoorten treedt op als ‘zandvanger’ waardoor geleidelijk ophogingen ontstaan, het begin van echte duinen.

Beeldmateriaal

Beschikbaar op aanvraag.

Perscontact

Jan Seys, Woordvoerder VLIZ | jan.seys@vliz.be | +32-(0)478-37 64 13