De oceaan, die het aardoppervlak voor meer dan 70% bedekt, blijft een ongerept vat vol mysterie. Ook in 2025 werden weer heel wat nieuwe mariene soorten ontdekt en beschreven. Op 19 maart, World Taxonomic Day – een jaarlijkse gelegenheid die de rol van taxonomen viert – staan we stil bij het belang van het catalogeren van nieuwe soorten voor onze kennis, die noodzakelijk is om onze planeet te begrijpen. Het World Register of Marine Species (WoRMS) vraagt elk jaar aan een team van mariene taxonomen wereldwijd om een top 10 op te stellen van de meest opmerkelijke nieuwe mariene ontdekkingen van het afgelopen jaar 2025: van een glow-in-de-dark koraal in een Japanse grot tot een mantarog die tot nu onder de radar bleef.
Na 250 jaar beschrijven, benoemen en catalogiseren van de soorten waarmee we als mens samen onze planeet Aarde delen, zijn we helaas nog ver verwijderd van een volledige census. Elke dag zijn taxonomen in laboratoria, musea en in het veld dan ook in de weer met het verzamelen, catalogiseren, identificeren, vergelijken, beschrijven en benoemen van soorten die nieuw zijn voor de wetenschap.
Elk jaar worden er in zee nog gemiddeld 2000 fascinerende nieuwe soorten ontdekt. In 2025 voegden taxonomen zo'n 2600 nieuw beschreven soorten toe aan het World Register of Marine Species (WoRMS), waaronder ongeveer 660 fossiele soorten.
Via de catalogus op marinespecies.org weten we dat er vandaag minstens 249.000 mariene soorten wereldwijd zijn beschreven. De lijst met namen worden gecoördineerd door het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) in Oostende, maar up-to-date gehouden met de waardevolle hulp van meer dan 350 taxonomen van over de hele wereld.
Net als voorgaande jaren lanceert WoRMS samen met die taxonomen een top-10 van fascinerende nieuwkomers die onze kijk op de onderwaterwereld voor altijd kunnen veranderen.
1. Het drakenaaltje – Dracograllus miguelitus

Aaltjes of nematoden behoren tot de talrijkste en meest diverse dieren op aarde. Meer dan 60% van de meercellige dieren in de diepzee behoort tot deze groep, en het totale aantal soorten wordt geschat op meerdere miljoenen. Onderzoekers troffen het drakenaaltje aan op een diepte van 1.649 meter op een inactieve hydrothermale bron van de Mid-Atlantische Rug. De ontdekking van een nieuwe soort die alleen voorkomt bij inactieve hydrothermale bronnen laat zien hoe weinig we weten over de ecologie en biologie van deze leefgebieden.
2. De Spons-hinderlaagworm - Eunice siphoninsidiator

De Spons-hinderlaagworm is een grote diepzee-borstelworm, ontdekt op de hellingen van onderzeese bergen in de noordwestelijke Stille Oceaan. Hij behoort tot het geslacht Eunice en is daarmee nauwe verwant aan een van de beruchtste borstelwormen ter wereld: de drie meter lange Bobbitworm. Hoewel de Spons-hinderlaagworm slechts 18 cm lang wordt, is hij net als de Bobbitworm een roofdier met een indrukwekkend stel kaken. Opmerkelijk aan de nieuwe soort is dat deze zijn val zet op een nogal bijzondere plek: in de centrale holte van een glasspons. De relatie tussen de worm en zijn glasspons-gastheer is een voorbeeld van mutualisme: een samenwerking tussen twee soorten waarbij beide voordeel hebben. De glasspons biedt, door zijn stekelige oppervlak, de worm bescherming tegen roofdieren en in ruil daarvoor eet de worm dieren op die zich op de spons proberen te vestigen, zoals slangsterren en zeepokken.
3. Het glow-in-the-dark-koraal - Corallizoanthus aureus

Deze nieuwe soort koraal, ontdekt in Japen, is de eerste diepzeegrotsoort waarvan is vastgelegd dat ze bioluminescentie vertoont. Bij chemische of mechanische verstoring zendt ze een groen licht uit van 515 nanometer. Omdat licht op 400 meter diepte in grotten een van de beste manieren is om roofdieren af te schrikken, denken onderzoekers dat deze soort oplicht als een soort ‘inbraakalarm’. Het idee is dat het licht de aandacht trekt van grotere roofdieren, zodat die mogelijke bedreigingen voor de poliepen opmerken. De felgele poliepen van C. aureus leven vastgehecht op hun gastheerkoraal, Pleurocorallium inutile, en vormen kolonies die, zolang ze niet oplichten, makkelijk over het hoofd te zien zijn. Tot het licht uitgaat.
4. Iskra’s glitterworm - Photinopolynoe iskrae

Diep in de Stille Oceaan ontdekten wetenschappers een nieuwe soort glinsterende worm met schubben: Iskra’s glitterworm. De naam Iskra, wat “vonk” betekent, werd gekozen door een middelbare scholier die de wedstrijd ‘Inspired by the Deep’ won. Iskra’s glitterworm gedijt in verschillende bijzondere leefgebieden: walvisvallen (waar het lichaam van een gezonken walvis een compleet ecosysteem vormt), houtvallen (ontstaan uit drijvende bomen die naar de zeebodem zinken) en methaanbronnen (plaatsen waar gas uit de aardkorst naar buiten sijpelt). Deze leefgebieden delen een opmerkelijke eigenschap: ze zijn afhankelijk van energie geproduceerd door chemosynthetische bacteriën. Het leven hier is dus niet gebaseerd op zonlicht, maar op chemische energie. Daardoor kan de ontdekking van Iskra’s glitterworm ons veel leren over leven in enkele van de meest bijzondere leefgebieden op aarde.
5. De geluksplatworm - Acanthobothrium goleketen

Acanthobothrium goleketen is een nieuwe soort parasitaire platworm die alleen bekend is van één gastheersoort: de gitaarrog (Pseudobatos horkelii), een vis die zelf kritiek bedreigd is. Omdat deze worm vermoedelijk volledig afhankelijk is van deze zeldzame gastheer, wordt ook A. goleketen als kritiek bedreigd beschouwd. De worm hecht zich vast aan zijn gastheer met een scolex (kopgedeelte) dat lijkt op een klavertje vier. Dit uiterlijk sluit mooi aan bij de soortnaam goleketen, die in de Tehuelche-taal “veel geluk” betekent. De Tehuelche-taal, oorspronkelijk gesproken in Patagonië, waar deze worm werd ontdekt, is tegenwoordig vrijwel uitgestorven. Toch zijn er momenteel initiatieven van nakomelingen en gemeenschappen in Patagonië om de taal nieuw leven in te blazen. De inspanningen om de Tehuelche-taal en -cultuur te behouden vormen een opvallende parallel met de situatie van deze parasiet en zijn gastheer. Het voortbestaan van deze soorten hangt sterk af van beschermingsmaatregelen en langdurige steun voor wetenschappelijk onderzoek in Argentinië.
6. De Darth Vader-reuzenisopode - Bathynomus vaderi

"Luke… ben ik jouw avondeten?!?" Dit streng ogende dier is het eerste lid van het diepzee-isopodengeslacht Bathynomus dat uit Vietnam is beschreven. De soort is vernoemd naar de Sith Lord Darth Vader, omdat zijn kop lijkt op de helm van het beroemde Star Wars-personage. Onderzoekers ontdekten deze reuzenisopode op vismarkten in de stad Quy Nhơn. Dat zo’n groot dier lange tijd onopgemerkt bleef voor de wetenschap, terwijl het gewoon te koop was op markten en deel uitmaakt van een groeiende culinaire trend rond diepzee-schaaldieren, laat zien hoe belangrijk onderzoek naar mariene biodiversiteit is. Ondanks de toenemende economische druk om op Bathynomus-soorten te vissen, is er nog weinig bekend over de biologie van Bathynomus vaderi, zijn verspreiding in de diepe Indo-West-Pacifische regio en de grootte en gezondheid van wilde populaties.
7. Het knolkroonkoraal - Deltocyathus zoemetallicus

Polymetallische knollen op de zeebodem van de Indische en Stille Oceaan vormen een belangrijke ondergrond voor biodiversiteit. Ze trekken allerlei dieren aan die zich erop vasthechten, zoals sponzen, anemonen en koralen. Recent ontdekten onderzoekers Deltocyathus zoemetallicus, de eerste en tot nu toe enige bekende steenkoraalsoort die vastgehecht leeft op polymetallische knollen. Slechts weinig steenkoralen kunnen op 4.000 meter diepte leven omdat de chemische samenstelling van het zeewater op die diepte het hen moeilijk om een kalkskelet te vormen en te behouden. De knollen vormen een belangrijk doelwit voor diepzeemijnbouw, wat het voortbestaan van de soort in het gedrang kan brengen. Zonder de harde ondergrond die de knollen bieden, zullen Deltocyathus zoemetallicus en andere soorten die afhankelijk zijn van deze knollen hun leefgebied verliezen.
8. De Atlantische mantarog - Mobula yarae

Al eeuwenlang zijn mensen gefascineerd door de grootste roggen van de oceaan: de mantaroggen. Tot voor kort waren er slechts twee soorten mantaroggen bekend. Het bestaan van een derde mantasoort in de Atlantische Oceaan werd al bijna vijftien jaar vermoed, maar wetenschappers waren het daar niet over eens. Grondig speurwerk toont nu aan dat de Atlantische mantarog een nieuwe soort is. De beschrijving van deze soort is ook maatschappelijk belangrijk. Door de Atlantische mantarog officieel als een eigen soort te erkennen, krijgen natuurbeschermers de wetenschappelijke en juridische middelen om de soort beter te volgen en te beschermen in de vele landen rond de Atlantische Oceaan De soortnaam ‘yarae’ verwijst naar Yara, een krachtige watergeest uit de inheemse Braziliaanse mythologie. De naam weerspiegelt zowel de majestueuze uitstraling van de rog als de diepe culturele band tussen mensen, de zee en dit bijzondere dier.
9. Poseidons inktvis - Mobydickia poseidonii

Poseidons inktvis is een van de meest opmerkelijke diepzeeontdekkingen van 2025. Tijdens een herziening van een groep diepzee-inktvissoorten ontdekten wetenschappers dat één enkel exemplaar, verzameld in de jaren 1950, niet tot een bekende inktvisfamilie behoorde. In tegenstelling tot veel andere diepzee-inktvissoorten heeft Poseidons inktvis geen lichtgevende organen en een bleek, gelatineachtig lichaam. De inktvis bleek zo afwijkend te zijn dat onderzoekers niet alleen een nieuwe soort en een nieuw geslacht, maar zelfs een volledig nieuwe familie moesten beschrijven: Mobydickidae. Wat deze ontdekking extra bijzonder maakt, is dat het dier geen vers gevangen exemplaar of een aangespoeld dier is, maar gevonden werd in de maag van een potvis. De geslachtsnaam Mobydickia eert Moby Dick, de beroemde witte potvis uit de roman van Herman Melville, en verwijst naar de echte potvis die deze ontdekking mogelijk maakte.
10. De Elfen-afgrond-tunicaat - Kaikoja undume

Zakpijpen of tunicaten zijn gelatineachtig filtervoedende dieren die permanent vastgehecht zitten aan de zeebodem, en een vorm hebben die doet denken aan het hoofd van Shrek, met twee sifons als zijn oren. Van de ongeveer 2.300 bekende soorten zakpijpen behoren de soorten uit de diepzeefamilie Octacnemidae tot de vreemdste. Ze leven op ongeveer 3.000 meter diepte en jagen op grotere prooien. Hun mondsifon lijkt op een venusvliegenvanger, waarmee ze o.a. roeipootkreeftjes vangen. Zo overleeft de nieuw ontdekte Elfen-afgrond-tunicaat (Kaikoja undume) in de diepzee. De soortnaam undume komt uit de Elfentaal van Midden-aarde. Nog vóór The Lord of the Rings schreef J.R.R. Tolkien een gedicht waarin de Elfse uitdrukking “undumë hácala” staat, wat betekent: “de gapende afgrond.” Dat is een passende beschrijving van deze soort, die vaak met zijn mondsifon wijd open wordt gezien; alsof hij gaapt in de donkere diepte van de oceaan terwijl hij op voedsel wacht. Kleine dieren die door de diepe oceaan drijven “shall not pass” langs de Elfen-afgrond-tunicaat. Kaikoja undume laat zien dat diepzee-organismen net zo vreemd en buitenaards kunnen zijn als de wezens uit Tolkiens fantasiewereld.